BLOG | Kan ik na chemotherapie nog moeder worden?

Geschreven door: Deborah de Meijer

25/05/2026

Op mijn 21e dacht ik helemaal nog niet na over de vraag of ik moeder wilde worden. Maar toen ik plots kanker kreeg, werd ik ertoe gedwongen. Ineens moest ik kiezen tussen twee chemokuren, waarvan de ene me waarschijnlijk onvruchtbaar zou maken. Wilde ik later kinderen krijgen? Dan moest ik mijn eicellen laten invriezen. Hoe maakte ik mijn keuze? En wat was Gods plan met mij?

Geschreven door: Deborah de Meijer

Het was midden in de winter en ik had ernstige buikklachten. Ook viel ik continu flauw, was mijn conditie ver te zoeken en had ik last van nachtzweten. Met spoed werd ik opgenomen in het ziekenhuis. Al snel kreeg ik de diagnose Hodgkin, een vorm van lymfeklierkanker. Mijn genezingskans was gelukkig hoog. Maar alleen als ik chemotherapie zou ondergaan.

Chemotherapie kon me onvruchtbaar maken

Wilde ik later moeder worden? Dat was de eerste grote vraag waar ik me mee bezig moest houden. Ik moest namelijk kiezen tussen twee verschillende chemokuren en de ene zou me waarschijnlijk onvruchtbaar maken. Ik had de optie om mijn eicellen te laten invriezen, maar was dat echt haalbaar? Ik zat in het voorlaatste stadium van Hodgkin. Een volgend stadium zou uitzaaiingen naar mijn organen betekenen en een lagere genezingskans. Hoeveel tijd had ik nog?

Mijn eicellen laten invriezen?

Eicellen laten invriezen is niet zomaar een handeling die ze meteen kunnen uitvoeren. Daarvoor moest ik minstens twee weken dagelijks een hormooninjectie bij mezelf toedienen. Als ik hierover nadacht, zag ik steeds de blik van mijn behandelend arts in het ziekenhuis voor me. Hij durfde geen antwoord te geven. “Je kunt het beste zo snel mogelijk met chemotherapie beginnen”.

Mijn moeder en mijn toenmalige vriendje waren radeloos. Zij wisten het ook niet, behalve dat mijn genezing nu het belangrijkste was. Mijn hoofd draaide overuren. Daardoor sliep ik slecht en voelde ik me vermoeid, wat de keuze niet makkelijker maakte. Dus ik besloot het aan God te vragen. Ik ging bidden. Maar ik kreeg niet meteen een duidelijk antwoord.

De chemokuur met de hoogste genezingskans

De zwaarste chemokuur, waar ik waarschijnlijk onvruchtbaar door zou raken, had een iets hogere genezingskans dan de andere. Maar deze gaf ook een hogere kans op ernstige langetermijncomplicaties zoals hart-, nier- en longfalen. Daarvoor zou ik de rest van mijn leven op controle moeten blijven. Maar wat als ik voor de andere kuur koos en die niet aansloeg? Zou ik dan later spijt krijgen van mijn keuze?

Een confronterend gesprek over mijn toekomst na kanker

Gelukkig hielp een gesprek met een vriendin mij wel heel erg. Zij was de enige die me durfde te confronteren met een moeilijke vraag. Een deel van dit gesprek lees je hieronder in het fragment uit mijn boek Heb kanker lief:

‘Wat is precies het verschil tussen de twee chemokuren?’

‘Ze zijn allebei zwaar. De ene is alleen net iets zwaarder omdat deze iets heftigere bijwerkingen heeft, maar die heeft wel een hogere genezingskans.’

‘Wat zijn de kansen dan precies?’

‘De lichtere kuur heeft een kans van negentig procent en de zwaardere drieënnegentig tot vierennegentig procent. Het scheelt niet veel, maar ik kan niet halverwege van de ene kuur naar de andere kuur overgaan. Ik wil niet voor de lichtere kiezen en als blijkt dat die niet aanslaat spijt hebben dat ik niet voor de zwaardere heb gekozen.’

‘Ja, dat begrijp ik, toch scheelt het niet veel, negentig procent is echt een heel hoog percentage, hoor.’

‘Ja, daar ben ik blij om.’

‘Wat zijn die heftigere bijwerkingen bij de zwaardere kuur?’

‘Bij zeventig procent van de vrouwen wordt de baarmoeder zodanig aangetast dat ze later geen kinderen meer kunnen krijgen. Daarnaast heb ik in de toekomst een verhoogde kans op een andere kankersoort of nierfalen en ik geloof dat de kans groter is dat er andere organen worden aangetast.’

‘Dat is best heftig.’

‘Als ik voor die kuur kies, kan ik van tevoren mijn eicellen laten weghalen, maar dan moet ik eerst nog twee weken hormonen slikken voordat ik aan die chemokuur kan beginnen, en dan is het ook nog maar de vraag hoeveel eicellen ze kunnen invriezen.’

‘Tsjonge.’

‘Gisteren was ik samen met Tim bij de gynaecoloog in het Erasmus. Zij gaf ons een uitleg van hoe dat dan gaat, ook hoe het later moet als we kinderen willen. Dat kan dan alleen nog met IVF en de kans dat een vrouw na drie IVF-pogingen zwanger wordt, is maximaal vijftig procent.’

‘Wow, dat is niet zo veel.’

‘Nee, Tim en ik zijn blij dat we met IVF later nog een kans hebben om een kind te kunnen krijgen. Liever één dan geen. Daarbij denken we dat als God wil dat we kinderen krijgen, het gebeurt. Als God het niet wil, lukt het sowieso niet. Wie weet hoor ik dan misschien tot de dertig procent die haar vruchtbaarheid behoudt na de kuren.’

Zoë trekt haar wenkbrauwen omhoog en kijkt me aan. ‘Wacht even, je gelooft dat je bij de minderheid van dertig procent hoort die vruchtbaar blijft, maar je gelooft niet dat je bij de negentig procent zit die geneest als je voor de lichtere kuur kiest?’

Als God het voor mij tijd vindt om de aarde te verlaten, dan maakt het niet uit welke kuur ik kies, dan zal geen van beide werken. Als God wil dat ik blijf leven, dan moet ik in geloof kiezen. Zoë heeft gelijk.

‘Dit is waarom ik met jou wilde praten,’ zeg ik met een kleine glimlach op mijn gezicht.

‘Dee…’ Zoë kijkt me met bezorgde ogen aan.

‘Ja…?’ zeg ik als Zoë niet verder praat.

Ze krijgt het bijna haar strot niet uit. ‘Wat is je leven nog waard als je genezen bent van kanker, maar met allerlei andere heftige kwalen moet leven?’

Mijn keuze voor de lichtere chemokuur

Uiteindelijk koos ik voor de chemokuur met een iets lagere, maar alsnog hoge, genezingskans. Dit eerlijke en confronterende gesprek met een vriendin heeft me enorm geholpen om mijn situatie vanuit een ander perspectief te bekijken en mijn keuze te maken. Achteraf denk ik dat God juist door dit gesprek heen heeft gesproken.

Na kanker was een kinderwens geen prioriteit

Inmiddels ben ik acht jaar genezen van lymfeklierkanker, dertig jaar, single en ben ik (nog) geen moeder geworden. Tijdens mijn herstel na kanker heb ik jarenlang geworsteld met vermoeidheid, het chemobrein en andere fysieke klachten. Daardoor heb ik in mijn twintiger jaren voor mijn gevoel nauwelijks ruimte of energie gehad om verder na te denken over een kinderwens.

Het gevoel dat ik achterloop in het leven

Tijdens mijn opleiding Journalistiek interviewde ik wel veel lotgenoten van boven de veertig, die vertelden dat ze ook met klachten worstelen, maar dankbaar zijn voor hun partner en kinderen. Dat confronteerde me soms ineens met de vraag of ik die kans op zo’n warm gezin überhaupt ooit nog krijg. Ook in mijn omgeving krijgen steeds meer mensen kinderen. Dan voelt het soms alsof ik een beetje achterloop en dat kan me eventjes erg verdrietig maken.

Tegelijkertijd heb ik nooit spijt gehad dat ik voor deze zogenaamd lichtere chemokuur had gekozen. Ik besef dat mijn klachten nóg erger waren geweest als ik voor de andere chemokuur had gekozen, met kans ook op aantasting van bepaalde organen. Al is er bij deze chemokuur helaas ook een langetermijnkans op hartfalen ontdekt, waarvoor ik voor de rest van mijn leven alsnog bij de cardioloog op controle moet blijven.

Wil ik nu als dertiger nog moeder worden?

Op dit moment gaat het gelukkig ontzettend goed met mijn gezondheid. Zo goed dat ik weer durf na te denken en verder te dromen over mijn toekomst en een mogelijke kinderwens. Of ik moeder wil worden, weet ik alleen nog steeds niet. Misschien wel als God de juiste partner op mijn pad brengt en het verlangen bij ons allebei in het hart legt.

Als tante geniet ik des te meer van elk kostbaar moment met mijn neefjes en heb ik plezier in het werk dat ik mag doen. Misschien wil ik eerst ook gewoon nog een heleboel leuke en avontuurlijke momenten inhalen die ik als twintiger door de kanker heb gemist. Ik voel me in elk geval dankbaar dat ik God beter heb mogen leren kennen en vertrouw op Hem dat ik het juiste pad voor mijn leven bewandel. Dat is voor nu al meer dan genoeg.

Liefs

Deborah

Over Deborah de Meijer

Deborah is 30 jaar en komt uit Rotterdam. Ze is creatief, werkt als freelance schrijver en deelt op haar persoonlijke blog Deeserveit.nl inspirerende verhalen over positief denken en natuurfotografie. Deborah is auteur van het boek Heb kanker lief, over haar eigen ervaring met Hodgkin op 21-jarige leeftijd.

Deel deze pagina, kies je platform

2026-05-28T13:08:18+02:00
Go to Top