Overdenking van Marinus van den Berg: Wie zich niet veilig voelt

Wie zich niet veilig voelt. Niet veilig in zijn lichaam
Niet veilig in een relatie
Niet veilig thuis of in een gezin
Niet veilig op zijn werk of op straat
Niet veilig in de wereld
Die kan naar
binnen vluchten
Die kan zich terugtrekken
Die trekt een brug omhoog
Die kan een fort worden
Die kan in een schulp gaan zitten
Die schulp wordt zijn schuilkelder
Die schulp kan koud en steenhard worden
Wie zich veilig gaat voelen
Wie zich serieus genomen voelt
Wie niet beoordeeld of veroordeeld wordt
Wie oprechte interesse voelt
Wie iemand met geduld ontmoet
Die kan de deur van zijn schuilkelder op een kier zetten
Die kan de moed voelen om een brug over de slotgracht neer te laten
Die krijgt tijd om zachter te worden

Er komt licht binnen
Er groeit een begin van vertrouwen
Er groeit hoop in die veilige ander
Een vreemde kan een emotioneel veilige vreemde worden
Die kan zien dat een mens natuurlijk gesloten is, maar open kan

Wie veel heeft moeten vluchten
Wie zielsschade heeft opgelopen
Wie niet meer weet wie je kunt vertrouwen, kan een schulp opbouwen als een fort
Hoe moeilijk kan het zijn om je kwetsbaarheid te tonen
Hoe moeilijk kan het zijn om je eenzame verdriet te delen.

Misschien zijn we soms allemaal een schulp. Zijn er ervaringen en gebeurtenissen die we blijven verbergen. We willen er niet doorheen, maar proberen er omheen te gaan. We willen onszelf kennen en tonen als een ‘positivo’. Tot we in de genadige ruimte van belangeloos vertrouwen komen:

We krijgen de moed en het verlangen om open te gaan!

Ik was in een kerk, een schuilplaats voor kwetsbare mensen. Het was in Drachten met de stichting Als kanker je raakt. De groep was klein genoeg om geen microfoon nodig te hebben. De groep was groot genoeg om je ook te kunnen verbergen. Je mocht iets zeggen of vragen. Maar je moest niets.

Wie door kanker wordt geraakt, heeft veilige hulp en steun nodig. Je levensboom in de winter, lente, zomer of herfst, kan in een hevige storm komen. Niet alleen jouw leven, maar ook van allen met wie je verbonden bent. Je tuimelt soms van de ene onzekerheid in de ander. Je hebt soms rusttijd nodig waar het leven doorraast.

Er waren die dag veel woorden, maar er waren niet alleen woorden: Er was de kwetsbare openheid van de jongste Marieke. Ik dank haar voor haar autobiografische inzichten: kwetsbaar krachtig.

Er was bij het welkom ook heerlijk Fries gebak dat al naar sinterklaas smaakte. Er was een zanger – ook van ver gekomen – met fijngevoelige liederen die ook even stokte.

Er was heerlijke pompoensoep met pindasmaak, boerenmelk en biologische boterhammen met kaas en ham en nog meer. Ook aan vegetariërs was gedacht. Wie veel stress, verdriet, gemis ervaart, kan ook door deze lekkere dingen, met zorg gemaakt en aangeboden, kracht krijgen.

De koster/beheerder was een vrouw met aandacht: geen paardenbloem, maar een zonnebloem! Ze noemde zich niet zo belangrijk! Ze vertelde me van de vernieuwing/verbouwing van deze Zuiderkerk in Drachten. Er stond bij het binnenkomen aan de voorkant een opmerkelijke schaal die een collecteschaal leek, maar het niet was. Zij, en nog een vrouw, ook betrokken bij de stichting Als kanker je raakt vertelden van het verhaal achter deze schaal. Verhalen kunnen je hart en je ogen openen! Zo gingen mijn ogen en hart open voor de kunstwerken te zien in de hal en de zaal, al of niet in de vitrinekasten.

Mensen van de kerk hadden de vraag gesteld: ‘Hoe kunnen we onze drempel verlagen? Hoe kunnen we verbinden?’ Ze waren in coronatijd op het idee gekomen om kunstenaars, die niet zoveel aandacht kregen en huns inziens wel meer opgetild mochten worden, uit te nodigen om te exposeren. Er is een eenzijdige aandacht voor topkunstenaars, maar er zijn veel meer kunstenaars. Ik leerde vandaag een man kennen die zijn kunstwerk een schulp noemde. Een keramist. Zijn schulpen deden me denken aan bloemkolen. Wij hadden in mijn jeugd op de boerderij witte en rode bloemkolen. ‘Mijn eerste schulp was helemaal gesloten’, zei hij. Maar er lagen ook drie anderen. ‘Deze zijn al minder gesloten’, zei hij. Zijn werk inspireerde me tot de begintekst hierboven.

Ik vroeg naar de prijs en ging als een rijker geworden mens terug naar mijn huis in Rotterdam. Voor ik vertrok naar station Groningen met een man, die ook door die koude kanker was geraakt, die graag wat wilde doen, maar zich niet als een bestuurder zag, zag ik ook het beeld wandeling langs het strand. Dat beeld is op mijn netvlies meegereisd. Ik had deze ochtend vrouwen en mannen ontmoet die weet hebben van de striemende storm, van de angstig makende tegenwind die je onderuit kan halen. Die weet hebben van het leven dat zuur/zoet kan zijn. Niet of of, maar en en.

In Assen stapte er een echtpaar in. Ze waren niet, naar ik dacht/invulde, naar het museum geweest. Ze waren met een camper door de mist vanuit Noord-Holland gereisd naar een vrouw die deze ‘trekhut‘ van hen via internet had gekocht. De zon straalde alsof het zomer was. Naar buiten kijken en het landschap lezen, ontspanden me. Zij lazen ineens in hun nog niet gelezen krant dat een vriend was overleden. Dat hij zou overlijden wisten ze, maar nu al…. Ze hadden nog een wandelafspraak. Het was al stil, maar het werd nog stiller. Het werd een bijzondere reis tot Amersfoort. Hij vertelde over zijn broer, aan corona gestorven, die een verkondiger was van de complottheorieën: hoe verwarrend de herinnering was aan hem voor hem en voor zijn kinderen. Je kunt niet open en kwetsbaar zijn als iemand je bedreigt en zijn kijk op de werkelijkheid als de enige ware poneert. Dan heb je soms een schulp nodig om je te beschermen. Als bekeren betekent dat de ander moet denken als jij. Als je denkt dat heidenen mindere mensen zijn. Er was een mysterieus mooie zonsondergang met de belofte er morgen weer te zijn. Misschien moeten we eerst de mist aankijken, maar de ochtend zal bloeien, vrij van pijn, want er is altijd licht (Amanda Gorman bij het aantreden van president Biden).

Dank voor deze dag!

Marinus van den Berg, 12 november 2022

Noot van de redactie: Marinus van den Berg was één van de sprekers tijdens de Ontmoetingsdagen ‘Als kanker je raakt’ in Zwolle, Waddinxveen en Drachten en zal ook de komende Ontmoetingsdagen in Hardenberg, Ermelo en Middelharnis zijn waardevolle bijdrage leveren. Zie voor data de agenda elders in deze nieuwsbrief.

De Haven van rust

De Haven van rust
‘k Zwierf eenzaam en bang
op een zee van verdriet,
zover van de veilige kust.
Toen hoord’ ik een stem
zeggend: ‘Komt nu tot Hem’.
En ik kwam in een Haven van rust.

Dan vind ik mijn lust
in die Haven van rust
en vrees voor de stormen niet meer.
De kracht van d’ orkaan
richt geen onheil meer aan,
‘k ben veilig bij Jezus, mijn Heer.

O, zie hoe vol liefde uw Redder u wacht,
Hij weet van uw scheepje in nood.
Kom, hoor naar Zijn stem,
zoek uw toevlucht bij Hem,
want waarlijk, Zijn liefde is groot.

Dan vind ik mijn lust
in die Haven van rust
en vrees voor de stormen niet meer.
De kracht van d’ orkaan
richt geen onheil meer aan,
‘k ben veilig bij Jezus, mijn Heer.

De storm is voorbij
en de lucht is geklaard,
de vrees wijkt nu weer in het hart.
Hij sprak met Zijn stem,
ja, de wind hoort naar Hem,
en ik voelde niet langer de smart.

Dan vind ik mijn lust
in die Haven van rust
en vrees voor de stormen niet meer.
De kracht van d’ orkaan
richt geen onheil meer aan,
‘k ben veilig bij Jezus, mijn Heer.

Meditatie: als je niet meer beter wordt 

Wat moet je zeggen als je deze boodschap krijgt? Hoe voel je je op zo’n moment? Wat ik heb ervaren is, dat de grond onder je voeten wordt weggeslagen. Ineens is er het besef: zijn leven gaat eindigen, afscheid, verdriet, loslaten, hoe gaat hij dat laatste stukje in en, hoe zal ‘het einde’ zijn? Een hele korte samenvatting van gedachten en emoties die door je heen kunnen gaan en dan besef ik heel goed dat het voor iedereen heel anders is en ervaren wordt. 

Wat kan dan als troost klinken op zo’n moment en je helpen in de tijd die er nog rest! Soms zijn er gewoon geen woorden, maar wat wel klinkt zijn de woorden van God zoals we die tegenkomen in de psalmen. 

Enige tijd geleden zat ik samen met mijn tante van 93 jaar na te tafelen nadat we met elkaar hadden gegeten. Om dit af te sluiten las ik Psalm 121. Na het lezen vroeg zij: daar heb je vast wel steun aan. Ik beaamde dit met: Ja, zeker. Want deze psalm had ik s ’morgens voor mezelf gelezen en hij ontroerde me. Wat was het dan dat mij aansprak en kan dit  jou en mij tot troost zijn. 

De psalmdichter vraagt zich af en wel direct in het 1e vers: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar komt mijn hulp’? Gelijk in vers 1 klinkt zijn onmacht en vraagt hij zich af waar zijn hulp vandaan komt. Waarschijnlijk bevindt de psalmmist zich in een omstandigheid die hij niet kan overzien, een situatie die heel anders is dan het weten dat je niet meer beter word, maar waarschijnlijk, net zo onzeker. Een situatie waarin je je misschien wel afvraagt: ‘God waar bent U’. 

