Haije Wout Swart: ‘Nadat mijn vrouw overleed, zocht ik lotgenoten op.’

In december 2013 overleed de vrouw van Haije Wout aan kanker. Pauline ging in gesprek met hem over de ontmoetingsdagen ‘Rouw in mijn hart’.

Hoe ben je in contact gekomen met de stichting?
Door een online zoektocht ben ik in contact gekomen met stichting Als kanker je raakt. Mijn oudere broer attendeerde mij op de stichting. Een kennis van hem was actief betrokken bij Als kanker je raakt, als muziektherapeut. Destijds bezocht ik meetings van ‘Jong Partnerverlies’ en ik was op zoek naar iets wat dichterbij me stond. Er leefden bij mij vragen rond het geloof en ik vroeg me af welke rol het geloof inneemt bij lotgenoten. Het verlies kon ik niet bij elkaar brengen met het putten van energie uit het geloof. Ik vroeg me af of dit raar is en hoe anderen daarmee omgaan.

De eerste bijeenkomst van Als kanker je raakt die ik bezocht, was in 2016. Eerst een landelijke bijeenkomst en daarna de regionale ontmoetingsdag Rouw in mijn hart in de buurt van Valkenburg.

Kun je iets vertellen over de inhoud van de bijeenkomsten die je hebt bezocht?
De eerste landelijke bijeenkomst die ik bezocht was in Amersfoort, een prachtige locatie. Er was een warme ontvangst, niets moest, je kon je eigen draai vinden. Het ochtendprogramma stond in het teken van verhalen delen: Vertellen wat je was overkomen, je was vrij om actief betrokken te zijn of om te luisteren, te absorberen. ’s Middags, na een uitstekende lunch, waren er verschillende workshops. Ik bezocht de workshop met muziek omdat daar mijn roots liggen. Daarna was er weer een gezamenlijk onderdeel, ook met muziek, pakkende teksten en de afsluiting. Van origine ben ik niet iemand die zich verstopt in een gezelschap. Maar na het overlijden van mijn vrouw is dat wel veranderd. Ik weet nog dat ik naar mezelf aan het zoeken was die eerste keer in Amersfoort.

Niets moest

De regionale ontmoetingsdag ‘Rouw in mijn hart’ voelde als een warm bad. We waren met een gezelschap van ongeveer tien deelnemers, de meerderheid dames. De initiatiefnemers brachten het met gevoel, niet dramatisch of overdreven, maar met oprechte belangstelling en respectvol naar iedereen. Je kreeg de ruimte als je die wilde pakken en wilde je dat niet, dan was dat helemaal prima. Het ochtendprogramma bestond uit voorstellen en vervolgens uit het aan elkaar vragen stellen. Dit gebeurde aan de hand van een soort van vragenwaaier waaruit je een keus kon maken. Wederom, niets moest. De groep bepaalde, in onze groep bracht het ons veel. De lunch bracht wat ontspanning en ruimte om iemand op te zoeken of om even te ‘herladen’. ’s Middags stond in het teken van creativiteit, niet een onderdeel waar mijn hart ligt, maar het bracht wel een andere stemming in de groep. De initiatiefnemers brachten andere elementen in die een ontspannen sfeer brachten, er werd onderling gepraat. We praatten over wat we aan het doen waren, maar ook waarom we dat deden.

Wat heeft het bezoeken van de ontmoetingsdagen je gebracht?

Wat de ontmoetingsdagen hebben gebracht is: praten! Ik ben geen prater, hoewel anderen dit niet in mij herkennen. Praten, praten, praten. Het is essentieel. Wanneer je wilt, hoe vaak je dat wilt en hoe lang je dat wilt. Nog steeds ben ik geen prater, maar iedere keer wanneer zich de gelegenheid voordoet of heeft gedaan, realiseer ik me hoe belangrijk dat is. Ieder verhaal is persoonlijk, je kunt je ervaringen met kanker, afscheid, rouw, herdenken, niet één op één vergelijken. Toch, wanneer je met iemand spreekt die ook kanker in haar of zijn leven heeft ervaren, dan vind je herkenning in woorden, gebaren, een blik. Als je praat over rouw, dan weet je precies waarover het gaat. Je kunt voelen waarover het gaat. Die ervaring is bijzonder, want je merkt dat je niet alleen staat.

Heb je tijdens de bijeenkomsten verschil gemerkt in het omgaan met verdriet en rouw bij mannen en vrouwen?
Er is verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen blijven meer bij zichzelf, praten eerder, praten gemakkelijker, delen eerder en laten pure emotie eerder en vaker zien dan mannen. Mannen reageren over het algemeen meer cognitief en praktischer, ze zeggen snel: ‘Ik red me prima’. Mannen zoeken de uitlaatklep vaker in andere dingen dan het bijwonen van gelegenheden over kanker, denk ik. Je kunt niet alle ervaringen op één hoop gooien. Iedere ervaring is er één op zich en is afhankelijk van de relatie die je had, gezinssamenstelling, de leeftijd, je omgeving, je vragen, de confrontatie, wat je hebt meegemaakt en hoe je eerder met situaties omging.

Moeilijk om er alleen op uit te gaan

Verschillende aspecten kunnen een rol spelen in de keus om wel of niet naar een ontmoetingsdag te gaan. Kinderen, sport, het werk dat je doet of de dag kan ook doorslaggevend zijn. Wat helpend is, is dat iemand uit je omgeving voorstelt om samen te gaan. Ik ben bijvoorbeeld nog steeds niet gewend om er alleen op uit te gaan. Dat vind ik elke keer weer bijzonder. Het is voor mij net alsof ik een hand wil pakken, dan realiseer ik me dat die er niet is, maar ik maak wel die beweging. Maar de ervaring van de landelijke dag en de bijeenkomsten van ‘Rouw in mijn hart’ hebben mijn beeld genuanceerd.

Wat mij raakte was de vertrouwde omgeving tijdens de bijeenkomsten, een soort van thuiskomen. Want iedereen aanwezig heeft rouw in haar of zijn hart. Ook bij de landelijke bijeenkomst van Als kanker je raakt heb ik dat ervaren.

Wat wil je meegeven aan mannen die twijfelen of een ontmoetingsdag ‘Rouw in mijn hart’ iets voor hen is?
Ook al twijfel je, ga gewoon! Rouwen, rouw in je hart, dat kan je niet alleen. Lotgenoten ontmoeten is ontzettend belangrijk, daarin deel je iets zonder dat je elkaar kent. Met lotgenoten praten over de rouw in je hart is…. Ik kan het eigenlijk niet in woorden uitdrukken, ik kan alleen maar aanbevelen om gewoon te gaan.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *