Schrijvend door rouw

Op 16 augustus 2020 is mijn lieve Ineke overleden. 51 jaar. Hersentumor. Ze is 19 maanden ziek geweest. Het waren 19 waardevolle maanden vol liefde en verbinding. Na haar overlijden was ik moe. Heel moe. Doodmoe. En ook ergens een soort van opgelucht. Het was voorbij. Het was volbracht. En ik snapte er verder niet veel van. Nu ben ik 11 maanden onderweg zonder Ineke. Het gemis en het verdriet verdiept zich.

Een aantal maanden geleden kreeg ik een tip van een vriend van mij. Wouter van der Toorn. Hij is gestart met een nieuw bedrijf, Bright Elephant. Bright Elephant wil, zoals op de website staat, mensen helpen de dood en rouw bespreekbaar te maken en de herinneringen aan het samengeleefde leven te vieren.

Een van de dingen die Bright Elephant aanbiedt is het programma ‘Schrijvend door rouw’. Dit is een online-programma van 30 dagen, waarin je op gestructureerde wijze gaat schrijven. En daar word je bij geholpen. Elke dag krijg je een bericht in je mailbox met daarin de ‘opdracht’ voor die dag. Hieronder kun je ze lezen. Het onderwerp van de dag wordt goed ingeleid in de mail die je ontvangt. En erg prettig: er zijn ook rustdagen ingebouwd.

 

Waarom schrijven bij rouw?

Wie mis jij?

Wat is rouw?

Expressief schrijven

Omarmen van het gemis

Pen en papier

Therapeutisch schrijven

Wat doet schrijven met je hoofd?

Mensen die je niet begrijpen

Wat zou je dierbare willen?

Herinneringen levend houden

De magie van taal

Gemis is het alledaagse

Hier en nu

Een brief van je dierbare

Minder is meer

Grip op je gedachten

De niet verzonden brief

Vernietig dit als je het hebt gelezen

Een liedje zegt soms meer

De zin van het leven

De dag afsluiten

Waar maak je je zorgen om?

Dit had ik graag gedaan

Dankbaarheid

Laatste wensen

Schrijf je rauw

Kijken naar de toekomst

Wat laat je na?

En nu verder

 

Ik heb het programma doorlopen. Het was helpend en heilzaam. Schrijven (met pen en op papier in een mooi schrift) heeft mij geholpen gedachten en gevoelens te formuleren op een manier die ik niet zou hebben gekund als ik voor me uit zou hebben zitten mijmeren en in mijn eigen gedachten zou blijven zitten. Ik heb ontdekkingen gedaan. Schrijven doet iets met je. Wat goed is.

Ik kan het iedereen die geconfronteerd wordt met het verlies van een geliefde van harte aanbevelen.

Henk-Jan Leppink

 

brightelephant.nl/schrijvend-door-rouw/

 

Ingewikkelde vraag | Deel 2

De vraag’ Hoe gaat het met je?’ houdt me, zoals jullie in mijn vorige blog (Ingewikkelde vraag | Deel 1) hebben kunnen lezen, al een tijdje bezig. Uit de vele reacties blijkt dat veel mensen HGHMJ ook een ingewikkelde vraag vinden. Niet alleen (ex-) kankerpatiënten, maar ook mensen met chronische ziekten, mensen die rouwen om het verlies van dierbaren en mensen met serieuze psychische problemen. Niet alleen vraagontvangers maar ook vraagstellers. Met daarbij soms hartverscheurende verhalen. Reden temeer om nader te onderzoeken wat deze vraag zo ingewikkeld maakt. En opeens besefte ik het allerbelangrijkste.

Universele basisbehoefte
Namelijk onze universele behoefte om gezien, gekend en gewaardeerd te worden én om erbij te horen. Die behoefte is al zo oud als de wereld.  Diverse wetenschappers hebben daar onderzoek naar gedaan en theorieën over ontwikkeld . Bijvoorbeeld de bekende Amerikaanse klinisch psycholoog Maslow (1908-1970). Tachtig jaar geleden publiceerde hij zijn ‘theory of human motivation’, bij velen beter bekend als de  behoeftehiërarchie ofwel Piramide van Maslow. Naast primaire behoeften zoals als eten, drinken, ademhalen, onderdak en seks, heeft ieder mens volgens Maslow behoefte aan zekerheid, sociale contacten, erkenning en zelfrealisatie. Alhoewel het aanvechtbaar is dat ieder mens al deze drijfveren heeft en precies in de volgorde zoals Maslow in zijn model omschrijft  – volgens hem heb je eerst eten, drinken en onderdak nodig voordat je kan richten op sociale contacten, erkenning en zelfrealisatie- zijn deze universele behoeften anno 2021 nog zeker van waarde. 

Je bent al geliefd
Ook in de Bijbel is ‘gezien worden en geliefd zijn’ een terugkerend thema. Dan gaat het over God die je al bij naam kent, voordat je bent geboren en die ‘al je wegen ziet’ , altijd met je meegaat en onvoorwaardelijk van je houdt. Zoals zo mooi verwoord in onderstaand excerpt van Psalm 139. Henri Nouwen (1932-1996), van origine Nederlandse priester, psycholoog, missionaris en geestelijk verzorger heeft hierover in zijn monastieke boeken ook veelvuldig geschreven. Met als belangrijkste Goddelijke boodschap: ‘Wees welkom. Ik houd van je. Je bent al geliefd’. Voor gelovigen, zoals ik, een troostrijk gegeven. Zeker in tijden van ernstige ziekte of tegenslag. Maar is dit genoeg?

Maar is dit genoeg?
Het besef dat God ons liefheeft en ons vergezelt is steunend als je in God gelooft. Maar is dit genoeg om van te leven in tijden van ziekte en tegenslag? En hoe doe je dat dan als je helemaal niks met God hebt? En is het toereikend wanneer onze medemensen ons met oppervlakkige en afstandelijke varianten van de ‘Hoe-gaat-het-met-je?-vraag benaderen? Voor mij in ieder geval niet. Want ik heb daarnaast ook behoefte om gezien, gekend en gewaardeerd te worden door mijn medemensen. Precies zoals ik ben, zowel in goede als in minder goede tijden. Misschien juist dan nog wel meer. Niet alleen om wat ik doe of wat ik presteer (als goede moeder, partner, vriendin of professional), maar omdat ik besta. En ik wil graag door mijn medemensen gekend en omarmd worden in al mijn imperfectie, onvolkomenheid en -soms ook- krakkemikkigheid. Dus behoefte aan belangstelling, medeleven en diepgaand persoonlijk contact. Dat wil toch eigenlijk iedereen?

Je verhaal elke keer opnieuw mogen doen
Niet gezien, niet gekend en niet ontmoet worden is eenzaam, pijnlijk en verdrietig. En precies dáárom zijn al die oppervlakkige, pro-forma varianten, of nog erger, het uitblijven van de warme, empathische, verbale of non-verbale ‘HGHMJ-vraag zo schrijnend. De oprecht gestelde vraag HJGMJ is een belangrijk hulpmiddel om mensen met elkaar te verbinden en helpt om eenzaamheid te doorbreken. Net als allerlei non-verbale vormen van communicatie, zoals een arm om je heen, een knuffel of kus, gezellig samenzijn én praktische hulp.

Elke keer opnieuw je verhaal mogen doen, gevraagd en ongevraagd helpt. Niet alleen (ex-)kankerpatiënten maar ook mensen met andere ingrijpende verlieservaringen; verlies van gezondheid, verlies van je partner, ouder of kind, verlies van je werk en inkomen etc. Het verbindt mensen met elkaar, doorbreekt onze eenzaamheid en helpt bij verdere verwerking en herstel.

Goede communicatie gaat niet vanzelf
Stel dat iedereen op basis van het voorgaande overtuigd zou zijn van het belang van diepgaander persoonlijk contact, dan komt de volgende hindernis. Die gaat over communicatie. Goed communiceren gaat niet vanzelf, zo heb ik ooit in mijn psychologie studie geleerd en daar vervolgens jarenlang leidinggevenden en professionals op gecoached en getraind. Contact maken, houden en verdiepen is een kunst en een kunde. Mijn oud-collega Lex Oomkes schreef daar 25 jaar geleden al een aardig, praktisch bruikbaar boekje over (zie onder).

Communicatie is een samenspel waarin iedereen beurtelings zender en ontvanger is. Waarin we niet alleen verbaal maar ook non-verbaal communiceren. Op inhouds- en betrekkingsniveau (de interpretatie van de boodschap) en via meta-communicatie. Dat wil zeggen door met elkaar te praten over ‘hoe communiceren we met elkaar’, bijvoorbeeld wanneer gesprekken niet soepel verlopen. Goed communiceren vergt dus actieve inzet en betrokkenheid van alle partijen: als zender én als ontvanger. En in communicatie gaat ook nogal eens iets mis, bijvoorbeeld wanneer ontvangers de boodschap anders interpreteren dan door de zender is bedoeld of omgekeerd. Dus wanneer gesprekken als vanzelf goed verlopen is dat écht iets om dankbaar voor te zijn!

Goed communiceren gaat ook over communicatieve vaardigheden zoals actief luisteren naar verbale én non-verbale boodschappen, over open in plaats van gesloten vragen stellen, doorvragen en samenvatten- in sociale vaardigheidstrainingen nogal eens LSD genoemd-, over allerhande gesprekstechnieken om het gesprek op gang te houden, over complimenten geven, omgaan met kritiek en nog veel meer. Het liefst niet als trukendoos maar vanuit oprechte belangstelling in de ander.  Goede communicatie draagt bij aan wezenlijk contact en verbinding. En het is, zoals eerder gezegd, helend.

Regel van Benedictus
‘Aandachtig luisteren en daadwerkelijk en van harte respons geven zijn ook belangrijke uitgangspunten in de ‘Leefregel voor beginners ‘ , die de heilige Benedictus uit Nursia in de 6e eeuw na Christus schreef. Dit was in de middeleeuwen één van de meest invloedrijke leefregels voor monniken. De proloog van de Regel begint met ‘Luister, mijn zoon, naar de richtlijnen van uw meester en neig het oor van uw hart. Aanvaard gewillig de vermaningen van uw liefhebbende vader en breng ze metterdaad ten uitvoer.’ Benedictus doelt daarmee niet alleen op gehoorzaam luisteren naar God en de Abt, maar ook naar elkaar. In de Latijnse tekst wordt hiervoor het woord ‘auscultare’ gebruikt. Dat betekent: intens aandachtig luisteren naar het verhaal van de ander, met heel je hart, zonder te oordelen en met alle tijd van de wereld. Deze mooie vorm van luisteren, gevolgd door ‘van harte respons geven’ zou eigenlijk ook een leefregel voor iedereen buiten kloosters moeten zijn. Wil Derkse, hoogleraar filosofie, schreef er in 2001 een inspirerend boek over: Een levensregel voor beginners: Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven  (zie onder).

Als we dat met z’n allen wat vaker zouden doen, ongeacht met wie je omgaat, ziek of gezond, zou dit de kwaliteit van samenleven enorm verbeteren. En misschien bestaan al die oppervlakkige, pro-forma ‘Hoe gaat het met je?-vraagvarianten dan op termijn niet meer?!

Voorlopige conclusies
Dat gezien, gekend en gewaardeerd worden een universele behoefte is, moge duidelijk zijn. En ook dat het eenzaam is wanneer je je als ernstig zieke of anderszins verdrietige persoon niet-ontmoet, niet-gezien of niet-erkend voelt. Dat gevoel is trouwens niet voorbehouden aan mensen met serieuze verlieservaringen maar kun je ook ervaren als gezond en succesvol persoon.

Goede communicatie is een belangrijk hulpmiddel om echt contact met anderen te maken. Maar daar moet je wel wat voor doen. Dat geldt zowel voor vraagsteller als voor vraagontvangers.

Inmiddels ben ik er ook achter dat ernstige ziekte over het algemeen communicatie niet gemakkelijker maakt. Door mijn ziekte, veel stress, pijn, verzwakking en de bijwerkingen van allerlei medicijnen was ik in ieder geval lang niet altijd een plezierige gesprekspartner.  Dus ook voor mijn naasten en de professionals die mijn begeleidden een flinke  test qua inlevingsvermogen, stressbestendigheid en volharding. Maar gelukkig hebben de meesten het me vergeven.

Dus: laten we elkaar die welgemeende HGHMJ vraag vooral blijven stellen, niet als trukendoos of omdat het moet, maar omdat we allemaal behoefte hebben aan warm, persoonlijk contact en échte verbinding. Een hoopgevend perspectief!

En jij lieve lezer?
Ben jij net als ik nog steeds hoopvol over de toekomst van deze mooie verbindende en helende HGHMJ- vraag? Of schaar je je liever achter etiquettedeskundige en vaste Trouw-columniste Beatrijs Ritsema en Volkskrant-schrijver Ianthe Sahadat  (zie onder) die de HGHMJ-vraag beschouwen als een loze, rituele formaliteit, waar je dus vooral inhoudelijk geen antwoord op moet geven, want daar zit niemand op te wachten. Ik zit hier klaar met mijn turfpotlood.

Wordt vervolgd
Ben je net als ik in de ban geraakt van deze ingewikkelde vraag? Lees dan ook de volgende twee blogs in deze reeks. In blog 20 beschrijf ik een aantal factoren die de vraag HGHMJ zo ingewikkeld maken. In blog 21, volgen eindelijk (!) mijn eerder beloofde tips. Dus: ben je een lotgenoot, persoon met andere ingrijpende verlieservaringen, naaste of is écht contact maken een belangrijk onderdeel van jouw professie en ben je nieuwsgierig naar het vervolg? De volgende blogs komen er binnenkort aan!

Meer lezen:

  • Derkse, W. Een levensregel voor beginners – Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven’  (2001) Uitgeverij Lannoo.
  • Oomkes, L. & Garner, A. (1997)(2edruk). Praten met plezier. Uitgeverij Boom.
  • Sahadat, J. Hoe gaat het?(12 juni 2021)  Volkskrant Magazine, katern Leven,  blz 31-34.
  • Werkum, C. van. (mei 2021). Blog Ingewikkelde vraag (deel 1):  https://christablogt.blogspot.com/2021/05/blog-18-ingewikkelde-vraag-deel-1.html

Rouw, een normale reactie van een normaal mens


Al 20 jaar…
‘Het is al bijna 20 jaar geleden… hoe kan het dat het verlies van mijn vader me nu zo bezighoudt?’ Ik zit in mijn kantoor en ben in gesprek met een vrouw, een paar jaar jonger dan ikzelf. Ze heeft contact met me opgenomen omdat ze de laatste tijd somber is. Ik luister naar haar levensgeschiedenis en stel vragen. Haar verhaal raakt me. Het is een verhaal van verlies en bevroren tranen.

Een moeder die het leven maar net aan het hoofd kon bieden, een vader die hard werkte maar ook de spil in het gezin was. Zij als oudste van vijf kinderen. Ze vertelt over haar vader, sterk, gezond, altijd positief en vol humor. Haar ogen glimmen als ze over hem praat. Ze had een speciale band met hem. Toen ze, al jong, verkering kreeg had vader er nauwlettend op toegezien dat haar toekomstige man wel écht helemaal voor haar ging. Hij gaf niet zomaar zijn oudste dochter weg.

Het was goed gekomen tussen pa en schoonzoon. Vol verlangen keken ze uit naar hun trouwdag. Alles was gepland en de voorbereidingen waren in volle gang. Drie maanden voor de bruiloft had vader klachten gekregen. Wat leek op een onschuldig virus bleek een agressieve vorm van kanker te zijn. Zes weken had hij nog geleefd. Toen stierf hij, in het bijzijn van zijn vrouw, vijf kinderen en aanstaande schoonzoon.

Nog nooit verteld
Ik vraag haar hoe de laatste weken waren, wat ze nog gedaan en gezegd hebben, of ze goed afscheid heeft kunnen nemen. Terwijl de tranen over haar wangen stromen vertelt ze over die laatste weken die zo onwerkelijk waren. Ik probeer het me voor te stellen en ben geraakt door haar verwarring, machteloosheid en ongeloof van dat moment. Ze vertelt over de laatste uren, dat ze het leven uit hem weg zag glijden, de laatste minuten en toen de onwerkelijke tijd die volgde. Ik luister en vraag en luister.

‘Ik heb dit eigenlijk nog nooit aan iemand verteld!’ zegt ze na verloop van tijd. ‘Dat verklaart waarom je nu zo’n verdriet hebt.’, zeg ik. ‘De tranen van toen zijn bevroren. Er was geen tijd en ruimte voor. Jij moest er zijn voor je moeder en je broers en zussen. Jouw sterke vader was er niet meer en nu moest jij sterk zijn. Daarbij kwam dat je ging trouwen. En eerlijk is eerlijk… mensen vragen liever aan je hoe je bruiloft was en of ze de foto’s mogen zien en je huis bekijken dan dat ze het hebben over je overleden vader en hoe dat nu voor jou is.’

Normaal
Ik heb samen met een collega een lezing georganiseerd met Manu Keirse, de bekende Vlaamse hoogleraar die zich in verlies en rouw gespecialiseerd heeft. Ik zit voor in de zaal en hang aan de lippen van Manu. Hij vertelt vanuit zijn kennis maar vooral vanuit zijn ervaring over verlies en rouw. De voorbeelden die hij noemt kan ik zo plakken op de verhalen die ik in mijn praktijk hoor.

Hij vertelt over de enorme impact van verlies. Over de grote pijn die het kan veroorzaken, schuldgevoelens, vragen, vreemd gedrag, emotionele problemen. Elke keer zegt hij het weer: ‘Dit is een normale reactie van een normaal mens dat verlies meemaakt.’

Het is normaal dat je zeven jaar na het overlijden van je partner nog verdriet hebt. Niets vreemd aan als je drie jaar na een ongeval nog steeds niet kunt wennen aan de beperkingen die je hebt overgehouden. Het is normaal als je denkt dat jouw lieve kind dat twee jaar geleden overleden is straks weer gewoon de kamer binnenstapt. De stem horen of het luchtje ruiken van wie jou zo lief was is geen teken dat je gek wordt, het is normaal. Het hoort bij verlies en rouw.

Ik denk aan de jonge vrouw die zich vertwijfeld afvroeg hoe het kan dat er 20 jaar na het overlijden van haar vader nog zoveel verdriet is. Ik heb tegen haar gezegd dat ik het niet meer dan logisch vind. Toen was er geen ruimte om te rouwen om het verlies. Haar tranen nu zijn normaal, zij is normaal.

Omgaan met verlies
Manu geeft talloze voorbeelden en tips van hoe we op een goede manier kunnen omgaan met verlies bij onszelf maar ook bij de ander. Ik zou wel willen dat iedereen vanavond meekijkt en luistert. Wat kunnen we hier veel van leren en wat zal mijn praktijk rustig worden als we dit allemaal zouden doen. ‘Als iedereen die vanavond luistert vijf dingen die hij gehoord heeft onthoudt én die aan vijf personen doorgeeft, dan gaat er iets veranderen in onze maatschappij’, roept hij op.

Een prachtig idee; ik neem me voor na afloop eens rustig te gaan zitten voor wat ik door wil geven. Ik blader nog eens door mijn aantekeningen en laat de avond in gedachten weer langskomen. Ik weet al snel wat ik door wil geven.

Als verlies je raakt… vijf tips
1. Een verlies verwerk je niet; je overleeft het. Een verlies geef je geen plekje, je verweeft het in je leven. Het verlies gaat met je mee het leven in; de oude word je niet meer en dat hoeft ook niet. Zie het als een boom die in de winter zijn bladeren verliest. De bladeren komen nooit meer terug; wel nieuwe, jonge bladeren als het lente wordt. Het is dezelfde boom, maar toch anders. Of, zoals Manu Keirse uitlegde: zie verlies als een schaduw. Je hebt hem altijd bij je. Soms heel klein, soms groot, soms zomaar onverwacht als je een hoek om gaat is hij daar.

2. Geef ruimte aan schuldgevoelens. Ze zijn niet verkeerd en ze hoeven niet weggeredeneerd te worden. Misschien voel jij je schuldig omdat je je partner liet gaan terwijl je wist dat hij dacht over zelfdoding. Toen niet hij, maar twee agenten op de stoep stonden, kwam er een steen in je hart. Schuldgevoelens hebben ruimte nodig; praat erover! Schuldgevoelens zeggen niet dat jij schuldig bent, maar ze zeggen iets over liefde en verantwoordelijkheid. Daar mag je het over hebben.

3. Help mensen met verlies om op verhaal te komen. Laat hen vertellen over wat ze hebben meegemaakt, over hun gevoelens en gedachten. Zo vaak als nodig is. Zo lang als nodig is. Delen is helen; een verhaal kan niet vaak genoeg verteld worden. Vraag ook naar de details, naar de pijnlijke momenten, naar de mooie herinneringen. Alles is belangrijk! Help mensen om hun verhaal compleet te krijgen; bezoek nog eens een arts, vraag om een gesprek bij de politie, praat met de leerkracht van je kind, nodig vrienden uit, lees krantenknipsels of zoek naar de ontbrekende informatie.

4. Vraag niet aan iemand in rouw: ‘Hoe is het?’ Vraag liever: ‘Hoe ben je de afgelopen tijd doorgekomen?’

5. Noem de naam van de overledene en blijf de naam noemen! Door het noemen van een naam rakel je het verdriet niet op maar geef je juist erkenning aan het verdriet. Het noemen van een naam zorgt voor verbinding.

Doorleven
Ik kijk met dankbaarheid terug op een prachtige avond met een man die mij geïnspireerd heeft. Zo’n vijf jaar geleden hoorde ik hem voor het eerst spreken op een congres over ‘Rouwen om het verlies van je baby’. Toen ik die avond thuiskwam wist ik waar ik mijn scriptie over ging schrijven. ‘Leren leven mét verlies’. Ik ging meteen aan de slag en een paar maanden later presenteerde ik de scriptie voor mijn studiegenoten. Die scriptie is de basis geworden van mijn boek ‘Doorleven – Omgaan met verlies en rouw‘.

Doorléven; stilstaan bij en vertellen over wat je meemaakte. Tranen huilen, vragen stellen, boos zijn, herinneringen koesteren, twijfelen, wanhopen, opgelucht zijn… het hoort er allemaal bij.