De psalmdichter is een pelgrim onderweg naar Jeruzalem, het is een gevaarlijke reis. Omdat tussen de bergen in vaak rovers zitten die je kunnen overvallen, dan komt de angst vanzelf naar boven drijven. Elk moment kan je aangevallen worden, het onheil zomaar over je heen komen en lig je zwaar gehavend langs de kant van de weg, want, deze verhalen kent de pelgrim, hij heeft er over gehoord. En, het kan de pelgrim ook treffen.  

En dan, juist daar tussen de bergen in, vraagt hij zich af, wie zal mij helpen? Gek eigenlijk, dat hij dat doet als het gevaar dreigt en niet, voordat hij op reis ging, en gezorgd heeft dat hem zo min mogelijk zal overkomen. Heeft hij dan van te voren niet bedacht dat dit ook hem kon gebeuren? Wat is dit herkenbaar, want vaak denk je dat alles een ander overkomt en ver van je eigen leven blijft en jou ziekte en zorg niet kunnen overkomen. Maar we weten, dat ook onszelf of onze naasten ziek kunnen worden. 

En dan op zo’n moeilijk punt in zijn leven, vraagt de psalmdichter zich af: waar komt mijn hulp vandaan? Nou, dat is voor de pelgrim overduidelijk, de Heer is mijn hulp We lezen in de psalm in vers 3 en 4 dat die hulp er ook echt voor hem wil zijn. 

‘Nooit laat hij toe dat je voet wankelt, nooit verslapt de aandacht van je behoeder! Zijn aandacht verslapt niet, hij valt niet in slaap, de behoeder van Israël.’ Die hulp, is er dus altijd, ontbreekt nooit. En daar bidt de dichter voor, niet omdat hij in nood is, maar hij bidt om aandacht: aandacht van de Eeuwige God, zodat je je veilig en beschermd mag voelen. Mede daarom vind ik het laatste vers zo mooi: ‘De Heer houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid’. 

Je omgeven weten door de liefde van God van het eerste tot het laatste moment van je leven. Je ziet in de psalm dat de dichter verder kijkt, het gaat niet over weggaan en weer thuiskomen. Het gaat over geboren worden en sterven. Het gaat over onze levensreis en dat God altijd waakt over je leven, hoe zwaar het soms ook kan zijn.  En wat is het dan fijn, dat we Jezus Christus mogen kennen en Hij ons heeft voorgeleefd om op zijn Vader te vertrouwen.  

Zoals in het verhaal dat Jezus aan boord was in het schip van zijn leerlingen en heerlijk sliep terwijl de storm de boot alle kanten opduwde. En Jezus, slaapt rustig door. Hoe kan Hij dat toch doen vroegen de leerlingen zich af? 

Dat kan, omdat Jezus weet, mijn Vader blijft wakker van nu tot in eeuwigheid. Dit vertrouwen, dat je niet alleen hoeft te zijn, je gedragen mag weten door de Eeuwige, dat vertrouwen van Christus, wens ik u en jou van harte toe en, is ook voor ons de moeite waard om voor te bidden! 

Joke Pennewaard-Duiveman. 

Uithuilen bij God

 

‘Mijn omzwervingen hebt U opgetekend, vang mijn tranen op in Uw kruik. Staat het niet alles in Uw boek? In het uur dat ik U aanroep wijken mijn vijanden, want dit weet ik: God staat mij terzijde’
Psalm 56:9,10

Je zult het vroeger vast ook hebben gedaan. Uithuilen bij je moeder of je vader. Een ander kind had je geplaagd of pijn gedaan. Je rende naar je moeder toe. Ze nam je dan op schoot. En je huilde heel hard. Zo hard dat moeder eerst helemaal niet begreep waarom je huilde. ‘Stil nou maar’, zei moeder. ‘Vertel nu eerst eens rustig wat er gebeurd is.’ Dan vertelde je het. Je probeerde het tenminste te vertellen. Het ging met horten en stoten. Al snikkend.

Op dat moment was je als kind ongelukkig en gelukkig tegelijk. Je voelde je ongelukkig. Daarom huilde je zo hartverscheurend. Maar ergens was je ook gelukkig. Want je moeder was er voor je. Daarom begon je nog harder te huilen. Uithuilen noemen we dat. Hoe graag zou je dat soms ook nog willen als je ouder bent.

Waarom huil je niet uit bij God? Een kind van God hoeft zich niet stoer of emotieloos voor te doen. Een kind van God mag bij Hem als een kind zijn. Je mag met je pijn bij God komen. Schreeuw het maar uit. Vertel wat je dwars zit. Reken maar dat Hij luistert naar je verdriet. Hij doet wat met je tranen. Lees die prachtige tekst boven dit stukje nog maar eens.

Uithuilen bij God, Zijn medeleven voelen, geeft een gigantische troost. Juist dan ervaar je dat Hij bij je is in je verdriet. Vaak zijn zulke momenten later heel kostbaar. Juist in de diepte was God bij je.

Psalm 56 gebruikt een prachtig beeld: ‘Vang mijn tranen op in uw kruik’. Hij ziet onze tranen. Hij telt ze. Hij bewaart ze, als iets kostbaars. Hij zegt niet: ‘Kop op, stel je niet aan. Flinke jongens huilen niet’. Nee, Hij bewaart ze, Hij ziet ze. Ze zijn in Zijn boek. Je kunt het ook vertalen met: Hij telt ze, één voor één.

Ze zeggen dat verdriet slijt.

Alsof het overgaat. Tranen die opdrogen.

Verdriet wordt vaak in stilte meegedragen. Je kunt er niet steeds bij de ander mee aankomen. Voor jouw verdriet kwam ander verdriet in de plaats. Maar God bewaart jouw verdriet. Zeg dus nooit dat God je niet ziet. Vroeger zongen we: Groter dan de helper is de nood toch niet! Dat is nog altijd zo. Hij staat voor ons klaar. Onze zonden wil Hij vergeven en vergeten. Ons verdriet niet. Het staat in Zijn boek. Onze tranen heeft Hij in een fles.

Wat kunnen wij soms in stilte lijden. Hoe kunnen we ons soms verstikt voelen in verdriet. Er kan zoveel pijn schuilgaan achter één enkele traan. Voor God zijn onze tranen kostbaar. Voor God mag ons verdriet bestaan.

Door: Ds. Arie van der Veer

Wat de toekomst brenge moge

Wat de toekomst brenge moge,
mij geleidt des Heren hand.
Moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.

Het is de eerste strofe van een prachtig lied. Ik heb het talloze keren uit volle borst gezongen. Niet voor niets is dit zo geliefd als slotlied tijdens kerkdiensten. Hiermee ontvangen we nieuwe moed om de week in te gaan. Geweldig! Maar dan verandert er iets.

De melodie wordt minder krachtig en de tekst zingt ook niet zo makkelijk meer mee.  

 Leer mij volgen zonder vragen; 
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed.  

Deze zinnen zing ik meestal een stuk zachter. En mijn gedachten schieten gelijk alle kanten op. Want moet ik echt altijd kalm en rustig zijn? Daarvoor is er te veel wat mij diep van binnen raakt. Bovendien verkeer ik in goed gezelschap, want ook Jezus zelf werd wel eens boos. En vragen aan God heb ik genoeg. Hoe zit het bijvoorbeeld met al die mensen die ernstig ziek worden, soms al op heel jonge leeftijd? En stelde Jezus zelf niet ook die indringende vraag aan het kruis: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ 

Toch ben ik deze strofe anders gaan horen toen ik ontdekte wie het geschreven heeft. Het is Jacqueline van der Waals, dochter van een wereldberoemd natuurkundige en nobelprijs winnaar. Ze schreef vele gedichten, ook over haar eigen twijfels en vragen. Op 52-jarige leeftijd kreeg ze de diagnose darmkanker en een jaar later overleed ze. In die laatste jaren van haar leven schreef ze waarschijnlijk dit lied. 

Nu ik dit weet, proef ik in deze woorden bovenal haar verlangen naar een volledige overgave aan God. Volgens mij heeft ze willen zeggen: ‘Ook al heb ik geen antwoorden op veel van mijn vragen, het staat mijn vertrouwen op God niet in de weg. En ook al zijn mijn omstandigheden moeilijk en voel ik me vaak onrustig en verdrietig, bij God is er Sjaloom te vinden. Ook voor mij. Een vrede en innerlijke heelheid die mijn nare situatie overstijgt.’ 

Als ik de tekst zo lees, wil ik het graag uit volle borst meezingen. Want dat verlangen heb ik ook. Misschien dat ik het binnenkort nog maar weer eens opgeef als slotlied. En de gemeente zal ik er dan ook maar bij vertellen wat ik u zojuist geschreven heb. 

Ds. Sijbrand Alblas 

Omgaan met tegenslag en teleurstellingen

Meditatie uit het boek ‘Zinvol leven’ door Els J. van Dijk

 

Het is té stil in huis, vindt hij. Omdat hij dat heel vervelend vindt, gaat hij naar de dierenwinkel. Misschien kan een zingende kanarie zijn probleem verhelpen. De winkelier lijkt de perfecte vogel voor hem te hebben en de man gaat met het beestje naar huis, hoopvol en met vreugde. Wanneer hij de volgende dag uit zijn werk thuiskomt, is zijn huis vol muziek. Hij loopt naar de vogelkooi om de kanarie te eten te geven en ziet dan pas dat de kanarie maar één poot heeft. Hij voelt zich plotseling bekocht en bedrogen, belt de eigenaar van de dierenwinkel op en doet zijn beklag. ‘Wat wilt u eigenlijk’, vraagt de winkelier, ‘een vogel die kan zingen of een vogel die kan dansen?

