Uithuilen bij God

 

‘Mijn omzwervingen hebt U opgetekend, vang mijn tranen op in Uw kruik. Staat het niet alles in Uw boek? In het uur dat ik U aanroep wijken mijn vijanden, want dit weet ik: God staat mij terzijde’
Psalm 56:9,10

Je zult het vroeger vast ook hebben gedaan. Uithuilen bij je moeder of je vader. Een ander kind had je geplaagd of pijn gedaan. Je rende naar je moeder toe. Ze nam je dan op schoot. En je huilde heel hard. Zo hard dat moeder eerst helemaal niet begreep waarom je huilde. ‘Stil nou maar’, zei moeder. ‘Vertel nu eerst eens rustig wat er gebeurd is.’ Dan vertelde je het. Je probeerde het tenminste te vertellen. Het ging met horten en stoten. Al snikkend.

Op dat moment was je als kind ongelukkig en gelukkig tegelijk. Je voelde je ongelukkig. Daarom huilde je zo hartverscheurend. Maar ergens was je ook gelukkig. Want je moeder was er voor je. Daarom begon je nog harder te huilen. Uithuilen noemen we dat. Hoe graag zou je dat soms ook nog willen als je ouder bent.

Waarom huil je niet uit bij God? Een kind van God hoeft zich niet stoer of emotieloos voor te doen. Een kind van God mag bij Hem als een kind zijn. Je mag met je pijn bij God komen. Schreeuw het maar uit. Vertel wat je dwars zit. Reken maar dat Hij luistert naar je verdriet. Hij doet wat met je tranen. Lees die prachtige tekst boven dit stukje nog maar eens.

Uithuilen bij God, Zijn medeleven voelen, geeft een gigantische troost. Juist dan ervaar je dat Hij bij je is in je verdriet. Vaak zijn zulke momenten later heel kostbaar. Juist in de diepte was God bij je.

Psalm 56 gebruikt een prachtig beeld: ‘Vang mijn tranen op in uw kruik’. Hij ziet onze tranen. Hij telt ze. Hij bewaart ze, als iets kostbaars. Hij zegt niet: ‘Kop op, stel je niet aan. Flinke jongens huilen niet’. Nee, Hij bewaart ze, Hij ziet ze. Ze zijn in Zijn boek. Je kunt het ook vertalen met: Hij telt ze, één voor één.

Ze zeggen dat verdriet slijt.

Alsof het overgaat. Tranen die opdrogen.

Verdriet wordt vaak in stilte meegedragen. Je kunt er niet steeds bij de ander mee aankomen. Voor jouw verdriet kwam ander verdriet in de plaats. Maar God bewaart jouw verdriet. Zeg dus nooit dat God je niet ziet. Vroeger zongen we: Groter dan de helper is de nood toch niet! Dat is nog altijd zo. Hij staat voor ons klaar. Onze zonden wil Hij vergeven en vergeten. Ons verdriet niet. Het staat in Zijn boek. Onze tranen heeft Hij in een fles.

Wat kunnen wij soms in stilte lijden. Hoe kunnen we ons soms verstikt voelen in verdriet. Er kan zoveel pijn schuilgaan achter één enkele traan. Voor God zijn onze tranen kostbaar. Voor God mag ons verdriet bestaan.

Door: Ds. Arie van der Veer

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.