Dóórleven; de draad van het leven weer oppakken. Oude dingen voortzetten, nieuwe dingen beginnen. Nee, het wordt niet meer als toen, maar je mag verder, je verlies overleven, dóórleven mét verlies.

Hoe je dat doet? Er is geen vaste route, geen goed of fout, geen tijdspad. Het is onderweg gaan op de weg van verlies. Heb je daar een steuntje in de rug bij nodig? Schaam je daar dan niet voor… zoek iemand die voor jou veilig en vertrouwd is en deel je verhaal of zoek lotgenotencontact. En vergeet niet: wat jij meemaakt, voelt en denkt is normaal!

Meer weten, boeken lezen, gratis brochure downloaden of op zoek naar lotgenotencontact? Klik hier. 

Geschreven door Judith Stoker, een levenslustige, positief ingestelde, gelovige 40+ vrouw. Ze geniet van het leven en hoopt dat ze voor velen een inspirerend voorbeeld is. Lees meer van Judith op: https://www.judithstoker.nl

Ingewikkelde vraag | Deel 1


‘Hoe gaat het met je?’ vond ik vroeger een doodnormale vraag.  Sinds mijn kanker-diagnose 2 jaar geleden niet meer. Vaak weet ik niet zo goed wat te antwoorden. En wanneer de vraag uitblijft, mis ik hem. Soms ben ik er zelfs verdrietig van. Hoog tijd dus om deze goed bedoelde vraag eens tegen het licht te houden. Wat maakt hem zo ingewikkeld? Wat zegt dat over de vraag? En over mij? En over de vraag stellers? Ben ik de enige die dit ingewikkeld vindt of hebben andere (ex-)patiënten dat ook? In deze blog allereerst een aantal veel voorkomende varianten. De volgende blog gaat over hoe hiermee misschien beter mee om te gaan.  

Veel voorkomende varianten
De afgelopen 2 jaar heb ik nogal wat ‘Hoe-gaat-het-met-je?’- vraagvarianten meegemaakt:

De klinische variant. Vaak gebruikt door medici. Meestal gericht op het verzamelen van feiten over je lichamelijke wel en wee en eventuele kwalen ten gevolge van je ziekte, behandelingen en medicatie. Wordt vaak gebruikt in combinatie met de welbekende 10 punts-schaal: ‘Kunt u  op een schaal van 1 tot 10 aangeven hoeveel pijn u heeft? Hoe misselijk u bent? Hoe zwaar deze oefening voor je is? etc.  Tijdens mijn behandeldagen en  ziekenhuisopname werd de 10-punts schaal-vraag ettelijke keren op een dag gesteld door professionals van verschillende (para-)medische disciplines die tijdens een dag de ronde langs je bed maken. Totdat je het helemaal spuugzat bent.  Ook mijn toenmalige oncologische wijkverpleegkundige en mijn oncologiefysiotherapeut, die ik allebei zeer hoog acht en graag mag, gebruik(t)en deze vraag regelmatig.

De empathische, meelevende variant. Vooral gebruikt door lieve familieleden, vriendinnen en  vrienden. Vooral in de periode dat ik ernstig ziek was en tijdens het begin van mijn herstel. Vaak in combinatie met een warme, liefdevolle, enigszins bezorgde blik,  een arm om m’n schouder, een aai over m’n rug, handje vasthouden of een stevige knuffel. Dat was vóór de Coronatijd. Toen aanraken nog mocht. Zo’n vraag waardoor je je geliefd en geborgen voelt en alles durft te vertellen wat er op dat moment in je omgaat.  In het diepst van mijn ellende leidde dat meestal tot ellenlange, door medicatie enigszins verwarde opsommingen over hoe slecht ik me fysiek, mentaal en emotioneel voelde.  Meestal in combinatie met huilbuien Voor mijn dierbaren een flinke oefening in empathie en engelengeduld. En ze hebben het fantastisch gedaan!

De therapeutische variant. Het woord zegt het al. Wordt vooral gebruikt door psychologen, therapeuten en aanverwanten. Mensen die er hun beroep van hebben gemaakt om aandachtig te luisteren naar de misère van anderen. Dit bedoel ik beslist respectvol. Vaak gecombineerd met mooie andere, open, uitnodigende vragen en meestal gevolgd door bemoedigende zinnen, fraaie beeldspraken en andere perspectief gevende opmerkingen.  Motiverende gespreksvoering en positieve psychologie dus.  Een warm professioneel bad en heel opbeurend om te ontvangen!

De snelle variant. Wordt meestal via social media gesteld. Bijvoorbeeld via een appje, een LinkedIn- of Facebook bericht.  Omdat je de vraagsteller niet ziet is het over het algemeen lastig te peilen hoe groot iemands feitelijke interesse is. Dat maakt beantwoording ook lastig. Mijn initiële blijdschap met al die aandacht leverde daarom ook regelmatig een eenzaam gevoel op. Want  over en weer getypte zinnetjes uitwisselen, soms met tussenpozen van dagen tussen de vraag en het antwoord, geven nou niet echt hetzelfde gevoel van contact, zoals in face-to-face.  Toen ik zo ziek, zwak en misselijk was, had ik vaak ook niet de puf om überhaupt te reageren. Want typen was ten gevolge van verminderde spierkracht, conditie en concentratie te inspannend.  Dus niet echt een geslaagde vorm van communicatie, hoe goed bedoeld ook door al mijn social media-connecties en mijzelf.

De non-verbale variant. Deze kenmerkt zich door een aandachtige, uitnodigende ik-heb-alle-tijd-van-wereld, je-mag-me-alles-vertellen houding. Als ik dit schrijf denk ik bijvoorbeeld aan een goede, welbespraakte vriend, die ondanks zijn drukke agenda met enige regelmaat tijdens mijn ziekteperiode langs kwam. Hij ging dan in de stoel aan het voeteneinde van de bank waarop ik overdag lag zitten en wachtte rustig en aandachtig tot ik uit mezelf begon te vertellen. Zonder dat hij überhaupt de vraag hoefde te stellen. Zo uitnodigend was zijn houding.  En hij luisterde elke keer aandachtig zonder te oordelen of adviezen te geven. Iets dat hij in andere situaties heel goed kan.

De pro-forma variant. Gebruikers kan je meestal herkennen aan beperkt oogcontact en de blik op elders gericht. Ze zijn meestal  onderweg naar iets maar voelen zich min of meer verplicht om, wanneer ze je bijvoorbeeld ergens in de stad tegenkomen, toch even kort te vragen hoe het met je gaat. Varianten hierop zijn ‘Hoe is tie?’ en ‘Alles goed?’. Ik ben er inmiddels achter dat deze categorie mensen overwegend vooral goed nieuws wil horen en zeker geen uitgebreide antwoorden. Het voor de hand liggende antwoord bij deze vraag is daarom ‘Ja hoor’, gevolgd door de wedervraag ‘En met jou?’. De gemiddelde toevallige voorbijganger kan daarbij net als jij volstaan met ‘Goed hoor’ en daarna vervolgt iedereen zijn/haar weg. Deze variant komt relatief veel voor wanneer je na langdurige, ernstige ziekte weer vaker in het openbaar verschijnt.

De onverwachtse variant.  Deze komt, zoals het woord al zegt,  vooral voor op onverwachtse momenten. En overvalt je dan. Bijvoorbeeld omdat die op een moment gesteld wordt  waarop je eigenlijk helemaal geen puf hebt voor gesprekjes. Zoals bijvoorbeeld al die keren dat ik me niet goed voelde en mezelf toch naar de winkel sleepte om wat elementaire boodschappen te doen. En dan vraagt een kennis opeens ‘Hoe gaat het je?’ Het liefst zou je dan ter plekke in huilen willen uitbarsten. Maar je hebt al je energie nodig voor het tripje heen en terug, dus je probeert je flink te houden.  Nou ja, de eerste keer lukte dat niet. Daarna was ik er op voorbereid. Want zoiets wil je anderen én jezelf niet nog een keer aandoen.

De niet-gestelde variant. Deze komt vooral voor nadat de ergste ziekteverschijnselen voorbij zijn. Dan gaan alle lieve mensen die zich eerder intensief om je hebben bekommerd weer over tot de orde van hun eigen gewone leven en verdwijn je als het ware van hun  ‘wie-heeft-nu-even-extra-aandacht-nodig’-lijst. Dit bedoel ik beslist niet als schop achteraf tegen mijn dierbare intimi. Want ik snap het goed. Iedereen heeft ook zijn/haar eigen leven met eigen ups en downs en dat behoeft ook tijd en aandacht. Dus eindeloos en grenzeloos je aandacht aan zieke medemensen blijven geven is misschien iets te veel gevraagd. Maar oh, wat verlang ik ook soms nu nog – nu ik alweer 1,5 jaar kankervrij en behoorlijk zelfredzaam ben- naar die oprechte, warme, empathische  ’Hoe gaat het met je?’-vraag. Wanneer die in contact met dierbaren uitblijft, maakt me dat af en toe verdrietig.  Want persoonlijke betrokkenheid is en blijft, ook in deze herstelfase, fijn.

Kinderliedje: Hoe gaat het met je?

(met dank aan juf Barbara Broothaerts)

Vraag aan jou
Beste lezer, vind jij de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ ook zo ingewikkeld? Herken je als (ex-)(kanker-) patiënt deze varianten? Of ken je misschien nog andere? Of ben je naaste of hulpverlener van iemand met een langdurige ziekte of beperking? Wat is jouw favoriete vraagvariant in contact met hen? Leuk als je dat met ons wil delen!

In mijn volgende blog deel ik graag nog iets meer over mijn worstelingen met deze ingewikkelde vraag. En ik geef een aantal tips over hoe (misschien) beter met deze vraag om te gaan. Zowel voor vraagontvangers als vraagstellers.

Wil je meer weten? Houd mijn nieuwe blogposts in de gaten!

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Gelukkig voelt Christa zich nu een stuk beter. De ziekte heeft haar veel waardevolle levenslessen gebracht. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.

Ziekenzalving

“Gaat het gelijk al zo slecht met Lenneke, dat ze ziekenzalving krijgt?” Dat was de geschrokken reactie van vrienden van ons, katholiek van huis uit, toen ze hoorden dat ik ziekenzalving zou krijgen. Ze dachten aan het laatste oliesel, wat een gebruik is in de katholieke kerk bij stevenden. Ik moest er wel om glimlachen, maar deze opmerking geeft aan dat ziekenzalving soms vragen oproept. Of ziekenzalving wordt verward met gebedsgenezing, dat gebeurt ook nog wel eens. Ziekenzalving is zeker in de protestante gemeentes niet iets wat heel veel gebeurd. Terwijl het toch een Bijbels sacrament is.

Nadat ik in 2014 als donderslag bij heldere hemel te horen kreeg dat ik ongeneeslijk ziek was, kwam er, naast alle lichamelijke zorgen en emoties, ook al vrij snel een verlangen in mij om ziekenzalving te krijgen. Waar dat verlangen vandaan kwam, weet ik niet. Maar het was er opeens. In de protestante gemeente waar ik deel van uit maak, was, en is dat niet iets wat heel gangbaar is. In ieder geval meestal niet in een dienst, of in het midden van de gemeente. En dat was nu juist wat ik heel graag wilde; niet alleen ter versterking van mijzelf, maar ook als bemoediging en getuigenis voor de mensen om mij heen.

Voor onze nieuwe, jonge dominee, en natuurlijk voor mij, was het de eerste keer dat we het meemaakten; ziekenpastoraat. Hij als pastor, ik als zieke. Samen hebben we een ontdekkingstocht gemaakt hierin. Nadat ik mijn verlangen naar ziekenzalving aangegeven had, heb ik drie weken na de diagnose ,op een zaterdagochtend, te midden van familie, vrienden, collega’s en kennissen,in de kerk ziekenzalving gekregen.

In de uitnodigingsmail die we stuurden, stond ook een stukje uitleg.  (Overgenomen uit: v/d Kooi & v/d Kooi Dijkstra, Ziekenzalving, Werkboekjes voor de eredienst, PKN)

Vragen om genezing naar geest , ziel en lichaam:
“Ziekenzalving is een Bijbels gegeven waarmee de betrokkenheid van God bij heel de mens in ziekte en gezondheid tot uitdrukking wordt gebracht. Mensen worden met geheel hun leven, hun geschiedenis, hun hoop en wanhoop geplaatst binnen de kring van Gods genadige bemoeienis. We doen dit in het vertrouwen dat mensen daar beter van worden. Hoe dat ‘beter’ gestalte krijgt, weten we vooraf niet, dat is aan God. Soms worden mensen erdoor gesterkt of getroost; soms leren zij zich zo toe te vertrouwen aan God dat zij kunnen sterven. Soms leren zij een ziekte of kwaal te aanvaarden. Soms genezen zij. Het gaat er uiteindelijk om gelovig te gehoorzamen aan de opdracht uit Jacobus 5 en Marcus 6 : 12 en 13. Het gaat er om de gelovige omgang met God te oefenen. Het gaat om God en het gaat God om mensen.”

We hebben gebeden om genezing naar geest, ziel en lichaam. Nadrukkelijk in die volgorde. Er was mooie muziek. De olie op mijn hoofd. Zegende handen. De volledige overgave.
De zalvingdienst is voor mij een troostend ankerpunt in mijn ziekteproces geweest. En nog steeds.

Tijdens de dienst heb ik zelf ook een gedicht voorgelezen. Mijn gedachten, zorgen en onzekerheden had ik opgeschreven. Dichteres en gemeentelid Natasja Douma heeft dit knap en prachtig verwoord in het volgende gedicht:

Heer, U doorgrondt en kent mij
U weet waar ik doorheen moet gaan
U kent mijn onzekerheid en angst
U voelt mijn vertrouwen dat U er zal staan

Ineens bestaat mijn hele leven
Uit die onontkoombaar moeilijke weg
Maar ik voel Uw nabijheid, ervaar de rust
Als ik mijn lot in Uw handen leg

Natuurlijk ben ik bang van binnen
Bang over wat er nog gaat komen
Waar ligt mijn toekomst, tot waar kan ik kijken?

Waarover kan ik nog dromen?
‘s Nachts als ik alleen ben
En mijn bange ziel niet slapen wil
Dan spreek ik mijzelf toe met de woorden;
Stil, mijn ziel wees stil

Ik kijk naar de dingen die ik weet;
U houdt mij vast en zal mij dragen
U leidt mij, helpt mij hier doorheen
U bent er als ik iets wil vragen

Als ik huil, huilt U met mij mee
En soms, als er geen woorden zijn
Mag ik stilletjes tegen U leunen
En gewoon even bij U zijn

Lieve trouwe, grote Vader
Dank U wel, dat U mij kent
Ik zou mij geen raad hebben geweten
Als ik niet wist dat U bij mij bent

Ik bid U om mij te genezen
Hoe dat gebeurt, bepaalt U, Heer
Genees mijn geest, mijn ziel, mijn lichaam
Ik leg mijn lot in Uw handen neer

Lenneke de Mooij heeft uitgezaaide eierstokkanker. Daarbij is ze actief voor Olijf, het netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker. “Kan ik mijn ziekte en situatie misschien ombuigen zodat er iets zinvols uit voort kan komen?” vroeg ze zich af. In haar blogs voor Als kanker je raakt deelt ze daarom haar ervaringen en bevindingen over hoe ze leeft met de ziekte kanker in haar leven.

