Zaterdag 4 november 2017: Ontmoetingsdag YOUNG  

Op 4 november a.s. is er de vierde ontmoetingsdag voor jongeren die geraakt zijn door kanker. Als je jong bent en te maken krijgt met kanker komen er veel vragen op je af, zoals ‘Met wie kan ik hierover praten?’ en ‘Waarom staat God dit toe?’

Enthousiast
Wij, Noreen Hartlooper en Sijbrand Alblas, vinden het mooi om hierover in gesprek te gaan. We hebben zelf allebei op jonge leeftijd kanker gehad. Er kwamen moeilijke vragen op ons af, maar we hebben ook veel steun gehad aan het geloof. Dit maakt ons enthousiast om iets te betekenen voor anderen met kanker. De vorige ontmoetingsdagen kwamen veel mooie gesprekken op gang en bovendien was het erg gezellig. We zijn met een leuke groep en hebben dus zin in het vervolg!

Wanneer

Zaterdag 4 november a.s. De locatie is op dit moment nog niet bekend.

Meer info en aanmelden
Wil je weten waar deze dag gehouden wordt en/of wil je meedoen? Stuur ons dan een bericht via young@alskankerjeraakt.nl. Je ontvangt dan meer informatie. Deelname aan deze dag is gratis.

Noreen Hartlooper en Sijbrand Alblas

Ontmoetingsdag YOUNG

Op 4 februari a.s. is het Wereldkankerdag. YOUNG organiseert dan een ontmoetingsdag voor jongeren die geraakt zijn door kanker. Als je jong bent en te maken krijgt met kanker komen er veel vragen op je af, zoals ‘Met wie kan ik hier over praten?’ en ‘Waarom staat God dit toe?’

Enthousiast
Wij, Noreen Hartlooper en Sijbrand Alblas, vinden het mooi om hierover in gesprek te gaan. We hebben zelf allebei op jonge leeftijd kanker gehad. Er kwamen moeilijke vragen op ons af, maar we hebben ook veel steun gehad aan het geloof. Dit maakt ons enthousiast om iets te betekenen voor anderen met kanker. De eerste ontmoetingsdag kwamen veel mooie gesprekken op gang en bovendien was het erg gezellig. We hebben dus ook zin in het vervolg!

 Locatie en tijd
We ontmoeten elkaar op 4 februari om 11.00u bij De Heeren van Suylighem, Maas-Waalweg 15, 5305 TC Zuilichem. We lunchen hier en bij mooi weer maken we een wandeling. Als afsluiting gaan we bowlen. Deelname aan deze dag is gratis.

Spread the word
Als je zelf al jong geraakt bent door kanker dan is het fijn als je ons een bericht stuurt. We kunnen je dan meer informatie geven over deze dag. En vertel het ook verder aan anderen die mogelijk geïnteresseerd zijn. Aanmelden kan via young@alskankerjeraakt.nl

Noreen Hartlooper en Sijbrand Alblas

Donnée (22): ‘Wat als mama er over een jaar niet meer is?’

csm_BEAM-over-leven-met-kanker_Donnee_4539b6a512

Als Donnée hoort dat haar moeder borstkanker heeft, staat de wereld even stil. Voor haar moeder houdt ze zich sterk, van binnen is ze bang. Want wat als ze er over een tijdje niet meer is? Lees het bijzondere haal van Donnée: over angst, chemo’s, een moeder zonder borst en nieuwe hoop.

“Het is 21:30 uur, vrijdagavond. De sfeer in huis is raar. Vooral mama kijkt alsof er iets niet goed is. Heeft iemand een ongeluk gehad? Ontslagen? Als mijn moeder begint te vertellen dat ze die dag naar de dokter is geweest, weet ik: dit is fout. Ze krijgt het niet over haar lippen en uiteindelijk spreekt mijn vader het uit. ‘Borstkanker’. Het is stil. Ik, mijn broer en zusjes weten niks uit te brengen. Daarna volgen de rationele vragen. Waar zit het precies? Hoe kwam je er achter? Dan besef ik het. Mijn moeder heeft borstkanker. De eerste traan rolt over mijn wang. Ik ben bang. Gek genoeg besef ik mij gelijk hoe gezegend ik ben. Mama staat hier niet alleen voor. We doen dit met z’n allen. We zijn samen.

Morgen gaat niet beter
De eerste week is heftig. Op zondag naar de kerk gaan is de eerste grote uitdaging. Wat als ik moet huilen? De dienst is mooi en confronterend tegelijk, want waar is God op dit moment voor ons? Een knuffel van één persoon na de dienst zorgt er bij mij voor dat ik mijn tranen niet meer in kan houden. Misschien gaat het morgen iets beter. Maar het gaat niet beter. Ik loop die dag gewoon stage. Als ik aan het einde van de dag probeer te rapporteren, heb ik geen idee wat er die dag is gebeurd. Het enige wat ik nog weet is dat een kind met ‘kanker’ schold. Diezelfde week horen we dat de enige uitzaaiing in de oksel zit. Deels een opluchting, maar toch ook niet. Alles is zo dubbel.

Het moment waarop mama voor het eerst haar kale hoofd laat zien is gek. Ze heeft haar haar laten afscheren om te voorkomen dat ze telkens plukken verliest. We moeten stiekem wel een beetje lachen om het mooie ronde hoofd van haar. Een kort moment waarop we het even kunnen verdragen. De weken die volgen staan in het teken van de chemokuren. Lichamelijk gaat de ene chemo beter dan de andere, vooral emotioneel heeft mama het zwaar.

In die tijd woon ik zo goed als thuis. ik loop vaak mama’s slaapkamer in. Zij huilt, ik luister en stel vragen. Op mijn manier probeer ik haar te helpen met haar gedachten en angsten. Als ik de kamer uitloop, schakelt mijn rationaliteit uit en komen mama’s angsten en gedachten bij mij binnen. Wat als ze er inderdaad over een jaar niet meer is? Ik ga twee keer met mama naar de chemotherapie. We praten veel terwijl het, zoals mama het noemt, gif door haar aderen stroomt. Het brengt ons als moeder en dochter dichtbij elkaar. Het is niet de manier die ik had gewild, maar het is waardevol.

Mijn moeder zonder borst
In de zomer wordt mama geopereerd. Een aantal weken later beginnen de bestralingen: het laatste onderdeel van de behandeling. Mama vraagt aan mij of ik een keer met haar mee zou willen. Natuurlijk wil ik dat. Dokteren leggen mama op een tafel. Terwijl zij hun werk doen, zie ik mijn moeder zonder borst. Het is confronterend, maar ik merk dat dit alweer iets minder bij mij binnen komt dan toen ik mama kaal zag. We lopen samen het ziekenhuis lachend uit, terwijl we lol hebben over de meest onnozele dingen.

Ongeveer een maand na het einde van alle behandelingen word ik wakker gebeld. Het is mama. Ze klinkt bezorgd en vraagt of ik naar huis wil komen. Ze heeft veel pijn in haar rug en maakt zich zorgen. Papa is op dat moment op trainingsweek en kan niet snel thuis zijn. Als ik de woonkamer binnenloop, zie ik mama op de bank liggen. Ik knuffel haar en ze huilt direct. Er gaat een schok door mijn lichaam. Het zal toch niet? We zitten een groot deel van de dag in het ziekenhuis voor onderzoeken. De arts durft geen zekerheid te geven en laat scans maken. Papa besluit om naar huis te komen. Na twee dagen horen we gelukkig dat alles toch goed blijkt te zijn. Mama zegt zelf: ‘Jongens, goed nieuws, ik heb alleen artrose.’ Over relativeren gesproken.

Je hoeft niet bang te zijn
Afgelopen tijd heb ik mij proberen vast te houden aan een tekst die ik als klein meisje voor mijn ouders zong in een toen moeilijke periode:

‘Je hoeft niet bang te zijn,
Al is er zorg of pijn,
De HEER zal als een muur,
Rondom je leven zijn.’

Een maand geleden liet iemand in de kerk het nummer ‘Blessings’ van Laura Story horen. Het nummer verwoordt voor mij perfect hoe vol van twijfel en angst wij als mens kunnen zijn en dat God ook juist door de ‘trials’ zijn ‘verborgen genade’ laat zien. Het enige wat wij hoeven te doen is onze ogen ervoor te openen.

‘We pray for wisdom, Your voice to hear
And we cry in anger when we cannot feel You near
We doubt Your goodness, we doubt Your love
As if every promise from Your Word is not enough
All the while, You hear each desperate plea

And long that we have faith to believe
‘Cause what if Your blessings come through raindrops
What if Your healing comes through tears
What if a thousand sleepless nights
Are what it takes to know You’re near
And what if trials of this life are Your mercies in disguise’

Inmiddels zijn we een jaar verder. Met mama gaat het goed. Ik vind het mooi om te zien hoe ze dingen weer oppakt en het ‘gewone’ leven weer ingaat. ‘Donnée, hoe gaat het nou eigenlijk met jou?’ Die vraag kreeg ik af en toe op een borrel van studentenvereniging NSEde of van vriendinnen. Nooit had ik een heel duidelijk antwoord. Inmiddels heb ik dat wel: Het gaat goed! Ik ben gezegend met een ijzersterk gezin, een genezen moeder, lieve vrienden en vriendinnen en bovenal een geweldig liefdevolle en trouwe hemelse Vader.”

Heb jij te maken (gehad) met kanker en wil je daar met andere christelijke jongeren over praten? Kom naar de ontmoetingsdag van ‘Als kanker je raakt – Young’ op zaterdag 28 mei in Katwijk. Info en opgeven via alskankerjeraakt.nl of young@alskankerjeraakt.nl.

Deze column is verschenen in de serie ‘Over leven met kanker’ op BEAM: www.eo.nl/beam.

Chaira (19): ‘Ik schrok me rot toen ik het woord kanker hoorde’

csm_BEAM-Over-leven-met-kanker_Chaira_97d837a4d2

Chaira was net 18 jaar toen er bij haar kanker werd ontdekt. Dat was een keiharde klap, maar het bracht haar ook veel: “Ik geniet nu echt veel meer van het leven.”

“Achttien jaar was ik geworden. Ik had net mijn rijbewijs gehaald. Er zat een plekje op mijn kaak dat steeds ging bloeden en dat werd een zwelling, dus zei de tandarts dat ik even naar de kaakchirurg moest. Na wat onderzoek bleken er kwaadaardige cellen in mijn kaak te zitten. Dat moest er ‘effe’ uit worden gehaald, vertelden ze me heel nonchalant. Toen ik in het ziekenhuis kwam, viel ineens het woord ‘kanker’. Ik schrok me rot.

Pas op de terugweg naar huis kwam het binnen: dit gaat over mij. Vanaf toen ging het in sneltreinvaart. Een week later volgden MRI-scans, puncties, röntgenfoto’s, de hele rataplan. Weer een week later ging ik onder het mes. Ik kreeg overal voorrang, want die kwaadaardige tumor in mijn kaak moest er zo snel mogelijk uit, net als een stuk kaakbot en een paar kiezen. Het was een heftige operatie en kon mijn mond amper nog opendoen. Mijn lippen waren tien keer zo dik, niet echt charmant.”

Buiten adem
“Ik moest opnieuw leren eten. Dat was een enorme strijd. Over een boterham deed ik een uur. Ik had trek en wilde eten, maar het lukte gewoon niet. In een week tijd viel ik zeven kilo af, dus kreeg ik flesjes met voeding. Er volgde nog een operatie, omdat het weefsel rondom mijn kaak nog niet helemaal gezond was. Doordat ik weinig voedsel binnenkreeg, had ik bijna geen energie. Liep ik een klein stukje, dan was ik al buiten adem. Ik sliep heel veel en kon twee maanden niet naar school. Tijdens het BEAM Festival zat ik sip op de bank thuis omdat ik niet kon gaan. Ik baalde enorm.

Dat ik kanker kreeg was voor mij een enorme klap en ik ben keihard stilgezet. Ik heb wel eens gedacht: ‘Waarom laat God dit gebeuren?’. Mensen vragen wel eens of ik boos ben op God. Dat ben ik zeker niet. Ook ben ik nooit bang geweest om dood te gaan. Dat ik zo snel kon worden behandeld, dat ik ontzettend veel kaartjes kreeg, dat geen van mijn vriendinnen me lieten vallen, dat ik na de operatie niet bestraald hoefde te worden en dat ik best snel ben hersteld: ik zie het als tekenen dat God voor mij zorgt. Er zit nog een heel groot gat in mijn mond en ik heb een prothese die ik vaak moet schoonmaken, dus ik word er nog dagelijks mee geconfronteerd. Gelukkig wordt het gat in mijn kaak dit jaar dichtgemaakt.”

Huilend in de auto
“Toen ik uit het ziekenhuis werd ontslagen zat ik huilend in de auto terug naar huis, omdat ik zo genoot van alles wat ik om me heen zag: de natuur, herfstbladeren aan de bomen, een roofvogel die over de auto vloog, de paarden langs de weg. Ik weet niet waarom ik deze rotziekte moest krijgen, maar ik besef dat het heel anders had kunnen aflopen.

Het klinkt misschien gek, maar ik ben dankbaar dat ik dit heb meegemaakt. Het heeft me zo veel gebracht. Ik ben nog weleens onzeker over mijn gezondheid en raak sneller in paniek als ik iets voel, maar ik geniet echt veel meer van de kleine dingen van elke dag. Dat is wat ik andere jongeren graag wil meegeven: neem het leven niet zoals het is, maar besef hoe mooi het is. Wees jezelf, doe wat je energie geeft, geniet van het leven. Snuif eens een keer extra die lucht op, geniet van die regendruppels op je huid.

Op Opwekking wordt ‘Our God’ van Chris Tomlin vaak gezongen. De woorden ‘And if our God is with us, than what can stand against’ hebben nu een hele andere lading voor mij gekregen. Ik heb zoiets van: kom maar op, de kanker is overwonnen, God staat achter me. Hij is bij me en sleurt me er doorheen. Hij weet wat het beste voor me is en wat er voor me klaarligt. Daar houd ik me aan vast.”

Heb jij te maken (gehad) met kanker en wil je daar met andere christelijke jongeren over praten? Kom naar de ontmoetingsdag van ‘Als kanker je raakt – Young’ op zaterdag 28 mei in Katwijk. Info en opgeven via alskankerjeraakt.nl of young@alskankerjeraakt.nl.

Deze column is verschenen in de serie ‘Over leven met kanker’ op BEAM: www.eo.nl/beam.

Myrthe (20): ”Ik dacht altijd dat hij beter zou worden”

csm_myrthe_bb04235730

Myrthe (20) was pas veertien toen ze hoorde dat haar vader kanker had. Negen maanden later overleed hij. Nu, na zes jaar, is de pijn er nog steeds: ”Ik zal nooit weten hoe het is om als twintigjarige een vader te hebben.”

”Op mijn veertiende kreeg mijn vader een hersentumor. Hij had last van uitvalsverschijnselen en ging naar de dokter voor onderzoek. Eerst dachten we dat het epilepsie zou zijn, want dat zit in de familie. Op de dag van de uitslag vertelden mijn ouders dat het kanker was. Mijn eerste gedachte was: ‘Okay.’ Het drong niet echt door, ik wist niet goed wat het inhield. Ik had kanker nooit van dichtbij meegemaakt.”

God huilt mee
”Het is snel gegaan voor mij. Als ik eraan terug denk, zijn er vlagen die ik mij herinner. Sommige stukjes ontbreken of zijn in die tijd langs me heen gegaan. Mijn vader heeft een half jaar thuis gelegen, hij was halfzijdig verlamd. Ik heb eigenlijk altijd gedacht dat hij beter zou worden, zelfs tot vlak voordat hij stierf. Ik bad of God mijn vader beter wilde maken hier op aarde. Ik had veel hoop, ik denk dat dat goed voor me is geweest, op die leeftijd. Een week voor zijn overlijden ging het zo slecht dat ik me afvroeg of het niet ergens egoïstisch was om te vragen of hij hier mocht blijven, terwijl hij zo ziek was en ernaar verlangde om naar God toe te gaan. Een week later overleed hij.

Mijn vader had gezegd dat we niet in het zwart mochten komen op de begrafenis. De auto’s waren wit, zoals hij dat wilde. Je vader begraven is heel zwaar, maar het was ook heel bijzonder. Toen we van de kerk naar de begraafplaats liepen, begon het een beetje te regenen. Het voelde alsof God met ons meehuilde en wilde laten zien dat het Hem ook verdriet doet. Het was heel, heel moeilijk om de kist definitief naar beneden te zien zakken. Dat was het zwaarste moment van de dag.”

Ik denk aan je
”Ik herinner mijn vader als een hele enthousiaste, vrolijke, sterke, grote, lieve vader. Heel aanwezig ook, hij bracht veel geluid met zich mee. Als hij thuiskwam, speelde hij altijd even een riedeltje op de piano. Mijn vader was gek op pianospelen. Als ik ergens een vleugel zie staan, moet ik meteen aan hem denken. En als ik pianospel hoor, raakt dat me. Dat hoor ik nooit meer van hem. Dan komt het even extra binnen hoe erg ik hem mis. Ik ben zelf ook muzikaal, dat heb ik van mijn vader. Ik zing en heb ooit geleerd om piano te spelen. Ik kan het waarschijnlijk nog, maar ik doe het niet meer. De drempel om dat op te pakken is te hoog.

Er was een soort onuitgesproken afspraak om mijn vader in gesprekken levend te houden. Mijn zusje was acht toen mijn vader overleed. Ook voor haar willen we herinneringen ophalen. We kunnen het er heel goed over hebben. Het vele praten en herinneringen ophalen helpen me om ermee om te gaan. Ik vind het nog steeds moeilijk om het verdriet toe te laten, omdat het echt heel veel pijn doet.

In het opwekkingslied ‘in het diepst de nacht’ zingen ze: ‘Waar bent U? In het diepst van mijn pijn roep ik het uit.’ Die momenten zijn er ook echt wel. Soms vraag ik me af: waarom? Ik zal het nooit echt begrijpen, maar ik weet dat God mij niet alleen laat. Hij heeft het ook niet gewild, dat stelt me gerust. Een liedje dat voorbij komt, een tekst die ik ergens zie of een zonnestraal op mijn huid doen me bedenken: ik hoef het niet alleen te doen, God laat mij niet los. Ook al voelt het niet altijd zo, Hij is er wel.

Mijn vader zei in zijn ziekteperiode dat hij een luikje boven zijn bed had waardoor hij naar de hemel kon kijken. Op het moment van zijn overlijden staarde hij naar dat luikje. Ik dacht: ‘Zou Jezus daar staan met zijn armen wijd open, zo van ‘kom maar’?’. Op momenten dat ik twijfel, denk ik daaraan.”

Gemis
”Ik zal nooit weten hoe het is om als twintigjarige een vader te hebben. Wat doet je vader dan? Ik denk dat het belangrijk is om te horen van je vader dat hij trots op je is, dat kan ik niet meer van hem horen. Ik mis ook dat ik ’s avonds op de bank tegen hem aan kan hangen. Ik kroop altijd bij hem op schoot. Ik heb geleerd om te genieten van kleine dingen, omdat ik weet hoe snel iets over kan zijn en dat niets vanzelfsprekend is.”

”Het verlies van mijn vader is er elke dag. Ik sta ermee op, ik ga ermee naar bed. Het is een deel van mij, het heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. In zekere zin heeft het me ook sterker gemaakt. Ik hoop dat ik in de toekomst mijn levenservaring kan gebruiken in mijn werk met mensen. Ik wil graag iets doen met rouwbegeleiding met jonge kinderen. Als iemand hetzelfde meegemaakt heeft, voel je dat aan en heb je minder woorden nodig. Omdat ik dat zelf zo fijn vond, wil ik er ook zijn voor anderen.”

”Ik kwam laatst de tekst tegen: ‘echte troost is dat je verdriet mag bestaan’. Het is al zes jaar geleden, voor de wereld moet je je leven alweer opgepakt hebben. Deze tekst vertelde dat de pijn het verlies er mag zijn. Juist nu, ook na zes jaar.”

Tekst: Lola Brouwer

Heb jij te maken (gehad) met kanker en wil je daar met andere christelijke jongeren over praten? Kom naar de ontmoetingsdag van ‘Als kanker je raakt – Young’ op zaterdag 28 mei in Katwijk. Info en opgeven via alskankerjeraakt.nl of young@alskankerjeraakt.nl.

Deze column is verschenen in de serie ‘Over leven met kanker’ op BEAM: www.eo.nl/beam.

Rozemarijn (17): ‘Ik had net zo goed nu geen mama meer kunnen hebben’

Rozemarijn-Over-leven-met-kanker_4b017deb73

Ondanks dat Rozemarijn nog maar zeven jaar oud was toen haar moeder kanker kreeg, weet ze er nog heel veel van. “‘Mama heeft kanker’. Ik denk dat die drie woorden de ergste woorden zijn die je in je leven te horen kunt krijgen.”

“Zeven jaar was ik toen er kanker werd geconstateerd bij mijn moeder. Ik had twee zussen van tien en dertien jaar, we waren allemaal nog heel jong. Mijn oma was ook ziek geweest, net als meer mensen in mijn familie. Zij was er wel aan overleden, dus dan is het toch wel dubbel schrikken.

Ook al was ik nog heel jong, ik weet het nog heel goed. Een vakantiehuisje in Duitsland wat voor altijd in mijn geheugen staat gegrift. Een herfstvakantie die ik nooit meer zal vergeten. De regen die tegen de ruiten tikte terwijl ik aan het puzzelen was op de grond. ‘Meisjes, komen jullie even aan tafel zitten?’ Enigszins tegensputterend gingen we zitten, ik op schoot, en Rosanne en Sarah op de stoel. Wat was er aan de hand? Toen de woorden van mijn vader: ‘Mama en ik willen jullie iets vertellen.’ En dan de desbetreffende, harde woorden. ‘Mama heeft kanker.’

Onze mama, mijn mama. Ik denk dat die drie woorden de meest erge woorden zijn die je in je leven te horen kunt krijgen.

Vanaf het moment dat we thuis kwamen, gingen we door een routine heen die ik nooit meer mee hoop te maken. De eerste chemo, de eerste bestraling, de eerste operatie. Door de chemo werd mijn moeder kaal. In plaats van te wachten op het uitvallen van haar krullende haren, besloot ze alles er vroegtijdig af te laten scheren door mijn vader. Ik zie ons daar nog zitten met z’n vijven. ‘Kijk eens, meisjes. Vreemd he? Maar wel een beetje mooi, toch? Voel maar eens. Nou heb ik geen haren meer.”

Doodzieke mama
“Sommige geluiden of momenten vergeet je gewoon niet meer. Het beeld van een doodzieke mama in haar ziekenhuisbed, of van een papa die compleet gesloopt was. Mijn vader en moeder waren dapper en hielden de tranen voor ons achterwege. Beiden bleven ze glimlachen, om voor ons de angst zo klein mogelijk te houden. Ze wilden mooie woorden spreken om ons beter te laten voelen. Ik heb daar nog steeds bewondering voor.

Voor mijn gevoel heeft mijn moeder heel lang in het ziekenhuis gelegen. Hoe lang dit precies was weet ik niet, maar de momenten dat ze niet thuis was hebben er wel ingehakt. Iedere avond naar het ziekenhuis om mama te bezoeken, dat was iets waar ik naar uitkeek als ik op school zat. Ik wilde mama weer zien en spreken en haar aan het lachen maken. Voor iedereen gaat het leven door, maar op het moment dat je met kanker te maken krijgt, ga je heel bewust van dag tot dag leven.”

Hechter
“Mijn moeder is – thanks to the Lord – genezen. De kanker heeft haar niet weten te verslaan, wij hebben gewonnen. God heeft ons hier doorheen gesleept. Ook als gezin zijn we door deze gebeurtenis sterker en hechter geworden. Ondanks dat dit niet de manier is waarop je het wil, is het toch een positief punt uit deze moeilijke periode.

Afgelopen jaar was ze tien jaar kankervrij. Daar sta je bij stil, en dan pas besef je hoe het ook af had kunnen lopen. Ik had net zo goed nu geen mama meer kunnen hebben. Ik had haar net zo goed alleen nog maar op een foto kunnen zien, of een verhaal over haar kunnen horen. Maar dat is niet zo. Ik kan haar in het echt zien, en de verhalen hoor ik ván haar.

Natuurlijk zijn de gevolgen van zo’n periode ingrijpend. Mama was moe, kon weinig ondernemen en werd arbeidsongeschikt verklaard. Ze kan nu nog steeds niet werken. Gelukkig heeft God haar, en ons als gezin, nooit laten vallen. Ik ben nog wel eens bang. Bang dat het terugkomt. Ik ben bang op de momenten dat mama ergens last van heeft en naar het ziekenhuis moet. Om haar ooit alsnog te verliezen. Soms denk ik terug aan die vreselijke tijd en kan ik direct gaan huilen. Maar al snel breekt dan mijn glimlach door, omdat ik weet dat ze nog bij me is.”

Heb jij te maken (gehad) met kanker en wil je daar met andere christelijke jongeren over praten? Kom naar de ontmoetingsdag van ‘Als kanker je raakt – Young’ op zaterdag 28 mei in Katwijk. Info en opgeven via alskankerjeraakt.nl of young@alskankerjeraakt.nl.

Deze column is verschenen in de serie ‘Over leven met kanker’ op BEAM: www.eo.nl/beam.

Rogier: ‘Mijn leven staat op pauze’

Over-leven-met-kanker_Rogier-Hoek_3e651c2bda

Het is niet de eerste, ook niet de tweede, maar de derde keer dat er bij Rogier (26) kanker is geconstateerd. En toch blijft hij nuchter. Rogier: “Ik heb de strijd om antwoord te krijgen op al mijn vragen opgegeven. Dat geeft rust.”

“Het was rond Pasen 2007, dat ik voor het eerst iets voelde in mijn nek. Ik was 17 jaar. De huisarts dacht dat ik opgezette lymfeklieren had door een verkoudheid. Totdat de knobbel in mijn nek ineens zo groot werd als een tennisbal. Er werd groot alarm geslagen en ik moest meteen door naar het ziekenhuis, waar ik op de afdelingen ‘hematologie’ en ‘oncologie’ belandde.  Termen waar ik nog nooit van had gehoord als naïeve 6 vwo-er. Heel geleidelijk kreeg ik in de gaten dat het goed mis met me was en dat het met kanker te maken had.

Tijdens mijn eindexamens had ik mijn eerste chemo. Gelukkig was die vrij licht, waardoor ik weinig bijwerkingen had. Ik werd wel kaal en kreeg wat concentratieproblemen, maar ik sloot al mijn vakken voldoende af. Ik heb wel gedacht: waarom dit? Waarom ik? Waarom nu? Gelukkig was de prognose goed. Natuurlijk, ik had kanker en het was ernstig, maar het was goed te behandelen. Overal om me heen werden gebedsgroepjes opgericht. Eén plus één was twee, natuurlijk zou ik genezen.”

Weer aan de chemo
“Dat gebeurde. Ik ging civiele techniek studeren aan de TU Delft, met de specialisatie verkeerskunde. Maar toen ik was afgestudeerd en ik een jaar had gewerkt bij een aannemer, kwam de kanker terug. Dat was in juni 2014. Ik moest weer aan de chemo, dit keer gevolgd door een autologe stamceltransplantatie. Dat wil zeggen dat mijn stamcellen werden ingevroren, mijn hele immuunsysteem werd verwijderd, waarna mijn stamcellen weer werden teruggeplaatst. Weer die spanning en weer die existentiële vragen. Opnieuw werd er heel veel voor mij gebeden en opnieuw werd ik beter.

De dokters hadden tegen me gezegd: als je deze behandeling hebt gehad, komt het niet meer terug. Komt het wel terug, dan heb je een groot probleem. Dus toen ik twee maanden geleden wakker werd doordat ik merkte dat er weer iets in mijn nek zat, raakte ik in complete paniek. Ik dacht letterlijk: nu ga ik dood. Waar de prognose de eerste twee keren hoopvol was, is dat nu echt heel anders. Op dit moment heb ik chemo’s om de ziekte onder controle te houden en ik wacht op een donor voor nog een stamceltransplantatie. Ik heb nog een lange weg te gaan en mijn toekomst staat helemaal niet vast.”

Huisje, boompje, beestje
“Je bent er zo nuchter over, zeggen mensen wel eens tegen me. Natuurlijk heb ik nog wel mijn angstmomenten. En inderdaad, je hoort op deze leeftijd nog niet na te denken over de dood. Het is soms echt frustrerend. Leeftijdsgenoten zijn bezig met huisje, boompje, beestje, ik woon nog thuis omdat ik verzorging nodig heb. Ik kan niet solliciteren, want ik kan elk moment een zware behandeling ingaan. Mijn leven staat op pauze.

Toch heb ik de strijd om antwoord te krijgen op al mijn grote levensvragen opgegeven, want dat putte me uit. Mij geloof in God en het Evangelie bieden mij perspectief en geven mij rust in de vragen die onbeantwoord blijven. Doordat ik veel over het leven en de dood lees en nadenk, wordt het bekend terrein voor me. Het verliest zijn lading niet, maar het wordt wel vertrouwder. En het maakt me een completer mens.

Pas hoorde ik het liedje ‘Treur niet’, met daarin de tekst ‘Proost op het leven en treur niet om mij’. Ik dacht: wat een leegte, wat een geestelijke armoede. Alsof de dood alleen maar een bron van treurnis kan zijn. Denk eens aan mensen als Moeder Theresa en Ghandi. Zij zijn overleden, maar nog steeds zijn ze een bron van inspiratie en levenskracht voor velen. Dat is voor mij het hoogste dat je kunt bereiken. Een bron van inspiratie zijn, ook na je dood.”

Heb jij te maken (gehad) met kanker en wil je daar met andere christelijke jongeren over praten? Kom naar de ontmoetingsdag van ‘Als kanker je raakt – Young’ op zaterdag 28 mei in Katwijk. Info en opgeven via alskankerjeraakt.nl of young@alskankerjeraakt.nl.

Deze column is verschenen in de serie ‘Over leven met kanker’ op BEAM: www.eo.nl/beam.