Voor de operatie

 

Ik krijg het maar niet uit mijn gedachten
Er gaat straks een borst vanaf.
Best heftig en niet zoals sommige zeggen “okay het is maar een borst”
Maar een borst, hoe kun je dat zeggen?

Ik ben geschapen met twee borsten. Mijn hele leven heb ik ze bij mij gedragen.
Ze zijn mij allebei even lief, maar de linkerborst ligt me toch zeer na aan het hart.
Mijn twee meiden, van niets naar iets, van minder naar meer.
We hebben samen heel wat meegemaakt.
Mijn lichaam, mijn vrouwelijkheid is me vanaf kinds af aan wreed afgenomen.
Vele hebben mijn borsten ongevraagd, liefdeloos en hardhandig aangeraakt.
Waardoor de enigste en liefste man in mijn leven ze niet vaak genoeg liefdevol, mocht aanraken.
Mijn borsten, ze hebben hard gewerkt, want onze twee lieve kinderen hebben ze meer dan 10 maanden borstvoeding gegeven.

Dus hoe neem je afscheid van je borst?
Ik kan vragen wat ze graag nog zou willen doen.
Misschien een dagje strand, uit eten, een boswandeling of lekker zwemmen.
Ik heb geen idee. Misschien wil ze niets, maar gewoon nog even zijn.

Ik voel me schuldig. Had ik beter voor je moeten zorgen? Had ik de kanker eerder kunnen signaleren? Wat had ik kunnen doen?
Het liefste zou ik hard gillend weg willen rennen van dit alles en het zo laten, maar ik kies voor het leven dus niets doen is geen optie.

Maar wat kan ik nog voor je doen?
Het minste dat ik kan doen is je bedanken voor de tijd dat je bij mij was en aan de chirurg oncoloog vragen of ze jou waardig en respectvol wil behandelen.
Want, het is niet zomaar een borst, het is mijn borst.

Geschreven door Esther Anne Zwaan. In augustus 2019 kreeg Esther de diagnose borstkanker. Haar wereld stond op zijn kop. Er volgden intensieve behandelingen. Esther Anne zit in de herstelfase, maar ze wordt nog dagelijks geconfronteerd met deze ziekte. Het opschrijven van haar gedachten en gevoelens in gedichten en verhalen is voor haar een soort van verwerking. Dat wil zij in alle eerlijkheid en openheid graag met iedereen delen. Ze hoopt en bidt dat iedereen herkenning, erkenning en bemoediging uit kan halen.

Huilen stopt, verdriet niet

“Huilen stopt wel na een paar minuten. Maar verdriet stopt niet.” Ton Zijderveld weet wat het is om een kind te verliezen. Hij heeft gemerkt dat mensen vaak niet weten hoe ze zich moeten opstellen in contact met rouwdragenden. CIP.nl (Christelijk Informatie Platform) stelt hem een aantal vragen over misverstanden die hij vaak bij omstanders tegenkomt.

Ton: “Als ik vertel over het overlijden van onze tweede dochter zeggen mensen vaak: ‘Dat is het ergste wat je kan overkomen!’ Waarop ik dan vertel dat de vriend van mijn broer en schoonzus twee dagen later overleed en vrouw en vijf kinderen in de basisschoolleeftijd achterblijven. Vervolgens vraag ik: ‘Vertel mij maar wat erger is.’ Iedereen voelt dan aan dat dit niet te doen is. De reactie verbloemt dat mensen niet weten wat wel te zeggen. Een mening is blijkbaar makkelijker te geven dan te zeggen dat men niet weet wat men zeggen moet.”

‘Je hoort veel verlegenheid en onwetendheid bij omstanders van rouwdragenden,’ zeg je. Wat bedoel je hiermee en wat is de oorzaak van die verlegenheid?
“Denk aan een verlegen kind,” antwoordt Ton. “Mama heeft een vreemde vrouw op visite. Ze trekt zich terug en kijkt steels naar haar terwijl ze speelt of tegen mama aankruipt. Hoe is die mevrouw? Hoe reageert ze op mij? Wat doet ze als ik langs haar ren? Of haar een knuffel op schoot leg?

En met onwetendheid bedoel ik letterlijk het niet weten. Niet weten wat rouw precies is. Welke reacties zijn daarbij mogelijk? Boosheid of opluchting, zijn dat gezonde emoties bij verlies? Is het normaal na jaren ineens overmant te worden door verdriet?
Een belangrijke oorzaak van die verlegenheid is dus de onwetendheid van waaruit misvattingen rondom rouw ontstaan. Een andere is de confrontatie met de eigen kwetsbaarheid en ervaringen. En we zijn ook vaak bang dat we het verdriet oprakelen.
Een meer onderbewuste belemmering zijn je eigen opvattingen over bijvoorbeeld scheiding, zelfdoding of schuld. Maar ook de opvatting: ‘Dat hoort bij je vak’ in het geval van een politieagent die geconfronteerd wordt met een zeer ernstig verkeersongeval. Of de oncologieverpleegkundige, of de begeleider in het revalidatiecentrum.”

Wat is een veelvoorkomend misverstand die je bij deze omstanders bent tegengekomen?
“Dat we bang zijn om het verdriet op te roepen. Hier zit vaak de gedachte achter dat het verdriet ophoudt. Huilen stopt wel na een paar minuten. Verdriet stopt niet, al wordt het vaak minder en uit het zich minder frequent in de loop der jaren. ‘Hoezo oproepen? Wie zegt dat het over is?’ Uit deze reactie blijkt pijn. Dus je rakelt geen pijn op, je doet een schepje bovenop de pijn die er al is!

Ik vergelijk rouw daarom met de tafel die van ruwhouten planken is gemaakt. Tijdens het eerste gebruik heb je constant last van grotere en kleinere splinters en stoot je je tegen de scherpe hoeken. Door dat gebruik wordt de tafel na verloop van jaren gladder en de hoeken ronden af. Soms tijdens een onbedachte beweging komt er een splinter diep onder je nagel en de tranen springen in je ogen. En je been stoten tegen een afgeronde hoek doet ook pijn en laat een blauwe plek na die je nog dagen kan voelen.”

Stel: Een broeder of zuster uit mijn kerk of een collega heeft plotseling een kind verloren. Kun je één of twee handreikingen geven om mij op een juiste manier op te stellen tegenover dit gemeentelid/collega?
“Laat ik twee handreikingen geven die een grondhouding willen oproepen in de omgang met de mens in rouw. Erken en besef dat ieder mens uniek geschapen is. Dat is een open deur en daarom juist goed om bij stil te staan. Want daaruit volgt dat elke volwassene, jongere of kind anders omgaat met verlies en dus anders rouwt.
Logisch gevolg van het uniek geschapen zijn, is dat je niet weet hoe een ander dit verlies ervaart en hoe de ander de rouw vormgeeft. En dat vraagt om een houding van echte belangstelling. Oprechte interesse voor de gevoelens, gedachten en handelingen van je geloofsgenoot of collega. ‘Hoe heb je de afgelopen periode ervaren?’ En dan je mond houden en luisteren.”

Bijbelteksten/christelijke kaarten delen met rouwdragenden kan tot steun zijn. Mijn ervaring is ook dat het delen van christelijke teksten averechts kan werken. Wat is jouw advies als het hierover gaat?
Ton citeert rabbijn Harold Kushner: ‘Een lijdende mens heeft geen behoefte aan theologie. Een lijdende mens heeft behoefte aan empathie.’ 

“Schrijf je meeleven alsof je de ander in levende lijve voor je hebt. Zou je ook met teksten aankomen als je de mens in rouw voor je hebt staan? Laat ik een voorbeeld noemen. Op de eerste kaart die wij aantroffen na het overlijden van ons kind stond: ‘Wat moet ik zeggen, wat moet ik schrijven?’ En de naam van de afzender. Dit deed ons heel veel. Het raakt me ook nu nog weer. Waarom? Omdat de schrijver zich kwetsbaar opstelt. Hij toont zijn eigen onmacht en vult niet in hoe wij ons zouden moeten voelen. Daarmee geeft hij ons ruimte te rouwen op onze eigen manier. Hij is ontdaan en deelt dat met ons. Manu Keirse (emeritus hoogleraar verlieskunde, red.) heeft gezegd: ‘Je kan wel naast iemand staan, maar nooit in iemands schoenen.’ Dat is precies wat deze broeder deed: Hij stelde zich hiermee naast ons op.

Ik weet dat iedereen de mens in rouw tot steun wil zijn. Omdat we niet weten hoe, gaan we denken en invullen. Dan ontstaan er brokken en bereik je juist het tegenovergestelde van wat je wilt. Dat kan funest uitwerken voor de ander zodat hulp noodzakelijk is.
Ik formuleer het zo: Als jij tot goede steun bent voor de mens in rouw heeft deze geen specialistische hulp nodig. En doordat jij het onderwerp niet uit de weg gaat, ontwikkel je een broeder- en zusterband die sterker is dan tijdens de vluchtige ontmoeting op het kerkplein of de winkel. Want hier komen de levensvragen aan bod en kom je uit bij elkaars hart.”

Welke belangrijke les heb je binnen je vakgebied geleerd over omgaan met rouwdragenden?
“De les die ik geleerd heb is dat jij en ik ontzettend belangrijk zijn voor de mens in rouw. Voornamelijk door te luisteren! Nee, je kan het verlies niet ongedaan maken of de pijn wegnemen. Door luisteren geef je wel ruimte aan alle emoties, gedachten en handelingen die bijdragen aan het leren verweven van het verlies in zijn of haar leven.

‘Er zijn voor’ 
daar trouw in zijn 
dringt door 
verlicht de pijn.”

Vanuit eigen ervaringen en deskundigheid vertelt Ton Zijderveld over de verlegenheid die we merken in de omgang met het verlies en rouw van de ander en de gevolgen daarvan.

Geschreven door Marcel Zandee. Marcel schrijft voornamelijk op onafgehecht.com. Door gedichten, gedachten en ervaringen te delen probeert hij een inkijk te geven in zijn leven waarin verdriet, rouw en gemis moesten worden verweven. Daarnaast deelt hij over het thema ‘rouwen’ als hij dat tegenkomt in boeken, tijdschriften of andere media.

Vertrouwen

Als kind leren we te vertrouwen op onze ouders, onze leraren en andere gezagsdragers in het leven. Zij proberen ons te behoeden voor gevaren en problemen en leren ons veilig onze weg door het leven te vinden.

Als Christenen wordt ons geleerd om te vertrouwen op God. Hij is wijs, almachtig en goed, een liefdevolle vader. Hij is onze Leidsman en geeft ons zijn Woord als richting op de weg van het leven. In moelijke tijden leren we steun te zoeken bij God en in de Bijbel. Zo vaak heb ik Psalm 91 gelezen en ook toegestuurd gekregen. Een en al beloftes van God, die je beschermt en voor je zorgt. Een prachtig lied over vertrouwen in God, vol van warmte. Zo had ik God leren kennen door de jaren heen.

En toen kreeg ik ineens kanker en mijn wereld stond op zijn kop.

Ik had mijn deel gekregen op het gebied van moeilijkheden die het leven te bieden heeft en daarin mijn weg gevonden, soms met wat omwegen, maar uiteindelijk toch met een doel en met plannen. Ineens moest ik die allemaal loslaten zonder te weten of dat tijdelijk of permanent was. Dat was bepaald niet makkelijk. Natuurlijk, heel praktisch, ik was ziek en goed ziek ook, zeker toen ik met chemotherapie behandeld werd, dus dat ik niet naar mijn werk ging sprak voor zich. Maar de weken werden maanden en ik ging steeds vaker aan God vragen: “Waarom? Wat is het hele idee hier? U bent toch te vertrouwen? En U had me toch een leuke baan gegeven? En mooie taken in een fijne gemeente? U zorgt toch voor me? Waarom krijg ik dan nu een vreselijke ziekte?”

Ik dacht heel aardig te weten hoe God in elkaar zat, maar nu klopte er niets meer van. Was God nog wel te vertrouwen? En als zelfs God niet betrouwbaar is, wie dan nog wel? Kon ik wel op het oordeel van de artsen vertrouwen? Die gaven wel advies, maar waren toch beslist terughoudend in hun voorspellingen. Ze lieten duidelijk merken dat ze hun best deden voor me, maar resultaten werden niet beloofd. En er waren ‘behulpzame’ vrienden die allerlei informatie doorstuurden over altenatieve therapieën en me artikelen stuurden over hoe slecht de reguliere behandelingen zouden zijn. Wie had er gelijk, wie kon ik vertrouwen? Alle vaste grond leek onder me weggeslagen en ik had bij vlagen het gevoel nergens houvast en zekerheid te hebben.

Uit gewoonte, en uit gebrek aan betere opties, besloot ik het maar met God te proberen. Voor iedere grote beslissing heb ik gebeden en er is ook veel voor me gebeden door anderen en dat heeft zijn vruchten afgeworpen, want de behandelingen waren succesvol.

Naarmate de tijd verliep liet God zich op andere manieren kennen. Ik dacht namelijk dat ik God wel kende, want ik had al dingen met Hem doorgemaakt. Gelukkig heb ik geleerd dat God veel meer omvat dan in mijn denken past. Mijn beeld van God moest op de schop. Waar ik eerst dacht dat Hij niet te vertrouwen was, omdat Hij had toegelaten dat ik kanker kreeg, leerde Hij me dat Hij juist wel te vertrouwen is door de ziekte heen. Hij leerde me dat er artsen zijn waar je op kan vertrouwen, dat er mensen zijn die je kunt vertrouwen, omdat ze er zijn als je ze nodig hebt. Maar vooral leerde Hij me dat Hij te vertrouwen is, omdat hij niet zomaar dingen van me afnam en ellende toeliet, maar nieuwe doelen in de plaats gaf en persoonlijke groei mogelijk maakte. Vanaf het begin was Hij erbij en heeft Hij laten merken precies te weten wat ik nodig had. Op die manier heb ik geleerd dat God flexibeler is dan ik, groter is dan ik kan bedenken en dat nieuwe omstandigheden voor hem fantastische uitdagingen zijn om te laten zien hoe betrouwbaar Hij is.

Geschreven door Karin Oedekerk. Karin kreeg op haar 41e borstkanker, waardoor haar leven volledig veranderde. Ze schrijft over hoe ze dit heeft beleefd en hoe ze heeft geprobeerd de draad van haar leven opnieuw op te pakken.

De zekerheid van ziekte en onzekerheid van morgen

Lieve Vader,

Ik heb geen idee wanneer ik echt vanuit het diepste van mijn hart tot U gesproken heb. Of beter gezegd: het heb uitgeschreeuwd. Ik vind het moeilijk om tot U te komen.
Ik wil zó graag respectvol zijn in mijn woorden, uitingen en uitleggen van hoe ik mij van U verstoten voel en waarvan ik het idee heb dat kanker tussen U en mij instaat.
Ik weet verstandelijk dat ik U de schuld niet kan geven. Maar wie wel?
Ook de tegenstander geeft geen thuis. Die lacht waarschijnlijk in zijn vuistje… En ondertussen gaan mijn emoties aan de haal.

Boosheid. Teleurstelling. Eenzaamheid. Verlating. Afwijzing!

U kent mijn hart. U weet dat ik U ten diepste vertrouw. Maar ik ben ten prooi gevallen aan twijfel. Niet eens die ene dag, de dag dat ik de uitslag hoorde. Want ik fietste, menselijkerwijs, in een verdoofde waas van kankerzeker en vraagloos bestaan naar huis. De zekerheid van ziekte. Onzekerheid van morgen.
En al die tijd, terwijl er in mijn lamgeslagen hoofd en op hol geslagen lijf duizenden emoties raasden door dit gestigmatiseerde doodsvonnis resoneerde er één gedachte in mijn hart: dit gaat goed komen.

Ergens ben ik dat station gepasseerd. Ik geloof soms niet of het nog goed komt.
Daar waar ik tijdens alle onderzoeken soms geïrriteerd kon raken over het ‘ongeloof’ van medechristenen of U mij kon genezen wilde ik ze een poepie laten ruiken. Zo ben ik. Zeker van mijn God. Of beter gezegd… Zo was ik…
Want ik vertelde elke arts dat U een God van wonderen bent. Dat poepie echter… Dat stonk.

Want de ochtend voor ik geopereerd zou worden las ik in mijn Bijbels dagboekje dat we niet altijd krijgen wat we verwachtte. Ik verwachtte genezing.

Vader… Dit doet pijn. Ziet U mijn leed? U heeft mij horen schreeuwen. Mijn kaken horen klapperen om mijn man niet te belasten met de zoveelste wanhoop en pijn van de nasleep van verwijdering van de dood uit mijn lijf. Het voelt grandioos oneerlijk.

Misschien wel zoals Johannes de Doper, die niet verwacht had dat Hij als voorloper van Jezus vermoord zou worden. Mag ik dat zo stellen? Ik geloofde nog tot aan de operatiekamer dat U een wonder kon doen. Ik werd echter wakker op een bebloed kussen. Een kwart tong minder. Waren mijn laatste woorden voor het infuus vloeistof nog tot U?
Uw eerste woorden bij wakker worden waren tot mij… Dat dan weer wel. Het is het laatste wat U en ik die dag van elkaar vernomen hebben, tot nu…

‘Lees Psalm 18:4’, fluisterde in mijn geest toen ik verdwaasd bijkwam werd uit narcose. Ik vertrouw U. Mijn Bijbel lag klaar. Dus ik las.

‘Geloofd zij de Here, roep ik uit; want van mijn vijanden ben ik verlost!’
En ik wist: het is goed. De kanker is weg. Zonder verder te lezen legde ik mijn Bijbel op het nachtkastje en ben weer in slaap gevallen, om wakker te worden in afschuwelijke pijnen en ontsteltenis dat dit mij overkwam. De verdoving was uitgewerkt. Mijn geloof net zo. Dit was te intens. Ik kon alleen maar spugen. Te zwak om op te staan. Te ziek om te eten. Te geschokt om te denken. Dagen lang…

Oh, had ik toen maar verder gelezen! Dan had ik misschien eerder tot U gesproken dan deze brief. Maar ik snap het nu. U bent er altijd bij.
Zelfs als wij stil zijn…

Ik was stil omdat ik zo in de war was. U was afgrijselijk ver weg maar gelijktijdig bedreigend en intiem dichtbij. En mijn hoofd, die alles snappen wil, vatte dat niet. Want even serieus Vader God: U had dit toch kunnen voorkomen?
Pas nu durf ik mij langzaam te uiten op papier. Langzaam mijn echte gevoelens de ruimte te geven, langzaam ook Uw afstandelijkheid naar verschrikkingen als kanker te bezien, terwijl uw nabijheid bij Uw mensen nooit ver te zoeken is.
Ik snap echt niet alles. Dat blijkt. Want ik dacht eerder, toen ik hoorde dat ik officieel genezen was, maar mijn hoofd nog zoveel kanker had: ‘zelfs al ben ik niet stervende, een deel van mij is heengegaan…’ en: ‘Het leven is vluchtig, wat een gemis, -het geloof dat ik had, maar wat niet langer is…’
Schrijven kan ik wel. Praten kon ik even niet. En dat lag niet alleen aan het feit dat ze mijn tong hebben gemolesteerd om mij zogenaamd te verlossen van kanker.