Moederdag en kanker

Moederdag en kanker. Een vreemde combinatie. Maar op een bepaalde manier in mijn leven onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarover gaat deze blog. En over nieuw perspectief!

Fase 1
Eigenlijk bestaat mijn leven uit 5 fasen. In de eerste fase was iedereen nog gezond en onbekommerd. Ik aarzelde even om ‘gezond en gelukkig’ te schrijven, dat is misschien een te groot woord. Dat onbekommerde veranderde drastisch toen mijn moeder op 51-jarige leeftijd darmkanker bleek te hebben. Op 52-jarige leeftijd is ze overleden, want de kanker was teruggekomen en niet meer behandelbaar. Ik was toen 21 jaar en mijn broers 19 en 17. Iedereen was er kapot van en ons gezin viel uit elkaar.

Fase 2
De 2e fase was: Verder leven zonder moeder. Dat was een periode van diepe rouw, weer opkrabbelen en verder gaan. Ieder voor zich. Mijn vader als weduwnaar met 3 studerende, uit huis wonende kinderen, elk op kamers in een andere stad. Dat rouwen over het voortijdige verlies van onze lieve, sterke moeder heeft jaren geduurd. En het heeft lang geduurd voordat ik weer volop kon lachen en genieten.

Christa en haar moeder (1962, privécollectie)

Fase 3
Op een gegeven moment gebeurden er gelukkig toch weer allemaal positieve dingen in mijn leven. Dat was fase 3: Het volle leven. Ik werd verliefd- beslist vaker dan een keer-, ik kreeg langdurige relaties, ging samenwonen, werd zwanger, trouwde (en later nog een keer) en kreeg 2 prachtige dochters. Ook op andere vlakken ging het goed: Ik studeerde af, kreeg leuke, interessante banen, bouwde fijne vriendschappen op, we kochten een huis, verhuisden naar een andere plaats, werden opnieuw lid van fijne kerkgemeenschap, de kinderen werden groter, gingen naar school, vervolgonderwijs, etc. etc. Bij al die belangrijke levensgebeurtenissen heb ik mijn moeder regelmatig gemist en gedacht ‘misschien is ze toch nog ergens op afstand bij ons en met ons verbonden’.

Ook heb ik me lang afgevraagd of ik zelf ouder dan 52 jaar zou worden. Eigenlijk kon ik me daar niks bij voorstellen. In de loop van de tijd schoof die leeftijdsgrens van 52 jaar enigszins op. Want ik dacht ‘met de stand van de huidige wetenschap, mijn goede gezondheid, mijn opa’s en oma’s en vader die allen respectabele leeftijden hebben bereikt, kan ik zeker 70 of misschien wel 80 jaar worden’.

Fase 4
Totdat ik 2 jaar geleden zelf op 57-jarige leeftijd kanker bleek te hebben. Toen belandde ik samen met al mijn dierbaren abrupt in fase 4. Mijn wereld stortte opnieuw in. De onschendbaarheid die ik dacht te hebben met alle bijbehorende bezwerende gedachten – ‘mijn moeder kreeg ik het wel, maar ik zeker weten niet’ – bleek helemaal niet te bestaan. Want ook ik had een agressieve vorm van kanker, alleen een andere soort. En ook ik heb, net als mijn moeder, kinderen. De jongste is nu 17, dezelfde leeftijd als mijn jongste broer bij het overlijden van onze moeder. En de oudste is slechts enkele jaren ouder dan ik destijds was. En oh, wat was ik bang dat mijn dochters, net als ik destijds, op veel te jonge leeftijd afscheid zouden moeten nemen van hun moeder. Dat wil je je kinderen toch niet aandoen! Dus mijn doel was toen vooral: in leven blijven, voor mezelf en mijn kinderen. Maar helaas hebben niet alles zelf in de hand. Het enige dat je kan doen is hopen en bidden, op genezing en nieuw leven. Dus dat heb ik volop gedaan. En velen met mij. En het heeft geholpen!

Fase 5
Nu zit ik fase 5: Christa leeft! En ik ben dankbaar. Dankbaar voor mijn nieuwe leven en dankbaar dat ik nog steeds moeder voor mijn dochters mag en kan zijn. Nu ben ik bezig mijn leven weer op te bouwen en opnieuw zin te geven aan mijn bestaan. De opgave in deze fase is om weer echt vol in het leven te gaan staan. Op alle fronten: Gezonder en sterker worden. Een diepere band met mijn dochters en anderen ontwikkelen. En nieuw, zinvol perspectief vinden qua relaties en werk. Kortom ik zit weer in de lift en het leven lokt!

Aanstaande zondag vier ik – alweer voor de 2e keer een kankervrije- Moederdag samen met mijn dochters. En we hopen dat ons nog vele jaren met elkaar in liefde en met een zo goed mogelijke gezondheid is gegund.

Dat wens ik iedereen die dit leest ook van harte toe!

Tip van mij: luister eens naar dit lied ‘Mama ik hou van jou’ van Sandy Struijs.

Levendige groet, Christa

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Gelukkig voelt Christa zich nu een stuk beter. De ziekte heeft haar veel waardevolle levenslessen gebracht. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.

Je brengen waar je niet naartoe wilt….

Of we direct bij de huisarts wilden komen. Mijn eerste reactie was: ‘We komen vanmiddag wel, mijn vrouw heeft nu rust nodig.’ We waren al maanden aan het kwakkelen en al die tijd had de huisarts geen oorzaak kunnen vinden. Gelukkig hield de assistente vol en zo zaten we een kwartier later in de spreekkamer.

De dag daarop volgden de opname en onderzoek in het ziekenhuis, waar binnen 24 uur de oorzaak van de ellende werd vastgesteld. Een NET-tumor van tien centimeter rond de alvleesklier. Snel door naar het UMCU, waar de chirurg reageerde met de woorden: ‘Dat u nooit achter het stuur bent weggevallen. U hebt een engeltje op uw schouder.’ Die opmerking bracht bij mijn vrouw direct Psalm 91 in gedachten. Wonderlijk hoe God via via woorden kan geven die je bemoedigen.

Een grote buikoperatie volgde en na een periode van herstel leek alles goed en schoon. Totdat. Een explosie van 15 grote en kleine tumoren. Opereren was nu geen optie. Genezing was niet meer mogelijk. Wel het vergroten van levenskwaliteit en duur. Na een jaar van behandelen en toch nog een operatie waren de meeste tumoren weg. Totdat. Weer een explosie van 60 kleine tumoren. Ook nu een radioactieve behandeling. En ook nu bijzondere zegen. Van 60 in het voorjaar naar 30 in de zomer en 14 tumoren in het najaar. Op dit moment zien we uit naar een oproep voor een grote buikoperatie in een poging zoveel mogelijk kleine tumoren te verwijderen. Ziekenhuis in en weer uit. In en uit. Brengen waar je niet naartoe wilt? Reken maar.

In het geciteerde Bijbelvers spreekt Jezus tot Petrus over bij de hand genomen worden naar een plek die hij zelf niet kiest. Sterker nog, brengen naar waar je niet wilt. Maar juist zo zou Petrus getuigen van Zijn Heer en Heiland tot in het centrum van de macht, Rome. Brengen waar je niet naartoe wilt. Zo voelt ons hierboven beschreven traject ook. Zeker in het begin hebben we slapeloze nachten gehad en veel gehuild. Met de gemeente hebben we ook veel gebeden. Voor iedere grote behandeling heeft mijn vrouw ziekenzalving ontvangen in het midden van de gemeente. En dat heeft ons en anderen rijk bemoedigd. De ziekenzalving als een tastbaar gebed, een sacrament, over haar leven. Naast de pijn die ik soms letterlijk in mijn lijf voelde, was dit moment van haar mogen zalven met olie en voor haar bidden, zo rijk en intens. Het liefste dat ik hier op aarde heb zichtbaar toevertrouwen aan de Liefde van het heelal. Dat werkt helend in de pijn, de verwarring, de angst en onzekerheid. Ik vind het wonderlijk hoe de dreigende hand van de ander kan veranderen in de zegenende hand van de Ander.

Herkent u, herken jij, dat in je eigen leven? Of wil je dat ontvangen? Ik geloof dat het kan waar wij Jezus volgen. Dan kun je leven en zelfs sterven tot eer van Hem. Jezus zegt: ‘Volg Mij!’ Als je Jezus volgt, weet je wie je bij de hand neemt. Of het nu een Romeinse soldaat is, zoals bij Petrus, of ziekte en tegenslag. Waar jij en ik onze handen in Zijn hand leggen, is het de Vader die ons leidt. Ik nodig je uit om met mij mee te bidden: Neem Heer, mijn beide handen, en leid Uw kind. Dan reis je veilig, dan reis je goed. Zelfs in de onzekerheid en verwarring die kanker in je leven brengt.

Jouke Telgenhof, predikant te Strijen – wijk Ichthus

Ik stond erbij en ik keek ernaar

Ik ben een jonge, pasgetrouwde vrouw van iemand met kanker. Een Naaste. In dat woord zit iets passiefs. Zo van ‘Ik stond erbij en ik keek ernaar.’ In de basis is dat ook precies wat ik doe, erbij staan en ernaar kijken. Bij elk moeilijk gesprek, elke chemo die naar binnen druppelt, elke bloedtransfusie die gegeven is en niet te vergeten de stamceltransplantatie. Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Ik sta daar en kijk omdat ik alles wil weten. Gretig neem ik elk detail in me op. Wat zeggen de dokters? Hoe kijken ze? Zie ik naast die serieuze blik ook hoop op hun gezicht? Welke medicijnen geven ze en zijn ze wel op tijd? Zien ze niets over het hoofd? Ik stel ze vragen en houd alles in de gaten. Uren googelen maakt dat ik inmiddels het vakjargon steeds meer begin te begrijpen. Ik wil dezelfde taal spreken om zeker te weten dat ze alles vertellen. Ik wil gerichte vragen stellen en hun antwoorden horen. Ik wil weten waar ik op moet letten, want als de arts niet in de buurt is, ben ik verantwoordelijk en houd ik mijn man nauwlettend in de gaten. Of hij pijn heeft, hoe zijn kleur is, hoe hij praat, beweegt, eet, slaapt, loopt. Ik sta ‘aan’ en heb geleerd om alert te zijn. Inmiddels weet ik de juiste termen te googelen om te weten of we actie moeten ondernemen of juist rustig kunnen gaan slapen. De betekenis van de labuitslagen weet ik uit mijn hoofd en als ze wat schommelen, gaan in de bovenkamer alle radartjes draaien om een oorzaak te vinden. Ik heb geen medische achtergrond, maar erbij staan en ernaar kijken bleek erg leerzaam te zijn.

We grappen wel eens dat ik zelf mijn man’s dokter ben geworden. Of zijn privé zuster, toen ik hem dagelijks meerdere spuiten moest geven om de stamcellen op te wekken. Later zelfs apotheker toen ik elke zaterdag tientallen doosjes pillen zat te verdelen in de weekcasette. Kleine dingen, die maken dat ik naast vrouw ook hulpverlener ben geworden. Een rol die is veranderd zonder dat je het door hebt. Het is een bepaalde modus en het klinkt misschien vreemd, maar ik had er geen seconde van willen missen. Om te begrijpen, doorgronden, het mee te maken en samen te dragen. Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Erbij staan is juist ook bijstaan. Als naaste voel ik me vaak machteloos, maar bidden en bijstaan zijn tegelijkertijd de meest praktische dingen die je voor iemand met kanker kan doen. Bijstaan is soms dat extra paar ogen en oren zijn. Een schouder om op te huilen of juist met flauwe grappen de situatie relativeren. Juist door deze periode hebben wij elkaar nog beter leren kennen. We hebben elkaar op ons allerslechtst gezien en ondanks dat we beiden anders met de situatie om gaan verbindt het ook. We zijn meer op elkaar ingespeeld. Ondanks alle spanning, de weken dat we van elkaar gescheiden waren door ziekenhuisopnames, de medicatie die het humeur beïnvloeden, de korte nachten en meer dan een jaar van bijna-isolatie. We zijn niet geknakt. We zijn gegroeid als individu en naar elkaar toe gegroeid als koppel. We weten dat dit onze weg is. De weg die voor ons is uitgestippeld en die we samen moeten bewandelen. En af en toe, als we het spoor bijster zijn en we hulpeloos naast elkaar staan, staat Hij erboven en ziet Hij ons.

Jasmijn Blokland-Kunst

Worstelen met wonderen – Gebedsgenezing

Gebedsgenezing
Wonderen gebeuren, ook vandaag de dag. Mensen worden genezen door gebed, soms gewoon thuis, na gebed of ziekenzalving. Soms in bijzondere bijeenkomsten waar speciaal voor zieken gebeden wordt. Of misschien wel omdat er in stilte of in de beslotenheid van een kleine groep of gezin gebeden is.

In het boek ‘Geen grappen God!’ beschrijft Corlien Doodkorte die de ene na de andere ernstige, ongeneeslijke aandoening krijgt (waaronder Parkinson), hoe ze, zonder er naar op zoek te zijn, een onvoorstelbaar wonder meemaakt. Ze wordt na een spontaan gebed van iemand die het op zijn hart kreeg om voor haar te bidden tijdens een bijeenkomst, genezen van Parkinson!

Een wonder van God. Geweldig. Een tweede leven, toch nog je kinderen en kleinkinderen kunnen op zien groeien en toch, voor Corlien zelf was het ook een worsteling. Waarom zij wel en zoveel anderen niet?

Lange tijd begeleidde ik Lia, een lieve, gelovige vrouw met vergevorderde MS. Er is zoveel voor en met haar gebeden, maar de ziekte bleef doorgaan. Zelfs toen ze alleen haar handen nog maar kon gebruiken. Het was het allerlaatste stukje zelfstandigheid. Nog zelf een cd aan kunnen zetten, de bladzijde van je boek omslaan. Je neus snuiten, even jeuken op je hoofd, je rolstoel voortbewegen, een slokje water nemen, telefoneren. Ze droeg haar ziekte zonder klagen of opstandigheid en keek altijd naar wat ze nog wel kon. De kracht in haar handen werd minder en het gebed nam toe. Tevergeefs. Ze raakte volledig afhankelijk van anderen. Inmiddels is ze overleden. Waarom deed God niets? Waarom stopte Hij de ziekte niet? Had ze geen geloof genoeg, of is er verkeerd gebeden? Is het een straf?

Ik denk aan nog zoveel andere situaties waarbij intens gebeden is, maar niets gebeurd is, of misschien moet ik het anders zeggen: niets zichtbaars. Wat kan het moeilijk zijn om dan te begrijpen waarom je niet geneest. Er staan toch teksten vol beloftes in de Bijbel, ook over genezing?

Laat God, God zijn
Jezus genas, we lezen het in de verhalen in de Bijbel. Jezus geneest, ook vandaag, ik heb het in mijn eigen omgeving meegemaakt. Genezing is mogelijk; dat is een waarheid die ik erken. Maar er is ook een andere kant van de medaille. We leven in een gebroken wereld. Een wereld die zucht en steunt door de gevolgen van de zonden en de keuzes die wij maken. Een wereld waarin ziekte is, pijn, gebrokenheid, lijden, vervolging, oorlog, misbruik, honger, onrechtvaardigheid.

Dat is de realiteit waarin we leven. God weet het! God kan er iets aan doen, Hij heeft alle macht. Alles is mogelijk. En… Hij doet het ook. Wonderen gebeuren. Maar, niet als vanzelfsprekend, of omdat wij zo goed bidden of zoveel gezag uitoefenen. Niet als methode. Lang niet altijd op onze manier of op onze tijd. En waar wij ons richten op het zichtbare, op genezing, op spectaculaire wonderen, ziet Gods wonder voor iemand er misschien wel heel anders uit… Is een wonder van kracht om door een moeilijke tijd heen te gaan of om ondanks een ernstige ziekte blijdschap en vrede te ervaren misschien wel een veel groter wonder?!

Laten we stoppen om God de weg voor te schrijven. Mag God God zijn? Ook als het anders gaat dan jij voor ogen had? Durf te vertrouwen en te rusten in zijn oneindige liefde voor jou. Hij kent jou, Hij weet wat het beste voor je is! Ook als je ziek bent of door het leven bent gekwetst.

Een wonder is geen wonder meer als we er een formule op los kunnen laten. Een wonder is geen wonder meer als we door aan voorwaarden (geloven of bidden of vasten of… ) te voldoen ontvangen wat we wensen. Een wonder is geen wonder meer als we het door onze inspanningen verdienen.

Gods weg
Wij hebben de behoefte aan voorspelbaarheid. We willen dingen kunnen plaatsen en verklaren. We willen de zin van de gebeurtenissen doorgronden voordat we ze kunnen accepteren. We willen kunnen begrijpen waarom dingen gaan zoals ze gaan, of een schuldige aan kunnen wijzen als dingen mis gaan. Hoe graag we het ook willen, we kunnen God niet voor- of narekenen! Hij is God en wij zijn mensen. We denken anders, we beslissen anders, we hebben compleet andere ideeën over tijd, over leven, over wat goed en niet goed voor ons is. We hebben de omstandigheden niet in de hand. We hebben geen grip op ziekte of gezondheid, op leven en dood. Het leven is een aaneenschakeling van gebeurtenissen waarmee we te dealen hebben.

Er is een oud kinderliedje dat ik vroeger gedachteloos meezong:
Gods weg is de beste, de beste altijd
Gods weg is de beste, waarheen Hij jou ook leidt
Gehoorzaam Zijn roepstem, neem je kruis op en volg Hem
Gods weg is de beste, de beste altijd

Naarmate het leven vordert en ik met verlies, pijn en lijden geconfronteerd word zing ik dit liedje niet meer gedachteloos, maar als een belijdenis, soms met een hapering in mijn woorden omdat ik Gods weg soms ook zo onnavolgbaar en moeilijk vind.

Een tekst die mij de afgelopen jaren rust en houvast geeft is deze:
Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten…. (uit Jesaja 55:8-9)

Wij kunnen doen wat in ons vermogen ligt, we mogen blijven bidden om genezing, maar de uitkomst mogen we los laten. Soms zal God ingrijpen met een wonder. Soms geneest Hij. Vaak ook niet. Er zullen altijd vragen blijven, niet iedere situatie zal verklaarbaar zijn. Hoe ons leven ook gaat we mogen erop vertrouwen dat God ons niet alleen laat gaan. Want dat heeft Hij beloofd:

Waad je door het water, Ik sta naast je. Steek je rivieren over, je wordt niet meegesleurd. Loop je door vuur, je zult niet verbranden, de vlammen verschroeien je niet. (Jesaja 43:2) Zie, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld. (Mattheüs 28:20)

Deze blog is geschreven door Judith Stoker, psychosociaal therapeut en auteur. De tekst is gedeeltelijk overgenomen uit haar boek ‘Adem in, Adem uit’ (verkrijgbaar op www.judithstoker.nl/webshop).

K(r)oningsdag

Acht jaar vandaag. Acht jaar geleden kregen we een koning. In 2013 is hij, toen nog op Koninginnedag, tot koning gekroond. Voor speciale gelegenheden kon je bij de VOKK fimo klei vragen en daar zelf een kraal van maken. Voor deze gelegenheid had een van de moeders in het ziekenhuis een kroontje gemaakt van klei om aan de kanjerketting te doen. Ik wil deze kraal graag hebben voor aan de kanjerketting van Esmee, maar een paar dagen voor de kroningsdag mogen wij het ziekenhuis al verlaten. Toch vraag ik naar die kraal en ik krijg hem met de waarschuwing, dat ik hem echt pas op die dag aan de ketting mag doen.

Het raast en ruist
Voor ons staat deze periode in ons geheugen gegrift en is het elk jaar weer dichtbij. Herbeleef ik die week en lijk ik te verdrinken in verdriet en gemis. Al dagen voel ik mij unheimisch of er iets dreigt te gaan gebeuren, maar ik kan niet bedenken wat dat zou zijn. Hartkloppingen heb ik en ik ben al vroeg wakker. Voelen wil ik, huilen moet ik, maar de tranen komen niet. In plaatst daarvan blijft het maar suizen in mijn oren en mijn keel knijpt zich samen. Elk jaar opnieuw herbeleef ik deze dag voel ik het lichamelijk, ook als ik er niet aan denk. En nu is er voor het tweede jaar geen ruimte voor afleiding door de pandemie. Het raast en het ruist en alle emoties gieren door mijn lijf. Ik merk dat ik het opschrijven als lastig ervaar, omdat ik geen woorden heb voor deze leegte, dit verdriet en gemis. Ik probeer te voelen, maar ben bang om te stikken in alle tranen.

Dit is niet goed
In de nacht van 26 op 27 april 2013, terwijl we net een nachtje thuis zijn, blijkt Esmee zich niet goed te voelen. Ze is me aan het roepen en ik vind haar op de grond voor haar bedje. Ze heeft geprobeerd om naar ons toe te komen, maar heeft daar de kracht niet meer voor gehad. Ik til haar op en stap samen met haar in haar bedje. Ze is zo koud, dat ik haar stevig vasthoud om haar op te warmen. Ze zegt dat ze moet spugen en ik pak snel een bakje waar dit in kan. Ik zie dat ze bloed spuugt. Dit is niet goed.

Oorverdovend stil
Ik maak Chris wakker en hij brengt ons midden in de nacht naar het ziekenhuis. Daar gaat het helemaal mis. Na een reanimatie, overlijdt Esmee aan een maag bloeding, als gevolg van de chemokuur. Het wordt oorverdovend stil. De confrontatie met haar levenloze lijfje is niet te beschrijven. Het “nooit meer” is voelbaar in het diepste van mijn ziel.

De kanjerketting sluiten we af met de kroontjeskraal.

Op koningsdag een Koningskind.

Geschreven door Mariëlle de Ron. Ze is getrouwd en moeder van vier prachtige kinderen, Youri, Inge Esmee* en Lotte, waarvan één bij God mag wonen en ze nog mag zorgen voor haar andere drie kinderen.