Boekentip: ‘U bent altijd bij mij’ door Aukje en Wilkin van de Kamp

“Veel mensen met kanker worstelen na de behandeling met levensvragen. Na de behandeling begint misschien wel de grootste strijd: hoe moet ik ook alweer mijn leven leiden?”, las ik in de Trouw van woensdag 11 april. De dienst geestelijke verzorging van het VUmc in Amsterdam ontwikkelde hiervoor een schrijftraining, waarbij deelnemers een spirituele autobiografie schrijven. “Door het beschrijven van belangrijke momenten uit hun verleden, ontdekken ze weer wie ze zijn en hoe ze de toekomst willen aangaan. Waar gaat het nu ten diepste om?” Na twee jaar van ziekenhuisbezoeken, vertelt een patient, was de behandeling afgerond. “‘Tot volgend jaar’, zeggen ze dan. Ik schrok – ineens stond ik er alleen voor. worstelde met vragen over zingeving en ging het gesprek met God aan. Ik vroeg me steeds vaker af: Als ik doodga, waar ga ik dan heen? De hemel? Ik weet het niet meer, ik heb er helemaal geen beeld meer bij.”

Ook Aukje van de Kamp die een knobbeltje in haar borst ontdekte en zo een langdurig ziektetraject in ging, worstelde met zingevingsvragen. Zij beschrijft al tijdens het ziekteproces hoe ze daar mee omgaat en maakt ons zo ook deelgenoot van (een gedeelte van) haar spirituele autobiografie. Hier volgen enkele treffende citaten over wat ze allemaal ondergaat:

“Onderweg naar het ziekenhuis doemen allerlei scenario’s voor mijn ogen op. Ik wil me maar aan één ding vasthouden en dat is dat God voor me zorgt. Het eerstvolgende uur in het ziekenhuis krijg ik allerlei medische termen te horen. Het enige dat me echt bijblijft, terwijl ik in een waas van tranen voor me uitkijk is, dat ik morgen vόόr twaalf uur moet vertellen of ik een borstbesparende operatie of een amputatie wil.” 

“Vrijwel direct nadat ik mijn plekje in de wachtruimte heb ingenomen, kijk ik om me heen en vraag Gods zegen voor al mijn lotgenoten. Ik neem geen deel aan negatieve gesprekken die ik om me heen hoor, maar verdiep me in een boek of tijdschrift dat ik heb meegenomen. Op deze manier kom ik de tijd goed door. De bestraling zelf duurt maar heel even en is niet pijnlijk, maar het hele proces maakt me erg moe.”

“Aan het eind van de serie bestralingen merk ik wel dat mijn huid begint te branden. De plek op mijn borst is erg gevoelig en ik ben blij dat ik de laatste dagen bij thuiskomst kan koelen met een coldpack. Als de laatste drie bestralingen voor me liggen, maak ik een grapje dat ik voor goud ga. Een dagje brons, een dagje zilver en dan is het zover: Ik ga voor goud!”

Het bijzondere van dit boek is dat Aukje het samen met haar man Wilkin heeft geschreven vanuit een bepaald thema: en wel vanuit Psalm 23, de herderspsalm. Elk een eigen onderdeel per hoofdstuk. Wilkin leidt het hoofdstuk in met een overdenking van een versregel uit de psalm en Aukje vult aan met wat ze gedurende de gehele periode meemaakt. De titel van het eerste hoofdstuk is veelzeggend: De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets (Wilkin); Een knobbeltje in mijn borst (Aukje).

Met recht zou je dit boek een geloofsboek kunnen noemen. De auteurs geven weer dat Psalm 23 voor hen een houvast in de storm is geweest: ‘De woorden U bent altijd bij mij hebben ons door deze zware tijd heen gedragen. Een tijd waarin alles onzeker leek te zijn. Maar juist in deze tijd mochten we God van een heel andere kant leren kennen. We ontdekten dat Hij in elk seizoen van ons leven te vertrouwen is. God komt nooit te vroeg en al helemaal niet te laat, want Hij is er altijd!’

Geschreven door Gettie Kievit

Boekentip: ‘Overhoop en overleven’ door Hans Alderliesten

De impact van ziekte, dood en verlies

In het boek ‘Overhoop en overleven’ vertelt Hans Alderliesten het indringende verhaal over zijn vrouw die op jonge leeftijd kanker krijgt en overlijdt. Hans laat ons zien welke impact ziekte en dood hebben op het jonge gezin en op alle sociale processen. ‘Alles, alles zou ervoor wijken’, schrijft hij. ‘Hoe zorg je ervoor dat je elkaar niet kwijtraakt? Hij noemt kanker de ultieme relatietest. ‘Hoe reageert de omgeving?’ Hoe ga je om met mensen die zo nodig willen helpen en mensen die vooral antwoorden geven? Hij spreekt over de weerzinwekkende opmerkzaamheid der nieuwsgierigheid en ‘Hoe geef je het leven weer zin na het overlijden?’

Hij schrijft over de hersenmetastasen, een bloedstollende finale als zijn vrouw een psychose krijgt. Indringend schrijft hij over de terminale fase. Dat de wereld langzaam dichtgaat, hoe hij zijn werk een periode los moet laten. Mantelzorg is topsport. Zij geeft zich over, verlangt naar het einde. En tenslotte het definitieve afscheid: een majestueus moment: ‘zij Boven, ik beneden’. Tussen de regels door schittert Gods genade. Wat een getuigenis van hoop.

De begrafenis, de tijd erna met onrust, gemis, verlies, rouw. Hoe je door eenvoudige dingen uit het lood geslagen kunt zijn (een geur, een stel dat elkaar omhelst, een huwelijksjubileum van een ander). Volledig in de rouw zijn en volledig klaar zijn met de rouw.

Prachtige verwoordingen: ‘Rouw is de aanwezigheid van de afwezige’ (je was erbij bij het opzetten van de tent), ‘Alles is anders en alles is hetzelfde’.

Denkers en dichters zoals Augustinus, Levinas en Guido Gezelle worden regelmatig geciteerd en noemt hij zijn beste vrienden en klankkasten.

Ik heb heel veel respect voor de manier waarop Hans dit boek heeft geschreven. Wat een durf om zo open en eerlijk te schrijven

over jezelf, aan jezelf, tegen jezelf, over de afgelopen jaren van ziekte, dood en rouw. Hij heeft een originele schrijfstijl. Zijn verhaal boeit van begin tot einde. Ik heb de neiging om veel te citeren. Wat een wijsheid krijg je als lezer mee. Pijnlijke, verrassende herkenning, ook bijvoorbeeld het last hebben van kwelduivels tijdens de kampeervakantie.

Als lezer kun je niet wegvluchten en stel je jezelf vragen: ‘Zou ik het volhouden? Wat is voor mij belangrijk? Wat voor omstander ben ik?’

‘Ik ben tegen gelijke behandeling, want elke tumor is uniek’. Een slogan, schrijft Hans, die zijn vrouw en hem op het lijf geschreven was. Die gelijke behandeling geldt ook voor de omgang met rouw en verdriet. Laat me met rust, laat me rouwen, laat me zijn. Vind daar niets van, vul het niet in. Veroordeel elkaar niet. Laat het zijn in plaats van er iets van te vinden. Geef geen antwoorden, maar stel vragen.

Kortom: een aanrader om het boek te lezen. Of je nu zelf door kanker geraakt bent of dat je naaste of nabestaande bent. Maar ook voor omstanders om te laten ontdekken hoe kanker en rouw je leven kunnen beheersen.

‘Overhoop en overleven’, Hans Alderliesten; uitgave Kok Boekencentrum; 144 blz; €16,99; verkrijgbaar in de boekhandel of via internet.

Pauline Aalbers

Ik wist niet hoe moeilijk dit was!

‘Rouwen is niet alleen tranen laten vloeien en wegvegen. Het rouwproces is eigenlijk een herordening van het leven waarin grote en onherstelbare verliezen zijn gekomen’, zo staat geschreven op de achterkant van het boek dat ik vorige week ontving. Het boek ‘Ik wist niet hoe moeilijk dit was’, is geschreven door ds. A.T. Vergunst en heeft Ontboezemingen van een rouwdragende man en vader als ondertitel.

Verder staat op de achterkant geschreven: ‘Rouw raakt jong en oud. De een sterft door kanker. De ander wordt plotseling uit dit leven weggenomen. Naast het ingrijpende verlies van dierbaren door de dood, kunnen we echter ook rouwen om het verliezen van gezondheid of een baan, om (seksuele) mishandeling, om een verhuizing, om een echtscheiding of de echtscheiding van onze ouders.’

In blogpost #12 deelde ik de link naar de lezing van ds. A.T. Vergunst die hij uitsprak op de Haamstedeconferentie in 2016. Verschillende voorbeelden en onderwerpen uit de lezing komen in dit boek terug. Ds. Vergunst beschrijft zijn ontboezemingen in alle eenvoud, ondersteunt met (voor)beelden die herkenning geven en veel momenten van de afgelopen tijd weer ‘dichterbij brengen’.
Met deze ontboezemingen en de handreikingen hoopt de schrijver ook – zo schrijft hij in zijn inleiding – ‘niet-rouwenden’ wat meer vaardigheid te geven in ‘First Aid/Eerste Hulp’ ten opzichte van hen die in rouw zijn.

Link naar boek:
https://www.debanier.nl/christelijk-leven/ik-wist-niet-hoe-moeilijk-dit-was/#close

De eerste pagina’s:
https://www.debanier.nl/christelijk-leven/ik-wist-niet-hoe-moeilijk-dit-was/#bladeren

Lezing Haamstedeconferentie:
ds. A.T. Vergunst – pastoraat bij rouwverwerking

Geschreven door Marcel Zandee

Boekentip: ‘Een pleister tegen tranen; Ondersteuning van kinderen en jongeren met een ernstig zieke ouder’

‘Help, ik ben ziek! Hoe en wat vertel ik mijn kinderen?’
Voor elke ouder met kinderen, die onverwacht geconfronteerd wordt met een levensbedreigende ziekte, zal dit één van de eerste vragen zijn die bij hem of haar opkomt. Dit boek ‘Een pleister tegen tranen’ geeft een schat aan informatie over hoe om te gaan met deze vraag.

Er klinkt in het boek een heldere en duidelijke boodschap: betrek vanaf dag één de kinderen erbij, vertel ze zoveel mogelijk, leg uit, deel je verdriet en zelfs, als ze de leeftijd ervoor hebben, je spanning en angst. Niet elke leeftijd of elk kind kan dezelfde informatie aan. En door wie, wanneer en hoe? Er wordt uitleg gegeven over de manier waarop er met hen gesproken kan worden over de ziekte. Dit wordt gerelateerd aan de verschillende ontwikkelingsfasen van kinderen en jongeren. Uitgebreid wordt stilgestaan bij de impact die de ziekte van een ouder op kinderen kan hebben. Veel gevoelens worden beschreven en uitgelegd.

Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan de rol van de school en kinderopvang. Belangrijk is om daar, waar kinderen veel uren van de dag doorbrengen, snel de informatie over de thuissituatie te delen. Met veel kennis van zaken wordt stilgestaan bij de manier waarop leerkrachten de leerling en het gezin kunnen ondersteunen.

Gelukkig worden veel ziektes overwonnen, maar niet altijd is er een volledig herstel. De ouder heeft een andere identiteit gekregen. Hoe valt daar als partner en als kind mee te dealen? En als je als ouder weet dat je niet meer beter kan worden? Wat kunnen je kinderen dan wel en niet aan? Ook daar beschrijft het boek met veel aandacht mogelijkheden die helpend kunnen zijn.

‘Een pleister tegen tranen’ geeft handvatten om de laatste tijd die gegeven is in te vullen. Besproken wordt de veranderde opvattingen over het levenseinde, het overleg tussen de zieke ouder en de arts. Kunnen de kinderen betrokken worden bij de keuzes die gemaakt worden? Hebben zij ook een stem in dit proces? De gesprekken binnen de niet-westerse cultuur worden aangetipt. Duidelijk is de vaak andere opvatting over palliatieve sedatie en euthanasie. Culturele tradities spelen hierbij een grote rol.

En dan het laatste afscheid, het regelen van de uitvaart, het opbaren. Bij dit alles doen de schrijvers weer een duidelijke oproep: laat de kinderen meepraten, meedoen, eventueel zelfs meebeslissen. Ontroerend is de beschrijving van het wassen en aankleden van de overleden vader: ‘De meisjes van 5 en 3 jaar oud wassen hun vaders tenen met lekkere douchegel en doen een sok aan elke voet.’

Het boek is helder en overzichtelijk opgebouwd en kent 10 hoofdstukken. Elk hoofdstuk start met een prachtig gedicht. Een overzicht van de gedichten en de herkomst is op de laatste bladzijde van het boek opgenomen.

De schrijvers hebben per hoofdstuk achterin het boek de geraadpleegde literatuur vermeld. Een schat aan informatie voor de geïnteresseerde lezer. Elke bewering wordt ondersteund met voorbeelden uit de praktijk, stukjes tekst die geschreven zijn door kinderen of door één van de ouders. De expertise over dit tere onderwerp hebben de schrijvers opgedaan binnen de getroffen gezinnen.

Er zijn bijlagen die betrekking hebben op communicatie, zoals voorbeeldbrieven voor scholen. De werkvormen voor begeleiding zijn onderverdeeld in begeleiding voor jonge kinderen, oudere kinderen en jongeren. Werkvormen voor het moment dat de ziekte zich openbaart, dat de ouder weer herstelt, maar ook als er geen genezing meer is en afscheid genomen moet worden. Onder het kopje ‘meer informatie’ wordt een grote verscheidenheid aan literatuur, filmpjes, websites, instellingen en dergelijke genoemd waar iedere geïnteresseerde over uiteenlopende zaken informatie vinden kan.

De schrijvers Tanja van Rosmalen, Riet Fiddelaers-Jaspers en Machteld Lavel, alledrie met een grote schat aan expertise, ieder op een eigen gebied, hopen dat dit boek de weg vindt naar gezinnen met een ernstig zieke ouder en naar de professionals die met deze gezinnen te maken krijgen.

Dit boek is een aanrader voor ouders, leerkrachten en iedereen die betrokken is bij de omgang en verzorging van kinderen in de intens verdrietige situatie waarin één van de ouders ziek is. Of, zoals op de cover van het boek door Rob Bruntink, journalist en expert op het gebied van palliatieve zorg en hopicezorg is verwoord: ‘Ik heb het boek met stijgende bewondering gelezen. Wat een informatiedichtheid, diepgang en zorgvuldigheid. Een must-read voor iedere zorgprofessional.’

Het boek is voor €24,95 te bestellen bij Bol.com.

Boekentip: Beter leven met een chronisch-progressieve ziekte

Je staat midden in het leven en opeens krijg je te maken met een chronische ziekte. Hoe ga je daarmee om, als patiënt en als naaste? Deze gids biedt herkenning, hulp en handvatten, bijeengebracht door de ervaringsdeskundigen zelf.

Graag vragen wij jouw aandacht voor dit waardevolle, veelzijdige boek. Als kanker je raakt heeft ook een pagina in dit boek gekregen. Ook staan er interviews en blogs van betrokkenen bij onze stichting in. Van harte aanbevolen!

Peter van den Berg hoorde op zijn 39ste dat hij Parkinson heeft en Angelique van de Lit heeft vanaf haar 49ste ALS. Als collega’s hadden zij mooie gesprekken over hoe zij met hun ziekte omgingen. Ze deelden hun verdriet, de weg naar acceptatie, de omgang met hun naasten en hun manier om naar de toekomst te kijken. Nu delen ze hun gezamenlijke pad in deze bundel vol praktische informatie afgewisseld met persoonlijke intermezzo’s van chronisch zieken en concrete adviezen van psychologen en coaches.

Naast een kennismaking met ziektes als ALS, Parkinson, MS, Kanker, Reuma en Lyme komen alle kanten van een chronische ziekte aan de orde: werk, relaties, gezin, emoties en financiën.
Voor patiënten en zieken: herkenning in persoonlijke verhalen. Je moet verder, maar hoe?
Voor familie en vrienden: begrip en handvatten. Hoe kun je een chronisch zieke steunen?
Voor collega’s: inzicht in de grenzen aan het functioneren. Wat kun je verwachten van je collega?
Voor professionals: kennis over de persoonlijke ervaring van een patiënt/ kant van een ziekte. Hoe bied je de meest passende zorg?

Deze gids wil hoop, troost en perspectief bieden naast praktische handvatten voor een waardevol leven.

De verwachte boekhandel prijs is € 34,95. Wanneer je deze bundel voor 30 juni 2020 besteld dan gaat €2,50 naar de stichting Als kanker je raakt.

Meer informatie:
Voor meer informatie kun je contact opnemen met Peter (06-42368669 / petervandenberg@leg-uit.nl). Neem gerust een kijkje op: www.jong-en-parkinson.nl/l/beterleven/

 

Boekentip: Als kanker je gezin treft

Bij de diagnose kanker staat je wereld even stil. Maar het dagelijkse gezinsleven gaat wel door. Een belangrijke vraag waar je als ouder mee te maken krijgt, is: hoe gaan we met de kinderen om? Wat vertellen we wel en wat niet? En wat kunnen we aan reacties verwachten?

Leoniek van der Maarel geeft in dit boek tips aan ouders die te maken hebben met kanker in hun gezin: bij een van de ouders of kinderen. Helder en concreet legt ze uit wat je kunt doen om de kinderen goed te begeleiden in deze moeilijke situatie. Ook bedoeld voor leerkrachten, verzorgers en mensen uit de omgeving van het getroffen gezin.

Leoniek van der Maarel is orthopedagoog en begeleidt al jaren kinderen die te maken krijgen met ziekte of verlies in het gezin. Zij werkte onder meer mee aan het KRO-televisieprogramma ‘Liefde voor later’.

Boekentip: ‘Dichtbij de horizon – De kunst van het sterven’ van Henk Veltkamp

In ‘Dichtbij de horizon – De kunst van het sterven’ schrijft Henk Veltkamp over de laatste levensfase. Henk Veltkamp heeft jarenlang als geestelijk verzorger in een ziekenhuis gewerkt en geeft aan ‘dat alle kennis en ervaring’, van waaruit hij schrijft, tweedehands is. Dat wil zeggen: meegekregen en geleerd van anderen.

Het boek besteedt aandacht aan de verschillende aspecten van het sterven, zoals: slecht nieuws, angst voor de dood, voorbereiding, keuzes maken, visies op leven en dood, loslaten en leren leven. Dit alles in het licht van de gedachte ‘Wie leert te sterven, leert te leven ‘ (Michel de Montaigne).

Het boek geeft een bredere kijk op het begrip ’rouw’, dat meestal alleen gebruikt wordt voor de periode na het overlijden van een dierbare. Ook in het laatste levenstraject is er namelijk al sprake van rouw, zowel bij de zieke als bij de naasten. Bij de eerste speelt rouw om verlies van het leven een rol. En bij de naasten gaat het om het naderend verlies van hun dierbare. Visies op leven en dood komen dan vaak spontaan omhoog en kunnen soms ook tot troost zijn. De auteur zegt zich zelf het meest thuis te voelen bij de woorden van de dichter J.P. van Renssen:

Die mij eertijds geschapen heeft
en veilig in het leven bracht,
zal mij, heb ik mijn dag doorleefd,
ook wel geleiden door de nacht. –

Het boek is volgens de schrijver niet alleen bedoeld voor degene die weet ‘ik ga sterven’, maar ook voor andere betrokkenen zoals een partner, kinderen, ouders, familie, vrienden, vrijwilligers in de palliatieve thuiszorg of het hospice en professionele zorgverleners. Op de achterflap staat geschreven dat dit boek ‘een steun in de rug wil zijn voor wie met het naderende levenseinde te maken krijgt, van zichzelf of een ander.’

Dat dit zo moge zijn!

Gettie Kievit

Boekentip: ‘Goeie genade!’ van Mettie Boonstra

“Goeie genade!” Die uitroep ontvalt een mens al snel, wanneer er bij haar, uit het niets, longkanker wordt geconstateerd. De wereld staat dan te wankelen en alle zekerheden zijn opeens flinterdun. Wat een geluk als er toch, met positief resultaat, geopereerd kan worden. Maar wat moet je, als er na een jaar in de andere long eveneens een kwaadaardige tumor wordt aangetroffen en ook die verwijderd moet worden? Je zou toch alle vertrouwen in het leven verliezen?

Maar goddank is er ook die andere “goeie genade”, die kracht van liefde en vriendschap, van een geloof dat de twijfel te boven gaat. Daarmee is die zware tocht niet alleen te dragen, maar zelfs verrijkend te noemen. Dat dubbele spoor voltrok zich in het leven van de schrijfster.

In dit boek wil Mettie Boonstra de ervaringen en gevoelens delen met lotgenoten, die er wellicht gedeelten van zullen herkennen en ook met geliefden en vrienden, tot mogelijke troost en bemoediging in zware dagen.

Mettie Boonstra is één van de nieuwe vrijwilliger voor Als kanker je raakt in Noord-Nederland.

Goeie genade! als Kanker je pad kruist
Mettie Boonstra
isbn 978905263877

Gelezen: Leven met de dood van Leo Fijen

Een boek vol met verdriet, veel verdriet, dat is ‘Leven met de dood’. Verdriet om een lieve partner, om een jonge vader of moeder, maar ook om ouders op leeftijd. En vooral ook verdriet om (soms nog heel jonge) kinderen, pubers en jongvolwassenen. Sommigen zelfs door een gewelddadige dood, een brand of een ramp om het leven gekomen.

Maar ‘Leven met de dood’ is, naast een boek met verdriet, ook een boek vol van leven. De auteur brengt bij rouwenden de vraag ter sprake welke woorden kracht hebben gegeven rond de dood van een dierbare. Ze vertellen welke woorden hen in hun verdriet hebben aangesproken. Rouwdeskundigen delen in dit boek ook gedichten over de dood en verbinden deze aan een persoonlijk verhaal. Ze geven zo gedachten mee over wat wel of niet werkt in het contact met rouwenden.

Rouwdeskundige Marinus van den Berg twijfelt hardop aan wat hij kan zeggen in situaties van grote rouw. Zijn er dan wel woorden die kracht geven en troost bieden, vraagt hij zich af en verwoordt dit onder meer als volgt:

‘Is er dan wel een woord dat licht en je op adem laat komen, als het meest verschrikkelijke je meedogenloos raakt, zijn ze niet, hoe goed ook bedoeld, als een tentje dat even wordt neergezet om even later alweer te worden meegenomen in de koude storm die maar niet tot bedaren komt, het gemis dat niet minder wordt, maar meer.’

‘Of werken woorden soms niet meer en niet minder dan het blazen tegen bevroren ramen om te zien of er toch ergens ’n dageraad daagt.’

Rouwdeskundige Manu Keirse ageert tegen allerlei goedbedoelde adviezen, die mensen zo doodmoe kunnen maken. Hij ziet troosten als een bedding voor verdriet:

‘Troosten is kunnen zwijgen en in een blik, in een aanraking signalen van hoop, veiligheid en vertrouwen laten voelen. Het is samen worstelen, zoeken en hopen. Het is participeren in het verdriet, veeleer dan wegnemen van verdriet. Het is verdriet durven noemen. Troosten is mensen helpen te leven met vragen waarop geen antwoorden zijn. Troosten is geen dam tegen, maar juist een bedding voor verdriet.’ 

Toch blijft het wagen van een poging woorden neer te leggen, die kracht en troost geven, te midden van het verdriet, de moeite waard. Hoe onbeholpen ook, er wordt in woorden verbinding gezocht met de ander. Ook een gedicht aanreiken of achterlaten kan helpend zijn.

En misschien is de mooiste dichtvorm dan wel een gebed. Het gaat in een gebed om verbondenheid met elkaar, met de ander en ook met de Ander. Waar verbondenheid aanwezig is, wordt ‘leven met de dood, ondanks alle verdriet, tot een onmogelijk lijkende mogelijkheid!

Gettie Kievit

Gelezen: Slotcouplet van Sander de Hosson

“Geneeskunde is soms genezen
vaak verlichten
altijd troosten..” (Cicely Saunders)

Zo werkt, vertelt en schrijft longarts Sander de Hosson in zijn boek “Slotcouplet”.
Hij behandelt patiënten met een ongeneeslijke ziekte, mensen die in een laatste levensfase zijn gekomen. Het gaat over sterven, maar vooral over het leven voor het sterven.

Leven vanuit belangrijke waarden. Die je gegeven worden vanuit hulpgevers, die daarop gericht zijn, maar ook voor jou als zieke mens. Ondanks je afhankelijkheid van de medische kennis, medicijnen of behandeling, mag je samen zoeken naar dat wat voor jou als mens van waarde is. En dat beschrijft Sander de Hosson in persoonlijke ervaringen en in veel verschillende verhalen.

Het raakte mij, toen ik hem ‘live’ een keer heb horen vertellen op een symposium over palliatieve zorg. Het laat eens een andere kant zien van de belevingswereld van iemand die zorg over je draagt.
Maar het laat ook de kant zien hoe leven waardevol kan zijn en hoe je als zieke mens, nog kleur kan geven aan je leven. Een boek met verhalen die je ontroeren, je kunnen confronteren, maar ook een nieuwe kijk geven op ziekte, leven en sterven.

Lees niet alle verhalen achter elkaar; dat was voor mij wat teveel; tenslotte is er “voor alles een tijd”. Een boek dat je laat nadenken en al inspireert in de eerste zin van zijn voorwoord: “Leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven”.

Dorien Koetsier