Maar zwijgen is zilver. Spreken is goud. En U spreekt.
Brengt mij daarmee in stilte, in mijn diepste nood. U had alleen mijn oren nodig.

En mijn ogen. Want Vader, ik zou willen dat ik het eerder gelezen had. Maar dat heb ik nu. Het vervolg van Psalm 18:

‘’Mij omsloten de banden van de dood, de kolkende afgrond joeg mij angst aan, de banden van het dodenrijk omklemden mij, op mijn weg lagen de valstrikken van de dood. In mijn nood riep ik tot de Heer, ik schreeuwde naar mijn God om hulp. In zijn paleis hoorde Hij mijn stem. Mijn roepen bereikte hem..’’

Geschreven door Natasja Vermoten. Natasja is 34 jaar, woont in Velsen en werd op haar 30e gediagnosticeerd met tongkanker. Ze schrijft over de dingen die de flexibiliteit van het leven ons soms (tegen wil en dank) aanbiedt. Kanker was voor haar daar een onderdeel van. Op haar site www.mensenverhaal.com kun je meer lezen over haar proces onder categorie ‘kanker’. Ook kun je hier het dichtbundeltje ‘dichter tegen kanker aan’ gratis downloaden. 

De statistieken

41 jaar was ik toen ik borstkanker bleek te hebben. Veel te jong, zeiden de artsen. Alsof dat wat uitmaakte. Alsof het daardoor erger was. Of minder erg als je het pas krijgt als je 75 jaar bent. Het was waarschijnlijk hun manier om sympatie te tonen. Of misschien wel om zichzelf vrij te pleiten: dit had toch echt niemand kunnen voorzien. Niet op deze leeftijd. Maar ik versloeg de statistieken.

Chemotherapie
Ik heb ze vaker langs horen komen in mijn ziekteproces, die statistieken. Bijvoorbeeld bij de typering van mijn tumor: een lobulair carcinoom. De meeste borstkankers zijn ductaal, zo’n 80% van de gevallen. Daar zijn de meeste behandelingen ook op toegespitst en is uiteraard de meeste ervaring mee. Gezien de omvang van de tumor werd me toch aangeraden chemotherapie te ondergaan, maar werd daarbij aangetekend. Ik moest er ernstig rekening mee houden dat dat niet, of beperkt zou werken. Vanwege dat lobulaire carcinoom. En de statistieken. Ik bad erover en besloot het advies te volgen: ik ging aan de chemokuren.

Ik zou zes cycli krijgen, maar na 3 keer wilden ze een MRI scan doen, om te kijken of de kuur aansloeg. Dat was vanwege de statistieken namelijk nog maar de vraag. Vanzelfsprekend zat ik in de periode voor die scan regelmatig te voelen of de tumor al kleiner werd. Ik herinner me nog dat ik tegen mijn vader zei dat het ook best wishfull thinking kon zijn, maar dat ik echt het idee had dat de tumor wat minder samenhangend werd, wat poreuzer, niet meer zo’n compacte massa als in het begin. En jawel, de MRI scan bevestigde wat ik al hoopte te voelen: de chemotherapie sloeg aan. Toen ik uiteindelijk na 6 kuren geopereerd werd, vond de patholoog nog maar een restje van 2 millimeter tumor, waar ik begon met een soort platte kiwi van 5 cm. Ik versloeg de statistieken.

Erfelijkheidsonderzoek
Tijdens de behandeling kwam ook de kwestie van erfelijkheid naar voren. In mijn -kleine- familie komt veel borstkanker voor. Dat wist ik natuurlijk al van kinds af aan, maar ik had nooit echt de stap willen zetten om erfelijkheidsonderzoek te laten doen. Nu was het vanzelfsprekend dat ik dat wel deed: ik had toch al kanker en was bereid alles te doen om dit monster te lijf te gaan en voorgoed uit te roeien. Mijn oncoloog vertelde me dat ze niet verwachtte dat ik een genmutatie zou hebben, omdat genetische tumoren bijna altijd triple negatief zijn en mijn tumor wel zeer hormoongevoelig was. Daar waren ze weer, de statistieken.

Na een aantal weken kreeg ik het verlossende telefoontje van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis: er was bij mij een BRCA1 genmutatie aangetroffen. Er zit een foutje in mijn genen, waardoor ik heel grote kans heb op het ontwikkelen van borst- en eierstokkanker. Alweer had ik de statistieken verslagen.

Twijfel
Ik was blij met deze uitslag, want het gaf me heel duidelijk richting. In eerste instantie was er namelijk sprake van een borstsparende operatie. Of niet, als ik dat niet wilde. Er waren allerlei opties en ik moest kiezen wat ik wilde. Dat zijn onvoorstelbaar moeilijke beslissingen om te nemen. Ik had het er veel over met God en bleef maar twijfelen. Nu bleek dat ik die genmutatie had was alles me direct duidelijk: ik wilde nooit meer kanker en koos ervoor om allebei mijn borsten te laten weghalen. Een aantal maanden erna heb ik ook mijn eierstokken laten verwijderen.

Inmiddels ben ik een aantal jaar verder en nog steeds kankervrij. Mijn moeder is 46 jaar geworden. Ik ben nu 45 jaar. Volgend jaar haal ik haar in. Een mijlpaal waar ik naartoe leef. God heeft mij een nieuw leven gegeven. God in mij verslaat de statistieken.

Geschreven door Karin Oedekerk. Karin kreeg op haar 41e borstkanker, waardoor haar leven volledig veranderde. Ze schrijft over hoe ze dit heeft beleefd en hoe ze heeft geprobeerd de draad van haar leven opnieuw op te pakken.

Kanker heb je niet alleen

Je hebt de zin vast wel eens voorbij zien of horen komen: ‘kanker heb je niet alleen’. Best wel knap dat je een slogan kunt verzinnen die zowel alles als niets zegt. Als je de slogan hoort, weet je precies waar het overgaat. Het zegt gelijk alles. Maar je weet ook dat er boeken aan verhalen achter die zin schuil gaan. Dus zegt het dus ook eigenlijk niks. En toen ik dieper over deze zin nadacht besefte ik dat het voor meerdere uitleg vatbaar is.

Een open deur
Kanker heb je niet alleen als in, je bent niet de enige die kanker heeft. Een open deur. Één op de drie Nederlanders krijgt met de een of andere vorm van kanker te maken. Dus, inderdaad, met mij hebben nog heel veel mensen kanker. In mijn eigen situatie is het ook heel letterlijk van toepassing. In 2009 kreeg eerst mijn lief kanker. We hadden dus al ervaren wat voor impact het heeft op relatie en gezin als de ziekte kanker je leven in komt sluipen.

Impact
Kanker heb je niet alleen. Tegen wil en dank, worden alle mensen om je heen ook geraakt door jouw kanker. Als je kanker hebt wordt alles anders in je leven. Dat heeft vanzelfsprekend ook invloed op het leven van de mensen om je heen, in meer of mindere mate. Ons gezin bestaat uit drie zonen, drie schoondochters en zeven kleinkinderen. Toen ik de diagnose eierstokkanker kreeg, in september 2014, hadden we drie kleindochtertjes van twee en één jaar oud. Twee baby’s waren op komst. De impact van de boodschap dat ik ziek was, zal ik nooit vergeten.

Die radeloze blik
Onze jongste zoon was op dat moment met zijn vrouw en kindje op backpack vakantie in Thailand. Lief zou ze ophalen van het vliegveld en dan bij ons even langskomen thuis. Maar ik lag in het ziekenhuis en zij wisten nog van niets. Dus in de auto moest Lief vertellen dat er iets heel ernstigs aan de hand was. Ik zal nooit vergeten hoe ze die ziekenhuiskamer binnenkwamen. Die radeloze blik in de ogen van je kind. Wat een blij weerzien moest worden met mooie reisverhalen, werd een verdrietig en emotioneel samenzijn. Ik vond dit zo intens verdrietig. Dat wil je je kinderen besparen.

In november 2014  werd ons vierde kleindochtertje geboren. Zo ziek van de chemo was ik toen. Blij en ziek; een bitterzoete herinnering. Onze oudste zoon en zijn vrouw verwachtten in maart 2015 hun tweede kindje. Ik weet nog zo goed dat hij zei: “mam, je bent er toch ook nog wel als ons jongetje in maart geboren wordt?” Daar moest ik zo om huilen. Het leven gaat zoals het gaat, maar je zou je kinderen en hun gezinnen dit allemaal willen besparen in deze fase van hun leven. Kanker heb je niet alleen.

Nooit alleen
Het leven werd opeens heel anders. Gezellige vriendenavondjes worden ziekenbezoek. “Niet te lang blijven hoor! Alleen een kopje koffie, anders wordt het teveel.” Er moest rekening gehouden worden met je. Met vriendinnen leuke dingen doen op je vrije dag; in de periode na operatie en chemo’s was even met een vriendin naar Kruidvat al een hele onderneming. “Oma is een beetje moe…” Die zin hebben de kleinkinderen nogal eens gehoord. Kanker heb je niet alleen.

Maar er is ook nog een andere dimensie van “kanker heb je niet alleen”. Zelf heb ik mogen ervaren dat God steeds nabij was en is. Mijn geloof heeft zich verdiept tijdens mijn ziekte. Je hoeft dit pad niet alleen te gaan. We mogen onze angst, verdriet, twijfel bij Hem neerleggen. Hij weet ervan! Kanker heb je, God dank, niet alleen.

Geschreven door Lenneke de Mooij. Lenneke heeft uitgezaaide eierstokkanker. Daarbij is ze actief voor Olijf, het netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker. “Kan ik mijn ziekte en situatie misschien ombuigen zodat er iets zinvols uit voort kan komen?” vroeg ze zich af. In haar blogs voor Als kanker je raakt deelt ze daarom haar ervaringen en bevindingen over hoe ze leeft met de ziekte kanker in haar leven.

Mijn kind met kanker

Met grote blauwe ogen in jouw kleine gezichtje kijk je mij wanhopig aan. Goed spreken kan je nog niet, maar je ogen zeggen: ‘mama help!’ Al weken ben je niet lekker, geef je pijn aan en heb je steeds koorts. Koorts die niet overgaat, ook al geef ik je paracetamol. Mijn vriendelijke en gezellige meissie is chagrijnig en verdrietig. Wanneer je voor de zoveelste keer op de bank ligt met koorts zit ik op mijn knieën huilend naast je. Ik kan alleen maar denken, wat heb je? Wat is er met je aan de hand? Zou het kanker zijn? En waarom denk ik dat?

Ik stel me aan
Weer bel ik de huisarts, om opnieuw een afspraak te maken. Gelukkig kan ik de volgende dag terecht. De huisarts onderzoekt Esmee, maar kan niets vinden. Hij vraagt waar ik aan denk. Ik durf het woord kanker niet uit te spreken. Ik voel mij een aansteller, omdat ik daaraan denk. Kinderen hebben niet zomaar kanker, het is gewoon vragen om aandacht, dat ik daar überhaupt aan denk. Ik zeg dat ik het ook niet precies weet en suggereer een blindedarmontsteking. Ook niet fijn, maar minder heftig dan dat andere. De huisarts neemt geen risico en maakt een afspraak op de spoedeisende hulp bij de kinderarts.

Niet serieus genomen
Op de eerste hulp, doet Esmee niets anders dan huilen en schreeuwen tijdens de onderzoeken. Ik krijg het gevoel, dat de verpleegkundigen en de artsen het niet zo serieus nemen. Het voelt alsof ik gezien word als een overbezorgde moeder die aandacht wil via haar kind en voor een griepje naar de spoedeisende hulp komt. Dat is een heel naar gevoel.  Ik krijg meteen al een afspraak om over 2 dagen terug te komen voor de uitslagen. Helaas duurt het opvangen van de urine langer dan gedacht. Esmee is nog niet zindelijk en om te controleren of Esmee een blaasontsteking heeft willen ze urine opvangen. Dit proberen ze door een zakje te plakken. Het eerste zakje zat wat scheef en daardoor mislukt het. Omdat het zo lang duurt zijn de bloeduitslagen al bekend en blijken er afwijkingen te zijn.Er komt een arts langs om Esmee verder te onderzoeken en hij merkt dat als hij Esmee haar heupen draait, ze enorme pijn aangeeft. Als ik vraag of het misschien blindedarmontsteking kan zijn, zegt hij te denken van niet, maar spreekt toch een echo af. Tijdens het maken van de buik echo, schreeuwt Esmee moord en brand. Ze vindt al dat gepruts aan haar lijfje niets en maakt dat duidelijk kenbaar. De echoscopist regeert kortaf. Ik denk meteen dat dit komt omdat ze ervan baalt dat Esmee zo’n kabaal maakt. Het lijkt erop dat ze ons zo vlug mogelijk de echokamer uit wil hebben.

