Ingewikkelde vraag | Deel 1


‘Hoe gaat het met je?’ vond ik vroeger een doodnormale vraag.  Sinds mijn kanker-diagnose 2 jaar geleden niet meer. Vaak weet ik niet zo goed wat te antwoorden. En wanneer de vraag uitblijft, mis ik hem. Soms ben ik er zelfs verdrietig van. Hoog tijd dus om deze goed bedoelde vraag eens tegen het licht te houden. Wat maakt hem zo ingewikkeld? Wat zegt dat over de vraag? En over mij? En over de vraag stellers? Ben ik de enige die dit ingewikkeld vindt of hebben andere (ex-)patiënten dat ook? In deze blog allereerst een aantal veel voorkomende varianten. De volgende blog gaat over hoe hiermee misschien beter mee om te gaan.  

Veel voorkomende varianten
De afgelopen 2 jaar heb ik nogal wat ‘Hoe-gaat-het-met-je?’- vraagvarianten meegemaakt:

De klinische variant. Vaak gebruikt door medici. Meestal gericht op het verzamelen van feiten over je lichamelijke wel en wee en eventuele kwalen ten gevolge van je ziekte, behandelingen en medicatie. Wordt vaak gebruikt in combinatie met de welbekende 10 punts-schaal: ‘Kunt u  op een schaal van 1 tot 10 aangeven hoeveel pijn u heeft? Hoe misselijk u bent? Hoe zwaar deze oefening voor je is? etc.  Tijdens mijn behandeldagen en  ziekenhuisopname werd de 10-punts schaal-vraag ettelijke keren op een dag gesteld door professionals van verschillende (para-)medische disciplines die tijdens een dag de ronde langs je bed maken. Totdat je het helemaal spuugzat bent.  Ook mijn toenmalige oncologische wijkverpleegkundige en mijn oncologiefysiotherapeut, die ik allebei zeer hoog acht en graag mag, gebruik(t)en deze vraag regelmatig.

De empathische, meelevende variant. Vooral gebruikt door lieve familieleden, vriendinnen en  vrienden. Vooral in de periode dat ik ernstig ziek was en tijdens het begin van mijn herstel. Vaak in combinatie met een warme, liefdevolle, enigszins bezorgde blik,  een arm om m’n schouder, een aai over m’n rug, handje vasthouden of een stevige knuffel. Dat was vóór de Coronatijd. Toen aanraken nog mocht. Zo’n vraag waardoor je je geliefd en geborgen voelt en alles durft te vertellen wat er op dat moment in je omgaat.  In het diepst van mijn ellende leidde dat meestal tot ellenlange, door medicatie enigszins verwarde opsommingen over hoe slecht ik me fysiek, mentaal en emotioneel voelde.  Meestal in combinatie met huilbuien Voor mijn dierbaren een flinke oefening in empathie en engelengeduld. En ze hebben het fantastisch gedaan!

De therapeutische variant. Het woord zegt het al. Wordt vooral gebruikt door psychologen, therapeuten en aanverwanten. Mensen die er hun beroep van hebben gemaakt om aandachtig te luisteren naar de misère van anderen. Dit bedoel ik beslist respectvol. Vaak gecombineerd met mooie andere, open, uitnodigende vragen en meestal gevolgd door bemoedigende zinnen, fraaie beeldspraken en andere perspectief gevende opmerkingen.  Motiverende gespreksvoering en positieve psychologie dus.  Een warm professioneel bad en heel opbeurend om te ontvangen!

De snelle variant. Wordt meestal via social media gesteld. Bijvoorbeeld via een appje, een LinkedIn- of Facebook bericht.  Omdat je de vraagsteller niet ziet is het over het algemeen lastig te peilen hoe groot iemands feitelijke interesse is. Dat maakt beantwoording ook lastig. Mijn initiële blijdschap met al die aandacht leverde daarom ook regelmatig een eenzaam gevoel op. Want  over en weer getypte zinnetjes uitwisselen, soms met tussenpozen van dagen tussen de vraag en het antwoord, geven nou niet echt hetzelfde gevoel van contact, zoals in face-to-face.  Toen ik zo ziek, zwak en misselijk was, had ik vaak ook niet de puf om überhaupt te reageren. Want typen was ten gevolge van verminderde spierkracht, conditie en concentratie te inspannend.  Dus niet echt een geslaagde vorm van communicatie, hoe goed bedoeld ook door al mijn social media-connecties en mijzelf.

De non-verbale variant. Deze kenmerkt zich door een aandachtige, uitnodigende ik-heb-alle-tijd-van-wereld, je-mag-me-alles-vertellen houding. Als ik dit schrijf denk ik bijvoorbeeld aan een goede, welbespraakte vriend, die ondanks zijn drukke agenda met enige regelmaat tijdens mijn ziekteperiode langs kwam. Hij ging dan in de stoel aan het voeteneinde van de bank waarop ik overdag lag zitten en wachtte rustig en aandachtig tot ik uit mezelf begon te vertellen. Zonder dat hij überhaupt de vraag hoefde te stellen. Zo uitnodigend was zijn houding.  En hij luisterde elke keer aandachtig zonder te oordelen of adviezen te geven. Iets dat hij in andere situaties heel goed kan.

De pro-forma variant. Gebruikers kan je meestal herkennen aan beperkt oogcontact en de blik op elders gericht. Ze zijn meestal  onderweg naar iets maar voelen zich min of meer verplicht om, wanneer ze je bijvoorbeeld ergens in de stad tegenkomen, toch even kort te vragen hoe het met je gaat. Varianten hierop zijn ‘Hoe is tie?’ en ‘Alles goed?’. Ik ben er inmiddels achter dat deze categorie mensen overwegend vooral goed nieuws wil horen en zeker geen uitgebreide antwoorden. Het voor de hand liggende antwoord bij deze vraag is daarom ‘Ja hoor’, gevolgd door de wedervraag ‘En met jou?’. De gemiddelde toevallige voorbijganger kan daarbij net als jij volstaan met ‘Goed hoor’ en daarna vervolgt iedereen zijn/haar weg. Deze variant komt relatief veel voor wanneer je na langdurige, ernstige ziekte weer vaker in het openbaar verschijnt.

De onverwachtse variant.  Deze komt, zoals het woord al zegt,  vooral voor op onverwachtse momenten. En overvalt je dan. Bijvoorbeeld omdat die op een moment gesteld wordt  waarop je eigenlijk helemaal geen puf hebt voor gesprekjes. Zoals bijvoorbeeld al die keren dat ik me niet goed voelde en mezelf toch naar de winkel sleepte om wat elementaire boodschappen te doen. En dan vraagt een kennis opeens ‘Hoe gaat het je?’ Het liefst zou je dan ter plekke in huilen willen uitbarsten. Maar je hebt al je energie nodig voor het tripje heen en terug, dus je probeert je flink te houden.  Nou ja, de eerste keer lukte dat niet. Daarna was ik er op voorbereid. Want zoiets wil je anderen én jezelf niet nog een keer aandoen.

De niet-gestelde variant. Deze komt vooral voor nadat de ergste ziekteverschijnselen voorbij zijn. Dan gaan alle lieve mensen die zich eerder intensief om je hebben bekommerd weer over tot de orde van hun eigen gewone leven en verdwijn je als het ware van hun  ‘wie-heeft-nu-even-extra-aandacht-nodig’-lijst. Dit bedoel ik beslist niet als schop achteraf tegen mijn dierbare intimi. Want ik snap het goed. Iedereen heeft ook zijn/haar eigen leven met eigen ups en downs en dat behoeft ook tijd en aandacht. Dus eindeloos en grenzeloos je aandacht aan zieke medemensen blijven geven is misschien iets te veel gevraagd. Maar oh, wat verlang ik ook soms nu nog – nu ik alweer 1,5 jaar kankervrij en behoorlijk zelfredzaam ben- naar die oprechte, warme, empathische  ’Hoe gaat het met je?’-vraag. Wanneer die in contact met dierbaren uitblijft, maakt me dat af en toe verdrietig.  Want persoonlijke betrokkenheid is en blijft, ook in deze herstelfase, fijn.

Kinderliedje: Hoe gaat het met je?

(met dank aan juf Barbara Broothaerts)

Vraag aan jou
Beste lezer, vind jij de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ ook zo ingewikkeld? Herken je als (ex-)(kanker-) patiënt deze varianten? Of ken je misschien nog andere? Of ben je naaste of hulpverlener van iemand met een langdurige ziekte of beperking? Wat is jouw favoriete vraagvariant in contact met hen? Leuk als je dat met ons wil delen!

In mijn volgende blogs Ingewikkelde vraag | Deel 2 t/m 5 deel ik graag nog iets meer over mijn worstelingen met deze ingewikkelde vraag en leg ik uit waarom HGHMJ zo’n belangrijke vraag is. En ik geef een aantal tips over hoe (misschien) beter met deze vraag om te gaan. Zowel voor vraagontvangers als vraagstellers.

Wil je meer weten? Houd mijn nieuwe blogposts in de gaten!

In het voorjaar van 2019 kreeg Christa van Werkum onverwachts de diagnose kanker. Gelukkig voelt Christa zich nu een stuk beter. De ziekte heeft haar veel waardevolle levenslessen gebracht. Die levenslessen deelt ze graag met anderen via haar blog.

5 antwoorden
  1. Piet Oevermans
    Piet Oevermans zegt:

    Goedemiddag,
    …fijn dat je dit aan het papier toe wil vertrouwen.
    De meeste varianten herken ik.
    Na ruim 14 jaar kanker, heb ik op dit vlak veel zien langs komen.
    Heeft ons een beetje wantrouwend gemaakt.
    ‘k wil niet generaliseren.
    We hebben gelukkig ook goede contacten..
    Je voelsprieten zijn gevoeliger geworden.

    ‘k kan nog veel meer vertellen, maar ik stop nu even
    Piet

    Beantwoorden
    • Christa
      Christa zegt:

      Beste Piet, dankjewel voor je reactie. Fijn dat jullie je al die jaren ook omringd weten door goede mensen! De goede blijven en zij die er niet mee om kunnen gaan verlies je soms helemaal het contact mee.

      Beantwoorden
  2. Willemarijn
    Willemarijn zegt:

    Zo herkenbaar, ik vind die vraag ook heel ingewikkeld. En ik weet van andere chronisch zieken (geen kanker) dat ze t ook heel moeilijk vinden!
    De meeste vormen die je beschrijft herken ik echt!
    Gelukkig is de klinische vraag van mijn arts ook wel een ‘therapeutische’ Niet dat ze erop in gaat als een psycholoog dat zou doen, maar ze bedoelt niet alleen de lichamelijke gevolgen, ze wil t ook écht weten als ik niet lekker in m’n vel zit.
    De pro-forma is zo lastig, want is dat m of is het toch gemeend? Als mensen vragen ‘gaat het goed?’ zal ik altijd ja zeggen idd 😉 t is tenslotte wat ze willen horen…
    En die onverwachtse… lastig soms maar ook soms zó fijn. Pas nog een collega, ze wilde het echt weten.

    Beantwoorden
  3. Christa
    Christa zegt:

    Beste Willemariin,
    Doen ik met deze blog begon wist ik nog niet dat het uiteindelijk 6 zouden worden, maar deze vraag roept, zoals jij ook schrijft, zoveel bij ons en anderen op. Ben benieuwd hoe jij hier mee omgaat. Heb je ,Oss hi en nog tips aan anderen? En wat vind je van mijn tips uit nr 4 en 5 van deze reeks?
    Ben zo blij dat ik hierover mag en kan schrijven.
    Groetjes,
    christa

    Beantwoorden
  4. Christa
    Christa zegt:

    Beste Willemarijn
    Doen ik met deze blog begon wist ik nog niet dat het uiteindelijk 6 zouden worden, maar deze vraag roept, zoals jij ook schrijft, zoveel bij ons en anderen op. Ben benieuwd hoe jij hier mee omgaat. Heb je ,Oss hi en nog tips aan anderen? En wat vind je van mijn tips uit nr 4 en 5 van deze reeks?
    Ben zo blij dat ik hierover mag en kan schrijven.
    Groetjes,
    christa

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.