 

Tegenslag
Omgaan met teleurstellingen, met tegenslag. Het is een thema dat mij veel bezighoudt de laatste tijd. We leven in een moeilijke tijd en een ingewikkelde wereld. De ene crisis is nog niet voorbij of de volgende dient zich alweer aan. En als je het nieuws een beetje volgt, houd je je hart vast. Het is ook een schril contrast met reclamegestuurde media die voortdurend de boodschap verspreiden dat er voor elk verlangen een antwoord is, op voorwaarde dat je het juiste product koopt. Elke behoefte is perfect te vervullen, bovendien zelfs op korte termijn, en genieten via consumptie is zo ongeveer het belangrijkste levensdoel. Misschien zijn jij en ik wel geconditioneerd in de overtuiging dat als je een probleem hebt, de ander of een product wel voor je klaarstaat en/of het probleem kan verhelpen. De coronatijd heeft ons geleerd dat er een andere werkelijkheid blijkt te bestaan, die niet zomaar weg te toveren is.

Wat nu? In een krantenartikel lees ik dat we lichtpuntjes nodig hebben. Een blij vooruitzicht. Stel een kind iets leuks in het vooruitzicht en het stopt met zeuren. Ik lees ook het volgende cynische zinnetje: ‘De stichters van het christendom, de islam en al de andere godsdiensten wisten heel goed wat ze deden toen ze hun paradijselijk hiernamaals bedachten: het beste medicijn tegen een treurig nu is het vooruitzicht op een beter later. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.’

Maar het vooruitzicht van iets leuks is er nu niet meer of is er veel te weinig. Velen kampen met gevoelens van hopeloosheid en uitzichtloosheid.

Hoop
En toch! Het is waar! Je hebt verheugmomenten nodig, dingen om naar uit te kijken, die perspectief bieden. Want als je hoop verliest, raak je een belangrijke – of misschien wel de belangrijkste -levenskracht kwijt.

Barack Obama schrijft: ‘Hoop is datgene in ons wat volhoudt, ondanks alle bewijzen van het tegendeel, dat er ons iets beters te wachten staat als we de moed hebben om ons ernaar uit te strekken, om ervoor te werken en om ervoor te vechten.’

De laatste tijd heb ik het nodige gelezen van Holocaustoverlevenden over wat hen erdoor heeft geholpen. Eén van hen is Viktor Frankl. Hij schreef het boek ‘De zin van het bestaan’. Net toen het manuscript voor zijn boek klaar was, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Omdat Frankl van Joodse afkomst was, werd hij naar een concentratiekamp afgevoerd. Bij die gelegenheid ontdekken de nazi’s het manuscript in de voering van zijn jas en verbranden ze het.

Frankl overleeft de oorlog en herschrijft zijn boek. Daarin zegt hij: ‘Het staat vast dat mijn verlangen dit manuscript te herschrijven mij heeft geholpen de ontberingen en kwellingen van het concentratiekamp te overleven. Toen ik tyfus kreeg, heb ik bijvoorbeeld op kleine vodjes papier vele aantekeningen gemaakt die mij van pas zouden komen bij het herschrijven van mijn boek, als ik de bevrijding tenminste zou halen. Ik ben ervan overtuigd dat de reconstructie van mijn verloren manuscript, daar in die lugubure barakken van een Beiers concentratiekamp, mij inderdaad heeft geholpen een dreigende crisis te voorkomen.’

Uiteindelijk ben jij het zelf die bepaalt hoe je met je leven omgaat. Als je je omstandigheden de schuld geeft, verlies je daarmee je eigen vrijheid en daarmee ook de kans om het leven betekenisvol te laten zijn.

Alles wordt nieuw
Het is ook zeker waar dat alles nieuw wordt! En wat is het heerlijk dat je met dat perspectief mag leven. God wil een nieuw soort vreugde in je brengen. Een blijdschap om de wetenschap dat de Koning van de schepping iets eeuwigs in je schept. In de context van een God die redt, die de last van je schouders afneemt, begint Psalm 81 met: ‘Zing vrolijk voor God, onze kracht; juich voor de God van Jakob.’ En even verder: ‘Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.’

In het Nieuwe Testament lees ik dat Jezus tegen de discipelen zegt dat ook zij geconfronteerd zullen worden met de moeilijke tijden die komen. Ze zullen zich verlaten en wanhopig voelen, verraden en hulpeloos. Maar die gevoelens, hoe echt ook, zullen niet de enige werkelijkheid zijn. De werkelijkheid is bij God. Je moet Gods Woord niet aan de hand van je gevoelens en actuele situatie interpreteren, maar je gevoelens laten interpreteren (en veranderen) door Gods Woord. Je moet het aandurven om de woorden van je Heer en Heiland zwaarder te laten wegen dan je gevoelens. Die kunnen namelijk heel grillig zijn. Maar Gods Woord is zeker, betrouwbaar en waar.

Je hebt Gods hulp nodig om niet geblokkeerd te raken door de moeilijkheden die je tegenkomt. Train jezelf om erdoorheen te kijken, om zo de vreugde te zien die voor je bereid wordt.

Charles Inwood zei het zo: ‘Als God iets bijzonders gaat doen, begint Hij met iets wat moeilijk is. Als God iets heel bijzonders gaat doen, begint Hij met iets wat onmogelijk is.’

U troost ons als U ons doet treuren.

U maakt ons vrolijk als U ons laat huilen.

U doet ons zingen als U ons laat klagen.

U maakt ons sterk als U ons laat lijden.

U maakt ons wijs als U ons tot dwazen maakt.

In Uw handen zijn mijn tijden,

mijn hele leven,

alle dagen, uren en ogenblikken.

Maarten Luther

Meditatie door ds. Willem Smouter

In steeds meer kerken is de laatste zondag van het kerkelijk jaar, Eeuwigheidszondag, het moment om terug te kijken, om de mensen te herdenken die ons in het afgelopen jaar ontvallen zijn. Gedenken is iets heel moois. Dat je de ruimte neemt om iemand die je dierbaar was te herinneren en om je te binnen te brengen wat die persoon heeft mogen betekenen. Zoals de Spreuken-dichter het zegt: ‘De herinnering aan een rechtvaardige strekt tot zegen.’ Wat mooi is het om daar werk van te maken, om je werkelijk te binnen te brengen wat je van iemand geleerd hebt.

Nu is het maar zelden zo dat iemand alleen een rechtvaardige was. En laten we eerlijk zijn: bij herinneringen komen ook moeilijke feiten weer boven water. God, die ons beter kent dan we onszelf kennen, weet ook wat er onder onze zwakheden en beperkingen zit. En we mogen dat aan Hem overlaten.

Psalm 78 is een psalm die indrukwekkend spreekt over de manier waarop je het liefst je herinneringen zou willen doorgeven.

‘Luister, mijn volk, naar wat ik leer, hoor de woorden uit mijn mond.
Ik open mijn mond voor een wijze les, spreek uit wat sinds lang verborgen is.
Wij hebben het gehoord, wij weten het, onze ouders hebben het ons verteld.
Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de Heer, van de wonderen die Hij heeft gedaan.
Hij stelde een richtlijn vast voor Jacob en kondigde in Israël een wet af.
Onze voorouders gaf Hij de opdracht die aan hun kinderen te leren.
Zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moesten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen.’

Herdenken kan gecompliceerd zijn. Vroeger was echt niet alles beter en je hebt ook herinneringen die pijn doen. Toch blijft herdenken een waardevolle zaak, waarbij je God dankt voor de herinnering en waarbij je zonden en wonden in Zijn handen legt.

Maar ik wil er nog een gedachte aan toevoegen. Herdenken doe je natuurlijk degenen die overleden zijn. Maar herinnering begint niet pas nadat iemand overleden is. Ik denk dat het heel goed is om, juist als je nog leeft en als je beseft dat je leven eindig is, om juist dan ook met je geliefden te spreken. Te spreken over wat ze meegenomen hebben van jou. Wat laat je hen na? Daar begint gedenken terwijl je nog leeft. En wat is het later voor je vrienden en bekenden en voor je kinderen waardevol als ze hier met je over hebben kunnen spreken. Dat gaat niet alleen over de vrome dingen. Dat gaat over heel het leven en hopelijk mag daar dan een onderdeel van zijn wat het geloof voor betekenis had als dragende grond in je leven.

Als je met gedenken begint terwijl je nog leeft, dan is er ook ruimte om iets te doen met dingen die fout gegaan zijn of die verkeerd overgekomen zijn. Een christen weet daar toch van? Een christen hoeft toch niet als een heilige herdacht te worden, maar als iemand die wist van genade te leven? Ik denk dat juist dat iets is wat voor je kinderen belangrijk kan zijn als een voorbeeld van geestelijk leven. Dat je het kunt hebben dat je fouten en gebreken benoemd zijn en dat je van genade kunt spreken, uiteindelijk van Gods genade.

Na de laatste zondag van het kerkelijk jaar begint advent: de Koning komt! Juist als we aan Hem denken en aan Zijn onverdiende genade, dan schept dat ruimte om te gedenken, dankbaar te gedenken.

Schuilen bij God als je leven wankelt (n.a.v. Markus 9:14-29)

Door Janneke Bregman, geestelijk verzorger bij Cardia.

Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp’.

Bevrijdend om dat eerlijk te mogen zeggen, te mogen uitschreeuwen naar God. Het is niet nodig om ons groter of geloviger voor te doen. Alsof we het altijd wel weten en ervaren en vol moed en vertrouwen door het leven gaan. God kent ons en weet dat er in ons vertrouwen soms diepe scheuren zijn ontstaan. Dat onze roep naar Hem, net als die vader met zijn doodzieke kind, een schreeuw uit het diepst van onze ziel is. Een gebed tussen hoop en vrees. Wat bevrijdend dat we ons niet boven onszelf hoeven uit te tillen.

We mogen laten zien dat we kleine broze mensen zijn die vaak wankelend, stamelend en zoekend op weg gaan. Die soms helemaal niet meer weten wat we van God kunnen verwachten, omdat we ons zo teleurgesteld voelen door wat ons is overkomen of door wat we zien om ons heen aan verdriet en kwaad.

En dan toch te midden van dat alles biddend belijden, fluisterend of schreeuwend vanuit het diepst van onze ziel: ‘Wat verwacht ik nu o Here, mijn hoop is op U.’

Want door het gebed kon de zoon weer opstaan uit die donkere machten die hem naar het leven stonden. Niet dat Jezus een soort magische medicijnman is die met een formule duistere rituelen verbreekt. Of dat genezing wordt gezien als kenmerk van een waar geloof en als je niet genezen wordt je geloof niet goed genoeg zou zijn. Dat zou een heel pijnlijke boodschap zijn geweest, waarmee je op jezelf wordt teruggeworpen.

