Gelezen: Leven met de dood van Leo Fijen

Een boek vol met verdriet, veel verdriet, dat is ‘Leven met de dood’. Verdriet om een lieve partner, om een jonge vader of moeder, maar ook om ouders op leeftijd. En vooral ook verdriet om (soms nog heel jonge) kinderen, pubers en jongvolwassenen. Sommigen zelfs door een gewelddadige dood, een brand of een ramp om het leven gekomen.

Maar ‘Leven met de dood’ is, naast een boek met verdriet, ook een boek vol van leven. De auteur brengt bij rouwenden de vraag ter sprake welke woorden kracht hebben gegeven rond de dood van een dierbare. Ze vertellen welke woorden hen in hun verdriet hebben aangesproken. Rouwdeskundigen delen in dit boek ook gedichten over de dood en verbinden deze aan een persoonlijk verhaal. Ze geven zo gedachten mee over wat wel of niet werkt in het contact met rouwenden.

Rouwdeskundige Marinus van den Berg twijfelt hardop aan wat hij kan zeggen in situaties van grote rouw. Zijn er dan wel woorden die kracht geven en troost bieden, vraagt hij zich af en verwoordt dit onder meer als volgt:

‘Is er dan wel een woord dat licht en je op adem laat komen, als het meest verschrikkelijke je meedogenloos raakt, zijn ze niet, hoe goed ook bedoeld, als een tentje dat even wordt neergezet om even later alweer te worden meegenomen in de koude storm die maar niet tot bedaren komt, het gemis dat niet minder wordt, maar meer.’

‘Of werken woorden soms niet meer en niet minder dan het blazen tegen bevroren ramen om te zien of er toch ergens ’n dageraad daagt.’

Rouwdeskundige Manu Keirse ageert tegen allerlei goedbedoelde adviezen, die mensen zo doodmoe kunnen maken. Hij ziet troosten als een bedding voor verdriet:

‘Troosten is kunnen zwijgen en in een blik, in een aanraking signalen van hoop, veiligheid en vertrouwen laten voelen. Het is samen worstelen, zoeken en hopen. Het is participeren in het verdriet, veeleer dan wegnemen van verdriet. Het is verdriet durven noemen. Troosten is mensen helpen te leven met vragen waarop geen antwoorden zijn. Troosten is geen dam tegen, maar juist een bedding voor verdriet.’ 

Toch blijft het wagen van een poging woorden neer te leggen, die kracht en troost geven, te midden van het verdriet, de moeite waard. Hoe onbeholpen ook, er wordt in woorden verbinding gezocht met de ander. Ook een gedicht aanreiken of achterlaten kan helpend zijn.

En misschien is de mooiste dichtvorm dan wel een gebed. Het gaat in een gebed om verbondenheid met elkaar, met de ander en ook met de Ander. Waar verbondenheid aanwezig is, wordt ‘leven met de dood, ondanks alle verdriet, tot een onmogelijk lijkende mogelijkheid!

Gettie Kievit

Gelezen: Slotcouplet van Sander de Hosson

“Geneeskunde is soms genezen
vaak verlichten
altijd troosten..” (Cicely Saunders)

Zo werkt, vertelt en schrijft longarts Sander de Hosson in zijn boek “Slotcouplet”.
Hij behandelt patiënten met een ongeneeslijke ziekte, mensen die in een laatste levensfase zijn gekomen. Het gaat over sterven, maar vooral over het leven voor het sterven.

Leven vanuit belangrijke waarden. Die je gegeven worden vanuit hulpgevers, die daarop gericht zijn, maar ook voor jou als zieke mens. Ondanks je afhankelijkheid van de medische kennis, medicijnen of behandeling, mag je samen zoeken naar dat wat voor jou als mens van waarde is. En dat beschrijft Sander de Hosson in persoonlijke ervaringen en in veel verschillende verhalen.

Het raakte mij, toen ik hem ‘live’ een keer heb horen vertellen op een symposium over palliatieve zorg. Het laat eens een andere kant zien van de belevingswereld van iemand die zorg over je draagt.
Maar het laat ook de kant zien hoe leven waardevol kan zijn en hoe je als zieke mens, nog kleur kan geven aan je leven. Een boek met verhalen die je ontroeren, je kunnen confronteren, maar ook een nieuwe kijk geven op ziekte, leven en sterven.

Lees niet alle verhalen achter elkaar; dat was voor mij wat teveel; tenslotte is er “voor alles een tijd”. Een boek dat je laat nadenken en al inspireert in de eerste zin van zijn voorwoord: “Leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven”.

Dorien Koetsier

Gelezen: U bent altijd bij mij – van Aukje en Wilkin van de Kamp

“Veel mensen met kanker worstelen na de behandeling met levensvragen. Na de behandeling begint misschien wel de grootste strijd: hoe moet ik ook alweer mijn leven leiden?”, las ik in de Trouw van woensdag 11 april. De dienst geestelijke verzorging van het VUmc in Amsterdam ontwikkelde hiervoor een schrijftraining, waarbij deelnemers een spirituele autobiografie schrijven. “Door het beschrijven van belangrijke momenten uit hun verleden, ontdekken ze weer wie ze zijn en hoe ze de toekomst willen aangaan. Waar gaat het nu ten diepste om?” Na twee jaar van ziekenhuisbezoeken, vertelt een patient, was de behandeling afgerond. “‘Tot volgend jaar’, zeggen ze dan. Ik schrok – ineens stond ik er alleen voor. worstelde met vragen over zingeving en ging het gesprek met God aan. Ik vroeg me steeds vaker af: Als ik doodga, waar ga ik dan heen? De hemel? Ik weet het niet meer, ik heb er helemaal geen beeld meer bij.”

Ook Aukje van de Kamp die een knobbeltje in haar borst ontdekte en zo een langdurig ziektetraject in ging, worstelde met zingevingsvragen. Zij beschrijft al tijdens het ziekteproces hoe ze daar mee omgaat en maakt ons zo ook deelgenoot van (een gedeelte van) haar spirituele autobiografie. Hier volgen enkele treffende citaten over wat ze allemaal ondergaat:

“Onderweg naar het ziekenhuis doemen allerlei scenario’s voor mijn ogen op. Ik wil me maar aan één ding vasthouden en dat is dat God voor me zorgt. Het eerstvolgende uur in het ziekenhuis krijg ik allerlei medische termen te horen. Het enige dat me echt bijblijft, terwijl ik in een waas van tranen voor me uitkijk is, dat ik morgen vόόr twaalf uur moet vertellen of ik een borstbesparende operatie of een amputatie wil.”

“Vrijwel direct nadat ik mijn plekje in de wachtruimte heb ingenomen, kijk ik om me heen en vraag Gods zegen voor al mijn lotgenoten. Ik neem geen deel aan negatieve gesprekken die ik om me heen hoor, maar verdiep me in een boek of tijdschrift dat ik heb meegenomen. Op deze manier kom ik de tijd goed door. De bestraling zelf duurt maar heel even en is niet pijnlijk, maar het hele proces maakt me erg moe.”

“Aan het eind van de serie bestralingen merk ik wel dat mijn huid begint te branden. De plek op mijn borst is erg gevoelig en ik ben blij dat ik de laatste dagen bij thuiskomst kan koelen met een coldpack. Als de laatste drie bestralingen voor me liggen, maak ik een grapje dat ik voor goud ga. Een dagje brons, een dagje zilver en dan is het zover: Ik ga voor goud!”

Het bijzondere van dit boek is dat Aukje het samen met haar man Wilkin heeft geschreven vanuit een bepaald thema: en wel vanuit Psalm 23, de herderspsalm. Elk een eigen onderdeel per hoofdstuk. Wilkin leidt het hoofdstuk in met een overdenking van een versregel uit de psalm en Aukje vult aan met wat ze gedurende de gehele periode meemaakt. De titel van het eerste hoofdstuk is veelzeggend: De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets (Wilkin); Een knobbeltje in mijn borst (Aukje).

Met recht zou je dit boek een geloofsboek kunnen noemen. De auteurs geven weer dat Psalm 23 voor hen een houvast in de storm is geweest: ‘De woorden U bent altijd bij mij hebben ons door deze zware tijd heen gedragen. Een tijd waarin alles onzeker leek te zijn. Maar juist in deze tijd mochten we God van een heel andere kant leren kennen. We ontdekten dat Hij in elk seizoen van ons leven te vertrouwen is. God komt nooit te vroeg en al helemaal niet te laat, want Hij is er altijd!’

Gettie Kievit

Ik heb veel gehad aan het boek ‘Diagnose: kanker. Zoeken naar een weg’ van Stephan de Jong

Bijna 5 jaar geleden kreeg ik de diagnose kanker. Het begon met een bultje dat pijn deed… en dat toch fout bleek te zijn… Ik wist al dat het leven kwetsbaar is, maar toen werd dat heel persoonlijk; mijn eigen leven werd bedreigd… Mijn leven stond stil, mijn agenda werd overgenomen. Een verwarrende en vermoeiende tijd van intensieve behandelingen volgde: operatie, bestralingen, chemokuren en gelukkig voor mij; weer herstellen.

De tijd van behandelingen is een soort overleven. De tijd van herstel, het leven na kanker is anders. Kanker roept veel vragen op, kan een soort innerlijke chaos veroorzaken. Is het niet tijdens de behandelingen dan soms juist in de jaren erna. Je levensweg weer hervinden na kanker kan een zoektocht zijn. Er zijn vaak gevolgen op lichamelijk vlak, werk, relaties, geloof.

Zingeving
Ik heb veel gehad aan het boek: ‘Diagnose: kanker. Zoeken naar een weg’ van Stephan de Jong.
Hij beschrijft hoe de diagnose en de ziekte doorwerken in je leven. Niet alleen lichamelijk maar juist ook psychisch, emotioneel en relationeel. Zingevingsvragen, spirituele vragen komen vaak op als je geconfronteerd wordt met de eindigheid van je leven. De diagnose kanker is levensbedreigend. Waar haal je kracht vandaan? Hoe ga je verder op jouw weg? Of hoe kan je moed houden, het onontkoombare aanvaarden, het leven en geliefden loslaten? Wie ben je, wat is bepalend voor jouw identiteit? Wat is de betekenis van je leven (geweest)? En wat betekenen de verliezen die de ziekte kanker in je leven brengt?

Jouw levensweg
De schrijver put uit een lange Christelijke traditie. Hij geeft geen kant en klare oplossingen. Ieder mens is anders en gaat een eigen weg. Hij zet je aan het denken. In de Christelijke traditie zijn diverse wegen die helpen het vertrouwen op God te vinden of te hervinden. Het boek helpt je in jouw zoektocht van het leven. Wat is echt belangrijk voor jou, waar ervaar je vrede of kracht? Je hebt een ziekte (gehad) maar bent die niet! Als counselor gebruik ik dit boek ook regelmatig omdat hij goede vragen stelt en soms ook de verbeelding gebruikt om je eigen identiteit (weer) te ontdekken.

Kracht
Het boek biedt inzicht in emoties en verbindt die met het geloof en de worstelingen daarin. Elke fase van het ziekteproces komt aan bod. Het gaat ook in op vragen die je hebt als je menselijkerwijs niet meer beter wordt. Wat steeds terugkeert is dat niet wat jij allemaal doet, kan, bezit of wat anderen over jou zeggen, bepalend is voor wie je bent. Je mag (weer) leren rust vinden in de wetenschap Gods schepsel te zijn; gekend, bemind, geliefd. En door zelf, of met goede hulp, antwoorden te vinden op de gestelde vragen kan het leven meer zin krijgen en (her)vind je jouw kracht.

Wijnanda Heslinga – beeldend counselor en kunstenaar

Meer informatie over Wijnanda Heslinga lees je op www.schildertaal.nl
(Onder blog vind je vanaf mei 2013 veel blogs over wat kanker in mijn leven teweegbracht. http://schildertaal.nl/loslaten/)

 

Voor je gelezen: ‘Een niet geplande reis’

Zwaantje las dit boek in de laatste fase van haar leven. Wij mogen 20 boeken uitdelen.

UPDATE: We hebben binnen 1 dag meer dan 20 aanvragen mogen ontvangen voor het boek ‘Een niet-geplande reis, van Annette Hartman. Mooi dat Zwaantje voor zoveel mensen iets kan betekenen in het ziek zijn!
Het is vanaf nu helaas niet meer mogelijk om het boek kosteloos aan te vragen. Het boek is voor iedereen te verkrijgen op: www.pastoralecounseling.org/product/een-niet-geplande-reis/
Verkoopprijs is €9,95

Een bijzondere bijdrage in deze nieuwsbrief van Zwaantje Truin. Zij is geraakt door kanker, heeft een uitgezaaide borstkanker met uitzaaiingen in de hersenen en is nu ongeneeslijk ziek. Een half jaar geleden is zij in het bezit gekomen van het boek ‘Een niet geplande reis’, dat geschreven is door Annette Hartman. Zwaantje voelt zich gezegend dat zij dit boek mocht lezen en wil daarom graag 20 boeken weggeven aan anderen, om hen in hun ziek zijn te bemoedigen en te helpen. Een prachtig gebaar van iemand die weet dat ze in de laatste fase van haar leven is.

Zwaantje Truin is 54 jaar. Ze is getrouwd, heeft 3 kinderen en 2 kleinkinderen. In 2012 werd bij haar borstkanker geconstateerd. Sinds 2015 is dit helaas uitgezaaid. Ze heeft onlangs deelgenomen aan de ontmoetingsdag ‘Zin in leven’. Na afloop hiervan heeft ze contact met ons opgenomen, omdat ze graag in haar ziek zijn de hoop, troost en bemoediging die ze heeft mogen ontvangen, wil doorgeven aan anderen. Zwaantje schrijft hierover het volgende:

‘Ik heb in mijn periode van ziek zijn, mogen ervaren dat God nabij is. De ene keer wat meer dan de andere keer, maar Hij is de rode draad door alles heen. Ik ervaar geloofsvertrouwen. Ik weet dat Hij met mij meegaat! Hij is het is die mij die bovennatuurlijke RUST en VREDE geeft, die alle verstand te boven gaat, ook in deze laatste fase van mijn ziek zijn. Ik zou niet meer zonder willen. Ik wil wat ik gevonden heb graag delen, uit dankbaarheid en tot eer van Hem!!

Ik ben een half jaar terug in het bezit gekomen van het boekje ‘Een niet geplande reis’ van Annette Hartman. Annette Hartman was 37 jaar toen bij haar eierstokkanker werd geconstateerd. In ‘Een niet geplande reis’ vertelt zij over de reis die zij sindsdien gemaakt heeft: een reis die niet gepland was en die voerde langs wegen waar zij liever niet had willen komen. Zij schrijft op een heel makkelijke en fijne manier hoe zij dit beleefd heeft. Met name de weg samen met God hierin. Echt een lotgenote! Zij laat zien wat God in ons leven doet door het lijden heen en moedigt aan om dwars door alles heen God te blijven vertrouwen. Haar gebed is dat iedere lezer hieruit bemoediging mag putten en hierdoor dichter naar God toe mag groeien. Ik herkende heel veel in dit boek en ben echt gezegend hierdoor. Daarom vind ik het belangrijk dat ook andere mensen dit boekje lezen en hierdoor gezegend worden. Annette is echt geleid door God bij het schrijven van dit boek. En ik ben erin geleid om het mogelijk te maken dat dit boekje gratis mag worden verstrekt. Tot eer van Hem!!”

De stichting Als kanker je raakt steunt het initiatief van Zwaantje en vindt het een prachtig gebaar dat zij in haar ziek zijn iets voor anderen wil betekenen. We bevelen van harte het boek ‘Een niet geplande reis’ aan bij eenieder die geraakt is door kanker en mogen namens Zwaantje 20 exemplaren weggeven. Wil je ook bemoedigd worden door dit boek? Stuur dan een mail naar secretaris@alskankerjeraakt.nl o.v.v. je naam en adres. Wij zorgen dan dat het boek kosteloos naar je wordt toegestuurd.

Voor je gelezen: ‘Alles gaat weer voorbij’ door Aaltje van Eunen

Aaltje van Eunen, de auteur van het boek ‘Alles gaat weer voorbij’, heeft ruim een jaar lang een blog bijgehouden over het wel en wee van haar ziekteproces. Na borstkanker kreeg ze (primaire) eierstokkanker. Ook de redactie van ‘Olijfschrift’ van Stichting Olijf (het netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker) werd op haar blog geattendeerd. Men besloot één van haar blogs in hun tijdschrift te publiceren. De reden voor deze keuze was vooral de toon: ‘Het was geen klaagzang en ook geen verslag van een ziekte’. Zo kwam het dat Aaltje, naast haar dierbaren en kennissen, soms wel 850 andere bezoekers per dag op haar blog mocht verwelkomen.

In het boek worden haar ervaringen regelmatig afgewisseld met die van haar man, Herman van Bemmel. Hij is voor haar een toegewijd mantelzorger geworden. Zo komt in deze boekbespreking het thema van deze nieuwsbrief ‘Alleen of samen’ op vanzelfsprekende wijze tot uitdrukking. Mensen, die met borstkanker en/of eierstokkanker geconfronteerd zijn, zullen zich gemakkelijk kunnen identificeren met Aaltje en haar man. Bijna geen enkel onderwerp schromen ze aan te snijden. Zakelijke en persoonlijke dingen worden op een betrokken manier beschreven. Het relationele aspect in de omgang met naasten, maar zeker ook in de omgang met artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeut, psycholoog en pastor krijgt een belangrijk accent.

De lange weg van ziekzijn roept bij Aaltje ook veel persoonlijke reacties op. Soms heeft ze moeite met het begrip ‘dankbaarheid’. Ze schrijft hier uitvoerig over:

‘Op een of andere manier roept het woord ‘dankbaar’ weerstand op. Dat zal komen doordat het nogal eens om opgelegde dankbaarheid gaat. Je móet dankbaar zijn. Vooral binnen relaties steekt dit nogal eens de kop op. Ik doe zoveel voor jou, je mag weleens dankbaar zijn. In mijn werk (als maatschappelijk werkster, G.K.) kwam ik regelmatig tegen dat familierelaties verstoord waren door die eis van dankbaarheid. Komt nooit meer goed. Want de eiser vindt ook nog eens dat het spontaan moet en dat kun je bij een eis helemaal wel vergeten.

Toch ga ik het woord gebruiken. Ik ben nu vaak zó dankbaar en nog spontaan ook. Het welt zomaar op. Wat dat betreft stijgt de waardering voor de zorg die ik ontvang enorm als ik af en toe alleen gelaten word. Het moet allemaal niet te vanzelfsprekend worden. Hoe zwaar het af en toe ook is, ik word verzorgd, ik ben niet alleen. Ik kan de signalen van mijn lijf volgen omdat ik niets hoef. Er zijn ook mensen die ditzelfde doormaken en alleen zijn, die hulp moeten organiseren als ze het nodig hebben. Om maar te zwijgen over de moeders met een gezin die hier doorheen moeten en er toch ook willen zijn voor hun kinderen.

Maar ook zonder die vergelijkingen ben ik dankbaar voor wat ik ontvang. Kanker is ellende. Chemokuren en een operatie zijn zwaar en belastend. Maar binnen die omstandigheden heb ik geluk en dat waardeer ik. Niks mis met het woord ‘dankbaar ‘, als het maar spontaan mag komen en gaan.’

De schrijfster, die kort voor haar ziekte met pensioen is gegaan, beseft ook terdege dat jonge vrouwen een geheel ander proces doormaken. Zij en haar man hebben in hun leven immers vier kinderen ontvangen. Ook zijn ze in het rijke bezit van kleinkinderen. Kinderloosheid vanwege een noodzakelijke ingrijpende operatie speelt voor hen geen rol.

Op de achterflap van het boek staat te lezen: ‘Doordat het blog zoveel in zich heeft – leven, angst, humor, relativering – is het een heel lezenswaardige blog. Een ontroerend blog ook.’

Het boek is uitgegeven bij Uitgeverij Astoria in Leiden (copyright 2013 Herman van Bemmel).

Gettie Kievit

Voor je gelezen: Mintijteer door Esther Maria Magnis

Dit boek, geschreven door de Duitse Esther Maria Magnis (1980), is door de één met gejuich begroet, door de ander genadeloos neergesabeld. En dat spanningsveld is precies wat Esther zelf probeert te beschrijven. De tegenstrijdigheden van het geloof uit haar jeugd, de harde werkelijkheid, de onmacht die zij ervaart en tegelijk de onzegbare zekerheid, het existentiële weten dat God er is.

Dit doorleefde verhaal, waarin de verwoestende uitwerking van het verlies van dierbaren centraal staat, is bijna te intiem om te lezen, of te beschouwen. De zielenpijn, de wanhoop, de geloofsvertwijfeling, worden op zodanige brute, clowneske manier beschreven, dat ze verwarren, vragen oproepen en uitdagen. Waarom laat God toe dat mensen lijden? Waarom zwijgt Hij?

Esther is vijftien als ze te horen krijgt dat haar vader kanker heeft en zeventien als hij overlijdt – ondanks haar oprechte gebeden om genezing. God sterft met vader mee. Zijn dood maakt alles stil en koud. Haar wereld stort in. Niets is meer zoals het was. Vanaf het begin worden in heftige bewoordingen de emoties en de herinneringen van Esther beschreven. Dat begint al met het donkere bloed, het rode van de klaprozen, de opengesneden biggen die boven de met bloed gevulde badkuip worden geslacht. De lezer wordt meegenomen op een rauwe religieuze zoektocht langs de tegenstrijdigheden van een sociaal-oecumenische opvoeding en de leegte van een niet-religieuze cultuur. Meegenomen op een zoektocht naar godsbewijzen, langs de ziekte en het sterven van haar vader, en later van haar geliefde broer Johannes, die ook kanker krijgt.

Esther neemt geen genoegen met een subjectieve waarheid, ze blijft op zoek naar de waarheid. Worstelend en struikelend blijft zij zoeken op de puinhopen van haar werkelijkheid. Ze zoekt in beelden, metaforen, in haar studie, door gesprekken met filosofen en theologen, maar moet erkennen dat er geen algemeen geldend antwoord op het lijden is. God wordt bespot, uitgedaagd en vaarwel gezegd. Haar verlangen naar gerechtigheid maakt het voor haar echter onverdraaglijk om te geloven dat er geen God zou zijn. Op indrukwekkende wijze beschrijft ze uiteindelijk hoe zij, door een aantal ingrijpende ervaringen, niet om de waarheid heen kan dat God er is.

Een woord uit haar kindertijd zet dit in beweging. Dus toch een subjectieve waarheid?

Kan de waarheid van het geloof in God alleen omarmd worden na ons persoonlijk geraakt worden, hoe onbegrijpelijk dit voor anderen ook kan zijn? Dit een zwaktebod noemen, is te gemakkelijk. ‘Waarheid is God, is absoluut’, zegt Magnis. Hierover een boek schrijven, getuigt van kwetsbaarheid en moed. Het brengt het zoeken naar de waarheid over God, en daarmee naar de waaromvraag van het lijden, voorbij de richting van het denken, naar de richting van de persoonlijke beleving, tot in de diepste kern van ons mens-zijn. Een gebied waar waarheid en werkelijkheid elkaar ontmoeten en tot een innerlijke overtuiging kunnen samenvloeien tot godsvertrouwen.

Dit heftige, maar ook eerlijke en hoopvolle boek, nodigt zeker uit om met anderen over het geloof in God en de waaromvraag van het lijden door te praten. Waarom de vertaling de merkwaardige titel Mintijteer heeft gekregen, wordt halverwege het verhaal wel duidelijk.

Lies Nijman-van der Leer

Esther Maria Magnis, Mintijteer, 2016, Van Wijnen­­, 240 blz., € 16,95. Oorspronkelijke titel Gott braucht dich nicht, 2012.

Voor je gelezen: Tom, Liefde leven na je dood door Désirée Hessing

Speciaal gelezen voor jou die leeft met rouw in je hart.
Dit persoonlijke document over Tom is een hommage aan een overleden echtgenoot en tegelijkertijd een hommage aan de Liefde. Het is een realistische beschrijving van een rouwproces dat voor de dood al inzet en uitmondt in een jarenlange bewustwording van nooit meer samen door het leven gaan. Désirée Hessing, de schrijfster, wil haar gedachten – in proza en poëzie – heel graag delen met anderen. Ze schrijft: ‘Dit verhaal deelde ik omdat ik heel graag wil dat mensen met elkaar in gesprek gaan. Juist waar de pijn mag bestaan, is ook zoveel troost en kracht.’ Ze onderstreept haar wens met het volgende gedicht:

Delen

Lief, ‘k heb vandaag zo veel mogen vertellen,
over wie je was en hoe je stierf.
Over je afscheid en mijn herstellen
en hoe de liefde zegeviert.
Hoe je bouwde, hoe je sjouwde,
hoe ziek je was, hoe lang en kort nog pas.
En hoe door ’t vertellen die liefde werd ervaren,
dat ik straalde wie we waren.
Dat openheid, openingen bood,
heuse gesprekken over leven, over dood.

 Dit boek over liefde is ingedeeld in vier thema’s:

  1. Liefde ten tijde van een aangekondigde dood
  2. De geboorte van een weduwe
  3. Na-bestaan
  4. De zoektocht naar nieuwe grond

Ook komen in allerlei toonaarden situaties aan bod, die bij het rouwen om extra aandacht vragen. Speciale dagen als de dag van de diagnose, de dag van overlijden, de trouwdag en nieuwjaarsdag kunnen erg confronterend zijn. Na de eerste vier jaar ontdekt de schrijfster: ‘Ondertussen is de wereld weer zoals die al vier jaar is. Ik leef er al vier jaar mee en er zit beweging in de pijn. Lief, ik houd van je. En ik ervaar: waar blijft de liefde na de dood? Die stroomt.’

De Liefde, waarover het gaat in dit boek, is de liefde tussen mensen, voor en na de dood. Naast deze horizontale dimensie komt de verticale dimensie, de liefde van God voor mensen, niet expliciet aan de orde. We mogen er echter op vertrouwen dat door alles heen de Bron van Liefde, onze Schepper, ook door dit verhaal wordt geëerd.

Het boek is in eigen beheer uitgegeven (www.desireehessing.nl) en door de vele voorbeelden in proza en poëzie zeer geschikt om te gebruiken in rouwgroepen.

Gettie Kievit-Lamens, zelf al jaren persoonlijk bekend met rouw

Voor je gelezen: ‘Rimpelingen. Autobiografisch schrijven voor kankerpatiënten’

rimpelingenWanneer je geraakt wordt door kanker, word je stilgezet. Wat is in je leven echt van waarde? Nieuwe vragen worden opgeworpen en allerlei zekerheden kunnen op losse schroeven komen te staan. Hoe moet ik verder? Wat betekent mijn leven nog? Je heb een nieuwe manier nodig om je te verhouden tot het leven, dat nu in alle hevigheid zijn kwetsbaarheid en eindigheid kent. Het in kaart brengen van je levensverhaal kan dan enorm helpen. Jeroen Hendriksen, coach en trainer, en zelf kankerpatiënt, laat in dit boek zien hoe je dat kunt doen.

De titel ‘Rimpelingen’ komt bij de psychotherapeut Irvin Yalom vandaan: Hij omschrijft het maken van een levensverhaal als het rimpelen van het wateroppervlak, wanneer je een steen daarin hebt gegooid. De rimpeling gaat ook de diepte in: de steen veroorzaakt onder het wateroppervlak ook bewegingen. De rimpelingen verbeelden en verzachten de pijn van de vergankelijkheid: op een bepaalde manier leef je voort.

Hendriksen benadrukt dat het niet gaat om grootse daden of om onvergetelijk te worden. Juist gewone herinneringen zijn kostbaar en dierbaar. Deze vastleggen doet iets met je. Vanuit het denken van Yalom en anderen laat Hendriksen zien hoe het schrijven van je levensverhaal betekenis geeft aan je leven te midden van ziekte en lijden.

De auteur geeft verdieping aan het levensverhaal aan de hand van zes thema’s, die hij bronnen van zingeving noemt: Het hier en nu; betekenis geven; kwetsbaarheid; steun en troost; veerkracht; spiritualiteit. Met oefeningen en opdrachten geeft de auteur goede handvatten om lagen in het levensverhaal weer te geven.

In de eerste bron van zingeving, het hier en nu, gaat het erom dat je loskomt van alles wat in je hoofd omgaat, om open te staan voor wat er is, voor wat je nu voelt en ervaart. Bij de tweede bron, het betekenis geven, leer je inventariseren wat je hebt gegeven en ontvangen in je leven, en welke winst en welk verlies dat gaf. Je komt op het spoor van belangrijke waarden in je leven en welke momenten van groot belang waren. Bij de derde bron ga je op zoek naar je gevoelens en de emoties die daaronder liggen. Je leert jezelf beter in perspectief plaatsen. Kwetsbaarheid beschrijft de auteur als een kracht. Bij de vierde bron kom je op het spoor van wat steun en troost in je leven betekenen. Veerkracht, de vijfde bron, brengt in kaart hoe de energie weer is gaan stromen tijdens het ziekteproces. De auteur noemt het de ‘springprocessie van je leven’.

Spiritualiteit noemt de auteur als zesde bron van zingeving. Hij noemt zichzelf niet gelovig, maar wil wel spiritualiteit toelaten als ervaring van alles wat het dagelijkse leven overstijgt of verdiept. De auteur bepleit duidelijk een bredere benadering dan alleen die van de christelijke spiritualiteit. Als christen zou ik dit onderdeel anders benaderen. Maar het boek gaat ook niet over zingeving en spiritualiteit als zodanig. Het stelt wel waardevolle vragen en brengt iets in beweging.

Het boek van Hendriksen laat zich makkelijk lezen. Niet iedereen zal meteen de pen ter hand nemen om een autobiografie te schrijven. Beelden, verbeeldingen van je emoties, helpen ook. De vrouw van de auteur, Beatrijs van den Bos, laat dat zien met haar treffende illustraties. De beelden brengen je bij de woorden en helpen soms woorden te vinden.

De opdrachten en vragen in dit werk- en oefenboek helpen je bij het verhelderen van de wirwar aan gedachten over je leven, zoals die er kan zijn als de kwetsbaarheid en pijn van je leven op je afkomen. Je hoeft niet direct een boek te willen schrijven, om veel aan dit boek te hebben. Maar wie weet welke rimpelingen het bij jou geeft wanneer je het leest!

De auteur geeft overigens ook cursussen. Wie meer wil weten: www.jeroenhendriksen.nl

Uitgeverij Kontrast, Oosterbeek, oktober 2016, € 22,95.

 

Ds. Jakob van der Wal, die deze bespreking schreef, is predikant in Baarn en heeft lymfklierkanker gehad.

Voor je gelezen: ‘Niets aan de hand toch – Leren leven met verlies’

niets-aan-de-hand-tochLaurina de Visser is een ervaringsdeskundige als het op verdriet aankomt. In dit boek vertelt ze haar persoonlijk verhaal. Ze is pas achttien als ze kort na elkaar haar vader en moeder aan kanker verliest. Op dat moment wil Laurina sterk zijn. Ze wil verder studeren en zelfstandig in het leven staan en dat lukt wonderwel. Ze heeft vrienden, vindt een baan, maar diep binnenin woekert het verdriet. Langzaam maar zeker haalt het haar in.

Op een dag kan ze niet anders dan dat toegeven. Ze kan niet langer vluchten in de drukte. Haar lichaam verzet zich: ze moet rust nemen, gaat in therapie en zoekt uit hoe ze het verdriet en de rouw om wat gebeurde een plaats kan geven. Dat betekent eerst het verdriet onder ogen leren zien, er over praten en strategieën ontwikkelen, niet om weg te vluchten, maar om terug te vechten. Daarbij moeten verstand en emoties op dezelfde golflengte komen. Bang zijn, boos zijn, je schuldig voelen, eenzaam zijn, ze maken deel uit van het rouwproces. Het is belangrijk om die emoties te herkennen, te benoemen en om erover te praten met een iemand die je vertrouwt.

Voor Laurina was op zoek gaan naar wie haar moeder echt was en welk verdriet zij had meegemaakt een belangrijke manier om ook zichzelf beter te begrijpen. Het rouwproces bracht haar ten slotte op het spoor van verdieping, verstilling, kortom van spiritualiteit. Het besef dat er iets is wat ons overstijgt, dat er een dragende God is die van ons houdt, zette haar op weg om opnieuw aan de toekomst te bouwen. Vertrouwen en verlangen kregen stapvoets een plaats. Ook de steun van lotgenoten was in het verwerkingsproces heel belangrijk.

‘Stap voor stap leerde ik dat het leven gevierd mocht worden, maar dat vieren ook rustiger kon, rustiger dan ik gewend was. Gematigder. Niet zo extreem vol, niet zo uitbundig overal aanwezig zijn, maar telkens mijn eigen grenzen in de gaten houden. Niet mezelf verliezend, maar constant met mezelf in beeld.’

Het boek biedt inzicht in wat het betekent om een dierbaar persoon te verliezen en toont hoe sterk die ervaring in je leven ingrijpt. Laurina plaatst deze indringende persoonlijke ervaring op een heldere manier in een theoretisch kader. Aan de hand van kernwoorden beschrijft ze de ontkenningsfase en later de overlevingsstrategieën die ze ontwikkelde.

Het verhaal van Laurina geeft ook goed aan dat na een periode van diepe crisis en pijn de weg naar de toekomst weer open ligt. In het hoofdstuk ‘Hoe het verder gaat’ tekent ze op een realistische wijze haar toekomstperspectief uit.
‘Ik ga weer terug voor de klas. Ik mag weer gaan zorgen voor de kinderen die onder schooltijd even van mij zijn. Ik ga door met schilderen. Ik ga verder met mijn studie toegepaste psychologie. Ik droom verder om straks met mijn levenservaring aan de slag te mogen in de rouwwereld.’

Het ontroerende verhaal van Laurina grijpt je als lezer onmiddellijk aan. Het klinkt zo authentiek, zo direct, zo herkenbaar. Er zijn wel meer boeken voor jongeren die het onderwerp dood en rouwverwerking aanbrengen. Niets aan de hand toch? Leren leven met verlies behoort tot het beste wat ik over dit onderwerp gelezen heb. Het verhaal van Laurina biedt jonge mensen veel aanknopingspunten en nodigt uit tot reflectie en creativiteit. Het verhaal van Laurina kan ook verhelderend zijn voor familieleden, vrienden en hulpverleners. Het moedigt hen aan om begrip en empathie op te brengen voor jongeren die met verlies geconfronteerd worden.

Deze recensie is geschreven door de Belgische literatuurwetenschapper Rita Ghesquière.