Column Rob Favier – Ontmoetingsdag Nijverdal
Ontmoetingsdag AKJR Nijverdal 27-9-25
Toen ik vanmorgen op weg ging naar het oosten des lands, waar volgens sommigen de wijzen vandaan komen, ging er door mij heen: “Wat een mooi fietsweer wordt het vandaag. En nu ben ik straks zo dicht bij die beroemde Holterberg en ik kan hem niet rijden!” Ik ben namelijk een enthousiaste racefietser. En terwijl ik mij zat af te vragen of ik me hier gefrustreerd door moest voelen, gleden de kilometers onder mijn wielen vandaan. Je vergist je er altijd weer in. Friesland en Groningen klinken bij ons in de Alblasserwaard altijd heel ver weg, maar bij een rit naar het oosten sta je daar niet zo bij stil.
Maar wat schetste mijn verbazing dat Dorien in haar verhaal mijn favoriete psalm aanhaalde: “Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?” Dat is de psalm die ik elke dag lees als ik in de zomervakantie weer zo’n Alpencol onder handen wil nemen. Meestal is het trouwens andersom en neemt de berg mij onder handen. Net zoals wanneer je getroffen wordt door kanker. Dan gebeurt er van alles met je op allerlei gebied. Je leven verandert totaal. Dorien wist dat op indringende wijze te verwoorden en langzaam verdween mijn hunkering naar de Holterberg. Want de percentages die je daar klimt, verbleken bij de steile hellingen waar je soms voor staat als je de diagnose hebt gekregen. Hoe kom je verder? Je moet terugschakelen naar een lager verzet, want anders trap je veel te zwaar. En ook al belooft die Psalm 121 ons hele mooie dingen, het wordt bikkelen geblazen. Afzien zoals dat heet in wielerjargon. Maar heel bijzonder: dan zijn er opeens die duwtjes in je rug van iemand die met je mee fietst. Al zijn er ook goedbedoelende renners om je heen die vooral oog en oor hebben voor hun eigen dure tweewieler. En een motortje in het frame zetten is ook al geen optie. Nee, je moet het zelf doen en dat kan soms verrekte eenzaam voelen. Ook al zijn er nog zoveel medefietsers. En dan denk je net dat het weer een beetje beter gaat, is er opeens die helling van 12% die je over het hoofd had gezien. Bij zo’n beklimming kun je geen poppenkast meer spelen, maar dat geeft ook kansen. Kansen om te laten zien wat de waarde is van je leven en van de liefde die je aan andere, beginnende, fietsers mag geven. En als je weet vanuit welk perspectief je mag rijden leer je soms ook andersom kijken. Want het perspectief van waaruit christenen mogen fietsen is het uitzicht vanaf de top.
In de zomervakantie moest ik een helling beklimmen in Italië van zo’n 14% en toen ik bij de top aankwam, hoorde ik opeens koorgezang. Er ging even door mij heen: “Ben ik nu toch niet te hoog gegaan?” Maar wat bleek: boven op de top stond een kerkje en daar was een koor aan het oefenen voor een concert dat ze ’s avonds gingen geven. Omdat mijn vrouw en ik ook allebei iets hebben met muziek, werd dat een hele hartelijke ontmoeting en zijn we zelfs naar het concert geweest. Zo bijzonder kan het soms lopen, eeh, nee fietsen, als je voor een beklimming wordt geplaatst. En daarom had Dorien natuurlijk zo veel aan dat lied “How great Thou art”. Hoe groot zijt gij. Want zelfs als je niet meer mee kan zingen omdat je buiten adem bent van de beklimming, dan gaat Hij wel met je mee. “Ga met God en Hij zal met je zijn”. En waar je je witte steen ook neerlegt: je bent verbonden met elkaar. Dus een peloton. En weet je wat het bijzondere is van fietsen in een peloton? Dat het middenin zo’n peloton soms even windstil is en je het gevoel krijgt dat je gedragen wordt. Dan is het even niet afzien, maar opzien.
Rob Favier





Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!