Nee, het is niet beslissend wat de discipelen konden en wat wij kunnen, hoe groot ons geloof is, maar dat we ons met alles wat in ons is toevertrouwen aan Hem en van Hem verwachten. Biddend geloven en gelovend bidden betekent niet dat alles goed komt hier en nu. Alsof het een middel is dat wij kunnen inzetten en waardoor we verzekerd zijn dat we ontvangen wat we vragen en als dat niet zo is, we teleurgesteld mokken en bij Hem vandaan gaan. Bidden is geen wensenlijstje inleveren, maar met God op weg gaan en vertrouwen op Gods nabijheid, op zijn opstandingskracht in je leven.

Bidden is als het ware adem halen uit God en daarin ligt de hele dag geborgen. Zo is gebed de bedding van ons leven, dat leven dat heen en weer geslingerd wordt tussen geloof en ongeloof, vertrouwen en angst, wanhoop en hoop. Maar in dat alles een adres weten, daar waar je schuilen kunt met alles wat er in je is. Aan wie je je hele leven kunt toevertrouwen. Omdat Hij zegt: ‘Mijn Naam is ‘Ik ben erbij.’ Want waar Ik kom daar raakt het licht het leven aan, omdat Ik zelf in die weg van de donkerheid en dood ben afgedaald.’

Dan kun je in die weg van het gebed soms zomaar iets ervaren van Zijn nabijheid. Dat betekent niet dat al onze vragen worden opgelost en onze ziekten worden genezen. Gebed is geen succesmethode voor een onbezorgd leven. Bidden is de ontvankelijke houding, waarin er ruimte ontstaat om God in ons leven te laten werken. Dat betekent dat midden in de gebrokenheid, daar waar we mee worstelen – en dat kan heel diepgaan – we telkens tekenen van hoop en verlossing merken. Want in het wandelen met God, in de werkelijke overgave, ligt heil verborgen.

Afbeelding: www.schildertaal.nl/projecten/gouden-waterval-van-hoop

Overwinnaar

Dit is een meditatie uit 2017.

Wat mij de weken na Pasen bezighield, was de gedachte dat de Bijbel gelovigen overwinnaars noemt. En dat is opvallend. Christus verdient het predicaat ‘overwinnaar’. Maar gelovigen? Wat is de alledaagse werkelijkheid?

Geen winners, maar losers
Allereerst is het moeilijk een verschil te zien tussen gelovigen en niet gelovigen. Ik kan me haast niet aan de indruk onttrekken dat niet gelovigen het in onze maatschappij beter doen dan gelovigen. De echte ‘winners’ zijn vaak niet gelovig. In het zakenleven, in de politiek, in de sport. En als het om niet materiële zaken gaat: iedereen heeft wel eens verdriet. Iedereen komt vroeg of laat in het ziekenhuis. En om het grof te zeggen: iedereen gaat dood. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Het is figuurlijk gesproken net zoals met de Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog: we leven allemaal in bezet gebied. We hebben allemaal dagelijks met de vijand te maken. We zijn met elkaar geen ‘winners’, maar ‘losers’. Gelukkig voelt dat niet altijd zo. Je kunt het zelfs tijdens de bezetting redelijk goed hebben. Maar echte winnaars zijn we niet. Daarvoor hebben we teveel problemen.

In de put
Je krijgt voor de tweede keer een kwaadaardige tumor. Deze keer is er niets meer aan te doen. Je moet gaan sterven. Wat kun je je bij zulke berichten een verliezer voelen. Arts en patiënt. ‘We kunnen niets meer doen’. En dat is maar één voorbeeld. Gelovige mensen krijgen ook kanker. Gelovige mensen zitten ook in de put. Gelovige mensen hebben het vaak ook moeilijk. Waarom worden zij dan overwinnaars genoemd?

Misschien kan dat beeld van de oorlogstijd ons helpen. Heel Nederland was toen bezet. Iedereen had daar mee te maken. Alleen niet iedereen was er op dezelfde manier mee bezig. Zo kwamen sommigen in verzet, anderen niet. Verreweg het overgrote deel had zijn hoop gevestigd op de geallieerden. Maar er waren er ook die sympathiseerden met de Duitsers. Dat bleek na de oorlog wel. Velen deelden toen in de overwinning. Maar er gingen ook mensen de kampen in… Het lag er maar aan bij wie je hoorde. Vooral bij wie je hoorde in oorlogstijd…

Zijn overwinning
Christenen willen behoren bij Jezus Christus. Jezus Christus, die overwinnaar is. Hij overwon dood en graf. En Hij heeft gezegd dat wie Hem volgen, in Zijn woorden geloven, ook eens in die overwinning zullen delen. Daarom heten christenen ook overwinnaars. Ze hebben zelf niet gewonnen. Maar geloven in Zijn overwinning. Ze zijn ervan overtuigd dat Zijn overwinning de rest van de geschiedenis van deze wereld bepaald. Het resultaat staat vast. De einduitslag is al bekend. Daar geloven zij in.

Overwinnaar zijn is daarom geen kwestie van voelen. Maar van geloven. Wat je voelt is pijn. Wat je voelt is aanvechting. Wat je gelooft is Zijn overwinning. Daarin zal je delen. En dat te weten, bepaalt nu al je leven. Is het niet van buiten, dan zeker van binnen.

Lees eens Romeinen 8:35-37, ter bemoediging.

Geschreven door Ds. Arie van der Veer.

Hoopvol leven in stormachtig leven vol verlies

Momenten van diepe wanhoop. Ken je die? Dat de grond onder je voeten vandaan zakt en je benen je niet kunnen dragen? De tranen over je wangen stromen? Dat een brok verdriet zich snotterend een weg naar buiten baant? Of juist die hele stille schreeuw die zich diep van binnen vastzet en je adem doet stokken? Je weet het even echt niet meer. Het verdriet is te groot…

Bijbelse wanhoop
Psalm 88 is een psalm waar de dichter over dat gevoel vertelt. Hij schreeuwt het uit naar God. Zo goed dat ook deze psalm in de bijbel staat. Mij biedt het ook troost te weten dat Jezus echt verontwaardigd was/is over leed. Hij huilt als Lazarus gestorven is, hij schreeuwt het uit aan het kruis. Hij praat het lijden niet weg terwijl Hij als geen ander weet dat het goed zal komen; dat is Zijn belofte! Tot die tijd kunnen wij hier door de gebrokenheid diep en intens geraakt worden. God kan dan bestormd worden met vragen, onzekerheid en twijfel. Ook dat mag! Natuurlijk is het fijn als iemand steeds stevig kan blijven vasthouden aan Gods beloften. Maar de bijbel laat ook zien hoe mensen worstelen, zoeken en twijfelen. Het is belangrijk daar oog voor te hebben, er dan juist ook voor die ander te zijn.

Hoe verdergaan?
We kunnen al te snel door willen naar de hoop, naar het licht… Terwijl we soms alleen gewoon naast iemand kunnen zitten zonder iets te kunnen zeggen of doen… alleen ‘er zijn’. En als het jezelf betreft kun je soms alleen maar bij God schuilen in je diepe wanhoop. Hij is erbij en kent ons echt… en we hoeven geen schone schijn op te houden.

Echt erkennen dat je soms machteloos bent, los moet laten. Dat kan een heel nare diagnose zijn; een trieste boodschap over een geliefde; een groot verlies. Vul zelf maar in. Zeker in deze tijd van Corona kun je je dan extra eenzaam voelen. Waar haal je kracht vandaan weer op te staan en verder te gaan? Je toekomstplannen zijn zomaar helemaal veranderd.

Ik heb moeten leren die momenten er te laten zijn… ook die gaan voorbij. Struikelend vervolg je dan toch weer je weg. In elk geval heeft het geen zin te doen alsof al die emoties er niet zijn. Op een of andere manier komen ze er toch wel uit, je kunt er niet voor weglopen. Je kunt echter ook niet alleen maar bezig zijn met je verlies, dan loop je ook vast.

Een bootje
Ik kreeg onlangs een mooie metafoor van Gertie Mooren onder ogen. In dit leven heeft iedereen een bootje met 2 peddels. Met rechts ga je naar de toekomst, je werk, de afleiding. Ook wel ‘doorgaan met leven’ genoemd. Vermijding of verslaving aan de afleiding die de pijn verdringt, kan dan het gevolg zijn. Links vaart naar het verleden, het verlies en alle gevoelens. Hoe je de peddels gebruikt is voor iedereen anders. Er is geen goed of fout!

Maar als je alleen naar rechts peddelt – alleen maar doorgaat – ga je in cirkeltjes en kom je niet vooruit. Als je alleen links peddelt – wegzinkt in verlies – kom je ook niet vooruit. Ieder bepaalt zelf zijn of haar richting en tempo. Van belang is dat het bootje in beweging blijft. En dat ieder respect heeft voor de ander, ook als die anders vaart. De een gaat eerst ‘gewoon’ door na een verlies, de ander wordt direct gegrepen door het verdriet.

Het leven gaat verder. Dat hoor je vaak zeggen. Dat klopt ook, maar toch komt je verlies soms ‘zomaar’ weer hevig naar boven… onverwachts door iets kleins. Je bootje wordt naar links geblazen… wat doe je er mee? Je kunt niet voorkomen dat het stormt op zee, het gaat er dan om hoe jij zelf de peddels gebruikt. En als je merkt dat je rondjes blijft draaien, zoek dan hulp.

Hoopvol leven
Mij helpt het ook om, heel bewust, steeds weer te kijken naar wat er (nog) wel is. En ik probeer nieuwe dingen te ontdekken die er voorheen niet waren. Dit ook opschrijven kan meer inzicht geven om bewust dankbaar te zijn voor wat er wel is. En steeds opnieuw beseffen dat de Ander er is en zal zijn. Sommige dagen blijft het een worsteling, andere dagen geeft het rust. Leven is een geschenk!

Wijanda Heslinga

Meer over Wijnanda Heslinga: www.schildertaal.nl Levenskunst, coaching.