Mijn kind, met kanker
Nu weet ik beter. Ik denk dat ze geschrokken is van wat ze zag op de echo. Want aan het einde van de middag, na een lange dag wachten, komt de basisarts met haar supervisor en een verpleegkundige binnen en geven ons de (voorlopige) diagnose. Neuroblastoom kinderkanker. Gezien op haar bijnier tijdens de echo. Met deze uitslag wordt alles anders… Ik heb een kind met kanker.

Geschreven door Mariëlle de Ron. Ze is getrouwd en moeder van vier prachtige kinderen, Youri, Inge Esmee* en Lotte, waarvan één bij God mag wonen en ze nog mag zorgen voor haar andere drie kinderen. 

De pijn voorbij

Mijn verhaal over kanker is een verhaal over pijn. Pijn, omdat ik door de medische ingreep van een gedeeltelijke tongamputatie tot de schokkende ontdekking kwam dat een lichaam maar in staat is een zekere mate pijn te hanteren. Kanker, daar kon ik mee leven. Maar de pijn, daar was ik niet op voorbereid. Zo hevig, zo aanwezig, zo alomvattend en zo verterend dat er slechts een dof ritme overblijft: pijn, pijn, pijn. Een verhaal over pijn dus. Pure ontwrichting, dwars door kanker heen.

Pijn
Als ik wakker word uit narcose ben ik duizelig. Ik moet plassen, maar kan niet goed duidelijk maken dat ik overeind wil komen. Ik schrik van het bloed op mijn kussen, het plakt in de stroken haar langs mijn gezicht. Ik wil morfine. Dat betekent alleen dat ik opblaas en dood kan gaan. Ik ben allergisch voor bijna elke vorm van pijnbestrijding. Ik had voor de operatie het idee dat als ik wakker werd, het een einde van mijn kankerleed zou zijn. Ik weet, als ik eindelijk opzit, dat het het begin is. Want het enige dat niet had mogen gebeuren, gebeurt. Ik moet vreselijk spugen. Het braaksel stoot met zoveel stuiptrekkende kracht langs de ongehechte halve tong dat ik buiten te horen moet zijn geweest. Dan wordt het stil. Als ik weer wakker word heb ik een katheter in. Ik ben te zwak om er iets van te denken. Pijn, zoveel pijn dat ik dubbel zie. Zoveel pijn dat ik geen geluid meer heb bij het huilen.

10 vingers
Het ziekenhuis houdt mij zes dagen langer dan gepland. Vijf keer per dag stellen ze de vraag: op de schaal van 1 tot 10, hoeveel pijn heb je? Bijna elke keer steek ik 10 vingers op. Ze weten dat ik ten tijde van visite op een 12 zit, maar mij als een 5 gedraag. Ze geven simpelweg een extra kalmeringstablet, wetende dat dit misschien niet helpt tegen de pijn, maar mij in staat stelt een uurtje door te brengen met droge ogen.

Bezorgd
Ik heb een week een bed bezet en moet naar huis. Ik vind het logisch. Mijn huisarts schrikt zich bij haar onverwachtse huisbezoek het apezuur. Bezorgd overtuigd ze mij dat dit echt niet langer kan, dat ze mij alle mogelijke anti-allergie middelen zal geven die er voor handen zijn en dezelfde dag nog morfinepleisters laat komen. Het is een risico, we weten het allebei. Het is het proberen waard. Ik ben namelijk op een punt dat ik slechts een keuze maak tussen doodgaan van de pijn of sterven aan de bestrijding daarvan.

Pijn en rust
Pijn is iets universeels en toch ook enkel individueel. Niemand voelt wat jij voelt. En zelfs al doen ze dat wel, dan voelen ze op een andere manier. Mede daarom laat pijn laat zich niet beschrijven. Zelfs niet nu ik het al een paar alinea’s probeer. Rust echter wel. De pleister werkt. Dat mijn ademhaling langzamer werd en ik de wereld voel ontglippen negeer ik. Even denk ik dat ik in de hemel ben. Ik voel letterlijk niets. Niet veel later kan ik niet meer lopen, begint mijn lichaam te stuipen, vervaagt mijn zicht, verstomt geluid, zweet ik terwijl ik het ijskoud heb, krijg het benauwd en voel een enorme hoofdpijn opkomen. Een uur later lig ik in de ambulance.

Hier was gek genoeg de ommekeer. Want als ik een dag later naar huis mag en besef dat ik door een Godswonder nog in leven ben, wordt de pijn minder. Of misschien mijn focus op de pijn. Ik begin mij te richten op de uitslag van de ingreep. Je zou denken: het probleem werd uit mijn mond gehaald en daarmee klaar. Voor mij begon het probleem hier. De kanker deed geen zeer. Het weghalen echter legde het vuur aan mijn schenen.

Verlies identiteit
Misschien was de omslag wel dat ik dacht dat nu ik dit had meegemaakt, ik alles aan zou kunnen. Ik had mijn man een blauwe borst geslagen in mijn wanhoop, ik kon mijzelf uitschakelen door 20 uur per dag te slapen om maar niet te hoeven voelen, ik was doodsbang voor iets wat 24/7 aanwezig was en werd het zat. Ik wist toen echter nog niet dat de stress en letterlijk tientallen probeersels aan pijn en verdovende medicatie mij biologisch volledig ontregeld hadden en ik tegen nieuwe pijn aanliep. Namelijk het totale verlies van mijn identiteit, omdat het trauma ‘pijn’ dieper ging dan wat ik ooit had meegemaakt. Dat… is alleen een ander verhaal.

Ik ben de pijn voorbij
Pijn. Het is zo’n simpel woordje. En alhoewel ik het hier geprobeerd heb, kan ik het niet verwoorden zoals het was. Ik weet wel dat ik voor altijd anders tegen pijn aankijk. De betekenis is dieper. Het voelen nu altijd ‘op een schaal van 1 tot 10’. Ik ben de pijn voorbij. Goddank. Als ik van te voren had geweten dat die tumor verwijderen mij zoveel had aangedaan had ik hem zeer waarschijnlijk laten zitten. Maar ook dat punt ben ik voorbij.
Maar het uitleggen, besef ik nu: dat is toch echt voorbij de grenzen van mijn mogelijkheden…

De blog is geschreven door Natasja Vermoten. Natasja is 34 jaar, woont in Velsen en werd op haar 30e gediagnosticeerd met tongkanker. Ze schrijft over de dingen die de flexibiliteit van het leven ons soms (tegen wil en dank) aanbiedt. Kanker was voor haar daar een onderdeel van. Op haar site www.mensenverhaal.com kun je meer lezen over haar proces onder categorie ‘kanker’. Ook kun je hier het dichtbundeltje ‘dichter tegen kanker aan’ gratis downloaden. 

Achter de wolken

Veel mensen hebben mij gevraagd waarom kanker mij is overkomen, nadat ik een heel leven van verdriet en verlies had geleden. Het antwoord? Niet heel troostend, maar ik heb geen idee.

Onbegrip
Ik belandde door kanker letterlijk op de bodem van mijn geloof. Ik ben zonder geloof opgevoed en leerde God op latere leeftijd in een levendige relatie kennen. Hij keerde mijn hele leven om: van prut naar perfectie. En deze afschuwelijke aan het leven tegenstrijdige ziekte was zo contra aan de God die zich voordeed als liefdevol dat kanker mijn geloofscrisis werd. Ik hief mijn handen ten hemel in puur onbegrip. Kanker is wreed. God echter niet.

Waarom?
Velen van mijn medegelovige die kanker hebben of hebben gehad zullen dit herkennen. Al bezweek ik niet aan de kanker zelf, ik werd bijna doodgegooid met christelijke clichés. Geloofde ik nog wel in ‘een mens krijgt niet meer te dragen dan hij hebben kan’ nu ik zulke afschuwelijke pijnen leed omdat een deel van mijn tong was geamputeerd? Geloofde ik nog dat ik gedragen werd nu ik door de psychische klap van controle verlies keihard die put van kanker in lazerstraalde? Nee. Met momenten niet. Want ‘waarom’, waarom ik? Dat was mijn vraag.

Waartoe?
Mijn waarom werd langzaam een waartoe. Geloof ik dat God mij kanker heeft gegeven? Nee! Absoluut niet! Ik weet niet waarom mensen kanker krijgen. Ik weet dat veel in handen van de mens zelf ligt, maar zelfs rondom kanker is dat soms dubieus. Ik weet ook dat mijn jaren als christen er stiekem voor het gedachtepatroon hadden gezorgd ‘God in mijn broekzak’ te hebben. En kanker bracht verdieping die dieper dan mijn broekzak ging. Daar past hij namelijk niet in. Au. Voor mij.

Omdenker
Kanker is mijn omdenker gebleken. Alhoewel God de omdenker is in alles. Zijn economie werkt nu eenmaal anders dan de onze. Onbegrijpelijk? Ja. Als je in het proces zit helaas vaak wel. Maar feit is: God overziet. Wij niet.

De Bijbel zegt dingen als: Verlies je leven en je zult het vinden. Geef en je zult ontvangen. Laat los en je zult losgelaten worden. Zaai en je zult oogsten. Wil je liefde, geef het dan. Wil je dat er naar je omgekeken wordt? Kijk naar anderen om! De lijst is eindeloos. Wat heeft dat met kanker te maken zou je zeggen?

Voor mij alles. Het had namelijk met mijn houding ten opzichte van God én kanker te maken.
Ik werd namelijk doodziek in een periode dat God mij beloofde genezing te brengen. Ik snapte er geen hout van. Voor mij is een weg namelijk altijd rechtdoor, voor God was er een omweg. En kanker bracht mij innerlijke genezing. Dat vraagt echter om wat uitleg. Ik ging namelijk om via kanker, letterlijk en figuurlijk. Waarom? Hoe kwam ik eraan? Geen idee, maar nog zo’n cliché… God keert alles ten goede.

Roerig leven
Het meest concrete voorbeeld wat ik wat betreft Gods omdenken kan geven, na alles wat ik hierboven heb beschreven is dat ik even moet melden dat ik een roerig leven heb gehad. Ik heb een ongelukkige start met veel pech van verlies en verdriet gehad en door eigen keuzes in mijn tienertijd bakte ik er in mijn jongvolwassen leven niet veel van. God vond mij echter. Of ik hem. Dat laat ik in het midden.
Doordat ik na mijn bekering zo intens veel liefde had ervaren en veranderde in gedrag, denken en zelfs prestaties ontstond het idee dat God en ik elkaar altijd wel begrepen. Tja… Dat hij mij begreep was duidelijk. Dat ik hem begreep leek logisch aangezien mijn leven vrucht droeg, maar of ik mijzelf ook begreep…

Ik kreeg kanker. Tongkanker. Misschien omdat ik mijn leven lang gerookt had. Misschien omdat dingen soms gewoon gebeuren. Volgens de oncoloog was het gewoon pech. Zelfs roken paste niet in dit beeld van mijn leeftijd, geslacht en deze kankersoort. De kanker echter was een feit. De ingreep was afschuwelijk. De impact was onoverzichtelijk.

Net zo goed als Gods omdenken
Want daar waar Hij mij twee dagen voor de diagnose kanker (letterlijk) zei dat Hij mij zou genezen en ik in een tunnelvisie belandde dat Hij hiermee het aanstaande doodsvonnis over mijn leven bedoelde, nam Hij een omweg die ik niet had voorzien.
Ik belandde namelijk op de operatietafel. Ging door een hel van pijn. Ging door een dal van verdriet en onbegrip. Maar werd hierin blootgesteld aan alle onzekerheden en verkeerde denkbeelden rondom mijn geloof. De zogenaamde clichés die ik eerder noemde. Ik leerde te verliezen om te vinden, geven om te ontvangen, om te kijken om gezien te worden en krachtig te zijn in kwetsbaarheid.

En juist door mij hier zo mee te confronteren, genas Hij mij.
Dieper, grondiger en intenser dan ooit.
Hoe? Dat voert te ver om hier nu over uit te wijden, maar ik kan je beloven dat God, zelfs tijdens kanker, is als de zon… Daar waar hij ondergaat, komt hij ergens anders weer op.

Je ziet hem niet altijd. Ook is Zijn warmte niet altijd voelbaar.
Hij is er echter wel. Zelfs achter de wolken. Denk daar maar omheen.

De blog is geschreven door Natasja Vermoten. Natasja is 34 jaar, woont in Velsen en werd op haar 30e gediagnosticeerd met tongkanker. Ze schrijft over de dingen die de flexibiliteit van het leven ons soms (tegen wil en dank) aanbiedt. Kanker was voor haar daar een onderdeel van. Op haar site www.mensenverhaal.com kun je meer lezen over haar proces onder categorie ‘kanker’. Ook kun je hier het dichtbundeltje ‘dichter tegen kanker aan’ gratis downloaden. 

In goed gezelschap

Wie had ooit gedacht dat ik naar een bijeenkomst van een ‘kanker’-stichting (excusez-le-mot) zou gaan?  En dat ik daar ook heel blij van zou worden?  Ik in ieder geval niet. Tot dit jaar.  Wat vorig jaar begon met een K-diagnose en het fraaie boek ‘Als kanker je raakt’ is nu voor mij levende werkelijkheid: de landelijke ontmoetingsdag van de Stichting Als kanker je raakt. En ik was erbij!  Op die mooie zonnige, herfstige dag in Doorn.

Eerlijk gezegd vond ik het best spannend om te gaan. Want zo vaak heb ik nog niet ‘face2face’ lotgenoten en naastbetrokkenen ontmoet. Ik was vorig jaar  weliswaar regelmatig in het ziekenhuis voor medische gesprekjes, behandelingen en een operatie. Maar ja, wie spreek je dan? Vooral medisch personeel. Ook heb ik wel eens gebeld met een lotgenotenlijn en chat ik af en toe via social media met lotgenoten. Maar nu, met anderen ‘life’ en op veilige afstand in een zaal, voelde het allemaal wel een graadje intenser. Niet zozeer vanwege Corona-angst, maar omdat ik besefte: iedereen hier is geraakt door kanker èn we hebben allemaal ‘iets’ met God. Dat schept op een vreemde manier een band. Het voelde als een soort van thuis komen. In goed gezelschap.

Het hartelijke welkom van Pauline Aalbers  (coördinator) en Karin Smit (gespreksleider) stelde mij, en wellicht ook andere ‘nieuwkomers’ meteen op mijn gemak. Karin zei ‘geef je er maar gewoon aan over’. En dat heb ik inderdaad met volle teugen gedaan.

En keer op keer voelde ik me geraakt.  In positieve zin. Door mooie, inspirerende, bemoedigende teksten, verhalen, woorden èn gebeden. Door korte inkijkjes in het leven van andere deelnemers; lotgenoten, partners en professionals.  En door de inspirerende begeleiding en de gastspreker. Kortom, eigenlijk was het de hele dag wel ‘raak’.

Best lastig om in max. 750 woorden een korte sfeerimpressie van deze dag te geven. Maar ik doe een poging.

De inleiding van Inge Hidding (ervaringsdeskundige kanker, ervaren coach, schrijver en oprichter van de Academie coaching rondom Kanker) leverde bij mij en andere deelnemers veel herkenning op. Bijvoorbeeld over het belang van het verwelkomen van je eigen emoties en kwalen, hoe pijnlijk die soms ook zijn.  Over accepteren dat ziekte en angst bij het leven horen. En je daaraan overgeven.  En over het belang van het delen van je verhaal en emoties met anderen. Niet omdat je wil dat iemand daar iets mee doet, maar gewoon omdat het er mag zijn. Ook voor veel naasten trouwens best  wel een opgave, want die denken – zo weet ik uit ervaring- vaak dat ze iets moeten doen, terwijl ‘gewoon’ aandachtig luisteren al ruimschoots genoeg is.

En het ging over levenskunst. De kunst van het leven. Hoe doe je dat wanneer je geraakt bent door kanker? Waar vertrouw jij dan op? Inges’ persoonlijke leidraad, eigenlijk een soort gebed, sprak ons zeer aan. Vandaar dat ik ‘m graag met jullie deel:

  • De kracht die achter me staat is groter is dan de taak die voor me ligt
  • Degene die mij het leven heeft gegeven zal mij ook naar mijn bestemming leiden en
  • Niets of niemand kan mij scheiden van mijn bron van liefde.

En wat is levenskunst nog meer? In verbinding staan met jezelf, elkaar en met God. Daarover ging het ook.  Als mooie bekrachtiging daarvan hebben we met elkaar uitgewisseld over ons zelfbeeld, relaties, betekenisvol zijn voor anderen, werk, zingeving, vermoeidheid en angst.

Wat me daar, op die mooie bijeenkomst in Doorn, ook raakte was het diepgevoeld besef  ‘We zijn niet alleen’.  Want: ‘Waar twee of meer in mijn naam aanwezig zijn, ben Ik in uw midden’ (Mattheüs 18:20). En ik dacht aan het mooie Taize-lied ‘Ubi Caritas et amor, Deus ibi est’.

https://www.youtube.com/watch?v=TQzQEsRbDU4

En zo voelde het ook echt!

Over het algemeen voel ik enige schroom om in het openbaar over mijn geloof te praten, maar geïnspireerd door dit warme thuiskomen durf ik dat nu iets meer. Dit is mijn gebed: ‘Goede God, wees als een lamp die op ons schijnt en ons steunt en begeleidt op onze levensweg. Alle dagen en nachten van ons leven’.

Dat bid ik voor alle lotgenoten, naastbetrokkenen en alle mensen om ons heen. Of je nu in God gelooft of niet.

Tot slot een groot dankjewel aan iedereen die deze dag tot een waardevolle ervaring heeft gemaakt! Ik blij dat ik erbij mocht zijn en dankbaar dat ik vanaf binnenkort ook officieel voor ‘Als kanker je raakt’ mag bloggen.

Dus; graag tot ziens!

Voorjaar 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Gelukkig voelt Christa zich nu een stuk beter. De ziekte heeft haar veel waardevolle levenslessen gebracht. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.