Flashbacks

 

Soms zit ik weer even in de foute film van drie jaar geleden, toen ik in maart 2019 onverwachts de diagnose kanker kreeg. Flashbacks uit de foute film overvallen me op de raarste momenten. Dan voelt het alsof ik weer even terug ben in de tijd. De tijd van ernstig ziek zijn, pijn, verdriet, angst en hulpeloosheid. Dan voel ik opnieuw het verdriet, de angst en de pijn van toen. Gelukkig lukt het me elke keer om weer om terug te komen in het hier en nu. In mijn huidige leven, waarin ik me overwegend levenslustig en gelukkig voel. Maar waarom dan toch steeds die flashbacks?

Pijnlijke flashbacks 
Pijnlijke flashbacks, meestal overvallen ze me onverwachts. Zoals laatst, toen ik m’n grote soeppan uit de keukenkast haalde om tomatensoep voor een verjaardagsfeestje te maken. Zo’n grote pan met een stevige glazen deksel. Terwijl ik de deksel uit de kast pakte, herinnerde ik me opeens dat ik mijn glazen pannendeksels lange tijd niet kon tillen. Ze waren veel te zwaar want door mijn kanker en de chemo’s had ik een tijdlang weinig spierkracht. Oh, wat vond ik dat destijds confronterend! En nu, drie jaar later, was datzelfde gevoel er weer even. Ik schrok ervan en schoot vol. Om een stom pannendeksel. En daarna voelde ik me heel dankbaar over hoe goed mijn lichaam zich sindsdien heeft hersteld.

Iets vergelijkbaars gebeurde toen ik onlangs een foto van goede vrienden kreeg. Ze waren in het ziekenhuis op kraambezoek bij hun pas bevallen dochter. Terwijl ik de foto van de trotse opa met zijn blije dochter en kersverse kleindochter bewonderde,  gleden mijn ogen automatisch naar de  infusen die zijn dochter in haar handen en arm had. Ik betrapte me erop dat ik ze onbewust vergeleek met hoe ik er zelf destijds na mijn buikoperatie aan toe was. Met heel veel drains en infusen in alle ledematen. Zoiets vergeet je nooit meer. Maar wel gek dat dat onverwachts via een kraamfoto getriggerd wordt.

De ergste flashback 
De ergste flashback sinds lange tijd was afgelopen Pasen. Precies in de periode dat mijn foute film drie jaar geleden begon. Natuurlijk is dit vanwege alle herinneringen een beladen periode, maar dat ik een week lang dezelfde pijn in mijn lichaam voelde als toen, dat ik net zo vermoeid was als toen en me net zo verdrietig voelde, hakte er flink in. Een week lang was ik weer helemaal terug in de tijd en beleefde ik met mijn hoofd, hart en lichaam al het trauma van drie jaar geleden opnieuw. Heel heftig. Normaliter vertel ik dit soort dingen niet omdat anderen hier waarschijnlijk niks van snappen én omdat ik niet zielig wil overkomen. Maar dit is hoe heftig flashbacks kunnen zijn.

Wat helpt?  
Ja, dat is een goede vraag. Helaas is er geen standaardrecept of quick fix voor pijnlijke flashbacks en herbeleven van oude trauma’s. Door vallen en opstaan heb ik daarover inmiddels een paar belangrijke dingen geleerd. Die deel ik graag met jullie. Wie weet heb jij daar ook iets aan?

Wat mij tot nu toe goed heeft geholpen:

  • Mezelf de tijd gunnen om stil te staan bij mijn emoties en bij de signalen van mijn lichaam. Elke keer opnieuw. Hoe pijnlijk die soms ook zijn. Als je dat maar lang genoeg doet worden ze vanzelf zachter/minder pijnlijk/ minder erg. Negatieve gevoelens of pijn negeren, weg wensen of wegduwen werkt in ieder geval niet. Net als die strandbal. Hoe harder je hem onder water duwt, des te harder komt de bal weer naar boven.
  • Mezelf geruststellen: bijvoorbeeld door tegen mezelf te zeggen ‘Je bent nu niet meer ziek, je hebt geen kanker mee. Het is nu 2022 en niet meer 2019. Het erge is nu voorbij’. Wonderbaarlijk hoe dit soort eenvoudige zinnen kunnen helpen om jezelf te geruststellen. Zeker wanneer je ze een aantal keer herhaalt.
  • Mezelf afleiden door fijne, ontspannende dingen te doen. Bijvoorbeeld: wandelen met een goede vriendin, een fietstochtje in de natuur, lekker eten koken of knuffelen met m’n vriendje.
  • Medische checks: natuurlijk zat ik ‘m in de slechte Paasweek met al m’n fysieke klachten even flink te knijpen. Zou de kanker misschien toch weer terug gekomen zijn? Het uitgebreide bloedonderzoek via mijn huisarts bewees gelukkig het tegendeel. Mijn bloedbeeld is helemaal prima, hoera!
  • Bidden dat de pijnlijke flashbacks weer over gaan en dat de kanker nooit meer terugkomt. En vertrouwen op God’s nabijheid. Dat besef alleen al vind ik enorm troostrijk.
  • Goede hulpverleners die me begeleid(d)en bij verdere rouw- en traumaverwerking. Mijn toenmalige (kanker)psycholoog en mijn specialistische wijkverpleegkundige oncologie, mijn lichaamsgerichte traumatherapeut, mijn energetische therapeut en niet vergeten mijn fantastische gynaecoloog en oncoloog. Heel fijn dat er zoveel fijne, deskundige professionals bestaan die kunnen helpen om fysiek, emotioneel en energetisch verder te helen. Mijn dank aan hen is groot 🙏.

Krachtig beeld: de rivier
Oude herinneringen kunnen heel verdrietig en pijnlijk zijn. Het moeilijkste is misschien wel om niet te vluchten maar erbij te blijven wanneer het pijn doet. Mijn vroegere ziekenhuispsycholoog noemde dat ‘verduren’ ofwel ‘het uithouden met’ je ongemak, je pijn, je verdriet etc. Tegenwoordig heb ik een nieuw, krachtig beeld om door pijnlijke periodes heen te komen. Of eigenlijk een metafoor, aangereikt door mijn energetische therapeut. Zij zegt: ‘Beschouw je leven als een rivier. Het water in de rivier stroomt vanzelf zonder dat je daar iets aan hoeft te doen. Ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals ernstige ziekte, echtscheiding, dood van een geliefde, kun je voorstellen als stenen in de rivier. Door die stenen (je trauma) stroomt de rivier anders dan voorheen. Je kan proberen de steen uit de rivier te halen om de levensstroom te herstellen, maar dat werkt niet, want het erge is al gebeurd. Wat wel werkt is: ga in gedachten op de steen in de rivier zitten, voel wat je voelt en blijf net zolang op de steen zitten als nodig is. Dus dat doe ik wanneer ik nu weer eens nare flashbacks krijg. Ik zit op de steen in de rivier. Ik ben me gewaar van al mijn verdriet, pijn en ongemak. Ik blijf er met mijn volledige aandacht bij totdat het minder erg en zachter wordt. Wonderbaarlijk dat aandacht geven aan wat pijnlijk is helend werkt. Van wond tot wonder! En elke keer ben ik dankbaar dat ik leef en dat het leven mij lief heeft.

En jij? 
Heb jij ook wel eens nare flashbacks, waardoor je je opeens weer terug waant in de een moeilijke periode van je leven? Wat is jouw manier om daarmee om te gaan? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen en tips!

Levendige groet!

Christa

Wat de toekomst brenge moge

Wat de toekomst brenge moge,
mij geleidt des Heren hand.
Moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.

Het is de eerste strofe van een prachtig lied. Ik heb het talloze keren uit volle borst gezongen. Niet voor niets is dit zo geliefd als slotlied tijdens kerkdiensten. Hiermee ontvangen we nieuwe moed om de week in te gaan. Geweldig! Maar dan verandert er iets.

De melodie wordt minder krachtig en de tekst zingt ook niet zo makkelijk meer mee.  

 Leer mij volgen zonder vragen; 
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed.  

Deze zinnen zing ik meestal een stuk zachter. En mijn gedachten schieten gelijk alle kanten op. Want moet ik echt altijd kalm en rustig zijn? Daarvoor is er te veel wat mij diep van binnen raakt. Bovendien verkeer ik in goed gezelschap, want ook Jezus zelf werd wel eens boos. En vragen aan God heb ik genoeg. Hoe zit het bijvoorbeeld met al die mensen die ernstig ziek worden, soms al op heel jonge leeftijd? En stelde Jezus zelf niet ook die indringende vraag aan het kruis: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ 

Toch ben ik deze strofe anders gaan horen toen ik ontdekte wie het geschreven heeft. Het is Jacqueline van der Waals, dochter van een wereldberoemd natuurkundige en nobelprijs winnaar. Ze schreef vele gedichten, ook over haar eigen twijfels en vragen. Op 52-jarige leeftijd kreeg ze de diagnose darmkanker en een jaar later overleed ze. In die laatste jaren van haar leven schreef ze waarschijnlijk dit lied. 

Nu ik dit weet, proef ik in deze woorden bovenal haar verlangen naar een volledige overgave aan God. Volgens mij heeft ze willen zeggen: ‘Ook al heb ik geen antwoorden op veel van mijn vragen, het staat mijn vertrouwen op God niet in de weg. En ook al zijn mijn omstandigheden moeilijk en voel ik me vaak onrustig en verdrietig, bij God is er Sjaloom te vinden. Ook voor mij. Een vrede en innerlijke heelheid die mijn nare situatie overstijgt.’ 

Als ik de tekst zo lees, wil ik het graag uit volle borst meezingen. Want dat verlangen heb ik ook. Misschien dat ik het binnenkort nog maar weer eens opgeef als slotlied. En de gemeente zal ik er dan ook maar bij vertellen wat ik u zojuist geschreven heb. 

Ds. Sijbrand Alblas 

Daten na kanker

 

Na een lange aanloop heb ik het gewaagd: Daten na kanker. Deze blog gaat over de hobbels die je daarbij moet overwinnen en de mooie ervaringen die het kan opleveren. Na daten met een paar leuke mannen heb ik nog niet de ware gevonden, dus ik date nog even verder!

Lange aanloop
Ai, wat heb ik daar tegenop gezien; daten na kanker. Aanvankelijk had ik namelijk nogal wat belemmerende overtuigingen die me daarvan weerhielden. Zoals: wie wil nu een relatie met iemand die recent kanker heeft gehad? Misschien komt het terug en ben ik binnen een paar jaar dood. Dat wil je toch niemand aandoen? Op een gegeven moment werd mijn verlangen echter groter dan de angst. Geïnspireerd door positieve feedback van mijn lieve vriendinnen en vrienden heb ik mezelf vervolgens flink toegesproken en gezegd ‘Je bent niet je kanker, je hebt alleen pech dat je het hebt gehad. Je bent een leuke vrouw, dus je verdient een fijne nieuwe relatie met een leuke man’. Toen ik mezelf ervan had overtuigd dat ik ondanks mijn kanker-verleden en late gevolgen toch echt een leuke partner zou kunnen zijn, heb ik de spannende stap gewaagd. De eerste drempel succesvol geslecht!

Wat vertel je over jezelf? 
Ook weet ik nog goed hoe ingewikkeld ik het vond om een datingprofiel op te stellen. Want ik wilde absoluut het K-woord en de impact daarvan op mijn leven vermijden. Want, zo redeneerde ik, daarmee prijs ik mezelf meteen uit de markt. Maar wat vertel je dan wel? Het duurde even voordat ik daarover een wijs inzicht kreeg, namelijk: Focus je vooral op ‘Wat kan je nog wel?’ in plaats van ‘Wat kan je niet meer?’ Zodoende ontstond mijn profiel waarin ik vooral het accent heb gelegd op mijn liefde voor de natuur, muziek en nog veel meer. Alweer een  horde genomen!

Wanneer vertel je ‘HET?’
Tamelijk vlot daarna werd ik gespot door een leuke man met wie ik inderdaad korte tijd heb gedate. Na wat heen en weer gechat over gemeenschappelijke interesses volgde na een paar weken de eerste live-date. Een wandelafspraak in een mooi natuurgebied, want verder was alles in Corona-tijd dicht. Toevallig is wandelen ook één van mijn favoriete hobby’s, dus dat kwam goed uit. Tot die tijd had ik in de chat angstvallig het woord ‘kanker’ vermeden en bij het uitwisselen van persoonsgegevens bewust ook mijn achternaam achterwege gelaten. Want ik dacht: als ze eenmaal mijn achternaam weten en gaan googlen, ontdekken ze al snel mijn uitgebreide digitale kanker-footprint.  Dat leek me niet fijn, dus ik moest HET van mezelf tijdens de eerste face-2-face date vertellen. Heel spannend! Maar had ik een keuze? Eigenlijk niet, want als je echt een relatie met elkaar wil, moet je open en eerlijk zijn, toch?!

Complimenten aan de leuke mannen
Ik zal niet gedetailleerd uitweiden over de reacties van de leuke mannen met wie ik heb gedate, maar een aantal complimenten is zeker op hun plaats. Ten eerste: geen enkele man heeft ooit moeilijk gedaan over het feit dat ik meestal  ’s middags even moet rusten. Integendeel, ze hebben dat als vanzelfsprekend geaccepteerd en geïncorporeerd in alle leuke activiteiten die we samen hebben ondernomen. Ten tweede was de reactie van de meeste mannen op mijn angst voor een recidive best oké. Ze zeiden ‘Misschien krijg ik ook wel wat’. Daarna maakten we er een grapje over ‘Ja, wie weet krijg jij wel prostaatkanker’ en daarmee was de kous af.  En dan die mooie online gesprekken met lieve weduwnaars die hun vrouw aan kanker of een andere vreselijke ziekte waren verloren. Ook zij durfden het best wel aan om een relatie te beginnen met een vrouw met een kankerverleden. De mooiste opmerking die me daarvan is bijgebleven is: ‘je moet niet kijken naar wat er allemaal in de toekomst mis kan gaan, maar naar de tijd die we samen nog kunnen krijgen’. Hoe fijn was dat om te ontvangen!

Nog meer positiefs
En ik vond het héérlijk om mijn hart opnieuw open te stellen voor liefde, te genieten van het samenzijn en om opnieuw liefde te ontvangen. Voor zo lang als het duurde. Elke keer wanneer de relatie om verschillende redenen niet duurzaam bleek, was ik een beetje ‘heartbroken’. In terugblik overheerst echter vooral dankbaarheid. Dankbaarheid voor de ontdekking dat mijn grote hart het nog prima doet én dat er steeds nieuwe, leuke, lieve mannen op mijn pad  komen. Voor de single mannen die dit lezen: Wees gerust ik ben geen nymfomaan, mijn dates zijn nog steeds op de vingers van één hand te tellen, haha.

Niet alleen positief   
Al dat daten was natuurlijk niet alleen maar positief, anders had ik inmiddels een nieuwe vaste relatie. Maar zover is het helaas nog niet. Soms was een man te introvert of écht te voor mij. Of hij vond hij dat ik te hard van stapel liep of wilde  liever een relatie met een vrouw die dichterbij woonde. Of had hij niks met geloof, iets dat voor mij wel belangrijk is. Of hij zat nog midden in een (v)echtscheiding en onze fijne ontmoetingen werden daardoor steeds overschaduwd. Niet echt een gunstig gesternte voor een nieuwe relatie. De pijnlijkste opmerking van één van hen vond ik echter  ‘Ik zie doordeweeks in mijn werk al genoeg huilende vrouwen’. Sorry hoor, ik ben een levenslustige, opgewekte vrouw, maar ben soms verdrietig over alle rottigheid die ik de afgelopen jaren heb meegemaakt. Dus af en toe een potje huilen hoort ook bij mij. Als je daar geen zin in hebt, passen wij inderdaad niet bij elkaar.

De belangrijkste ontdekkingen
De belangrijkste lessen die ik van daten heb geleerd deel ik hierbij graag:

  • Geloof niet alles wat je denkt. Dus: problematiseer je kanker(verleden) niet te veel in je hoofd, want dat is maar een onderdeel van wie je bent.
  • Onderzoek, experimenteer en leer van je ervaringen. Ofwel: onderzoek alles en behoud het goede.
  • Blijf opgewekt en vol vertrouwen. Dat is de weg naar geluk!

Hoe nu verder?
Nu maak ik de korte tussenbalans op en neem ik even pauze. Even bijkomen van de emotionele rollercoaster van het afgelopen driekwart jaar. Daarna ga ik weer opnieuw daten. Totdat ik een leuke lieve man tref die bij mij past en ik bij hem, met al onze liefde, levenservaring, eigenaardigheden, butsen en schrammen. Want iedereen heeft wel wat en echte liefde overwint alles. All you need is love!

Liedje Love is all you need (Beatles, remastered 2009)

En jij?
Vind jij daten vanwege je medische verleden of huidige beperkingen ook zo spannend? Ik ben benieuwd hoe jij dit hebt aangepakt en of je de ware inmiddels hebt gevonden. Leuk als je je verhaal en eventuele tips wil delen! Datingtips van supergezonde lezers (M/V) zijn natuurlijk ook van harte welkom.

Levendige groet,
Christa

7 tips over werkplezier voor werkenden met kanker

 

In mijn vorige blog beschreef ik de drie processen waar je als werknemer met kanker doorheen moet om na ernstige ziekte weer werkplezier en werkgeluk te kunnen ervaren. Op basis van mijn persoonlijke ervaringen geef ik in deze blog zeven tips over wat je kan doen om je werkgeluk na kanker te hervinden, vergroten en behouden.

Onderstaand de wijze lessen die ik daarover door vallen en opstaan heb geleerd.

1. Besef: we hebben niet alles in het leven in de hand maar wèl hoe we ermee omgaan
Kies je voor de slachtofferrol en lijdzaam afwachten tot iemand je tijdens of na je kanker plezierig werk plus ideale werkomstandigheden op een presenteerblaadje aanbiedt? Of neem je tijdens je behandelingen en herstel zelf de regie bij het zoeken naar plezierig en zinvol werk?

En hoe zit het met je mindset? Focus je vooral op alles wat niet meer kan (het negatieve) of op wat er nog wel mogelijk is (het positieve)? Mijn ervaring is dat focus op hoop, lichtpuntjes en klein geluk een krachtige motor is om opnieuw (werk)geluk te kunnen ervaren.

Kortom, ga niet bij de pakken neerzitten wanneer je kanker krijgt, blijf geloven in mogelijkheden om weer in het arbeidsproces terug te komen, in wat voor vorm dan ook en ga actief op onderzoek uit!

2. Wat is voor jou werkplezier en werkgeluk?
Herinner je jezelf hoe werkplezier voelde? Wanneer heb je dat voor het laatst ervaren? Waar was je toen? Wat deed je toen qua werk? En met wie? Waren er ook anderen bij betrokken? Wat maakte je toen met name zo blij en gelukkig?

Wat is voor jou nu werkgeluk? Waar wil je graag weer een bijdrage leveren? Niet persé omdat je dat werk daarvoor ook al deed of omdat je dat (nog) goed kan/kon, maar omdat het bijdraagt aan jouw werkgeluk? Waar krijg je energie van en wat kost je vooral energie?

Of heb je in je werkzame leven tot nu toe weinig werkplezier ervaren en is dit dus een ultieme kans om al re-integrerend actief op zoek te gaan naar écht werkplezier en werkgeluk?

3. Zoek je eigen weg terug naar werkplezier
Besef dat je jezelf op elk moment opnieuw kunt uitvinden, in elke fase van je ziekte en herstel. Dus: wat zou je in deze fase van ziekte en herstel het allerliefste doen, passend bij je huidige/nieuwe IK? Dat wil zeggen rekening houdend met je verlangens, je kwaliteiten én je fysieke, mentale en emotionele mogelijkheden en beperkingen. Zowel qua leven als qua werk, werkplezier en werkgeluk. En waar zou je dat kunnen vinden? Ook als je qua belastbaarheid niet meer je oude werk kunt doen. Juist na ziekte kunnen er nieuwe mogelijkheden ontstaan die er voorheen niet waren. Zoek je eigen weg terug naar werkplezier!

4. Zoek bondgenoten en helpers om je (werk)doelen te bereiken
• Bespreek in alle fasen van je ziekte en herstel je wensen, mogelijkheden en beperkingen met je leidinggevende, de bedrijfsarts en eventueel je HR-functionaris. Schroom niet om aan te geven wanneer werk nog een brug te ver is of doe een stapje terug wanneer werk toch te meer van je vergt dan je aan kan. Eerst komt fit, daarna komt werk(plezier)!
• Maak werkplezier, naast aantal werkuren en inhoudelijke taken expliciet onderwerp van gesprek in de contacten met je leidinggevende, de bedrijfsarts en HR.
• Maak in gesprekken met je werkgever eventueel gebruik van de gesprekshulp Werk en Kanker
• Vraag bij je re-integratie hulp aan aardige, belangstellende, behulpzame collega’s.
• Vraag eventueel aan je werkgever, of aan het UWV, begeleiding door een re-integratiebureau, dat gespecialiseerd is in kanker. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een Werk-Fit traject of een Naar-Werk traject.
• Vraag mensen die je accepteren zoals je bent, je graag willen helpen en in je geloven (familie, vrienden, kennissen, collega’s) om mee te denken over mogelijkheden om opnieuw werkplezier te kunnen ervaren.

5. Wees dankbaar voor elke stap voorwaarts
Als je ernstig ziek wordt, maak je drie soorten processen door: die van de ziekte zelf, het emotionele proces en het proces van je werk. Elke stap, die je in een van de drie processen maakt, hoe klein ook, is waardevol. Waardeer en beloon jezelf dus voor elke stap die je hebt gezet. Wees blij met je nieuwe (werk)leven ook al ziet dat er misschien heel anders uit dan het werk dat je deed voordat je ziek werd. Koester alles wat je hebt bereikt: je leven, je gezondheid en alles wat weer wél mogelijk is. Happiness is een keuze!

6. Blijf hoopvol over en nieuwsgierig naar welke persoonlijke ontwikkeling er in de (nabije) toekomst nog meer mogelijk is
Misschien herstel je in de nabije toekomst nog verder en wordt er op termijn qua werk nog meer mogelijk. Blijf je grenzen verkennen!

7. Leer te leven met als het tegenvalt
Ook de keerzijde hoort erbij: Leer te verduren wat niet meer mogelijk is, wanneer je te ziek bent/blijft of te veel restklachten hebt om nog te kunnen werken. Hoe zwaar dat ook is. Waaraan kan je dan geluk ontlenen? Hoe zou dat er in de kleinste vorm uit kunnen zien? Het leven bestaat immers uit veel meer dan werkgeluk!

En jij?
Ben je momenteel (nog) niet aan het werk omdat je nog wordt behandeld of herstellend bent van kanker? Of ben je na een periode van ziekte en herstel weer gedeeltelijk of geheel aan het werk? Hoe zit het met jouw werkplezier en werkgeluk? Wat heb jij gedaan om je werkplezier te hervinden dan wel te vergroten en behouden? Welke tips zou jij daarover op basis van je persoonlijke ervaringen aan anderen willen geven? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen!

Levendige groet,
Christa

Meer weten/doen?:

Pan soep

 

“Zo praat je met iemand die kanker heeft: ‘Stel open vragen en kom niet meteen met een pan soep “. Deze kop stond vetgedrukt boven een artikel in het AD wat ik tegenkwam op de facebookpagina van ‘wereldkankerdag’. Het schreeuwde me toe. O nee, zo moet dat toch niet, dacht ik. Voor veel mensen is het al lastig genoeg hoe om te gaan met iemand die kanker heeft. Dat kan soms zo moeilijk zijn voor iemand, dat als ze bijvoorbeeld in de supermarkt lopen, en een bekende zien die kanker heeft, ze liever in de vrieskast duiken dan de confrontatie aan te gaan. Ze willen misschien wel, maar kunnen het eenvoudigweg niet. Of op dat moment niet. En als ze dan deze kop lezen, ligt de lat opeens nog hoger. Het is al ingewikkeld omdat je niet weet wat je moet zeggen of kan vragen en dan moet je ook nog op letten dat je wel de goede dingen zegt en ‘open vragen’ stelt. Lieve help, dan duik je toch helemaal in die vrieskast. En dan mag je ook geen soep meer brengen.

Het prikkelde me. Wat is er eigenlijk mis met een pan soep? Dat is toch ook een uiting van meeleven? Van genegenheid. Niet iedereen is een prater en mensen gaan er op hun eigen wijze mee om. Ik had laatst een gesprek hierover met een lotgenoot.  Ze had het zelf inderdaad meegemaakt, nadat ze te horen had gekregen dat ze kanker had, dat een goede vriend gelijk op de stoep stond met… een pan soep. Hij had geen woorden, maar wel een pan soep. Soep heeft iets troostvols. En soep wordt gemaakt met liefde, met aandacht, met zorg. En al die tijd is die ander met jou bezig. Weer een ander maakt appelmoes, of stuurt een kaartje, of geeft een kneepje in je arm. Allemaal lieve aandacht.En het is allemaal goed. We zijn niet de enige op de wereld die iets hebben. En mensen moeten toch zeker niet het idee krijgen eerst een cursus te moeten doen  ‘hoe om te gaan met kankerpatiënten’ om met ons te kunnen praten.

Natuurlijk kennen we allemaal wel de  voorbeelden van goedbedoelde maar vreselijk ontactische opmerkingen of vragen waar je niets aan hebt. Daar heb ik na al die jaren nog wel moeite mee. Al kan ik daar beter mee omgaan dan toen ik net ziek was. Ik ben niet zo heel gevoelig meer op dit punt. En we herkennen vast wel de grote roze olifant midden in de kamer. De roze olifant die jouw kanker symboliseert. Toen, op dat feestje. Midden in de kamer, groot en roze, Iedereen ziet ‘m, maar niemand die erover begint. Hoe komt het toch dat het lijkt of het juist zo lastig is om met mensen met kanker te praten? Misschien omdat deze ziekte zo nadrukkelijk de dood in beeld brengt? Ik weet het niet.

Al deze gedachtenspinsels alleen nog maar naar aanleiding van de kop in de krant. Het hele artikel had ik toen nog niet gelezen. Dat kon ik helaas niet openen omdat ik geen abonnement had. Jammer, want de kop dekt niet de lading van het verhaal, zo bleek later toen ik het wel gelezen had. Het was best een goed artikel met tips voor een gesprek. En die pan soep? Die komt pas in de allerlaatste alinea even ter sprake. Dat je niet iedere dag goedbedoeld een pan soep moet brengen bij je zieke buurman.Nee hehe, dat lijkt me ook overdreven. Maar zet die kop dan niet zo in de krant.

Zelf heb ik gemerkt dat als je er zelf open en makkelijk over praat, het gemakkelijker is voor anderen om er met je over te praten. En welke uiting men ook geeft (pan soep) of welke vragen gesteld worden, open of niet, het gaat er uiteindelijk om of er empathie is. Echt contact, daar gaat het om. Onderstaand nog een keer het filmpje wat ik eerder bij een blog plaatste. Over het verschil tussen sympathie en empathie. Verhelderend.

Brene Brown over Empathie – YouTube

Zo praat je met iemand die kanker heeft: ‘Stel open vragen en kom niet meteen met een pan soep’ | Deze verhalen mag je niet missen | bd.nl

Deze blog is geschreven door Lenneke de Mooij op kanker.nl.

Van doodziek naar werkplezier: De opgave

 

Van doodziek naar werkplezier
Ben jij net als ik (ex-)kankerpatiënt en was werken vanwege je ziekte lange tijd niet mogelijk of slechts heel beperkt? Is dat misschien nu ook nog het geval en hoop je op termijn weer te kunnen terugkeren naar werk? Bij je huidige werkgever of elders? Focus je dan op ‘gewoon weer aan het werk’ of op werkplezier of werkgeluk? In deze blog beschrijf ik, mede op basis van persoonlijke ervaringen, de drie processen waar je doorheen moet om na ernstige ziekte opnieuw werkgeluk te kunnen ervaren.

Kanker en werkplezier: confronterend thema
Toen ik 2,5 jaar geleden de diagnose kanker kreeg was werkplezier beslist niet het belangrijkste waar ik aan dacht. Mijn focus lag in eerste instantie op overleven en beter worden. Werk verschoof naar al snel de tweede plaats en verdween daarna langere tijd helemaal uit beeld. Want al snel bleek ik te ziek om door te kunnen werken. Met pijn in mijn lichaam en hart heb ik tamelijk vlot al mijn werk overgedragen aan vakgenoten. Bijzonder confronterend vond ik dat. Want als enthousiast en gedreven persoon, met leuk werk, veel sociale contacten, grote klant- en resultaatgerichtheid had ik natuurlijk liever lekker doorgewerkt. Maar mijn lichaam gaf duidelijk de grens aan. Mijn herstel heeft bovendien behoorlijk lang geduurd. Werk en werkplezier kwamen daarom een tijdlang niet meer in mijn woordenboek voor. Ik kon me zelfs amper herinneren hoe dat voelde. Heel confronterend!

Gelukkig ben ik nu weer aardig hersteld en weer de blije, levenslustige Christa van voor de kanker. Volgens mijn vrienden zelfs nog een enthousiastere versie van mezelf dan voorheen. Ik ben actief in vrijwilligerswerk en ik doe, net als voorheen, af en toe ook weer coachwerk. Met mijn werkplezier gaat het tegenwoordig dus weer goed! Maar werkplezier, wat is dat eigenlijk?

Werkplezier of werkgeluk?
Werkplezier betekent dat je met plezier en uit jezelf doet wat er gedaan moet worden, dat je je werk leuk vindt en er positieve energie uithaalt. Zelf spreek ik als arbeids- en organisatiepsycholoog en (loopbaan)coach liever van werkgeluk. Het gaat namelijk ook over zingeving, het gevoel dat wat je doet er écht toe doet en dat je een betekenisvolle bijdrage levert aan anderen én aan je eigen leven.

Van doodziek naar werkgeluk: 3 verschillende processen
Met mijn psychologenbrein, dat het tegenwoordig weer prima doet, heb ik dit complexe vraagstuk als volgt ontleed. Eigenlijk spelen er vanaf het moment dat je ernstig ziek wordt door kanker drie verschillende processen:

1. De fasen van ziekte en herstel
Typerend voor ziekte en herstel bij kanker is dat je door je behandelingen vaak eerst nog zieker wordt, dat herstel met ups en downs verloopt, dus niet in een lineair stijgende lijn en dat veel kankerpatiënten restklachten (‘late gevolgen’) ervaren, zoals vermoeidheid, neuropathie, concentratie- en geheugenproblemen. Daarvan is vaak onduidelijk of die op termijn overgaan of niet.

2. Het emotionele proces
Kanker is een emotionele rollercoaster met veel verschillende emoties tegelijkertijd, zoals angst, verdriet, boosheid, depressie en wanhoop. Zowel over het feit dat je kanker hebt als over de impact daarvan op je relaties, werk et cetera. Eigenlijk op alle levensgebieden. Maar waar angst, leed, wanhoop en verdriet zijn, is geen ruimte voor vertrouwen, optimisme en plezier. Dus je moet eerst uit de put komen om weer (werk)plezier te kunnen ervaren.

3. De fasen van kanker en werk:
Blijven werken tijdens je ziekte en behandelingen is bij kanker niet vanzelfsprekend. Daarvoor zijn de kwaal en de behandelingen vaak te ingrijpend. Vóór re-integreren in werk komt bovendien eerst re-integreren in je leven. En niet iedereen heeft werkgeluk als einddoel. Voor sommige mensen is een ‘gewoon weer aan het werk’ al heel wat en helemaal oké.

In een plaatje zien deze 3 parallelle processen er zo uit:

 

Ultieme ideale uitkomst niet voor iedereen weggelegd
Wanneer je als werknemer kanker krijgt spelen al deze processen zich tegelijkertijd af en elk proces heeft zijn eigen dynamiek. Welke uitkomst per proces haalbaar is, verschilt bovendien per persoon. De ultieme, ideale uitkomst is natuurlijk: je bent helemaal genezen, springlevend en kerngezond, je hebt de draad van je leven weer goed opgepakt, je voelt je een gelukkig mens, bent weer lekker aan het werk en je ervaart werkplezier of misschien zelfs wel werkgeluk. Maar helaas is dat niet iedereen gegund.

We hebben niet alles in de hand
Alhoewel we vaak denken dat het leven maakbaar is, is er veel dat we niet in de hand hebben. Want ook anno 2021 overlijden nog steeds mensen aan kanker of worden ze arbeidsongeschikt. Sommige (ex-)werknemers kunnen nooit meer werken, anderen komen op termijn soms weer gedeeltelijk in het arbeidsproces, maar niet altijd in het werk dat zij daarvoor deden, want door hun restklachten is hun belastbaarheid in veel gevallen beperkter dan voorheen.

De opgave
De opgave en kunst is dus om in deze drie processen voor zover mogelijk van negatief naar (iets) positiever te ontwikkelen, dat wil zeggen in het plaatje de beweging van links naar rechts te maken. Met alle hoop van de wereld én alle bijbehorende onzekerheid over welke mate van ontwikkeling en herstel voor jou mogelijk is. Die onzekerheid maakt het er beslist niet gemakkelijker op. In een volgende blog voor NKWD geef ik zeven tips voor het hervinden en vergroten van je werkplezier.

En jij?
Herken jij deze processen als (ex-)kankerpatiënt ook? En waar sta jij nu? Ben je daar tevreden mee of hoop je dat er op termijn nog meer mogelijk is qua herstel, geluk en werkgeluk? Of weet je inmiddels dat weer (betaald of onbetaald) aan het werk er voor jou niet meer in zit en focus je je daarom nu vooral op (klein) geluk?

Levendige groet,
Christa

Meer lezen?
ChristaBlogt: Ben je nieuwsgierig naar de eerdere blogs van Christa over kanker en werk? Klik dan hier. Of neem eens een kijkje op de eigen website van Christa.

Loser of held?

Knauw voor mijn zelfbeeld
Door kanker heeft mijn zelfbeeld een flinke knauw gekregen. Alles wat daarvoor vanzelfsprekend was, lukte door mijn ziekte niet meer of maar heel beperkt. Veel dingen waar ik voorheen mijn identiteit ontleende (werken, gezinsleven, huishouden runnen, sporten, een actief sociaal leven leiden, hobby’s etc.) vielen opeens weg. Mijn positieve zelfbeeld kalfde daardoor snel af. Want ik voldeed niet meer aan mijn eigen norm van een goede functionerend, geslaagd persoon.

Wat erin hakte
Twee dingen hakten er destijds- nu 2,5 jaar geleden- met name flink in. Ten eerste dat ik te ziek was om voor mijn tienerdochter te kunnen zorgen. Daardoor voelde ik me als moeder tekortschieten. Ten tweede dat ik niet meer kon werken. Voor mijn gevoel telde ik daardoor maatschappelijk niet meer mee. Beide vond ik heel pijnlijk.

