Sjaaltjesparade

Van chemo’s word je kaal
Van chemo’s word je kaal. Maar niet altijd. Je kan vooraf een inschatting ervan maken, gebaseerd op de soort en hoeveelheid cytostatica die ze je toedienen. Even heb ik daarom hoofdhuid-koeling overwogen. Dan zit je gedurende al je chemo’s met een soort van ijsmuts op. Die zorgt ervoor dat er minder chemostoffen in je haarwortels komen. Na bestudering van de officiële informatiebronnen was ik er al snel uit: de statistische kans op behoud van haar bleek bij mijn soort chemo’s tamelijk laag. En elke keer 8 uur lang een extreem koud hoofd zag ik eerlijk gezegd niet echt zitten. Dan maar geen koeling. Dus ik werd inderdaad kaal.

Pruik, muts of sjaal?
Toen was de volgende vraag: Wat kan je zoal op je hoofd doen wanneer je haar uitvalt? Aan keuzemogelijkheden geen gebrek. Op de oncologie-afdelingen stonden rekken vol fleurige, uitnodigende folders van allerhande instanties en leveranciers.  Ook van mutsjes, sjaals en pruiken. Zo mooi, je zou er bijna zin in krijgen!

Over de keuze heb ik niet zo lang nagedacht. Een pruik leek me helemaal niks, want dat associeerde ik vooral met warm en kriebelig en duur. (Sorry als ik daarmee anderen tekort doe, want de meeste pruiken zijn inderdaad bijna niet van echt te onderscheiden). Het werden dus (kanker-)sjaaltjes en mutsjes. Die blijken, als je even verder op internet zoekt, in overvloed te koop. In allerlei soorten, maten en materialen. En bij veel verschillende leveranciers. Qua hoofdbedekking ging er een nieuwe wereld voor me open.

Precies volgens het boekje, 17 dagen na mijn eerste chemo, viel mijn haar uit. Gelukkig niet met grote plukken tegelijk, dat had me namelijk best traumatisch geleken. Nee, het ging geleidelijk, elke dag een beetje. Allengs werd mijn haar, dat ik nog even preventief in een kort kapsel had laten knippen, steeds dunner. Niet alleen mijn hoofdhaar verdween maar ook mijn wimpers en schaamhaar. Eigenlijk alles. Deels vond ik dat best oké: 3/4 jaar geen oksel- en schaamhaar of haartjes op je benen is als vrouw best fijn. Zeker in de zomer.  Maar elke dag dat kale(nde), zieke hoofd in de spiegel was ook confronterend. En altijd een koud hoofd is beslist niet aangenaam.

Maar welke dan?
Ik dacht ‘een goede voorbereiding is het halve werk’. Dus ruim voor de eerste chemo had ik m’n eerste mutsjes in huis. ‘Kijk es, hoe goed die me staan’, zei ik tegen mijn vriendinnen, alsof het een verkleedpartijtje betrof, want toen ik had gewoon nog al mijn haar. Daarna, toen mijn hoofd ten gevolge van de chemo’s steeds kaler en kouder werd, werd het menens.  Al gauw had ik door dat mijn startvoorraad mutsjes en sjaaltjes beslist niet toereikend was. Maar hoeveel heb je dan nodig en van welke soort? Zijn ze wel warm genoeg? Kriebelen ze niet? En zijn ze niet te glad? En waar kan je die dan het beste online kopen als je, zoals ik, te weinig energie hebt om zelf op pad te gaan?

Na een oproepje in mijn netwerk kreeg ik van allerlei vriendinnen en kennissen mooie, fleurige sjaals en met liefde zelf gebreide, zachte katoenen mutsjes. Echt super lief! En ruimschoots genoeg om eindeloos mee te variëren. Dus zo had ik elke dag en nacht voldoende hoofdverwarming èn werd elke dag ook een beetje een modeshow.

Sjaaltjesparade
Die sjaaltjesparade heeft het vorig jaar flink opgefleurd. Want hoe fijn is het als je er, ondanks alles, toch nog een beetje leuk uit ziet?! Dat is me vorig jaar  best goed gelukt, al zeg ik het zelf.  Als tegenwicht tegen alle misère heb ik vorig jaar bovendien een uitgebreide reeks selfies met uiteenlopende hoofdbedekking gemaakt.  Zowel om mijn eigen moreel op te krikken, als voor mijn familie en vrienden.  Soms ook als bewuste positieve PR-strategie. Mijn inner circle- zo redeneerde ik namelijk- zat niet altijd te wachten op berichten over hoe ziek, zwak en misselijk ik was. Daarom stuurde ik af en toe ook als goed nieuws wat leuke ‘Christa met sjaaltje/mutsje’-foto’s rond.

Niet leuk
Maar was het allemaal leuk? Nee natuurlijk niet. Die leuke sjaaltjes schiepen weliswaar een bijzondere band tussen mij en mijn moslima-kennissen, maar maakten me  ook overduidelijk een zichtbaar zieke vrouw. Dat vond ik niet altijd fijn. Bij de voetbalwedstrijden van mijn jongste dochter was ik de enige moeder met een kankersjaaltje langs de lijn. En op straat en in winkels was ik voor iedereen  een duidelijk herkenbare kankerpatiënt. Alle belangstelling en sympathie, ook van oppervlakkige kennissen was weliswaar hartverwarmend, maar ik wilde ook wel eens een dagje als gewoon mens in plaats van zieke aangesproken worden.  Tsja, had ik dan misschien toch een pruik moeten kiezen?? Ik weet het niet.

Het tweede nadeel was: kaal maakt koud. Mijn broer, die al jong last kreeg van een wijkende haargrens, zei vorig jaar ‘joh, dat heb ik al sinds mijn 30ste, ik slaap in de winter altijd met een muts op’. Dat vond ik op een bepaalde manier wel troostrijk. Wat ik vooraf echter niet wist: ik had altijd koud. Niet alleen mijn hoofd, maar mijn hele lichaam. Dag en nacht. Zomer en winter. Want door de chemo’s  was mijn doorbloeding niet al te best. Wanneer ik naar buiten ging, was één mutsje vaak niet genoeg. Daar waaide de wind gewoon doorheen. Dan werden het er twee en soms nog een capuchon erbij. Echt deprimerend vond ik dat. Daar kwam nog bij dat het koude zweet me regelmatig uitbrak. Een vervelend bijverschijnsel van chemo’s en andere medicijnen. Dan moesten alle extra lagen kleding en mutsjes weer uit en af. Tig keer op een dag. Super irritant en vermoeiend. Zeker wanneer je je niet lekker voelt en al hartstikke moe bent. Toen het me lukte om beter te accepteren dat dat alles er nou eenmaal bij hoort, werd het iets dragelijker. En godzijdank ging het uiteindelijk ook over:  één maand na mijn laatste chemo ging mijn haar weer groeien en de koude verdween beetje bij beetje uit mijn lichaam.

Complimenten
Elke dag stond ik me voor de spiegel te verbazen over mijn nieuwe look: eerst kreeg ik korte spierwitte stekeltjes, daarna kleine kroesachtige krullen en daarna een grote bos witgrijs golvend haar. Een flinke verandering ten opzichte van daarvoor. Ik was -en ben- er superblij mee! En ook dankbaar. Want eigenlijk is het wel een klein wonder dat een lichaam zich na zoveel chemisch geweld toch weer herstelt.

Nog nooit heb ik trouwens zoveel complimenten over mijn haar gekregen als toen (en nu). Dat was en is fijn om te ontvangen. Iedereen was blij voor mij èn kennelijk vinden veel mannen kort grijs haar super sexy. Dat is een leuke bonus 😊!

Lied: You are so beautiful-Joe Cocker

Ben je lotgenoot en herken je je in mijn verhaal? Of naaste van iemand met kanker, professional  of anderszins geïnteresseerd? Ik ben benieuwd naar je reactie!

Levendige groet,

Christa

Voorjaar 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Gelukkig voelt Christa zich nu een stuk beter. De ziekte heeft haar veel waardevolle levenslessen gebracht. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.

1 antwoord
  1. Christa
    Christa zegt:

    Vandaag sprak een goede kennis. Een gezonde 60er pensionado. Hij vertelde me over zijn mooie reis naar Spitsbergen, vorig jaar. Over hoe blij hij was dat hij toen een goede warme muts had. En dat hij te doen had met reisgenoten die minder warme hoofdbedekking hadden. Een Warm of een koud hoofd kan eigenlijk iedereen overkomen. Maar de impact voor (ex-)chemo-klantjes is helaas wel iets heftiger. Maar toch schept zoiets ook een band! Fijn dat mijn blogs ook bij niet- kankerpatienten tot reflectie en mooie gesprekjes leiden. In al die ontmoetingen ervaar ik ook elke keer opnieuw een beetje God!

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *