We zijn niet bang, we moeten er dwars doorheen!

Angst is tegenwoordig een vast onderdeel van mijn leven. De mate waarin hij zich roert varieert. Door trial en error heb ik inmiddels geleerd hoe beter met mijn angst om te gaan. Soms lukt dat beter, soms minder of niet. Wat mij helpt deel ik graag in deze blog. Want: ‘We zijn niet bang, we moeten er dwars door heen’. (Citaat uit het kinderboek ‘We gaan op berenjacht’ dat ik aan mijn dochters voorlas toen ze klein waren).

Altijd anders
Angst komt en gaat. Soms bijna voorspelbaar, soms overvalt hij me op onverwachtse momenten. Soms flitst hij kort op, als een klein regenbuitje dat snel weer over gaat. Soms houdt hij uren of zelfs dagen aan. Soms als een alom aanwezige sombere wolk, soms als een heftige storm die met harde rukwinden over het land raast en me bijna omver blaast. Altijd anders. Tot nu toe is mijn angst, met of zonder mijn ingrijpen, ook altijd weer afgenomen. Gelukkig maar, anders zou ik geen leven meer hebben.

Niet altijd
Laatst was ik een weekendje weg in Nederland met m’n mijn nichtje. We hebben een fijne band maar zien elkaar niet zo vaak. Daarvoor is de afstand te groot. We genoten van elkaars gezelschap en ons toeristische uitje. Struinen door een pittoresk Hanzestadje, dineren en logeren in een kasteel-hotel op de Veluwe, wandelen over heide, zand en bos, lekker eten en heel veel bijpraten. Niet alleen over koetjes en kalfjes maar ook over de grote belangrijke dingen in het leven. Dus ook over mijn zorgen en angsten. En die angst is ook terecht want er zit nog steeds een tijdbom in mijn lichaam en die is de afgelopen weken weer harder aan het tikken. Naast al die serieusheid was er ook veel om van te genieten. Die twee kunnen heel goed samengaan. Net zoals mijn nichtje en ik.

De draak onder het bed
Kleine kindjes zijn soms bang, voor echte of fictieve dingen. Als goede ouders wil je je kind natuurlijk, wanneer het bang is, het liefst zoveel mogelijk gerust stellen. Bijvoorbeeld door het even lekker te knuffelen of door eventuele enge draken die onder het bed liggen weg te jagen. ‘Oh liefje, wat naar dat er een draak onder het bed ligt. Ik jaag ‘m nu voor je weg. Kijk, het is nu weer veilig. Ga maar lekker slapen!’. Daarna stop je je kindje nog een keer lekker in, geeft het een dikke kus en het gevaar is voorlopig weer geweken.

Maar hoe doen wij, grote mensen, dat dan wanneer we ergens bang voor zijn? Zoals ik en misschien ook jij, voor terugkeer van kanker of voor andere nare zaken? Hoe kan je jezelf gerust stellen voor het onvermijdelijke? Hoe tem je een draak? Wat helpt dan? 

Wat  is helpend?
Er zijn er veel verschillende manieren om anders/beter om te gaan met angst heb ik ontdekt. Zowel op lichamelijk, mentaal, emotioneel of sociaal gebied.  In drie woorden is dit de kern: Kalmeren, Ombuigen en Afleiden.   

Lichamelijk:

·     Ontspannen 

    Je kan je lichaam op veel verschillende manieren kalmeren. Bijvoorbeeld door (buik-) ademhalingsoefeningen, rustige bewegingen zoals yin-yoga, geleide meditaties, mindfulness-oefeningen en body-scans. Of door dingen te doen waar je rustig van wordt, bijvoorbeeld luisteren naar vogeltjes of rustige muziek of buiten in de natuur vertoeven. Dat helpt allemaal om je lichaam en geest tot rust te brengen. Wanneer je meer ontspannen in het leven staat, krijgt angst minder kans en durf je gevreesde situaties beter aan. Want: je kunt niet ontspannen en angstig tegelijk zijn.

  • Bewegen en een positieve manier met je lichaam bezig zijn. 

    Mijn favoriete activiteiten, afhankelijk van mijn conditie zijn: (yin-)yoga, wandelen in de natuur, fietsen (leve de e-bike!), zwemmen, naar de sauna, zingen, een ontspannen massage of gewoon lekker in de zon te zitten met een kopje thee. Weldadig!  Wat zijn de jouwe?

  • Gezond eten, voldoende slapen en regelmatig leven.

    Ofwel de klassieke drie-eenheid ‘reinheid, rust en regelmaat’. Dus rust ik elke middag een uurtje en neem tussendoor pauzes. Soms met frisse tegenzin, soms vol overgave. Anders houd ik de dag niet vol. En wanneer slapen vanwege fysieke klachten, stress of angst niet lukt, heb ik altijd nog mijn slaaptabletjes (op medisch voorschrift) als fijne vorm van tijdelijke ondersteuning. 

Gevoelens

  • Mijn angstgevoelens toelaten.

    Misschien is dit wel het aller moeilijkste wat er is; ‘de draak in de ogen kijken’.  Want erkennen dat je je angstig voelt en die gevoelens ook daadwerkelijk toelaten vereist moed. Soms durf ik dat niet omdat ik bang ben erin te verdrinken of ik heb er geen zin in. Dan vlucht ik in allerlei activiteiten om mijn angst maar niet te hoeven voelen. Op ‘stoerdere’ dagen gun ik mezelf de tijd om die nare draak dan maar vol in de bek te kijken. En om te voelen wat zich dan allemaal voordoet. Uit ervaring weet ik inmiddels dat nare gevoelens en gedachten op een gegeven moment ook altijd weer afnemen. Net zoals de zee zich na vloed ook altijd weer terugtrekt. Dat is een geruststellend besef.

  • Wegduwen werk averechts 

    Uit ervaring weet ik inmiddels dat je angst systematisch negeren of hem steeds wegduwen of steeds krampachtig positief doen op den duur averechts werkt. Dat helpt misschien kortstondig, maar daarna komt hij toch weer terug. Dus rest ons niets anders dan die draak dan toch maar aan te kijken. Hoe moeilijk en pijnlijk dat ook is. Dan wordt hij op den duur minder eng.

Christa temt de draak

MIND/ gedachten 

De cognitieve gedragstherapie biedt vele  handreikingen om anders te leren denken over situaties, in dit geval over angstige situaties. Een aantal daarvan trek ik ook af en toe uit de kast, gewoon omdat het werkt. Zoals:

  • Jezelf proberen gerust te stellen 

Soms helpt het om tegen mezelf te zeggen ‘Het is normaal om af en toe een mindere dag te hebben, anderen hebben dat ook.’ of  ‘Dat ik nu ergens pijn voel betekent niet persé dat de kanker weer aan het groeien is.’ In therapeutisch jargon noemen ze dit ‘normaliserende gedachten’.

  • Je piekergedrag bewust een halt toeroepen 

Via de e-learning module ‘ Minder angst na kanker’  van het Helen Dowling Instituut (HDI) (gebaseerd op cognitieve gedragstherapie) heb ik geleerd om tegen mezelf te zeggen ‘Stop, dat pad ga ik niet in’ of ‘We weten het niet, misschien valt het mee’. En soms doe ik oefeningen die helpen om je niet volledig met je gedachten te identificeren. Zoals bijvoorbeeld ‘de waterval’ of ‘de rivier’. Je gedachten stromen net als een waterval of bladeren in een rivier eindeloos door, maar je hoeft je niet ermee te verbinden. (Jaja, ik blijf oefenen.)

  • Positief denken. 

In plaats van steeds te piekeren over wat er misschien allemaal op korte of langere termijn voor nare dingen gaan gebeuren, probeer ik vooral te focussen op het hier en nu en op wat  allemaal goed gaat. Wanneer ik mezelf betrap op negatieve, angst-vergrotende gedachten probeer ik die bewust om te buigen naar positieve, meer helpende gedachten.

Bijvoorbeeld door de gedachte ‘Ik ben moe, zie je wel dat betekent dat de kanker weer aan het toenemen is’ om te buigen naar ‘Ik ben moe, dat komt doordat ik vanmiddag 15 km heb gefietst’. Want…we weten het immers niet!

  • Positieve affirmaties 

Ook zijn er legio helpende, positieve gedachten die je over jezelf en je lichaam kan formuleren en dagelijks hardop kan herhalen. Zoals bijvoorbeeld ‘Alle cellen in mijn lichaam zijn actief gericht op mijn herstel. Ik ben sterk genoeg om alles te dragen wat er op mijn pad komt’. Daardoor help je je mind om niet steeds automatisch in de angst-spiraal terecht te komen.

  • Kennis vergaren over hoe angst werkt

Op internet en via publicaties is veel informatie te vinden over angst. Bijvoorbeeld over hoe je hersenen bij angst werken en wat je er zelf aan kan doen om minder vaak in de angst-stress-spiraal terecht te komen. Beter snappen hoe het werkt, brengt rust. Mij in ieder geval wel.

Sociaal:

  • Je lief en leed met dierbaren delen 

In plaats van me stoerder voor te doen dan ik me voel, vertel ik nu vaker dan voorheen aan mijn intimi en zorgprofessionals dat ik opzie tegen bepaalde onderzoeken of behandelingen. Meestal reageren zij daar heel begripvol en steunend op. Dat werkt ook kalmerend.

  •    Hulp vragen aan professionals 

kan helpen om je sterker te voelen en beter te doorstaan wat er op je pad komt. Ik prijs me daarom gelukkig met alle paramedische hulpverleners die ik de afgelopen 4,5-kankerjaren om me heen heb verzameld: Mijn mijn toffe oncologische wijkverpleegkundige, mijn fijne ‘kanker’-psycholoog, mijn haptotherapeut en mijn lieve lichaamsgerichte traumatherapeut.

Op https://oncologiezorgnetwerken.nl/ kun je lezen welke kankerprofessionals er in jouw regio werkzaam zijn.

  • Niet te veel erover praten 

Tegelijkertijd geldt ook: Praat niet te veel en niet te vaak over angst, want ‘Wat je aandacht geeft groeit’. Volgens sommigen helpt het bovendien om je angst een andere naam te geven. Daarmee herprogrammeer je je als het ware je hersenen naar een rustigere staat.

  • Bidden 

Ik ben niet alleen een denkend, voelend en sociaal persoon maar ook spiritueel ingesteld. Dus ik bid regelmatig om Gods nabijheid, liefde en kracht en roep af en toe mijn beschermengelen aan om steun. Niet alleen voor mezelf maar ook voor anderen die wel wat kracht en steun van boven kunnen gebruiken. We zijn immers altijd verbonden met het grotere geheel en worden gedragen door grotere krachten, ook als je er niet bij stil staat.   

Situaties

  • Bewust fijne afleiding zoeken en feel-good dingen doen. 

Gekscherend noem ik dat ‘endorfines verzamelen’. Alleen of samen met anderen. Dat kan op veel manieren. Afhankelijk van je gezondheidssituatie. Tijdens mijn recente reisje naar Italië is dat goed gelukt. Al die feel-good belevenissen bieden een goed tegenwicht tegen gevoelens van angst.

  • Bepaalde situaties tijdelijk bewust vermijden 

Zeker wanneer ik mezelf fysiek of emotioneel al niet zo goed voel, vind ik bijvoorbeeld films waarin mensen kanker krijgen of shitty ervaringsverhalen van lotgenoten op de kanker-social media extra beangstigend. Dus die vermijd ik dan bewust. Af en toe avoidance behavior (vermijdingsgedrag) is best oké!

  • Systematische desensitisatie 

Dat wil zeggen jezelf stap voor stap blootstellen aan angstige situaties. Want door bepaalde situaties systematisch te ontlopen wordt je angst vaak alleen maar groter i.p.v. kleiner. Wat is voor jou de eerste kleine stap die je zou kunnen zetten om je in bepaalde situaties iets minder bang te voelen? 

Wat is niet helpend? 

Door alle gebeurtenissen van de afgelopen jaren ben ik me ook bewuster geworden van wat niet helpend is, namelijk:

  1. Constante focus op mijn lichaam 

Meestal word ik daar alleen maar ongeruster van. Dus het is verstandiger om niet al mijn lichamelijke signalen even serieus te nemen. Net als die muggen en die olifanten. Als ze er morgen, overmorgen of over een week nog zijn, ga ik echt een arts raadplegen maar niet nu a-la-minute.

  1. Schaarste-denken en de woorden NOG en NU 

Van mezelf en van anderen. Zoals mijn oncoloog die me tijdens het vorige  consult indringend aankeek en goedbedoelend tegen me zei ‘Je moet NU op vakantie gaan want NU voel je je goed’. Onuitgesproken hoorde ik daarbij ook het woordje NOG. Want NU kan het NOG en straks misschien niet meer’. Al die NU en NOG-zinnen en -gedachten geven me onnodig stress. Dus ik probeer om deze woorden zelf zo min mogelijk te denken of te zeggen.

  1. Tijdsdruk 

Tegenwoordig gun ik mezelf ruimschoots de tijd om belangrijke beslissingen te nemen, ook over NU- en NOG-kwesties. Ik doe liever NU één ding rustig en goed dan twee dingen gehaast of onder tijdsdruk, want dat dat levert me uiteindelijk meer onrustige gevoelens en meer vermoeidheid op, dus ook meer kwetsbaarheid en angstige gedachten.

  1. Goed bedoelde reacties van anderen 

Bijvoorbeeld wanneer iemand zegt ‘Ik kan morgen ook overlijden als gevolg van een verkeersongeval’. (Ja dûh, die kans is statistisch gezien toch echt veel kleiner dan dat ik voortijdig doodga aan kanker.) of ‘Een kennis van mij heeft ook kanker (meestal een heel andere soort) en  XYZ-behandelingen gehad en die leeft nog steeds’.’ (Tsja wat heb ik daar nou aan? Dat is absoluut niet vergelijkbaar met waar ik nu door heen ga. Dus vertel het liever niet!)

Geen supermens
Ondanks alle helpende dingen die ik dagelijks zou kunnen doen en alle hulp die ik  kan vragen, val ik nog steeds regelmatig in de (val)kuil van angst. En niet onterecht want de kans dat ik op termijn aan kanker kom te overlijden blijft onverminderd groot. Ook daar heb ik me toe te verhouden zonder dat het mijn leven helemaal beheerst. Gelukkig heb ik lieve familie, vriendinnen en vrienden en wijze therapeuten die me daarbij vergezellen. Want ik ben geen supermens en ik kan het niet alleen. Ik ben (soms) wel bang én ik ga er dwars doorheen!

En jij?
Ben jij ook (ex-)kankerpatiënt of heb je een andere ernstige ziekte en ben je net als ik bang voor een recidief of verdere achteruitgang? Of ben je misschien bang voor vervolgbehandelingen of vrees je dat je ten gevolge van je ziekte op een nare manier komt te overlijden? Wat is jouw manier om daar mee om te gaan? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen en tips!

Als jouw angst allesoverheersende proporties aanneemt, neem dan a.j.b. contact op met je huisarts of je behandelende arts in het ziekenhuis en laat je voor deskundige begeleiding verwijzen naar een psycholoog of psychotherapeut!

Hartegroet,

Christa

 

Meer weten:

Ontspannen: 

  • InsightTimer: Online meditatie-app met duizenden gratis (en betaalde) geleide meditaties, ademhalingsoefeningen,  bodyscans en andere ontspannende, rustgevende oefeningen en muziek. Downloaden via Google Play of App-store.
  • Kassadra Reinhardt, mijn favoriete, Canadese, online Yin Yoga- docent. Met honderden gratis online yoga lessen en cursussen:https://www.youtube.com/@yogawithkassandra. 

Mind: 

Wil je meer weten over hoe je hersenen en lichaam werken bij angst en stress? En over wat je er zelf, of met hulp van een therapeut, aan kan doen:

  • Gordon. A.  en Ziv. A. The Way out. A revolutionary, scientifically proven approach to healing chronic pain. Psychotherapeut , ontwikkelaar van de Pain Reprocessing Therapy (PRT) en oprichter van het Pain Psychology Center in Los Angeles.

Over professionele hulp: 

Luigjes, Y.  In samenwerking met de Nederlandse verenigingkankerpatienten (NFK) en het Helen Dowling Instituut. Promotie- onderzoek ‘ Begeleiding vanuit de huisartsenpraktijk vermindert angst voor terugkeer van kanker’ https://hdi.nl/begeleiding-vanuit-de-huisartsenpraktijk-vermindert-angst-voor-terugkeer-van-kanker/ (oktober 2023).

GRATIS minder-angst-na-kanker-app van het Helen Dowling Instituut:

https://www.kanker.nl/hulp-en-ondersteuning/appstore/app/karify-minder-angst-na-kanker ( brom: kanker.nl ,  november 2023)

Over de draak en de beren (titel)

  • Privé-afbeelding Christa op draak.Credits to @KerimMusanovic, 3D Streetart Festival Cityplaza Nieuwegein. Nog te bezichtigen tot eind oktober 2023: https://www.cityplaza.nl/Streetart/
  •    Rosen, M. en Oxenbury, J. Wij gaan op berenjacht (1989) (kinderboek). Uitgeverij Gottmer.  De titel van deze blog is gebaseerd op een citaat uit dit boek.

Photo credits to @KerimMusanovic, Cityplaza Nieuwegein 2023

Terugblik op de themadag ‘Rouw in mijn hart’ d.d. 27 oktober 2023 in Goes

In maart dit jaar kreeg mijn vrouw, die in korte tijd zeer ernstige hoofdpijnen kreeg, de doorverwijzing om naar het ziekenhuis (ADRZ in Goes) te gaan voor verder onderzoek. Dezelfde dag kreeg ze al een CT-Scan waarbij het meteen duidelijk was dat ‘het niet goed was in het hoofd’. Daarna kwam meteen vervolgonderzoek, die deze prognose bevestigde. Er is nog wel een grote operatie uitgevoerd in het Erasmus MC in Rotterdam, maar de constatering bleef ‘levensverwachting kort’, vervolgbehandeling was niet meer mogelijk. Een zeer ingrijpende boodschap voor ons als gezin.

Mijn lieve vrouw wilde graag naar huis, waar ze een waardevolle tijd heeft gehad. Op 15 juli jl. is ze overleden.

De wijkouderling van onze gemeente – de Levensbron in Goes – wees me op een themadag van 27 oktober jl. vanuit de stichting Als kanker je raakt. Ik zag er tegenop om ‘zaken boven te halen’, maar voelde dat het mogelijk ook een ‘puzzelstukje’ zou kunnen zijn in de verwerking.

We kregen een warm onthaal door Klaske Pennink en Tannie Blankenstijn in het jeugdhonk van de ‘Levensbron’ in Goes met koffie/ thee en heerlijk appelgebak met slagroom. We mochten kiezen waar we wilden zitten, daarbij kozen we voor de ‘lekkere zachte banken’ onder het schuine afdak. Het bleek een kleine groep te zijn van 10 deelnemers aan deze dag.

Klaske heette ons welkom en las daarna een kort gedicht voor. Dit was eigenlijk al genoeg ‘ter overdenking’ voor mij. Daarna volgde een voorstellingsronde waarin we alleen ons voorstelden met een enkele zin over ons verlies. Daarna gaf Tannie een iets langere toelichting over de verschillende vormen/fasen rond rouwverwerking. Dit gaf ‘haakjes’ ter overdenking voor het verloop van de hele dag.

Na deze ronde mochten we elk een ‘verdiepende’ toelichting geven over onze privésituatie, verlies, verwerking en wat het verder met ons deed. Deze ronde duurde (natuurlijk) veel langer dan gepland, maar dat was niet erg, want er was geen (strakke) planning.

Deze ronde heb ik als indringend, maar ook als heel waardevol ervaren. Zowel bij mijn eigen toelichting én ook bij het aanhoren van de persoonlijke verhalen van de anderen was er veel erkenning en herkenning! Iedereen had, elk met hun eigen situatie en verhaal, eenzelfde traject doorlopen!

Rond 13.00 uur was het de hoogste tijd voor de lekkere lunch.

Het middagdeel stond in het teken van ‘creativiteit’. We mochten aan de slag met het schilderen van een schilderij waarin we allen onze creativiteit kwijt konden. De schildersezels stonden al klaar, met de witte doeken erop en verder de schilderpalets, veel kwasten en verfkleuren. Om het geheel wat te ‘versnellen’ konden we een kleur op ons schilderpalet doen en die met een ‘schuursponje’ verdelen over het doek, zodat we een achtergrondkleur hadden. Toen was het aan de creativiteit van een ieder, veelal gebaseerd op het verlies dat we hadden geleden.

Veel te snel was het 15.45 uur en gingen we richting afronding, korte terugblik en het uitwisselen van adressen en mobiele telefoonnummers om elkaar nog eens te kunnen ontmoeten na deze dag.

 

Als ik terugblik op deze dag heb ik het als zeer waardevol ervaren, met veel – wederzijdse – erkenning en herkenning! Nogmaals dank aan de organisatie voor de voorbereiding en begeleiding van deze dag!

 

Groet,

Wico Dieleman

Terugblik ontmoetingsdag 7 oktober

Als belangstellende was ik in de gelegenheid deze bijzondere dag mee te maken. De dag werd geleid door Rob Favier, die enkele ontroerend mooie liedjes zong en begeleidde op de gitaar.

In de ochtend hield Marinus van de Berg een lezing over hóe nabij te zijn in de ontmoeting met een mens met pijn en verdriet. Marinus benadrukte dat het vooral belangrijk is om bij die mens te gaan zitten en stil te zijn. Nabij zijn en met empathie luisteren is het allerbelangrijkste wat je voor die mens kunt doen.

Na een goed verzorgde lunch werden er twee workshops gehouden. De ene workshop was voor mensen die getroffen waren door kanker. De andere workshop ging over rouw. Zelf mocht ik de workshop bijwonen voor mensen wier leven geraakt was door kanker. Een ontroerend mooie workshop, waarin mensen elkaar deelgenoot maakten van de gevoelens en emoties die het hebben van kanker bij hen opriep. Het raakte mij diep dat mensen zich zo in alle kwetsbaarheid aan elkaar durfden te laten zien. Mede door die kwetsbaarheid kon er een diepgaand contact met elkaar ontstaan en werd het een echte ontmoetingsdag. Een dag waarin wij elkaar mochten bemoedigen op onze, soms moeilijke, weg door dit leven. Een weg die we gelukkig niet alleen hoeven te gaan, maar waarop wij mogen vertrouwen dat God met ons meegaat.

 

Heleen Lanser

September: World Childhood Cancer Awareness Month…

Pff het is een mond vol om uit te spreken, maar de betekenis is dan ook teveel om te benoemen en te begrijpen…

September 2012 begint deze maand voor ons. De start van de chemo kuren van Esmee. Voor mij nu definitief dat Esmee echt kanker heeft. De kale koppies van die mooie maar kleine kindjes die we zagen bij het stellen van de diagnose, is nu ook onderdeel van mijn leven. Het voorland, wat ik wenste dat niet de onze zou zijn, is definitief.

Na de eerste kuur, begint Esmee haar haar uit te vallen. Grote plukken mooie lange blonde haren belanden in haar mond en ogen. Mijn praktische kant neemt het over van mijn emotionele kant en ik vraag mijn zusje, die kapster is, of zij Esmee wil knippen.

Pas later heb ik mij gerealiseerd hoeveel impact dit ook op mijn zusje heeft gehad, maar op dat moment dacht ik alleen maar aan het onbehagen van Esmee (en dat van mij) en hoe ik dit zo snel mogelijk wilde oplossen. Dit is te oncomfortabel voor Esmee en misschien ook wel te confronterend voor mij. Deze aanblik, van overal haren, het kriebelt en het geeft ongemak, zowel letterlijk als figuurlijk.
Het knippen wordt gebruik maken van de tondeuse.

Boos is ze, boos. Boos en verdrietig tegelijk. “Mijn” riep ze. “mijn”! Of ze zeggen wilde, mam wat doe je! Mam dit is mijn haar, mam ik wil dit niet. Dikke tranen liepen over haar wangen en ik dacht, ja lieverd ik weet het, het mag niet, maar het moet…
Terwijl ik dit opschrijf, lopen de tranen over mijn wangen…. Die aanblik, dat verdriet het snijd nog steeds door mijn hart. Ja het moest, maar ik wilde dit helemaal niet. Mijn mooie, lieve, nog veel te kleine meisje, nee ik wil dit niet.

Maar het is gebeurd. Ook mijn mooie, lieve nog veel te kleine meisje heeft geen haar meer. Ook mijn meisje is kaal. Ook mijn meisje krijgt die rot kuren waar ze zo ziek van wordt. Ook mijn meisje krijgt Chemo.

September: World Childhood Cancer Awareness Month. De maand waar het voor ons definitief voelde en voelt. September. De maand die elk jaar teug komt met de herinneringen van toen. September. Die voor lotgenoot ouders nooit meer hetzelfde is.
September. De maand die meer bekendheid moet krijgen, vanwege de strijd en het verdriet en uiteindelijk ook het gemis. September zal nooit meer hetzelfde zijn. September.

Ook mijn meisje heeft kanker……

Blog, Christa van Werkum: “Ik ben bang”

Angst is normaal

Angst is eigenlijk heel normaal. Iedereen, ongeacht leeftijd of levensomstandigheden, is wel eens bang. Niet alleen (ex-)kankerpatiënten, zoals ik en hun naasten maar ook mensen zonder kanker.  Natuurlijk ben ik voordat ik kanker kreeg wel eens bang geweest. Als jong meisje, als student en als moeder. De voorbeelden zal ik jullie hier besparen. Maar deze angst is groter, erger en existentiëler dan ooit daarvoor. Niet ten onterechte want kanker is immers een levensbedreigende ziekte. Daardoor voel ik me nu onzekerder en angstiger dan vroeger. En ik ben niet de enige. Volgens recent onderzoek van de Nederlands Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK, 2022) ervaren veel mensen die kanker hebben (gehad) op enig moment zorgen en angst. Vandaar deze blog over angst. Hoe uit zich dat? Hoe werkt angst? En wat triggert het?

In mijn volgende blog (blog 41) deel ik graag met jullie wat mij helpt om me daarin staande te houden.

Driemaandelijkse controle

Vorige week was het weer zover: De 3-maandelijkse controle. Op dinsdag naar het ziekenhuis voor bloedprikken plus een CT-scan en 3 dagen later, op vrijdag, het gesprek met m’n oncoloog over de uitslag. In de aanloop naar die week liep mijn spanning al behoorlijk op want op basis van voorgaande ervaringen heb ik inmiddels niet meer een grenzeloos vertrouwen in het goede. Op de onderzoeksdag nam mijn spanning nog verder toe. Ik voelde me onrustig, m’n ademhaling en mijn hartslag waren sneller dan normaal en m’n darmen krampten ‘s morgens net zolang totdat ze leeg waren. En ik vroeg me net als voorgaande keren af ‘Gaat het prikken deze keer wel lukken? Of wordt het opnieuw een nare, pijnlijke affaire?’ Want door alle chemo’s zijn mijn aderen er de afgelopen maanden niet beter op geworden. Verstandelijk zou ik tegen mezelf zeggen ‘Doe es ff normaal en laat je niet zo leiden door angst’ maar dit is wat stress en onzekerheid met mij doen. Inmiddels herken ik het patroon.

In het ziekenhuis lukte het me gelukkig net als voorgaande keren om alle onderzoeken voldoende rustig te ondergaan. Ook toen bleek dat infuus aanprikken voor de CT-scan niet in één keer lukte en vervelend pijn deed. Na alle voorgaande, vergelijkbare keren weet ik steeds beter wat mij in dit soort situaties helpt: goed contact blijven voelen van mijn billen op de stoel en mijn voeten op de grond, rustig blijven ademhalen en, terwijl ze prikken, focussen op iets anders, bijvoorbeeld op het plafond of een poster aan de muur (in plaats van op de naald of de arm waar ze me prikken). Waar ik me in het verleden vaak geforceerd flink hield, vertel ik tegenwoordig aan de prikkers van het lab en de dames van de afdeling radiologie (sorry ik bedoel het niet rolbevestigend maar het zijn meestal vrouwen) dat ik zenuwachtig ben. Het fijne is dat ze me dan meestal met meer TLC (zorg en aandacht) behandelen. Daardoor word ik zelf ook rustiger.  Als alles achter de rug is, haal ik opgelucht adem en zeg tegen mezelf ‘Goed gedaan’. Meestal volgt daarna de ontlading in de vorm van een flinke huilbui. Vrienden die mee gaan naar deze onderzoeken kijken daar inmiddels niet meer van op. En… het lucht altijd enorm op! Zo ook deze keer.

Daarna volgden drie spannende dagen waarin bezorgde gedachten zich steeds afwisselden met pogingen om mezelf gerust te stellen. Een soort van interne dialoog dus. Met bezorgde gedachten als ‘Stel dat de uitslag niet goed is? Hoe erg is het dan? Hoe snel moet ik dan weer aan de chemo’s? Word ik dan weer net zo ziek als in de voorgaande rondes? Trek ik dat wel?’ En hoe lang heb ik dan nog?’ Met misschien wel de allerbelangrijkste vraag: ‘Is dat het waard? Wil ik überhaupt nog een nieuwe ronde chemo’s ondergaan?’ Want in deze fase gaat het toch vooral om kwaliteit van leven in plaats van om eindeloos je leven met behulp van rottige behandelingen verlengen.

Tegelijkertijd probeerde ik mezelf gerust te stellen door tegen mezelf te zeggen ‘We weten het niet. Wie weet valt het mee. Als het tumorweefsel opnieuw aan het groeien is, hoef je niet meteen weer aan de chemo’s. Houd hoop! Je hebt nog wel even de tijd’. Soms helpt dat, soms niet. En ik besef: het heeft inderdaad niet zoveel zin om te piekeren over dingen die we nog niet weten. Het spreekwoord is immers niet voor niets ‘Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest’. Dus ik probeer mijn bezorgdheid dan maar weer te parkeren. Misschien valt het mee…

En dan de dag van de uitslag. Ik heb slecht geslapen, heb een algeheel gevoel van onrust en opnieuw onrustige darmen. Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen loopt het spreekuur van mijn oncoloog uit. Die extra minuten wachten maken het nog spannender. Uitwendig probeer ik rustig te blijven, maar van binnen ben ik dat verre van. Dus maar weer focussen op m’n billen en de stoel, m’n voeten en de grond en vooral rustig blijven ademhalen. Pfff.

Met enig angst en beven stap ik daarna de spreekkamer in. Mijn oncoloog tuimelt meteen met het goede nieuws over mij heen. Ze is blij voor en met mij. Hoera, wat een opluchting! De CT-scan laat een positief beeld zien, dus (nog) geen hernieuwde tumoractiviteit. Tegelijkertijd blijft een klein stemmetje aan me knagen want mijn tumormarkers zijn iets gestegen ten opzichte van de vorige keer. ‘Hoe snel slaat de kanker dan weer hard toe? Betekent dat dat ik misschien in het najaar alweer een nieuw chemotraject moet starten? En dat mijn nieuw herwonnen levensgeluk dan opnieuw de kop wordt ingedrukt? We weten het allemaal niet’. De enige geruststelling is dat het NU een goede uitslag is en over 8 en 16 weken volgt opnieuw onderzoek. Dus daar probeer ik het dan voorlopig maar weer mee te doen.

De dagen daarna pak ik de draad van mijn nieuw herwonnen leven weer op. Ik ga door met mijn gewone, dagelijkse activiteiten, goed voor mezelf zorgen, leuke dingen ondernemen, genieten van kleine en grotere dingen (zoals bijvoorbeeld een  paar dagen weg met mijn lieve dochters, een museumbezoek met een goede vriendin, een lekkere latte drinken op een terrasje, baantjes zwemmen in een naburig zwembad etc.), mijn pijnstillers slikken (tegenwoordig veel minder!) en natuurlijk elke middag een uurtje rusten. Maar soms steekt de angst toch weer de kop op.

Tussen hoop en vrees

Wat is het toch dat ik elke keer zo tussen hoop en vrees heen en weer pendel? Ook nu het weer een stuk beter met me gaat. Soms denk ik ‘Was ik maar een superpositivo of een koele kikker, dan zou ik lekker leven met de dag en geen last hebben van angstige gedachten’. Of is dat een utopie? Volgens een recent Doneer-je-ervaring-onderzoek van de Nederlandse Federatie Kankerorganisaties (NFK) ervaren veel (ex-)kankerpatiënten zorgen en angst, o.a. over dat ze, net zoals ik, opnieuw kanker krijgen of uitgezaaide kanker hebben (dus niet meer beter worden), over opnieuw behandelingen moeten ondergaan en over alle gevolgen daarvan op lichamelijk, sociaal, werk en financieel gebied. Dus heel begrijpelijk dat mijn lichaam en gedachten af en toe flink met me op de loop gaan, zelf nu ik na mijn m’n laatste ronde chemo’s en een enorm pijndossier weer lekker ben opgeknapt. Voor ik het weet, zit ik dan weer even in de angst, doem-denkspiraal. Hoog tijd dus om uit te zoeken hoe angst en stress werken. Want soms helpt inzicht om beter te accepteren dat het gaat zoals het gaat. Mij in ieder geval wel.

Theorielesje

Al mijn hele leven heb ik een grote drang om te snappen waarom mensen doen zoals ze doen. Dat is de belangrijkste reden waarom ik destijds psychologie ben gaan studeren. Bij mijn ziekteproces nu helpt het mij ook enorm om te snappen ’hoe het werkt’. Dus nu over angst.

N.B. Ik heb het hier niet over angststoornissen, zoals beschreven in het Handboek voor psychische stoornissen DSM-5, maar over normale reacties op angst. Dit is wat ik erover te weten ben gekomen:

Angst is eigenlijk een normale fysiologische reactie op (de beleving van) dreigend gevaar.  Bij angst wordt het sympathische zenuwstelsel (onderdeel van het autonome zenuwstelsel) actief. Het autonome zenuwstelsel reguleert onze lichamelijke functies automatisch en onbewust. De sympathicus zorgt ervoor dat ons lichaam geactiveerd wordt en lichaam klaar is om te reageren op gevaar. Dat gebeurt veelal in de vorm van vechten, vluchten of bevriezen.

Angst gaat gepaard met allerlei lichamelijke verschijnselen zoals verhoogde hartslag, verhoogde bloeddruk, sneller ademen, zweten, misselijkheid, duizeligheid, het warm of juist koud krijgen, pijn op de borst, tintelende gevoelens in je armen, benen of gezicht, je moeilijk kunnen concentreren, veel gedachten tegelijkertijd of een onwerkelijk gevoel ervaren. Ook de voedselvertering wordt bij angst en stress tijdelijk stil gelegd.

Wanneer het gevaar is geweken zorgt het parasympatisch zenuwstelsel (tevens onderdeel van het autonome zenuwstelsel)  ervoor dat het lichaam weer in een rustigere staat komt. Maar soms, wanneer mensen lange tijd stressvolle situaties meemaken, blijft de angstreactie aanstaan. Je hersenen blijven allerlei situaties dan-  soms  terecht, soms ten onrechte – als gevaarlijk interpreteren, ook wanneer dat niet meer nodig is. Je lichaam blijft dan als het ware op ‘standje stress’ staan, met alle vervelende fysieke en mentale gevolgen van dien. Dan is er maar weinig nodig of het vliegt je weer aan.

Gerenommeerde traumadeskundigen zoals Bessel van der Kolk, een Amerikaans-Nederlandse medisch onderzoeker en psychotherapeut, spreken in dit verband van ‘The body keeps the score’ dat wil zeggen het lichaam onthoudt eerdere ingrijpende, traumatische gebeurtenissen. Mensen reageren daardoor onbewust soms nogal heftig (fysiek, mentaal en emotioneel) op schijnbaar ‘gewone’ situaties omdat het lichaam eigenlijk nog steeds in de overlevingsstand zit. Dat uit zich dan in angstig worden, blokkeren of andere stress-gerelateerde reacties (fight, flight, freeze) zoals boven beschreven. Wil je meer hierover weten, kijk dan onderaan mijn blog bij ‘Meer weten’.

Niet iedereen reageert bovendien even bezorgd of angstig op bepaalde situaties. Zelfverzekerde mensen hebben over het algemeen minder last van angst en mensen die emotioneel instabieler zijn lopen over het algemeen een hoger risico om angsten en depressies te ontwikkelen.

Stress en angst-triggers

Inmiddels weet ik als ervaringsdeskundige redelijk goed wat voor mij  persoonlijk angst-vergrotende situaties zijn en ik ben zeker niet de enige:

  • Aanstaande medische onderzoeken, uitslagen en behandelingen. Zeker wanneer ik hiermee eerder negatieve ervaringen heb opgedaan zoals bijvoorbeeld met bloedprikken en infuus-aanprikken (zie mijn eerdere voorbeeld), ziekenhuisopname, chemo-behandelingen en begeleidende medicatie. Gelukkig weet ik inmiddels aardig goed op welke medicijnen ik het relatief ‘goed’ doe en op welke niet. Die kennis werkt stress-reducerend.
  • Wachten op belangrijke medische uitslagen. Hoe langer het wachten duurt, des te meer de spanning oploopt.
  • Deprimerende overlevingsstatieken  (Maar ik ben geen statistisch gemiddeld persoon, ik ben uniek! Dus nu maar hopen dat ik behoor tot de 40% die er na 5 jaar nog wel is en ook nog in een redelijk goede staat van gezondheid).
  • Shitty ervaringsverhalen en voortijdig overlijden van kanker-lotgenoten. Om mezelf daar tegen te beschermen ben ik de afgelopen maanden, toen ik zelf zo ziek was, niet zo vaak op kanker-social media actief geweest.
  •    Films en series waarin één van de hoofdpersonen opeens kanker blijkt te hebben en daaraan uiteindelijk ook doodgaat.  Soms wordt dat bovendien uitgebreid en gedetailleerd in beeld gebracht, want de meeste kijkers smullen van natuurlijk van levensecht drama. De ene keer kan ik dat beter aan dan de andere keer.  (Kunnen ze dat niet voortaan in de bijsluiter zetten? Dan overvalt het me niet steeds.)
  • De hele dag mijn lichaam nauwlettend in de gaten houden en bij elk ongemak bezorgde gedachten krijgen. Ik heb meer pijn, het zal toch niet zijn dat de kanker weer aan het groeien is?)

 Kortom

Nu ik me tegenwoordig weer een stuk beter voel is mijn angst ook een stuk minder. Maar hij gaat nooit meer weg. Als je lichaam en geest eenmaal het pad van de angst goed kennen, vereist het bovendien enige inspanning om bij volgende stressvolle situaties bewust een ander pad te kiezen. Anders omgaan met angst hoe doe je dat? Hoe ik dat probeer beschrijf ik mijn volgende blog.

En jij?

Ben jij net als ik palliatief en heb je af en toe last van angst? Wat triggert bij jou angst en wat helpt jou om daarmee om te gaan? Fijn als je jouw ervaringen met mij en andere lezers wil delen!

Hartegroet,

Christa

Meer weten:

  1. Dijcks. B.Angst en zorgen bij kanker. Resultaten van een NFK-onderzoek onder (ex) kankerpatiënten. (Olijfblad september 2022 (p.4-6). Voor het hele onderzoeksrapport: zie https://nfk.nl Peiling-Doneer je ervaring -Zorgen of angst bij kanker
  2. Over de werking van hersenen bij angst:https://www.hersenletsel-uitleg.nl/achtergrondinformatie/anatomie-en-functie-uitleg/hersenen-en-angst-emotie
  3. Over angst:https://www.thuisarts.nl/angst/ik-ben-vaak-bang
  4. Over angst en persoonlijkheidsverschillen:www.mijngezondheidsgids.nl/neurologie/brein/de-combinatie-van-karaktereigenschappen-beschermt-tegen-angst-en-depressie
  5. Kanker-social media:

Via de Lotgenotenzoeker van Kanker.nl (Dé kankersite van Nederland!) (https://www.kanker.nl/ervaringen-van-anderen/vind-jouw-lotgenoot) kan je sinds kort gericht contact zoeken met mensen met dezelfde soort kanker als jij. Op Facebook hebben veel kankersoorten/-organisaties een eigen pagina en op de sites van kanker-patiëntenverenigingen, zoals de mijne (https://olijf.nl) zijn ook veel ervaringsverhalen van lotgenoten te vinden.

  1. Kolk, B. van der (wetenschappelijk onderzoeker, psychotherapeut en hoogleraar psychiatrie aan de Boston University).The body keeps the score. Brain, mind and body in the healing of trauma (2015). Nederlandse vertaling:  Traumasporen  in lichaam, brein en geest. Uitgeverij Mens (1922)
  2. Rosen, M. en Oxenbury, J. Wij gaan op berenjacht (1989) (kinderboek). Uitgeverij Gottmer (zie afbeelding)

 

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Een tijd is het goed gegaan, maar in het najaar van 2022 wordt Christa opnieuw behandeld, de kanker is weer actief in haar lichaam. De ziekte geeft haar veel waardevolle levenslessen. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog. 

Ho-die-mi-hi-cras-ti-bi.

Het was stil op de begraafplaats. Er was niemand, behalve ik. Tijdens mijn dagelijkse wandelingetje doe ik ook regelmatig een rondje over de begraafplaats in het dorp waar ik woon. Misschien een beetje raar, maar ik hou van begraafplaatsen. Dat is niet sinds ik ziek ben en de eindigheid van het leven meer in zicht komt, maar altijd al. Ook op vakantie in andere landen wandel ik er graag overheen. Het zijn vaak prachtige plekken. Ik ervaar er een soort rust. Een mengeling van melancholie en troost. Melancholie over al die mensen die er niet meer zijn. Mensen die geleefd hebben, gestorven zijn, en in de herinnering van hun dierbaren voortleven. Geslachten komen en geslachten gaan. Maar ik put ook troost uit de hoopvolle symbolen en woorden die op de grafstenen staan. ‘Voor altijd in ons hart’. ‘Nooit vergeten’. Maar ook de woorden uit de Bijbel. Beloftes over het eeuwige leven. Over de dood die overwonnen is. Woorden van hoop. De dood die niet het laatste woord heeft. Troostvol.

Op de begraafplaats in het dorp staat een kleine aula. Gebouwd eind jaren vijftig en sinds begin jaren tachtig niet meer als zodanig in gebruik. Het is nu een gemeentelijk monument. Het gebouwtje heeft bovenin glas-in-loodramen. Mooie ramen die de aula zijn herkenbaarheid geven. Ik was daar zeker veertig jaar niet meer binnen geweest. En op deze rustige, zonnige ochtend zag ik dat de deur van het gebouwtje openstond. En niet een kiertje, maar wagenwijd. Ik keek eerst eens om een hoekje en riep “hallo”. Omdat ik niemand hoorde of zag, ben ik naar binnen gegaan. Ik kon het eerst niet allemaal goed plaatsen. Ik zag een kruiwagen, wat gereedschap, een hark. Een verrijdbare baar. Er was ergens in de ruimte een wandje geplaatst, waarachter een tafel stond met een stoel en een paar koffiebekers erop. Een poosje heb ik daar gestaan. De ruimte tot me door laten dringen. Terug te keren in mijn gedachten. Ik stond daar en keek om me heen.Toen ik mijn ogen dichtdeed kwamen beelden naar boven. Langzaam werden de beelden helder en begon ik de ruimte te zien zoals die er vroeger uit had gezien. Ik herinnerde me de rijen met stoelen aan weerszijden van een pad. De deuren achterin. De lessenaar waar de dominee achter stond. En de kist. De kist waarin mijn vader lag.

Elf was ik toen mijn vader overleed. Ik had geen idee dat dat kon gebeuren. Dat je vader zo maar dood kon gaan. Daar in die aula kwamen herinneringen boven. Ik zag mijzelf weer zitten op de houten bank in de gang  van het oude academische ziekenhuis. Een kerstboom naast de eiken draaitrap. ‘Ome Maarten’, een vriend van mijn vader, die naast me zat en tegen me zei: ” Hij wordt wel weer beter, meissie”. Ik vertrouwde hem. Ome Maarten zei het, dan zou het wel waar zijn toch? Inmiddels heb ik geleerd in mijn leven dat je eerlijk moet zijn tegen kinderen, ook over deze onderwerpen. Niet bang maken, maar wel eerlijk zijn. Maar ach, misschien dacht deze volwassen man wel echt dat het goed zou komen met zijn vriend. Ik weet niet eens of men wel wist wat mijn vader had. Of mijn vader zelf geweten heeft dat hij zou gaan sterven. Als na zijn overlijden mensen aan mijn moeder vroegen : ” wat had ‘ie nou”? Dan hoorde ik mijn moeder zeggen: “K”. Het woord kanker werd niet uitgesproken. ‘K’ of  ‘de gevreesde ziekte’, zo werd het ook wel genoemd. Nu, vijfenvijftig jaar later heb ik het net zo makkelijk over kanker.nl als over bol.com. Gelukkig is de ziekte geen taboe meer. En komt er steeds meer aandacht voor palliatieve zorg. Inzetten op behandeling, maar ook het bespreekbaar maken van de laatse levensfase. Al blijft het een lastig onderwerp. Ook voor artsen denk ik. Maar wel belangrijk .

Hoe langer ik daar stond in de aula, hoe meer ik mij herinnerde van die dag dat mijn vader werd begraven. Het was januari. Ik droeg mijn nieuwe groene jurk. Er hing een sleutelhanger in de vorm van een tomaatje aan de rits. Mijn moeder die naast mij zat. Ik heb vast gekeken naar de glas-in-loodramen. Naar het raam recht voor de stoel waar ik op zat. Naar het oog in het raam. De woorden, die ik niet begreep, gelezen. Misschien heb ik tijdens de preek de woorden gespeld: “Ho-die-mi-hi-cras-ti-bi.”

Heden ik, morgen gij. Toen wist ik natuurlijk de betekenis niet van deze woorden. Inmiddels ben ik erachter dat er zelfs uitvaart ondernemingen zijn die zo heten. Of de tekst staat op het hek van begraafplaatsen. En hoewel het helemaal waar is en er geen speld tussen is te krijgen, gaat er ook wel iets dreigends vanuit. Jij komt nog wel.

Ja, ik kom nog wel. Maar ik mag uitzien naar de hemel. Naar het huis van de Vader, waar ik voor altijd bij Hem mag zijn. Terug wandelend naar huis had ik veel om over na te denken. Over vroeger. Over het heden. Over dood. Maar ook over het leven. Zolang ik mag leven, leef ik.  Daarom wil ik besluiten met een andere Latijnse spreuk: Celebramus vitae. Wat zoveel betekent als: vier het leven.

Want het leven is door God zelf gegeven.

Lenneke de Mooij

Opnieuw gevallen | Deel 3

Hoe vaak kan een mens vallen en opstaan? Hoe blijf je hoopvol ook in moeilijke tijden? Hoe trek je jezelf elke keer opnieuw met je haren van de vloer wanneer je opnieuw bent gevallen? Hoe verhef je jezelf opnieuw na de zoveelste tegenslag? Ook wanneer je moe, ziek, zwak en verdrietig bent? Niet om jezelf of anderen te bewijzen dat je een veerkrachtig mens bent, maar omdat je beseft dat aangeslagen in de put blijven liggen niet de bedoeling van je leven is en omdat je jezelf een beter leven gunt. Daarover gaat deze 3e (laatste) blog in de reeks over vallen en opstaan.

Opnieuw gevallen

Precies in deze situatie bevind ik me nu. De tijdbom in mijn lichaam is opnieuw ontploft. De kanker is terug in mijn lichaam. Na bijna 3 jaar kankervrij ben ik  opnieuw gevallen. En opnieuw is het beangstigend want mijn fysieke klachten nemen in rap tempo toe, dus ook mijn beperkingen en ik voel me niet goed. Oei, wat gaat dat snel. Eind juli maakte ik nog een fijne fietstocht in Nederland en een maand later blijk ik opnieuw kanker met uitzaaiingen in mijn buik te hebben. Deze had ik niet zien aankomen. Pff.

 

Mijn behandelplan
Na diverse onderzoeken is de diagnose nu duidelijk en het behandelplan ook. Deze week start mijn eerste chemo van een flinke reeks. Het wordt een palliatief behandeltraject want volledige genezing zit er bij een recidief niet meer in.

Ik zie er naar uit en er tegenop. De komende maanden gaan de cytostatica, evenals 3 jaar geleden, hard aan het werk om de kanker in mijn lichaam te verkleinen en te bedaren. Daarbij vergezeld van een groot aantal pillen om de negatieve bijwerkingen van de chemo’s en ongemakken van de ziekte te verkleinen. Mijn oncoloog is – op basis van eerdere resultaten – positief dat deze kuur zal aanslaan, dus daar klamp ik me maar aan vast. Hoe e.e.a. in de praktijk gaat uitpakken en wat de ‘winst’ van het behandeltraject zal zijn, kan niemand voorspellen. Dus laten we er met elkaar maar het beste van hopen.

Net als 3 jaar geleden zal ik opnieuw eerst zwakker en beroerder van de behandelingen worden, mijn haar zal waarschijnlijk opnieuw uitvallen en ik word de komende periode weer behoorlijk hulpbehoevend. Dat proces is eigenlijk nu al begonnen. Dus vandaar dat ik enige haast zet achter het schrijven van deze blogpost, want straks heb ik daarvoor waarschijnlijk geen puf meer. Verdrietig allemaal.

Brandende vragen
Oei wat zie ik tegen het aanstaande behandeltraject op. Drie jaar geleden ook, maar toen had ik nog geen benul van wat me te wachten zou staan. Nu wel, want ik heb het al een keer eerder meegemaakt. En ik heb er pijnlijke herinneringen aan overgehouden. Ik vraag me, net als toen, af: Zullen ze erin slagen de kanker in bedwang te krijgen? Ben ik sterk genoeg om dit te dragen, zowel fysiek als mentaal en emotioneel? En zullen er ook dit keer voldoende lieve mensen zijn om mij door deze zware periode heen te dragen? En de allerbelangrijkste vraag, die ik bijna niet durf uit te spreken: ‘Ben ik er over 3 of 5 jaar of langer nog?’ Allemaal grote, brandende vragen waar helaas niemand het antwoord op weet.

Stiekeme hoop
Naast al die onzekerheid en angst is er ook stiekeme hoop. Hoop dat ik  mentaal minder diep zal vallen dan de vorige keer, dat ik minder beroerd zal worden van de behandelingen dan de vorige keer én dat de uitkomst positiever zal zijn dan dat ik in mijn somberste momenten vrees. Het fysieke deel heb ik eigenlijk amper in de hand, het mentale en emotionele hopelijk iets meer.

Ik heb immers de afgelopen jaren  zoveel geleerd over veerkracht en zoveel geoefend. Dus hopelijk gaat dat helpen om deze ronde mentaal veerkrachtiger te blijven dan de vorige keer. Al zou het elke dag maar een klein beetje zijn. Dus ik neem me voor om elke keer, wanneer de angst me om het hart slaat, opnieuw te kiezen voor de hoop.

Geloof
Behalve hoop is er natuurlijk ook geloof. Net als 3 jaar geleden bid ik voor mezelf, mijn dochters en  andere dierbaren, dat we de komende periode alleen én samen  zo goed mogelijk zullen doorstaan. Ik bid voor een zo goed mogelijk herstel en een zo lang en goed mogelijke kwaliteit van leven want ik wil nog graag heel lang genieten van mijn prachtige grote dochters, mijn goede vriendschappen en het leven! Dus met alle veerkracht die in mij is, ga ik opnieuw voor de comeback, zo waarlijk helpe mij God almachtig.

Liefde
En dan is er ook nog de liefde. Mijn liefde voor het leven, voor mijn dierbaren en voor mezelf. En de liefde van mijn dierbaren voor mij. Misschien is dat wel het allerbelangrijkste wat er bestaat. Of is dat toch de hoop?

Ook besef ik net als de vorige keer goed dat ik het niet alleen kan. En ook dat het niet erg is om mijn kwetsbaarbaarheid aan de wereld te tonen en om hulp te vragen ook al voel ik me soms bezwaard om dat voor de zoveelste keer te doen. Want misschien denken ze wel ‘Daar heb je Christa weer met haar hulpvragen’. Maar ik blijf het de komende periode wel doen, want ik kan het niet alleen. En terwijl ik voor de zoveelste keer hulp vraag, probeer ik erop te vertrouwen dat het met die liefde van anderen naar mij ook wel goed zit. Dat die liefde niet afhangt van hoe gezond of ziek ik ben maar dat het gaat over de band die we met elkaar hebben. Misschien wordt de liefde door alle tegenslag en alles wat we eerder samen hebben meemaken nu nog groter?

Vertrouwen en overgave
En dan is er nog het besef ‘We hebben niet alles in de hand’. Vallen en opstaan gaat dus niet alleen over veerkracht, geloof, hoop en liefde maar ook over vertrouwen en overgave. Vertrouwen dat wonderen mogelijk zijn. En overgave aan alle positieve krachten die in en om me/ons heen aan het werk zijn, ook al kunnen we die fysiek niet waarnemen. Noem het ‘God’, noem het ‘het goddelijke in jezelf’, noem het ‘kosmos’, noem het ‘energie’. Ik besef beter dan ooit dat ‘hard m’n best doen om weer veerkrachtig op te staan’ niet de weg is. De opgave is eerder ‘loslaten in vertrouwen’ dat alle  krachten om mij heen, in menselijke en onstoffelijke gedaante, alles in het werk zullen stellen om mij zo goed als mogelijk weer op de been te krijgen, of – mocht dat op termijn onverhoopt niet blijken te lukken- op een beter leven na dit leven. Dat alles onder ogen zien is ook een vorm van veerkracht. Ik oefen er dagelijks in. Vertrouwen en  mezelf overgeven aan het grotere geheel. Ongeacht de uitkomst ervan vrede hebben met mezelf en mijn leven. Ongeacht hoe kort of hoelang dat nog duurt. Oefenen in overgave en vertrouwen, elke keer opnieuw.

 

Mijn Big-5

Geloof, hoop en liefde, overgave en vertrouwen. Nu veel van de ‘aardse’ dingen die ik de afgelopen periode na mijn vorige ziekteronde met veel plezier heb ondernomen (mensen met werk-gerelateerde vragen coachen, artikelen en blogs schrijven, wandelen, fietsen, leuke uitjes en weekendjes weg met vriendinnen en vrienden, daten) tijdelijk lijken weg te vallen, zijn deze 5 de komende periode mijn leidraad. Eigenlijk waren ze dat al, maar nu besef ik dat des te meer. Ik hoop, bid, heb lief, ik probeer te vertrouwen op mijn behandelaars, mezelf, mijn liefsten, het leven en mijn verbintenis met het grotere geheel. Want dat is voor mij de enige, ware weg.

En jij?
Wat is jouw manier om elke keer wanneer je een diepe val maakt weer op te staan? Ongeacht of het nu kanker-recidief betreft of een andere ingrijpende levensgebeurtenis? Kan ik/ kunnen we misschien ook iets van jou leren?

Hartegroet van

Christa

DE KLEINE HOOP

Het geloof waar ik het meest van hou, zegt God, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig,
in de zon en de maan en de sterren aan de hemel
en in ’t gewemel van de vissen in rivieren,
en in alle dieren,
en in het hart van de mens, zegt God,
dat het diepste is
en het meest in het kind
dat het liefste is
dat ik ooit heb geschapen.
In alles wat boven en onder is
ben ik zo luisterrijk aanwezig,
dat geloven, zegt God, in mijn ogen
geen wonder is.

Ook liefde verwondert me niet, zegt God.
Er is onder de mensen zoveel verdriet,
soms niet te stelpen,
dat je toch vanzelf ziet
hoe ze elkaar moeten helpen.
Ze zouden wel harten van steen
moeten hebben als ze voor een
die tekort heeft het brood
niet uit hun mond zouden sparen.
Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.

Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven.
Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze geloven
dat het morgen allemaal omslaat.
Wat een wonder is er niet voor nodig
dat zij dat kleine hoopje hoop
nooit als overbodig ervaren
maar met voorzichtige gebaren
in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer
wankelt en dreigt neer te slaan
maar altijd weer weet op te staan,
en nooit wil doven.
Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.

Geloof en liefde zijn als vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen
en iedereen denkt: die vrouwen houden
haar bij de hand,
die wijzen de weg.
Maar daarvan heb ik meer verstand,
zegt God, ik zeg:
het is dat kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
en al hun heen en weer geloop
licht en richting geeft.
Want het is dat kleine meisje hoop
– je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms dat het zo onooglijk is –
het is dat kleine meisje hoop
dat de mensen zien laat, zien soms even,
wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.

Charles Péguy (1873-1914)

Meer lezen? 

o   Klein geluk https://christablogt.blogspot.com/2021/11/blog-27-klein-geluk.html

o   Levenskunst https://christablogt.blogspot.com/2021/08/blog-24-levenskunst.html

o   Elke dag een beetje nieuwjaar:  https://christablogt.blogspot.com/2021/01/blog-12-elke-dag-een-beetje-nieuwjaar.html

o   Vanuit de WIA op zoek naar nieuw perspectief: https://christablogt.blogspot.com/2021/10/blog-25-vanuit-de-wia-op-zoek-naar.html

Misschien ga ik mijn eigen blogs ter bemoediging van mezelf ook binnenkort weer eens lezen.

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Een tijd is het goed gegaan, maar in het najaar van 2022 wordt Christa opnieuw behandeld, de kanker is weer actief in haar lichaam. De ziekte geeft haar veel waardevolle levenslessen. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.  

Vallen, opstaan en veerkracht | Deel 2


Iedereen krijgt in zijn/haar leven te maken met ingrijpende gebeurtenissen. Gebeurtenissen die je beproeven en veel van je vergen. Soms lukt het niet om je daarin staande te houden. In mijn eerste blog in de reeks over ‘Vallen en opstaan’ gaf ik daar al een paar voorbeelden van. Deze tweede blog gaat over veerkracht, ofwel het vermogen om na tegenslag weer (sterker) op te staan. Wat is veerkracht eigenlijk en hoe word je een veerkrachtiger mens? Niet alleen relevant voor mensen met ernstige ziekten maar eigenlijk voor iedereen.

Begripsomschrijvingen
Vallen, opstaan en veerkracht: waar hebben we het eigenlijk over? Volgens het woordenboek wordt onder een val verstaan: plotseling en onvrijwillig op de grond terechtkomen. Ongeacht of er daarna sprake is van letsel of niet. Opstaan gaat over je oprichten, oprijzen, de liggende, zittende houding verlaten. Na een letterlijke of figuurlijke val, maar ook gewoon wanneer je uit je stoel opstaat om een kopje thee te zetten.

Als ik in mijn blogs ‘vallen’ schrijf, doel ik niet specifiek op alle fysieke valpartijen die mensen kunnen meemaken, alhoewel die soms ook grote impact hebben, maar ik doel op alle ingrijpende levensgebeurtenissen die mensen kunnen meemaken. En dat zijn er, zoals ik in mijn eerdere blog beschreef, behoorlijk wat. Als het je niet lukt om je daarin staande te houden, dan val je. Vaak op alle fronten tegelijk: fysiek, mentaal en emotioneel.

Met veerkracht wordt over het algemeen bedoeld: de kracht van lichaam en geest om je (snel) te kunnen herstellen na tegenslag. Meestal gaat dat niet vanzelf. Daar is serieuze inspanning voor nodig.

Misschien is na tegenslag weer opstaan zelfs wel de grootste overwinning die we als mens kunnen bereiken? Zie ook onderstaande spreuk van Confucius, Chinese wijsgeer (551 v.C.- 479 v.C.).

 

Vallen en opstaan: Twee voorbeelden
Niet alle valpartijen in een mensenleven zijn gelukkig groot en dramatisch. En soms kan een schijnbaar onschuldig valpartijtje ook grotere gevolgen hebben dan je soms denkt. Twee persoonlijke voorbeelden:

Vroeger
Vroeger was ik een tamelijk onzeker meisje. Als vijf-/zesjarige vond ik vooral nieuwe fysieke dingen leren spannend en moeilijk. Zoals bijvoorbeeld leren zwemmen en rolschaatsen. Aan het eerste heb ik nog levendige herinneringen, met name aan het koude water van het buitenzwembad waar ik ‘s morgens vroeg voor schooltijd zwemles kreeg en aan de bulderende badmeester die zijn instructies luidkeels vanaf de zijkant van het bad riep. Niet echt een fijne, stimulerende leeromgeving. Van het moeizame proces van leren rolschaatsen kan ik me echter weinig herinneren. Dat heb ik vermoedelijk verdrongen. Het verhaal dat mijn vader daarover later vaak heeft verteld, ging over vallen, opstaan en opnieuw beginnen. Uit mezelf was ik, denk ik, als onzeker klein meisje na een aantal valpartijtjes afgehaakt, maar met aanmoediging van mijn ouders heb ik net zolang geoefend totdat ik de techniek van rolschaatsen goed beheerste en het ook écht leuk begon te vinden. Zo is in ons gezin de uitdrukking ontstaan ‘Als je kan leren rolschaatsen, kan je alles!’. Aan die periode denk ik nog wel eens terug want door al die kleine valpartijtjes heb ik destijds als klein meisje iets heel groots geleerd, namelijk de kunst van opstaan en doorzetten! Een waardevolle levensles, die ik bij diverse latere, ingrijpende levensgebeurtenissen veelvuldig in praktijk heb mogen brengen.

Nu
Helaas, het is weer eens zover: in mijn enthousiasme heb ik weer eens te uitbundig geleefd. Dit keer door voor het eerst in mijn leven een fietsvakantie te ondernemen. Heerlijk door fraaie gevarieerde landschappen gefietst, onderweg op bijzondere plekken gepicknickt, lekker in meertjes gezwommen, mooie musea bezocht en leuke ontmoetingen met bekenden en onbekenden. Kortom, ik heb genoten van ons fraaie Nederland! Met gemiddeld elke dag 54 km op de teller een enorme opsteker en prestatie! Zeker gezien het feit dat ik door mijn ziekteperiode – nu bijna drie jaar geleden- beslist minder energie heb dan vroeger. Na die blije, uitbundige week ben ik – hoe kan het ook anders- helemaal uitgeteld. Want mijn energiebalans goed bewaken is nog steeds niet mijn sterkste punt. Na de euforie over mijn fietstocht kom ik nu opnieuw ten val. Niet zo dramatisch als drie jaar geleden toen ik kanker bleek te hebben, maar deze tijdelijke terugval is in zijn kleinheid ook confronterend. Hij herinnert me aan al die lange maanden dat ik destijds ziek en zwak op de bank lag. Dit keer duurt het herstel langer dan van andere uitjes. Confronterend! Dus ik doe nu weer even rustig aan en zeg tegen mezelf: ‘Gun jezelf de tijd om weer op krachten te komen en blijf optimistisch. Dat je nu weer moe bent en buikpijn hebt, betekent niet dat de kanker weer actief is, maar je hebt weer eens teveel van jezelf gevergd’ (Gelukkig was ik een paar dagen later weer grotendeels opgeknapt).

Veerkracht en emotionele stabiliteit
In de Big5 Persoonlijkheidsvragenlijst van Adviesbureau GITP, waaraan ik momenteel als freelance coach ben verbonden, wordt veerkracht vooral gedefinieerd als emotionele stabiliteit.

Iemand die hoog scoort op emotionele stabiliteit ‘Reageert doorgaans kalm, weloverwogen en zelfverzekerd wanneer dingen tegenzitten. Herstelt ook snel na tegenslag in stressvolle situaties of na kritiek door anderen. Is eerder op oplossingen gericht dan op problemen. Vertrouwt er op problemen aan te kunnen. Is in het algemeen opgewekt en ontspannen’.

Iemand met lage scores op emotionele stabiliteit daarentegen wordt als een weinig veerkrachtig persoon beschouwd: ‘Reageert doorgaans emotioneel op tegenslag en kan zich lang zorgen blijven maken. Blijft zich dan eerder op de problemen richten dan op oplossingen. Kan zich kritiek van anderen persoonlijk aantrekken en daar dan geprikkeld op reageren. Twijfelt bij tegenslag gemakkelijk aan eigen kunnen en kan enige tijd nodig hebben om zichzelf weer onder controle te krijgen’.

Iemands emotionele stabiliteit kan bovendien in verschillende levensfasen variëren, zo weet ik inmiddels ook uit ruime persoonlijke ervaring.

Ontwikkelbaar of niet?
In de persoonlijkheidspsychologie worden bepaalde persoonlijkheidskenmerken als tamelijk stabiel en onveranderlijk beschouwd. Een introvert persoon verander je niet in een extravert type en van nature chaotische mensen zullen waarschijnlijk nooit echt systematische, geordende types worden. Gelukkig zijn gedragspsychologen positief over de ontwikkelbaarheid van veerkracht. Je kan veerkracht zien als een spier. Die wordt sterker wanneer je hem traint. Wanneer je oefent in veerkrachtig gedrag, kan je je veerkracht dus verder versterken. Dat geeft hoop voor de toekomst! Maar hoe doe je dat dan?

Veerkracht ontwikkelen: hoe doe je dat?
Psycholoog, spreker en bestseller auteur Rick Hanson (PhD), verbonden aan het Greater Good Science Center van Berkeley University (Canada) schreef er in 2018 een boek over: ‘Resilient. How to Grow an Unshakable Core of Calm, Strength, and Happiness’ (2018). Veerkracht heb je namelijk niet alleen nodig om ingrijpende levensgebeurtenissen het hoofd te bieden maar eigenlijk voor elke dag in je leven; bij het opvoeden van kinderen, in relaties, in je werk, bij gezondheidsproblemen, bij stressvolle situaties, om te helen van oude pijn en om door te gaan. In zijn boek beschrijft Hanson op basis van inzichten uit de neurowetenschap, mindfulness en positieve psychologie hoe we meer innerlijke kracht kunnen ontwikkelen om bij tegenslag zelfverzekerd, kalm en gecentreerd te blijven.

Positieve neuroplasticiteit
In het brein zijn een aantal gebieden die samenhangen met veerkracht. Met name de amygdala (het stresscentrum), de hypothalamus (stuurt de aanmaak van de stresshormonen cortisol en (nor)adrenaline aan), de hippocampus (reguleert stress) en de prefrontale cortex (regelt cognitieve functies en remt de amygdala) spelen daarbij een belangrijke rol. Ik volgde ooit een opleiding over begeleiding bij stress en burnout, maar het voert te ver om in deze blog gedetailleerd te beschrijven hoe stress in onze hersenen en ons lichaam werkt. De belangrijkste les voor deze blog: door gericht te oefenen kun je de verbinding tussen verschillende hersengebieden versterken. Daardoor kunnen specifieke neurocircuits actiever en sterker worden. Zodoende kan je in jezelf het pad naar meer veerkracht versterken.

Wat draagt bij aan veerkracht?
Hanson benoemt in zijn boek 12 interne krachten die bijdragen aan meer veerkracht. Onderstaand een aantal. Met dank aan Heleen Peverelli (Psychologiemagazine).

  • Geluksmomenten
    Heilzame ervaringen en geluksmomenten helpen ons om weerbaarder te worden bij tegenslag. Dus: Wees dankbaar voor alle positieve momenten in je leven en benoem regelmatig waarvoor je allemaal dankbaar bent. Geluk zit ook in kleine dingen!
  • Zeggenschap
    Zeggenschap ervaren is het tegenovergestelde van hulpeloosheid. Jezelf als actor/doener ervaren in plaats van als slachtoffer helpt je om bij tegenslag weer op te staan. Dus: besef dat je altijd kan kiezen, zelfs in situaties waaraan je niets kan veranderen. Bijvoorbeeld door je aandacht op iets anders, iets positievers te richten of anders te denken over bepaalde personen of situaties.
  • Rust bewaren
    Het is heel normaal dat bepaalde stressvolle situaties ons bang of boos maken. Het is echter niet gezond om langdurig stress te ervaren. We hebben ook rust en ontspanning nodig om van stress te herstellen en op te laden. Regelmatig oefenen met eenvoudige ademhalingsoefeningen, yoga of meditatie kan helpen om meer rust te ervaren. Alleen al door te oefenen met verlengen van je uitademing ten opzichte van je inademing (bijvoorbeeld 4 tellen in en 6 tellen uit) zal jij je rustiger gaan voelen.
  • Intieme relaties versterken
    Intieme relaties met mensen van wie we houden (familie, vrienden etc.) maken ons sterk en veerkrachtig. In moeilijke tijden zijn zij een belangrijke steun en toeverlaat. Wanneer zij niet nabij zijn, kan het ook helpen om in gedachten hun steun op te roepen.
  • Moedig zijn
    Het vergt moed om in contact met anderen kwetsbaar, eerlijk en assertief te zijn. Maar het loont! Want moed/vastberadenheid tonen maakt je veerkrachtiger. Dus: wanneer je een situatie spannend of eng vindt, vertel dat aan anderen. Herinner je jezelf aan eerdere keren dat je moed hebt getoond en haal dat gevoel terug. Daardoor vergroot je je veerkracht.

Volgende keer
In mijn volgende blog -de derde en laatste blog uit de reeks ‘Vallen en opstaan’ – beschrijf ik wat mij heeft geholpen om na ingrijpende levensgebeurtenissen weer veerkrachtiger in het leven te staan. Met kanker als de meest heftige val-ervaring ooit. Eigenlijk ben ik best trots op hoe ik dat heb gedaan. En ik oefen nog steeds regelmatig, want die veerkracht-spier moet je natuurlijk wel blijven trainen;)

En jij?
Wat is jouw manier om na ingrijpende levenssituaties overeind te blijven of na vallen weer sterker verder te gaan? Welke tips heb jij daarover aan anderen?

Levendige groet,

Christa

Meer weten?

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Een tijd is het goed gegaan, maar in het najaar van 2022 wordt Christa opnieuw behandeld, de kanker is weer actief in haar lichaam. De ziekte geeft haar veel waardevolle levenslessen. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.  

Vallen en opstaan: het overkomt iedereen! | Deel 1

Hoe vaak krijgen we in ons leven niet te maken met gebeurtenissen die veel van ons vergen en ons beproeven? Situaties die soms te groot zijn om ons staande te houden. En als dat niet lukt vallen we om. Misschien is vallen en opstaan zelfs wel de grootste opgave in een mensenleven? En hoe bijzonder is het als het je lukt om na je val weer op te staan en sterker dan ooit verder te gaan?! Ik weet er persoonlijk en professioneel veel van. Daarover gaat deze blogreeks. Misschien ook interessant voor jou als mens of professional (psycholoog, coach, trainer, medische professional etc.)?

Zomaar een paar voorbeelden 
Wie kent het eigenlijk niet? Beproevingen en tegenslag in werk of privé?  Bijna iedereen heeft dat wel eens, of vaker, meegemaakt.

In werk
Bijvoorbeeld wanneer je hoeveelheid werk groter is dan feitelijk in je werkweek past en je daarom, gevraagd of ongevraagd, steeds overwerkt. Totdat je ‘s nachts steeds slechter slaapt en overdag zo moe bent dat je niet meer goed kan functioneren. Totdat op een dag je hele lichaam pijn doet, je te moe bent om uit je bed te komen en je om het minste of geringste in huilen uitbarst. Alles is je dan te veel geworden en je blijkt een burn-out te hebben. Of wanneer je in je werk te maken hebt met verstoorde werkverhoudingen, onverwachtse of onvrijwillige beëindiging van je dienstverband, een bedrijfsongeval etc. Dergelijke situaties kunnen er,  zo weet ik uit ervaring, flink inhakken.

Privé
Ook het gewone leven kent vele beproevingen. Bijvoorbeeld wanneer een dierbare (je kind, je partner, je ouders, beste vriend etc.) of jezelf iets ergs overkomt, bijvoorbeeld een ongeval of een ernstige ziekte zoals hart- en spierziekten, dementie of kanker. Wanneer je relatie geen stand houdt en je kinderen opeens op twee adressen moeten gaan wonen omdat hun ouders uit elkaar zijn etc.  Dan krijg je er opeens flinke zorgen bij. De voorbeelden uit het leven van alledag zijn legio. Heel begrijpelijk dat mensen dus soms omvallen. Soms voor kortere tijd, soms langer of voor altijd. Zeker wanneer er ingrijpende gebeurtenissen op meerdere fronten tegelijk spelen. Dat kan iedereen overkomen. Dus ook jou en mij. En dat kan flink pijn doen.

Herkenbare werkelijkheid
Dat het leven soms meer van je vraagt dan je aan kan, heb ik persoonlijk ook ondervonden. Zowel in werk als privé heb ik behoorlijk wat ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Bijvoorbeeld onverwachtse opheffing van mijn functie terwijl ik aan het herstellen was van een burn-out, faillissement van de organisatie waar ik met veel plezier werkte, echtscheiding, ernstige ziekte en overlijden van dierbare familieleden en zelf kanker krijgen. Door dit alles durf ik mezelf inmiddels wel ervaringsdeskundige Vallen en Opstaan te noemen. Goedbeschouwd een geuzentitel, al zeg ik het zelf, want na elke val was het hard werken om fysiek, mentaal en emotioneel opnieuw er sterker uit te komen. Dat is tot nu toe overwegend gelukt. Iets om best trots op te zijn! En, ik heb er deels ook mijn werk van gemaakt. Het liefst coach ik namelijk mensen die in hun werk te maken hebben met taaie vraagstukken en tegenslag.  

Vallen is ingrijpend
Vallen is over het algemeen behoorlijk ingrijpend, want je valt meestal niet alleen fysiek of mentaal of emotioneel, maar op alle fronten tegelijkertijd.

Vallen brengt behalve fysieke en mentale klachten vaak allerlei pijnlijke emoties met zich mee: gevoelens van zelfkritiek, falen, kwetsbaarheid, hulpeloosheid, schaamte, onzekerheid, angst, verdriet, frustratie, boosheid, kritiek.

En vallen heeft meestal impact op meerdere levensterreinen tegelijkertijd: op je lichaamsfuncties, je dagelijkse functioneren, je werk, je sociale contacten en relaties met anderen, je mentale welzijn, je kwaliteit van leven en zingeving.

Kortom: al die beproevingen en tegenslagen kunnen je leven behoorlijk ontregelen.

Veerkracht
Na een flinke val weer sterk(er) op staan is best een flinke uitdaging. Mentaal, fysiek en emotioneel. Het gaat eigenlijk over succesvol omgaan met tegenslag, dus over veerkracht. Op basis van mijn persoonlijke en professionele ervaring als arbeids-en organisatiepsycholoog, coach en trainer zou ik er wel een boek over kunnen schrijven. Maar wat bedoelen we eigenlijk met veerkracht?

Veerkracht is de kracht van lichaam en geest om je snel te kunnen herstellen na kwetsing of tegenslag. Dat gaat echter niet vanzelf. Om na een val sterker weer op te staan moet je actief met jezelf aan de slag. En dat vergt moed. Maar hoe doe je dat dan?

Sterker weer op staan: hoe doe je dat?
Brené Brown (Amerikaans onderzoekshoogleraar en auteur van ‘De moed van imperfectie’) heeft uitgebreid onderzocht hoe mensen omgaan met beproevingen en tegenslag. Ook geeft ze goede adviezen over wat helpt om daarna weer sterker op te staan. Ze schreef er in 2015 een inspirerend en leerzaam boek over: Sterker dan ooit. De wijsheid van vallen en opstaan.

Drie essentiële stappen
Volgens Brené bestaat het proces van vallen en opstaan uit 3 essentiële stappen:

  1. In contact komen met je gevoelens 

Zowel met je lichamelijke gevoelens als met je emoties. Zonder dat je in deze eerste stap al precies hoeft te snappen wat je voelt en waarom je je zo voelt. ‘Rekenschap geven’ noemt Brené dat.

  1. Nieuwsgierig zijn naar het verhaal dat erachter zit 

Ofwel de bereidheid om de verhalen die je over jezelf vertelt (verzint) nieuwsgierig en eerlijk onder ogen te zien, met als doel je gedachten, gevoelens en gedrag beter te begrijpen. Zelfreflectie vergt ook moed, want het confronteert je soms ook met schaduwkanten van jezelf die je liever niet onder ogen wil zien.  Brené noemt dat ‘stoeien met je eigen verhaal’.

  1. Integratie 

Belangrijke opgedane inzichten over jezelf en je ervaringen omzetten in meer wijsheid, authenticiteit en heelheid. Dat wil zeggen: op een wijzere manier opnieuw in het volle leven gaan staan. ‘Integrare’ (Latijn) betekent immers ‘heel maken’. Het weer-op-staan-proces op deze manier kan dus leiden tot diepgaande, grensverleggende transformatie. Brené noemt dat ‘revolutie’.

Gemak of moed?
Aan jou dus de keuze, ongeacht om wat voor reden je bent omgevallen: Kies je voor gemak of voor moed?

Gemak betekent: op je ‘oude’ manier weer opkrabbelen en op dezelfde manier verder gaan als daarvoor. Met als risico dat je na enige tijd weer tegen hetzelfde aan loopt. Bijvoorbeeld: na te hard werken opnieuw ziek of overspannen worden. Of na een echtscheiding op dezelfde manier in een volgende relatie stappen en daarna opnieuw in vergelijkbare relatieproblemen terecht komen.

Moed daarentegen betekent: wanneer je valt bewust de tijd nemen om contact te maken met wat je echt voelt, de verhalen die je over jezelf vertelt diepgaand onderzoeken, (hopelijk) tot nieuwe, wezenlijke inzichten over jezelf en je relaties met anderen komen en die integreren in een wijzere, sterkere versie van jezelf. Brené noemt dat ‘revolutie’.

Geen garanties
Na een val opnieuw voor het volle leven gaan, geeft echter geen garanties voor de toekomst. Want bij écht leven hoort ook het risico dat je misschien in de toekomst ooit weer ten val komt. Weer opstaan en opnieuw kiezen voor de weg omhoog gaat dus ook over lef en moed tonen, ongeacht wat de toekomst zal brengen. Ik wens je veel moed toe! 

En jij? 

Heb jij in jouw leven ook de nodige val-en-weer-opstaan-ervaringen? Ik ben benieuwd naar wat jij hebt gedaan om weer op te staan. En… misschien voel jij je nu wel sterker dan ooit?

In mijn volgende blog deel ik op basis van mijn persoonlijke en professionele ervaringen als arbeids-en organisatiepsycholoog en coach graag nog een aantal tips over hoe na tegenslag veerkrachtig en sterker op te staan.

Levendige groet,

Christa

Meer lezen?

  • Brown, B. Sterker dan ooit. De wijsheid van vallen en opstaan.  (2017) Bruna Uitgevers BV Amsterdam. Oorspronkelijke titel: Rising strong.  (2015)
  • ChristaBlogt. Ben je benieuwd wat ik heb gedaan om na kanker weer op te staan? Lees dan ook mijn eerdere blogs.

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Een tijd is het goed gegaan, maar in het najaar van 2022 wordt Christa opnieuw behandeld, de kanker is weer actief in haar lichaam. De ziekte geeft haar veel waardevolle levenslessen. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.

Palliatief, vervelend woord

 

Een vervelend woord vind ik het; palliatief. Als je voor het eerst met deze term wordt geconfronteerd, en het slaat op jou, klinkt het nogal ‘bijna dood’. Je hoort palliatief maar het klinkt als terminaal. Opmerkelijk, want de woorden lijken totaal niet op elkaar, maar toch is er kennelijk die associatie met de allerlaatste fase. Hoe komt dat toch?

Wat betekent het woord palliatief eigenlijk? Intypen op de zoekbalk van Google levert een aantal definities op. Uiteraard met dezelfde strekking; verzachtend, niet gericht op genezing (curatief). De omschrijving die ik het meest pakkend vond luidt als volgt: Er kan niet meer genezend worden behandeld. De behandelingen die nog worden ingesteld zijn op zo goed mogelijke kwaliteit van leven gericht.

Een goede omschrijving over het verschil tussen palliatieve zorg en terminale zorg vond ik op ‘Zorg voor beter, kennisplein voor verplegenden en verzorgenden’ :

Verschil tussen palliatieve zorg en terminale zorg
“Bij palliatieve zorg denken we ook vaak aan terminale zorg. Beide zorgvormen worden geboden aan diegenen die niet meer kunnen genezen van hun ziekte en daaraan zullen overlijden. Het verschil is dat palliatieve zorg jaren kan duren, terwijl we pas van terminale zorg spreken wanneer het overlijden daadwerkelijk op korte termijn (3 maanden of minder) wordt verwacht. Palliatieve zorg richt zich op een zo goed mogelijke kwaliteit van leven. De tijdsduur per cliënt verschilt. Terminale zorg richt zich op een goede kwaliteit van sterven. “

Als je in een palliatieve fase van je ziekte bent kun je dus nog jaren leven met kanker. Maar genezen kun je niet meer. En als je niet meer te genezen bent, ben je dus palliatief.  Daar komt het dan op neer. Maar mensen met bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson kunnen hier ook niet van genezen. Dat wordt dan weer niet palliatief genoemd maar chronisch. Zo maar wat gedachten die illustreren dat het een lastig woord is. Zelfs mijn oncoloog worstelt ermee. “U kunt niet meer beter worden” zei ze. “Ben ik nu palliatief?”  Waarop de arts antwoordde: “Laten we het op chronisch houden. De kanker is chronisch”.  Het zijn maar woorden die vervolgens niets zeggen over mijn situatie, maar ik kan vertellen dat ik chronisch aanmerkelijk hoopvoller in de oren vind klinken dan palliatief.

Dat meer mensen moeite hebben met het begrip palliatief is me wel duidelijk geworden. Voor Als kanker je raakt heb ik eens een presentatie mogen houden voor een prachtige groep vrijwilligers van ‘Diakonos vrijwillige palliatieve en terminale zorg’. Een van de vrijwilligers merkte op dat er veel hulp gevraagd wordt voor de terminale fase, maar vele malen minder voor palliatieve zorg. Dat begrijp ik wel. In voorbereiding op de presentatie heb ik wat rondgekeken op de websites van deze VPTT (Vrijwillige Palliatieve Terminale Thuiszorg) organisaties. Vooral zorg voor de laatste levensfase wordt benoemd. En laat ik eerlijk zijn; toen ik hoorde dat ik niet meer beter zou kunnen worden, en de behandeling palliatief was, had ik nou niet bepaald de behoefte om bij een VPTT aan te kloppen. Daar wilde ik helemaal nog niets mee te maken hebben. Terwijl deze vrijwilligers misschien wel iets zouden kunnen betekenen voor sommigen, in deze fase van het ziek zijn.

In ons land is er veel aandacht voor de palliatieve zorg. En het is doorgaans goed geregeld.  Veel ziekenhuizen hebben palliatieve  teams. Er komt ook steeds meer aandacht voor. Internist –oncoloog en hoogleraar Klinische Palliatieve Zorg Lia van Zuylen maakt zich sterk voor het zogenoemde tweesporenbeleid bij oncologische en palliatieve zorg. Inzetten op behandeling, maar tegelijkertijd ook op dat andere aspect, de palliatieven zorg. De palliatieve zorg richt zich nadrukkelijk op het léven met een ongeneeslijke ziekte.

In andere delen van de wereld heeft palliatieve zorg vaak een heel andere betekenis dan hier. Een bevriend zendingsechtpaar is door de GZB naar Malawi uitgezonden geweest. Een predikant en een verpleegkundige die vanuit het ziekenhuis palliatieve zorg verleende bij mensen in de dorpjes. De definitie van de WHO ( World Health Organisation): Bij palliatieve zorg gaat het om “een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening” Het voorkomen en verlichten van lijden. Op verschillende manieren. Heel praktische manieren vaak. Een paar voorbeelden uit de praktijk :

  • Grote stinkende wonden zo goed mogelijk verzorgen en verbinden. Met de beperkte middelen die we hebben, de stank en daarmee ook de rondzwermende vliegen zoveel mogelijk bestrijden.
  • Mensen voorzien van een matras, wanneer een patiënt bedlegerig is en alleen een matje heeft.
  • Een stuk plastic brengen om het dak in de regentijd waterdicht te maken, zodat de patiënt droog ligt.

Dan heb je het echt over andere palliatieve zorg dan in Nederland. Nu weet ik ook wel dat je twee heel verschillende situaties niet zo maar met elkaar kunt vergelijken. Kinderen kunnen dat soms zo logisch zeggen: “waarom moet ik mijn spruitjes opeten, die ik niet lust, omdat kindertjes aan de andere kant van de wereld honger hebben.” Maar toch, wat een verschil. Er zal heus nog wel iets af te dingen zijn op de zorg hier. Maar als je deze verschillen ziet dan is dankbaarheid ook op zijn plaats. Dat we een bed hebben zonder lekkend dak boven ons hoofd. Het is goed om ook je zegeningen te tellen.