Voor het eerste hebben mijn ex-man en ik een praktische oplossing gevonden: onze dochter ging fulltime bij haar vader wonen. Dat was voor haar een stabielere, minder belastende omgeving. Ik was er verdrietig van. Maar ja, het was ff niet anders.

Het tweede, ‘Christa werkt- hoofdstuk’, heb ik met pijn in het hart geparkeerd tot ‘later’. Want ik had al mijn energie nodig om te dealen met het hier-en-nu en mijn haperende lichaam. Om niet helemaal van de radar te verdwijnen heb ik in voorjaar 2019 een bericht over mijn ziekte op LinkedIn geplaatst. Dat is bizar vaak bekeken en gedeeld. Ik heb veel opbeurende en lieve reacties ontvangen. Ook van mensen die ik helemaal niet ken. Dat was echt hartverwarmend! Als dit de kracht van mijn netwerk is, komt het straks vast ook weer goed met mij en werk 🙂

Loser?
Nu even terug naar mijn beschadigde zelfvertrouwen. Een deel van mijn ziekte- en behandeljaar heb ik mezelf als ‘loser’ gezien. Ik zag mijn ziekte als vorm van falen en nam mezelf bovendien kwalijk dat ik het niet had zien aankomen. Misschien had ik het anders kunnen voorkomen? Zelfs toen ik hartstikke ziek was, zat ik mezelf dus extra op mijn kop. Een vreemde vorm van zelfkastijding, die een tijdje heeft geduurd.

Nieuw inzicht
Gesprekken met de ziekenhuispsycholoog, mijn oncologische wijkverpleegkundige en goede vrienden hebben mij gelukkig tot het inzicht gebracht dat het geen enkele zin heeft om mezelf als mislukkeling te bestempelen. Dat was niet bevorderlijk voor mijn herstel én niet terecht! Het was immers niet mijn schuld dat ik kanker had gekregen, maar dikke pech. En deed ik niet alles wat binnen mijn vermogen lag aan om weer beter te worden? Dat is niet echt ‘loser’ gedrag toch? Eerder het gedrag van een held!

Door dat inzicht is er een last van mijn schouders gevallen. Ik was weliswaar erg verdrietig over wat er allemaal niet op orde was in mijn leven, maar ik nam het mezelf niet meer kwalijk. Door dat inzicht ben ik een aantal dingen bewust anders gaan doen.

Wat lukt er wel?
In plaats van steeds te benadrukken wat ik allemaal door mijn ziekte niet kon en daar gefrustreerd over te raken, ben meer gaan focussen op alle kleine en grote dingen die wél goed gingen en lukten. En die waren er natuurlijk naast alle misère ook volop! Dan was ik bijvoorbeeld supertrots dat ik naar de supermarkt, 450 meter van mijn huis, was gefietst om zelf een paar kleine boodschappen te halen. Of blij dat ik buiten een klein wandelingetje had gemaakt; even naar de bloemetjes en bijtjes kijken. Ondanks al mijn ongemakken knapte ik daar meestal enorm van op.

Meer mildheid en acceptatie
Ook heb ik sindsdien geleerd om met meer met mildheid en acceptatie met mijn beperkingen om te gaan. In plaats van mezelf te ergeren dat ik me die dag te beroerd voelde om iets voor elkaar te krijgen, zei ik dan tegen mezelf  ‘Geef maar even toe aan het feit dat je je beroerd voelt. Laat die was maar liggen tot morgen. Ga  maar even op de bank liggen en iets ontspannends doen, bijvoorbeeld naar mooie muziek luisteren of Netflixen. Morgen gaat het vast  weer beter’.

Complimenten
Plus ik ben mezelf vaker complimenten gaan geven. Als sociaal en organisatiepsycholoog, coach én moeder weet ik natuurlijk als geen ander dat positieve feedback krachtiger werkt dan negatieve.  Maar als ziek persoon was ik dat tijdelijk even kwijt. Gelukkig weet en doe ik het nu weer. Complimenten van mezelf en anderen ontvangen is inderdaad heel fijn! En goed voor mijn verdere herstel!

Vallen en opstaan
Natuurlijk ging dit veranderingsproces niet vanzelf want oude patronen doorbreken kost moeite.  Met vallen en opstaan, door elke keer weer opnieuw te  beginnen  én te volharden ben ik erin geslaagd om steeds meer respect en waardering voor mezelf te krijgen. En om mezelf meer in een positieve flow te houden. En soms val ik nog wel eens terug in het oude ‘loser’- denken. Dat duurt meestal niet zo lang. Want tegenwoordig heb ik het sneller door en weet ik ook hoe er weer uit te komen.

Dappere dodo
Gelukkig zie ik mezelf tegenwoordig ook niet meer als  ‘loser’. Maar eigenlijk meer als een dappere dodo en held. Ik ben apetrots op alles wat ik de afgelopen 2,5 jaar heb gedaan om bij te dragen aan mijn herstel. En met dito resultaat.  Het gaat inmiddels een stuk beter met me! Mijn nieuwe meetlat gaat nu veel meer over ‘voel ik mezelf goed’ dan  over ‘wat heb ik allemaal gedaan op een dag en ben ik daar tevreden over?’ Door dit alles voel ik me nu een gelukkiger en geslaagder mens.  Dus geen loser maar een held. Net als zoveel andere lotgenoten!

Luistertip: Mariah Carey – Hero

En jij?
Herken jij je in mijn verhaal? Of wil je reageren? Graag!

Wil je weten wat ik nog meer heb geleerd van mijn ziekte? Lees dan ook mijn volgende blogs.  En … voel je vrij om mijn blog met anderen te delen!

Levendige groet,

Christa

Leestip:

  • De held in je eigen verhaal. Het pad van persoonlijk leiderschap. Mieke Bouma. Uitgeverij Business Contact (2015)

Kaarsjes branden

Mijn moeder brandde vroeger altijd kaarsjes. Voor haar kinderen, haar kleinkinderen. Voor iemand die het moeilijk had. “Ik zal een kaarsje voor je branden” zei ze dan. Dat was best ongebruikelijk bij ons, in die tijd. We waren niet katholiek, maar protestant, en daar was kaarsjes branden niet zo de gewoonte. Mijn oudste zus heeft de gewoonte van kaarsjes branden overgenomen. Ook zij brandde altijd kaarsjes voor van alles en iedereen. Ik ben het jongste zusje, negentien jaar leeftijdsverschil, en sinds ik ziek werd, in 2014, heeft ze heel wat kaarsjes voor mij gebrand. Dat weet ik zeker.

Nu is mijn oudste zus overleden. 84 jaar oud. Thuis in haar huis, in haar eigen bed, met haar dochter en kleindochter om haar heen. En kaarsjes. Precies een week eerder sprak ik haar nog door de telefoon, ze voelde zich niet zo lekker, en een week later is ze rustig en kalm weggegaan. Verdrietig, natuurlijk, mijn dierbare, stijlvolle zus. Maar ook dankbaar dat het zó is gegaan.

Omdat door corona en fysieke afstand niemand op bezoek kon, werd er gebeld en ge-appt en lieve berichtjes ingesproken. Liefde en genegenheid op afstand. Troost op afstand. Iemand die mijn zus zeer na staat, schrijft,componeert en zingt zelf liedjes. Ze heeft een liedje gemaakt en ingezongen en in de appgroep geplaatst. Een liedje speciaal voor mijn zus. Over het kaarsjes branden wat ze haar leven lang heeft gedaan en over een lichtje sturen ondanks fysieke afstand. Ik moest er om huilen. Ik vind het zo prachtig. Zo ontroerend en troostvol. En niet alleen omdat ik mijn zus er in herken, maar ook omdat het zo’n mooie gedachte is om een kaarsje te branden voor een ander. Denken aan, bidden, een lichtje sturen, hoe je het ook wilt noemen. Het is troostrijk voor iedereen. Wat hebben sommigen van ons het moeilijk. En je kunt zo weinig voor elkaar doen. Maar een kaarsje branden, dat kan wel. Ik wil jullie een lichtje sturen. Een lichtje voor wie het moeilijk hebben. En wij mogen ons eigen kaarsje aansteken aan Het Licht dat naar de aarde kwam voor ons mensenkinderen.

Ik heb gevraagd of het mooie liedje gedeeld mag worden. Ik wil het jullie niet onthouden. Het mag troostvol zijn voor iedereen die het wil luisteren. Oudste zoon heeft er een video van gemaakt. Op deze manier brand ik op afstand een kaarsje voor jullie allemaal.

En kaarsjes branden; ik moest die traditie nu maar overnemen.

Door Lenneke de Mooij
Lenneke de Mooij heeft uitgezaaide eierstokkanker. Daarbij is ze actief voor Olijf, het netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker. “Kan ik mijn ziekte en situatie misschien ombuigen zodat er iets zinvols uit voort kan komen?” vroeg ze zich af. In haar blogs voor Als kanker je raakt deelt ze daarom haar ervaringen en bevindingen over hoe ze leeft met de ziekte kanker in haar leven.

Een ‘andere’ kerst

“Kan het echt niet 2 weken later?” Het is 2 december en we zitten aan het bureau van de hematoloog in het Erasmus MC. De afgelopen maanden van immunotherapie waren een voorbereiding op de allogene stamceltransplantatie van mijn man Lennart. Het plan was dat deze in het begin van het nieuwe jaar plaats zou vinden, maar blijkbaar is er iets veranderd. 16 December opname, 23 december de transplantatie is wat we te horen krijgen. Gemiddeld duurt de opname voor een allogene stamceltransplantatie minimaal 4 weken maar dit kan gerust ook 10 weken of langer zijn. Dat is even slikken, want dat betekent hoe dan ook dat Lennart de feestdagen doorbrengt in het ziekenhuis.

De hematoloog schudt zijn hoofd. “Helaas, de immunotherapie heeft zijn werk gedaan en de donor zit al in het medische traject. Alle seinen staan op groen. We kunnen hier gezien de urgentie niet langer mee wachten”. Oké, dat is even schakelen. Er volgt nog veel uitleg over wat er komen gaat. Midden in de coronapandemie is deze kerst voor iedereen even anders, maar we beseffen steeds meer: kerst 2020 wordt er voor ons zéker één om nooit te vergeten.

In de aanloop naar de feestdagen krijgt Lennart zware chemo’s en totale lichaamsbestraling. Tegen de tijd dat de kerstdagen zijn aangebroken is zijn lichaam al erg verzwakt. Eten gaat lastig en blijft er maar met moeite in. Desondanks willen we toch stilstaan bij de geboorte van de Zaligmaker en een beetje kerst vieren. Het ziekenhuis heeft een speciaal menu samengesteld. Aangezien de chemo voor zeer specifieke voorkeuren zorgt, wordt alleen het toetje van witte chocolademousse besteld, liefst x 6. Zelf krijg ik de opdracht om wraps van thuis mee te nemen maar deze bestelling wordt later op de dag weer geannuleerd. Het lukt maar niet om het overgeven onder de knie te krijgen. Nadat ik zelf een online kerkdienst heb gekeken vertrek ik naar het ziekenhuis. In de centrale hal staat een kerstboom te pronken en onderweg naar de afdeling kom ik hier en daar nog wat versiersels tegen. Ondanks de vreemde situatie draagt dit toch bij aan het “kerstgevoel”. Eenmaal aangekomen in Lennart’s kamer zie ik dat het naar omstandigheden best goed gaat. Het ziekenhuis heeft de patiënten een lichtgevende, van kleur veranderende ster gegeven. Ik vind het eerlijk gezegd een kitscherig ding, maar het fleurt de neutrale ziekenhuiskamer wat op. Ik tover een tafelkleedje en lampjes uit mijn tas en zet droogbloemen in een glas. Droogbloemen, want levende bloemen en planten kunnen ziektes en schimmels met zich meedragen en dat is gevaarlijk. Een compleet kerstdiner zit er niet in maar er komt een feestelijk toetje op tafel. En daar zitten we dan. Onze eerste kerst als getrouwd stel. Onze tweede kerst samen. Op de 11e verdieping, aan een tafel voor twee met een waanzinnig uitzicht over Rotterdam. Zonder die kitscherige ster zou ik bijna denken dan we een chic kerstdiner op de Euromast nuttigen. Ondanks alles hebben we het goed samen. Lennart heeft de kracht om een uurtje uit bed te zijn. Om wat te eten. We zijn samen. We hebben elkaar nog en ik mag tot 9 uur ’s avonds in het ziekenhuis blijven. Zo genieten we van het toetje en van deze bijzondere kerst.

Terwijl Lennart na het uurtje uit bed in een lange diepe slaap belandt zit ik aan zijn bed te mijmeren. Deze dag was zo slecht nog niet. Morgen, op tweede kerstdag, begint er weer een ronde chemo. Geen idee wat voor bijwerkingen dat weer gaat geven, maar vandaag neemt niemand ons meer af. Het waarderen van de kleine dingen is een van de grote levenslessen die kanker met zich meebrengt. Het heeft ons veerkrachtig gemaakt, dankbaarder ook voor de kleine dingen die er juist zo toe doen. Terwijl ik Lennart’s hand vasthoud realiseer ik me dat het niet uitmaakt hoe en waar we kerst vieren. Het gaat om de boodschap, het feest dat licht en hoop in de wereld brengt. En zo krijgen de kleine dingen voor ons een grote betekenis en werd kerst 2020 er voor ons inderdaad eentje om nooit te vergeten.

Als ik een paar uur later thuiskom en de kat begroet krijg ik een appje. “Jammer van het toetje, alles is er weer uitgekomen”. Ik glimlach. Ondanks dat het toetje ons complete kerstdiner omvatte, was dat wel het minst belangrijke van deze dag.

Geschreven door Jasmijn Blokland-Kunst

Klein geluk

De tijd heelt alle wonden? 
Ze zeggen wel eens ‘de tijd heelt alle wonden’. Misschien wel wanneer je een schrammetje op je knie hebt of een brand- of snijwond aan je hand hebt. Van een valpartijtje, een  hete pan of een nét te scherp mes. De oplossing: Maak de wond goed schoon, doe er een zalfje, gaasje of pleister op, dan herstelt het lichaam zich binnen een weekje meestal vanzelf. Misschien nog wel sneller wanneer je er ook een lieve kus op krijgt. Zo mooi werkt de natuur!  

Bij kanker en andere ernstige ziektes weet ik inmiddels uit persoonlijke ervaring verloopt herstel iets ingewikkelder. Tijd is dan niet per definitie de oplossing. Want sommige klachten helen niet, in kanker-jargon noemen we dat ‘late gevolgen’. Daar kan je soms behoorlijk veel last van hebben, want sommige restklachten veroorzaken dagelijks veel ongemak. En soms word je niet meer beter. Dus de tijd heelt helaas niet alle wonden.  

Klein geluk helpt!
Wat wel helpt is klein geluk. Klein geluk helpt om moeilijke periodes beter te doorstaan en om, voor zover mogelijk verder te herstellen en te helen, lichamelijk, mentaal en emotioneel. Toevallig, of niet, heb ik daar veel ervaring mee. Die deel ik graag ter inspiratie met jullie in deze blog. 

Elke dag klein geluk
Soms komen goede mensen en positieve dingen naar je toe, zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Dat geldt ook voor klein geluk. Dat komt in vele gedaanten op je pad als je er maar voor open staat. Zoveel klein geluk als ik de afgelopen jaren heb ervaren, ik kan er bijna niet genoeg van krijgen om erover te schrijven.  Het lag steeds binnen handbereik, binnenshuis en buitenshuis, zelfs toen ik ernstig ziek was en mijn actieradius door kanker behoorlijk beperkt was. Ik hoefde alleen maar rond te kijken en elke keer was het er. Dan doel ik op alle kleine, waardevolle geluksmomenten in je leven in de vorm van lieve medemensen, gebeurtenissen, je geloof en vanuit jezelf. 

Lieve mensen, Engelen op mijn pad
Allereerst een paar voorbeelden van alle Engelen die sinds mijn ziekte op mijn pad zijn gekomen. Het waren (en zijn) er velen! Bijvoorbeeld: Al die lieve mensen die tijdens mijn ziekte, behandelingen en herstel voor me hebben gebeden, me positieve energie hebben gestuurd en kaarsjes voor me hebben gebrand: familie, vrienden, bekenden en onbekenden.  

Alle mensen die me lange tijd bemoedigende berichtjes en ansichtkaarten hebben gestuurd. M’n hele kamer hing er vol mee. Hartverwarmend!  

De aardige medicijn-rondbreng-man, die elke 3 weken nieuwe pillen van de apotheek bij mij thuis bezorgde toen ik niet fit genoeg was om die zelf op te halen. Hoeveel leuke gesprekjes hebben wij wel niet samen gevoerd? Steeds persoonlijker. Wat een aardig, betrokken mens!  

De zorgzame kantinejuffrouw in het revalidatieoord, waar ik na mijn operatie 2,5 week verbleef om op te knappen. Toen niks me meer smaakte als gevolg van de chemo’s en medicijnen deed zij gewelde pruimen (nee, geen krenten, haha) in mijn Brinta pap. Oh, wat heb ik daarvan gesmuld! 

Onze dominee, die mij steevast elke 3 weken belde om te vragen hoe ik de laatste chemo had doorstaan plus mooie gesprekken met hem op de veranda over zware onderwerpen. Niet omdat ik om zijn bezoek had gevraagd, maar omdat hij als een goede herder over mij, als ziek schaapje, waakte. Alleen wonen en ernstig ziek zijn is eenzaam en zwaar. Dus fijn om te weten dat hij en anderen over mij waakten.

Alle familieleden, vrienden en kennissen die regelmatig boodschappen voor mij hebben gedaan, mijn wassen hebben gedraaid, opgehangen, afgehaald en opgevouwen, soep voor me hebben gemaakt (mijn soepvriend), eten voor me hebben gekookt en gebracht (mijn kookvriendinnen) en me gezelschap hebben gehouden. Wat een rijkdom en geluk, al die kleine daden van medemenselijkheid! 

Lotgenotencontact: via mijn patiëntenvereniging, via www.kanker.nl en via onze mooie christelijke Stichting. Heel steunend om te ervaren dat ik niet de enige ben die dit mee maakt.  

Samen met mijn jongste dochter WK-voetbal kijken en tussendoor kletsen. Fijne bliksemafleider bij alle narigheid. In slaap vallen op de bank terwijl mijn oudste dochter dichtbij zittend op haar laptop typt. Rustgevend en vertrouwd. 

Andere vormen van klein geluk
Behalve al die lieve mensen waren er toen ik ernstig ziek was ook veel andere bronnen van klein geluk. Vooral heel veel zintuigelijk geluk, bijvoorbeeld: 

  • de merel die in het voorjaar van vroeg tot laat in de boom voor mijn huis zong, koolmeesjes en roodborstjes in de tuin, lekker pikkend aan zadenbollen 
  • het weiland vlak bij mijn huis met afhankelijk van de lichtval steeds andere kleuren groen
  • schaapjes en paarden in de weide, de geur van pas gemaaid gras  
  • ontluikende en bloeiende appelbloesems, klaprozen, zonnebloemen etc. 
  • het spel van wind en geluid in volle kersenbomen  
  • mijn glazen Engelenbeeld met ernaast een brandende kaars voor alle gebeden en schietgebedjes die ik tijdens mijn behandeltraject en daarna liggend op de bank heb gedaan 
  • mooie, hoopvolle, troostrijke liederen, zoals bijvoorbeeld Lied 221 (zie  onderstaand linkje) 
  • de ziekenhuiskapel waar ik na elke behandeling even ging zitten om mijn zorgen en verdriet neer te leggen bij God, te danken en te bidden

    en nog veel meer.  

Geluk vanuit jezelf 

En ‘last but not least’: geluk vanuit mezelf. Ik herinner me bijvoorbeeld:  

  • Het trotste gevoel wanneer ik weer 50 meter verder kon lopen.  Na een aantal weken trainen kon ik eindelijk de entree van het voetbalveld bereiken en mijn jongste dochter weer zien voetballen. Schijnbaar kleine afstand, groot geluk. 
  • Ondanks alle misère kunnen genieten van kleine dingen, ook al duurde het soms maar heel kort 
  • Dankbaar zijn voor al het positieve dat er elke keer weer is. 


Lied: Zo vriendelijk en veilig als het licht: https://youtu.be/8JorQXOjiR0 

Heilzaam en helend
Kortom: klein geluk is er altijd. Als je er voor open staat, zie je het opeens overal en komt het overvloedig op je pad. Het is heilzaam en helend. Wanneer je eenmaal de smaak te pakken hebt, wil je nooit meer anders. Je hoeft bovendien niet eerst ernstig ziek te worden om klein geluk te kunnen ervaren.  

Bij deze wens ik iedereen die dit leest dus veel geluk in het nieuwe jaar! 

En jij?
Ben jij net als ik al een verzamelaar van klein geluk? Heeft dat jou ook zoveel gebracht tijdens je behandelingen, verdere herstel en daarna? Of word je misschien niet meer beter en ervaar je ondanks dat nog steeds klein geluk? Of ben je inmiddels weer) een gezonde medemens en net als ik een blije levensgenieter? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen. 

Levendige groet,
Christa 

Wil je meer blogs lezen van Christa? Dat kan hier.