De diagnose

Waar komt mijn hulp vandaan?’

‘De uitslag van de patholoog anatoom is binnen, u hebt lymfeklierkanker,’ zegt de professor tegen mijn man. Wij kijken elkaar aan. Gemengde gevoelens nemen bezit van ons. Met deze diagnose is aan maar liefst anderhalf jaar onzekerheid een einde gekomen. Mijn man was voorbereid. Ik daardoor ook. Een dag tevoren was de zaalarts langs gekomen. ‘Nu al vertel ik – en dit moet onder ons blijven – wat de professor morgen komt vertellen’, zei deze invoelende jonge arts. Ondanks deze voorkennis is het onwezenlijk. Geen grond meer onder onze voeten.

Later op de dag zijn wij beiden nog steeds sprakeloos. Weten niet veel meer te doen dan in de ziekenhuistuin naar de volière te gaan kijken. Het is zomer en prachtig weer. Naast mijn man in de rolstoel ga ik op een bankje tegenover de volière zitten. In stilte kijken we naar de beweeglijke, kleurige vogeltjes. Ieder met onze eigen gedachten. Met woordeloos bidden ook. Een zuchten tot God: ‘Waar komt mijn hulp vandaan?’ Het bedreigde bestaan kijkt ons recht in de ogen.

Veel later zal pas echt tot me doordringen dat we met deze vraag aanklopten bij het hoogste adres dat bestaat. ‘Waar komt mijn hulp vandaan?’ is de noodkreet van de pelgrim, die door de gevaarvolle bergen op weg is naar Sion. God aanbidden in de tempel in Jeruzalem is zijn doel. De witregel voor het antwoord op de vraag in Psalm 121 deed mij, op dat moment jaren later, de adem inhouden. Hoe zou de reactie van de pelgrim zijn op deze door reële angst getekende uitroep? Dan staat daar als een verlossend woord beschreven: ‘Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft’. Deze pelgrim heeft opeens ontdekt dat hij van het allerhoogste adres, van de eeuwige God zelf, hulp kan verwachten in dit levensbedreigende gevaar.

Mijn man ervoer in zijn lijden deze hulp daadwerkelijk. Hij werd getroost door zich te oriënteren op Jezus, de zoon van God. Zag dat Hij de volle verantwoordelijkheid nam voor zijn, op zijn zachtst gezegd, niet eenvoudige leven. Zag ook dat Hij ondanks grote verzoekingen en tot het bittere einde toe volhardend de weg vervolgde, die God voor hem bestemd had. ‘Waar Híj ging, kan ik gaan…’, was het liedzinnetje dat hem toen in de maanden na de diagnose hoop gaf. Door de wetenschap dat deze weg van navolging werkelijk toekomst bood, ontving hij de kracht en de moed om ook zelf vol te houden.

Dat volhouden niet vanzelfsprekend is daar weet jij alles van. Eenmaal werd immers ook bij jou de diagnose kanker gesteld. Zeer waarschijnlijk ook in tegenwoordigheid van je geliefde. Een partner is nauw betrokken bij alles wat er gebeurt in het leven van iemand met kanker. Samen zoeken naar hulp ligt dan voor de hand.

Op zoek gaan naar hulp geldt echter evenzeer voor ieder die er alleen voor staat. Elk mens met kanker voelt zich bedreigd en moet gevaar trotseren. Juist ook in deze eenzame situatie is het de moeite waard aan te kloppen bij het hoogste adres. In de Bijbel lezen wij dat degenen die voor zichzelf moeten opkomen door God extra in het vizier worden gehouden. Zijn beschermende liefde kent vele vormen en gedaanten.

Daarom, wat jouw situatie na de diagnose ook is, samen of alleen, er is hoop! Vast staat dat oriëntatie op het hoogste adres daadwerkelijk hulp kan bieden en zo een waar (gods-)geschenk blijkt te zijn!

Gettie Kievit-Lamens

2 antwoorden
  1. Jansien Buitelaar
    Jansien Buitelaar zegt:

    Ondanks het gemis van mijn ,,allerliefste,, mag ik ervaren dat God mij draagt.
    Mijn hulp komt van de Heer!
    Dwars door tranen heen heb ik weer de moed om verder te leven.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *