Er is een moment…

Er zijn van die momenten die je nooit meer vergeet. Die je vasthoudt, die jou vasthouden. Zoals die dag, dat moment, dat je verliefd werd op die ander. Of dat je trouwde. Of ging scheiden. Maar ook dat moment dat je de uitslag van kanker hoorde, bij de ander, bij jezelf. Of dat moment dat je een dierbare, jouw dierbare, moest missen door kanker. Dat zijn van die momenten die je nooit meer vergeet. Die je vasthoudt, die jou vasthouden. En die alles in je leven doen veranderen en die jou veranderen. De vaste grond waarop je stond, wordt zand. Moeraszand, waarop je met moeite kan blijven staan. Moeraszand dat je naar beneden trekt, naar een diepte waar je je alleen voelt met de kanker die jouw leven zo is gaan beheersen.

Daar in die diepte zijn er momenten waarop je het wel uit kunt schreeuwen. Zo lijkt je hoop en toekomst verloren. Zo lijkt heel het leven stil te staan. Zo weet je niet waar je het zoeken moet. Je schreeuwt, maar misschien hoort niemand het, omdat alleen je hart schreeuwt. Je huilt, terwijl niemand het ziet. Je leven gaat aan je voorbij, je plannen die je hebt of had voor jezelf, of voor samen met die ander. Je lijdt aan de kanker en wat de kanker heeft gebracht. Wie ben jij nog in dit verhaal… in dit levens- en lijdensverhaal? Wie ben je?

En dan is daar toch dat moment van die stem. Een stem die aan je vraagt: ‘Waarom huil je?’ En dan vertel je misschien wel wat je dwars zit, wat zo moeilijk en zo zwaar is. Je vertelt wat je mist. Je hoop, je vertrouwen, leven, een mens. En dan klinkt daar weer die stem: ‘Wie zoek je?’ Je denkt na en worstelt met het antwoord. En dan is daar dat moment dat de stem jouw naam noemt. Je eigen naam. Het opent je in je verdriet. Gehoord worden, gezien worden door die stem, van een mens. Een stem van Jezus, een Mens en ook Gods Zoon! Een Mens die jouw naam kent, jouw leven, jouw lijden of verdriet. Dat geeft herkenning, dat is je erkend voelen in wie jij bent, hoe jij met de kanker omgaat, in wie je mag zijn. Het geeft je de kracht om op te staan (misschien letterlijk… misschien figuurlijk..)! Voor Hem, voor anderen… in jezelf.

Dorien Koetsier

Naar aanleiding van het verhaal van de opstanding van Jezus en de eerste verschijning aan Maria in al haar verdriet; Joh. 20: 1-18.

Kwade dagen

‘Gedenk daarom je schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer’
Prediker 12:1

Kwade dagen. Zo noemt Prediker de ouderdom. Omdat je lichaam in die periode van je leven steeds meer gebreken gaat vertonen. In het laatste hoofdstuk van zijn boek beschrijft Prediker dat op een buitengewoon beeldende manier. Benen als wachters die zich krommen. Het gebit als maalsters die langzaam verdwijnen. Het gehoor als deuren die naar de straat worden gesloten. De hoger wordende stem. Trappen lopen wordt alsmaar moeilijker. Het grijze haar noemt hij een bloeiende amandelboom. Dat laatste kan een sierlijke kroon zijn, maar het geheel wordt niet verheerlijkt.

Oud worden is kwade dagen gaan meemaken. Maar zo’n proces kan al veel eerder beginnen. Bijvoorbeeld als je ziek bent. Wat kan bijvoorbeeld een ziekte als kanker een prachtig lichaam veranderen. Operaties laten hun littekens achter. De chemokuren laten ook hun sporen na. Wat kun je je moe voelen. Je lichaam weigert. Het voelt als lood.

Dat zijn ook kwade dagen. Voor de zieke, maar ook voor de familie. De ander is soms nauwelijks te herkennen. Natuurlijk kan en mag er herstel zijn. Er zijn mensen die zich herboren voelen. Familie en vrienden zeggen: ‘Je ziet er weer goed uit!’ Maar als dat niet zo is?

Natuurlijk is een mens meer dan een lichaam. Mensen kunnen geestelijk heel sterk zijn als ze lichamelijk niets meer kunnen. Maar ook de afbraak van ons lichaam doet niet alleen letterlijk veel pijn, maar ook figuurlijk. Want ons lichaam is veel meer dan een kooi, waarin een vogel huist. Zo zag men dat vroeger. Het ging om de ziel en veel minder om het lichaam. Daar denken we nu gelukkig anders over. Ook dat lichaam ben jij.

Ik hoop dat de kwade dagen pas heel laat in je leven komen. Dat woord van Prediker over de kwade dagen bevat trouwens ook een uitspraak over hoe God ons lichamelijk leven ziet. Prediker noemt God juist in dit verband De Schepper.

God is je Schepper.

Dat wil zeggen: Hij heeft je het leven gegeven. Hij wil dat je er bent. De grond van je bestaan is de wil van je Schepper. Je bent een schepping van God. Jouw lichaam is een geschenk van Hem. Je ouders hebben Hem daarvoor gedankt toen ze jou voor het eerst zagen. God wil ons innerlijk vernieuwen, maar ook ons uiterlijk. Hij geeft een nieuw hart en een nieuw leven.

Jezus is aan het kruis gestorven voor onze zonden, maar is ook na drie dagen weer opgestaan uit de doden. In een nieuw lichaam! Wie gelooft, heeft niet alleen uitzicht op een leven zonder zonden, maar ook op een leven zonder pijn. Op een nieuw hart, maar ook op een nieuw lichaam. Vergeet dat niet, als je lichaam wordt afgebroken.

God is en blijft je Schepper. Hij schept en herschept.

Ds. Arie van der Veer

Het gevecht

Met neerhangende schouders liep de huisarts die middag onze voordeur uit. Mijn oog viel op zijn ongewone gang toen hij naar zijn auto liep. Meteen rook ik onraad. Deze bekwame dokter miste nooit een diagnose. En nu had hij zojuist voor mijn man een ziekenhuisopname geregeld. En niet voor niets, ging er door me heen!

Die nacht lag ik lang wakker. In gedachten organiseerde ik tot in de puntjes zijn hele begrafenis… Vanaf dat moment begon voor mij het gevecht. Het gevecht als naaste. In mijn gevecht betrok ik ook God. Riep Hem in mijn machteloze woede ter verantwoording. ’Waar was dit voor nodig om een jonge vader van drie kinderen nu al weg te gaan nemen?’

Achteraf vermoed ik dat zijn eigen gevecht al enkele weken eerder was begonnen. Ik had het aan zijn blik gezien. Hoge koortsen belaagden hem constant. En de oorzaak was onduidelijk. Die oktobermaand was voor ons beiden de start van een innerlijk gevecht. Het zou bijna twee jaar duren.

Een gevecht ontstaat doorgaans in ons leven wanneer er zich een gang van zaken voltrekt waar wij het totaal niet mee eens zijn. Waar wij ons met hand en tand tegen verzetten. Geen mens wil met kanker worden geconfronteerd. Laat staan met de dood te maken hebben. Een mens wil leven!

Als wij de Bijbel lezen, merken wij dat wij niet de enigen zijn die een gevecht met onszelf leveren. Een opmerkelijk voorbeeld is dat van Hizkia. Deze koning wordt ernstig ziek en moet de dood onder ogen zien. Het slechtnieuwsgesprek wordt door een profeet gevoerd. Profeet Jesaja: ‘De koning kan maar beter alles gaan regelen.’ Hizkia reageert afwijzend en keert demonstratief zijn rug naar Jesaja toe. Hij neemt de man Gods deze onheilsboodschap allesbehalve in dank af.

Hizkia was jong koning van Juda geworden. Op zijn vijfentwintigste. En nog steeds, na bijna dertig jaar regeren, heeft hij grootse plannen. Hij wil vanuit Jeruzalem zijn rijk verder uitbreiden. Bewust wil hij ook een goede koning zijn. Hij draagt iedereen op zich aan de wetten van Mozes te houden. Hij is een ambitieus man, een koning met visie. Ziekte komt hem wel heel slecht uit.

Hij laat het er dan ook niet bij zitten. Hizkia gaat met God in gesprek. Hij wijst Hem er op dat hij heeft gedaan wat goed in diens ogen was. Hij is trouw geweest en heeft steeds vanuit zijn hart gehandeld. Dan wordt hij door emoties overmand. Dikke tranen lopen langs zijn wangen. Hij huilt hartverscheurend.

De reactie van deze zieke koning roept ook nu nog, na zoveel eeuwen, herkenning bij ons op. Van meet af aan begint bij hem het gevecht. Ieder mens, direct of indirect door kanker geraakt, moet onvermijdelijk ook persoonlijk het gevecht voeren. Ieder in de eigen omstandigheden. Plotseling stilgezet in een soms drukbezet leven. Alle aanlokkelijke toekomstplannen voorlopig in de kast…

Talloze vragen maken deel uit van deze innerlijke strijd. Hoe lang zal deze onzekere periode duren? Welke weg ligt er voor mij? Vragen vooral van degene die kanker heeft. Wat betekent dit voor ons gezin? Hoe zal mijn partner met de ziekte omgaan? Vaak vragen van degene die met kanker van de ander wordt geconfronteerd. En de hamvraag bij beide partijen is of er wel genezing mogelijk zal zijn.

Tussen haakjes, het onderhandelen van Hizkia had resultaat. Maar liefst vijftien jaar werd aan zijn leven toegevoegd. Wat had mijn man dat destijds ook graag gewild! En ik niet minder!

In alles wat er dan gebeurt, ontbreken dan ook de emoties niet. Mogelijk verschijnen ook bij ons zelfs wel extra tranen. Wellicht zijn wij ook met God in gesprek gegaan om te onderhandelen. Zo gauw geven wij ons immers niet gewonnen! Ons gevecht gaat altijd ook gepaard met rouw. Vaak zijn wij ons dat niet eens bewust. Rouw omdat er op allerlei fronten verlies is opgedoken. Allereerst rouw bij de zieke zelf. Rouw om de beperkingen die het eigen ziek zijn aan verlies met zich meebrengt. In het licht van het bedreigde leven wordt het steeds meer af moeten zien soms nog intenser beleefd. Daarnaast ook rouw bij de naasten. Vooral ook om de angst voor verlies van hun dierbare.

Alleen door het gevecht onder ogen te zien, kan onze weg begaanbaar worden. Want het hoort er allemaal bij: vragen die opkomen, emoties die plotseling verschijnen en ook de gevoelens van rouw. Leven met kanker gaat niet zonder innerlijke strijd. Tot het geraakt zijn door kanker behoort όόk het gevecht. Helaas!

Gettie Kievit-Lamens

Vrees niet

Als we leven in angst, betekent dit dat we niet echt geloven in God? Mag je dat zeggen? Ik las het op een site van een kerk en dacht: ‘Dan hebben we in de Bijbel te maken met heel veel ongelovigen’. Vrees niet. Ik heb het nooit geteld, maar men zegt dat die uitdrukking 365 keer in de Bijbel staat. Je kunt er een heel jaar over lezen. Ze zeggen ook wel dat ‘Vrees niet’ het Elfde gebod is.

Is het wel een gebod? Of is het een geruststelling? Zoals een moeder dat ook kan doen als haar kind bang is en zegt: ’Je hoeft niet bang te zijn’. Angst behoort bij het leven. Angst als reactie op het gevaar dat dreigt. Een soort wapen dat elk mens heeft.

Ik zou onderscheid willen maken tussen gezonde en ongezonde angst. Normaal en abnormaal reageren. Voor het tweede heb je hulp nodig. Het eerste kent elk mens op zijn tijd. Als ik weer eens voor controle naar de dokter moet en hij mij zal gaan vertellen hoe het met de bloedwaarden staat, klopt mijn hart echt sneller. Het blijft spannend. Als je een paar keer een slechte uitslag gehad hebt in je leven ben je extra alert.

Wat mij helpt is het aanvaarden dat die angst ‘gewoon’ is. Ook voor gelovige mensen. Ik hoef me niet te verwijten dat ik in zo’n situatie te weinig of zelfs niet geloof. Ook al weet en geloof ik dat God met mij meegaat, toch kan ik wakker liggen om een uitslag die komt.

Gelukkig dat God elke dag, ook bij ‘gewone’ angst, tegen me zegt: ’Vrees niet’. Niet als een verwijt, maar als een bemoediging. Voor elke dag. En in elke situatie.

Ds. Arie van der Veer

Over de route en het doel…

Wie op vakantie gaat, praat liever over het doel, de plek waar je naar toegaat, dan over de soms lange weg er naar toe. Ga je bijvoorbeeld naar Zuid Europa, naar Spanje of Italië, dan is dat best een eind rijden. Lange files onderweg zijn geen uitzondering. Ga je met het vliegtuig, dan vertel je je kinderen van het mooie uitzicht onderweg en praat je niet alleen over hoe spannend soms het stijgen en dalen is en over zo’n luchtzak waarin het vliegtuig soms terecht kan komen. Of, als je ergens naar toe moet varen met een schip, dan praat je over de mooie dingen waar je onderweg van kunt genieten en niet alleen over eventuele golven als het plotseling toch gaat waaien en stormen. We hebben al die eventuele negatieve dingen er voor over en zien ze in het perspectief van het gewenste doel.

Zo is het ook met een operatie.

Als je daarover praat, ga je het natuurlijk vooral hebben over het gewenste resultaat. Je laat je opereren om geen pijn meer te hebben. Om een ziekte een halt toe te roepen. Daarover praat je en niet alleen over de pijn, de moeilijke dagen er voor en er na. Je weet het wel, maar het is niet verstandig om dat te beklemtonen of het alleen daarover te hebben.

Het gaat om het doel. Om het resultaat.

Zo kun je ook verschillend over het leven praten. Je kunt zuchten en steunen en blijven zeuren over alles wat mis ging, maar je kunt ook praten over alles wat goed is gegaan. Je kunt klagen over de opvoeding van de kinderen die heel zwaar is, maar ook vertellen hoe leuk het is om kinderen te hebben. Je kunt zeggen als je oud bent wat je allemaal niet meer kunt, maar je kunt ook aan een ander vertellen en jezelf voorhouden dat oud worden en oud zijn ook heel mooie kanten heeft.

En zo is het ook met het sterven.

Sterven is en blijft een vijand. Maar sterven is ook de doorgang tot een nieuw en een ander leven. Zonder pijn. Zonder strijd.

Weet je wat Jezus deed toen Hij begon aan Zijn laatste reis? De discipelen en volgelingen konden Zijn (in hun ogen) sombere gepraat nauwelijks meer aanhoren. Je leest in Marcus 10 dat ze onderweg achterop raakten. Jezus had de pas er goed in, maar zij liepen er een eind achteraan. Symbolisch voor hun gevoel. Ze moesten wel. En dan houdt Jezus even stil en vertelt van de route van Zijn leven.

Marcus: ‘Ze waren onderweg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit; de leerlingen waren ongerust en ook de mensen die hen volgden, waren bang. Hij nam de twaalf weer apart en vertelde hun wat hem zou overkomen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de Schriftgeleerden die Hem ter dood zullen veroordelen en Hem zullen uitleveren aan de heidenen. Ze zullen de spot met Hem drijven en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, maar na drie dagen zal Hij opstaan.’

Marcus 10:32-34

Hij was realistisch over de route, maar ook heel duidelijk over de bestemming. Na drie dagen zal Hij opstaan. Leven is moeten sterven, maar voor wie gelooft ook met God leven en opstaan.

Ds. Arie van der Veer

Ik zal er zijn

Naar aanleiding van de overdenking van Ds. Arie van der Veer willen wij je graag onderstaand lied meegeven. Het is getiteld ‘Ik zal er zijn’ en is van de Christelijke band ‘Sela’. Het verwoordt de belofte van God, dat Hij er altijd voor ons is, in welke omstandigheden wij ook verkeren.

Ik zal er zijn

Hoe wonderlijk mooi is Uw eeuwige Naam,
verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim,
Uw naam is: ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed,
als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet.
Dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam,
U blijft bij mij, Jezus, laat mij niet gaan.

‘Ik ben die Ik ben’ is Uw eeuwige naam,
onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij,
Uw naam is: ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

O Naam aller namen, aan U alle eer,
niets kan mij ooit scheiden van Jezus, mijn Heer.
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn,
ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

2016

Ik wil u een soort visitekaartje afgeven. Het visitekaartje van God. Voor het jaar 2016. Voor alle situaties van het leven. Dit is God, dit is Zijn Naam, bij Hem kunt u altijd terecht. Ooit maakte God Zijn Naam aan Mozes bekend. Mozes kreeg de opdracht om die Naam aan de Israëlieten bekend te maken en daarmee ook indirect aan de Farao van Egypte.

Ik ben de HERE.

Mozes, de gevluchte prins van Egypte, leefde alweer bijna 40 jaar in de woestijn. De prins had een nieuw leven opgebouwd. Hij was herder geworden en getrouwd met een niet-Joodse vrouw. Mozes was inmiddels 80 jaar. Zijn verleden lag ver achter hem. U weet dat dat een heel bijzonder verleden was. Hij was geboren als kind van Joodse ouders. Dwangarbeiders waren ze. Ze waren niet in staat hun zoon te houden. Hij werd te vondeling gelegd. Wonder boven wonder werd hij door een Egyptische prinses gevonden en geadopteerd.

Een geweldige toekomst lag voor hem. Maar het liep allemaal heel anders. Een buitenstaander zou zeggen dat hij zijn toekomst vergooid had, toen hij een woedeaanval kreeg en een Egyptenaar vermoordde. Hij kon het niet langer aanzien dat de Egyptenaren zo omgingen met zijn eigen volk. Hij moest vluchten. Maar dat was dus alweer 40 jaar geleden. Wat zal Mozes nog precies geweten hebben van het donkere lot van zijn volk?

Maar God wist dat wel. God zag en hoorde de ellende van dat volk. Daarom besloot Hij de nakomelingen van Abraham, Isaak en Jakob, te verlossen uit de slavernij. Namens Hem zou Mozes dat gaan doen. Hij had er de opleiding en bekwaamheid voor. Bij de berg Sinaï verscheen God aan Mozes. God stelde Zich aan Mozes voor als de God van zijn vader (Amram), de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. Toen vertelde God over Zijn plan en de rol van Mozes daarin. Mozes had grote twijfels. Zouden zijn volksgenoten hem wel geloven? Wat was de invloed geweest van het schrikbewind dat de farao’s de afgelopen 40 jaar hadden gevoerd? Zou zijn volk God nog wel kennen en dienen? Hoe diep kan de duisternis van geestelijke slavernij zijn!

Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft en ze vragen: ‘Wat is de naam van die God?’. Wat moet ik dan zeggen?’ Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’ (Exodus 3:13-14). Daarmee gaf God dus Zijn visitekaartje af. Toen maakte God Zijn Naam bekend. Een heel bijzondere Naam. Een Naam die wij in het Nederlands weergegeven hebben met ‘HERE’. De Hebreeuwse Naam was ‘Jahwe’.

Een wonderlijke Naam. Want eigenlijk is het geen Naam. Het is meer een werkwoordsvorm. Het betekent zoveel als: IK ZAL ER ZIJN. Maar daarom is het een heel diepzinnige naam. Het is meer een garantie. Het volk mag voor nu en voor altijd op God rekenen: IK ZAL ER ZIJN. God is niet alleen een God van het verleden, van hun voorouders, maar ook van het heden. Nu zij slaven zijn geworden. Nu God hen oproept zich te bevrijden en te ontsnappen uit de slavernij. Ze staan er in hun ellende niet alleen voor. Nu niet. Nooit niet.

God heeft geen roepnaam, maar een ‘doe-naam’. Niet wat wij van God denken, laat Hij in Zijn naam naar voren komen, maar wat Hij gedaan heeft en wat Hij doet en gaat doen. Gods naam is een soort eigennaam. De Naam die niet wij, maar Hij aan Zichzelf heeft gegeven. God maakt Zich bekend met een Naam die een altijd geldende boodschap namens God is. Dit is Zijn Naam. Zo wil Hij bekendstaan. Dat is wat Hij belooft. Mozes staat er niet alleen voor. Israël staat er niet alleen voor als zij geroepen worden om te breken met de slavernij en op weg te gaan naar Kanaän.

Het is de boodschap ook voor ons aan het begin van het nieuwe jaar: ‘Ik zal er zijn.’ Omdat God altijd dezelfde blijft.

Ds. Arie van der Veer

Gebed voor onderweg

Beschermende handen

Schriftgedeelte:
‘Niemand zal ze uit mijn hand roven.’
Johannes 10:29

Jezus vergelijkt Zijn discipelen en ieder die in Hem gelooft met een kudde schapen waarvan Hij de herder is. De herder en de schapen zijn alle dagen bij elkaar. De herder brengt zijn kudde naar allerlei plekken. Is het voedsel op, dan trekken ze verder. Op bevel van de herder zorgen zijn honden er voor dat de schapen niet afdwalen. Elke avond brengt de herder de kudde weer terug naar de stal.

Jezus noemt zichzelf de goede herder. Een herder, die van zijn schapen houdt. Hij kent ze allemaal. Deze herder zorgt er voor dat de wolven op een afstand blijven. Bij hem krijgen de dieven geen kans. Dag en nacht bewaakt hij zijn kudde. Hij is zo’n goede herder, dat Hij zelfs bereid is zijn leven voor zijn schapen te geven.

Een probleem blijven de schapen zelf. Helaas luisteren zij niet altijd. Er wil er nog wel eens één afdwalen. Meestal komt dat wel weer goed, maar soms is het te laat. Een wolf slaat plotseling toe. Ook andere gevaren blijven op de loer liggen. Er kan verkeerd voedsel worden gegeten. Of vervuild water worden gedronken. Daarom moet ook de goede herder altijd op zijn hoede blijven.

Jezus wil dat zeker. In een toespraak zei Hij: ‘Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft, gaat alles te boven. Niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven en de `Vader en Ik zijn één.’ Niet alleen Hij, maar ook zijn Vader staat voor de bescherming van de schapen in!!

Hoe belangrijk is het dat een gelovige weet dat zijn leven in Gods handen ligt. Dat er handen zijn die je beschermen. Dat er een God is die wil bewaren. Huurlingen, verkeerde leiders, zijn er namelijk in alle tijden. Dieven zijn niet uitgestorven. En wolven duiken altijd weer op. Zelfs in schaapskleren.

Jezus is de Heiland die voor ons bidt en ons beschermt.

Vader en Zoon slaan de handen ineen om ons te beschermen.

Kan het beter?!

Ds. Arie van der Veer

Wegenkaart

wegenkaartWanneer ik vroeger naar een andere stad of dorp ging, raadpleegde ik een wegenkaart. Met die kaart stippelde ik de route uit. Soms week ik van de route af om een monument te bekijken of bezocht ik een attractiepark. Maar daarna pakte ik de oorspronkelijke route weer op en kwam zo op de plaats van bestemming.

Als ik nu op stap ga, laat ik de wegenkaart thuis. Ik stippel geen route uit, want Tom (Tom) wijst mij de weg. En ik vertrouw Tom blindelings. Hij brengt me op de plaats van bestemming. Totdat Tom er het zwijgen toe doet en ik zonder zijn hulp hulpeloos ronddwaal.

Ga ik onvoorbereid op weg, dan is het moeilijk om mijn bestemming te bereiken. In mijn leven als kind van God, is Gods Woord, de Bijbel, mijn wegenkaart. Ik lees de Bijbel en probeer de route te volgen die daarin staat uitgestippeld. Dat is niet moeilijk, zolang ik de Bijbel maar raadpleeg. Soms plan ik mijn eigen route met de gedachte: ‘ Dit is vast Gods plan’.

Zo maakte ik plannen om een Bijbelcursus te volgen en om creatieve ochtenden te organiseren voor mensen van de kerk. Maar plotseling werd er op de rem getrapt. De route die ik wilde gaan, kan dan niet meer.

Maar waar is God? Zwijgt Hij, hoort Hij?

Als ik in mijn Bijbel lees, vind ik geen tekst die mij weer op weg helpt. Zonder hoop en hulp dwaal ik rond. Hoe vind ik de weg terug?

God is er! God zwijgt niet, God hoort mij!

Wegenkaarten worden bezorgd in mijn brievenbus aan huis en digitaal. Daarin staan de beloften van gebed, spreuken, gedichten en liederen. Ik lees en herlees de wegenkaarten, zij wijzen mij de weg. En dan weet ik weer dat ik God blindelings kan vertrouwen en dat Hij met mij mee gaat.

Dank aan God, mijn Vader, dat Hij mij door mijn broeders en zusters in het geloof de weg wijst die ik moet gaan.

©Nelleke Prins

Geloven als het stormt – Handelingen 27

Velen van ons zijn groot geworden met het toen beroemde liedje ‘Scheepke onder Jezus hoede’. Gelovigen putten er troost uit. De storm in dat liedje is voor hen veel meer dan harde wind. De storm staat voor wat ook maar in je leven tegen zit. En dat kan van alles zijn. Als je je hypotheek in deze tijd niet kan betalen is dat tegenwind. Word je ernstig ziek: je zou het een storm kunnen noemen. De crisis waar we allemaal steeds meer de nadelen van ondervinden, is ook een soort storm die de wereld treft.

Alleen…
Niet altijd gaat in ons leven de storm liggen. Niet iedereen komt ongeschonden door de storm heen. Er zijn ‘scheepjes’ die vastlopen. Zelfs vergaan.
Zo maakte de bekende apostel Paulus een aantal keren een schipbreuk mee. Bidden (dat zal de man toch gedaan hebben) of de storm mag gaan liggen, helpt niet altijd. Soms – er zijn mensen die zeggen: heel vaak – blijft het waaien.

Helpt bidden eigenlijk wel?
Wat doe je als het blijft stormen? Wat doe je als je (levens)schip vergaat?

Paulus kapte niet met het geloof. Niet in de echte stormen die hij meemaakte, maar ook niet onder de geweldige tegenslagen die hij kreeg. Op reis naar Rome verging zijn schip. En ‘de doorn in het vlees’ waaronder hij vreselijk leed, ging nooit weg. Daarom zijn de verhalen over hem heel leerzaam. Over wat Paulus zei en over wat hij deed. ‘De doorn in het vlees’ (wat het ook geweest mag zijn) kon hij aan dankzij zijn geloof in de kracht van Gods genade. Paulus geloofde, bleef geloven ook toen het bleef stormen en zijn schip verging.

Weet je wat ik heel indrukwekkend vind? Paulus brak middenin de storm brood en moedigde iedereen aan om te eten. Er staat niet dat hij avondmaal vierde. Maar het doet mij er wel aan denken. Het is zoiets als op je ziekenhuisbed avondmaal vieren, na een slechte uitslag. Geloven dat midden in de storm Hij er is, met Zijn gebroken lichaam en vergoten bloed.

Paulus in de storm is een man van diepe innerlijke vrede. Hij getuigde in de storm van zijn geloof. Hij sprak over God, ‘die ik dien en aan Wie ik toebehoor’. Korter kan het haast niet. Maar het is wel de kern van geloven als het stormt. Ook in de storm ben ik van Hem.