Overwinnaars

Ondanks een leven van vallen en opstaan

Wat mij de weken na Pasen bezighield, was de gedachte dat de Bijbel gelovigen overwinnaars noemt. En dat is opvallend. Christus verdient het predicaat ‘overwinnaar’. Maar gelovigen? Wat is de alledaagse werkelijkheid?

Allereerst is het moeilijk een verschil te zien tussen gelovigen en niet gelovigen. Ik kan me haast niet aan de indruk onttrekken dat niet gelovigen het in onze maatschappij beter doen dan gelovigen. De echte ‘winners’ zijn vaak niet gelovig. In het zakenleven, in de politiek, in de sport. En als het om niet materiële zaken gaat: iedereen heeft wel eens verdriet. Iedereen komt vroeg of laat in het ziekenhuis. En om het grof te zeggen: iedereen gaat dood. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Het is figuurlijk gesproken net zoals met de Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog: we leven allemaal in bezet gebied. We hebben allemaal dagelijks met de vijand te maken. We zijn met elkaar geen ‘winners’, maar ‘losers’. Gelukkig voelt dat niet altijd zo. Je kunt het zelfs tijdens de bezetting redelijk goed hebben. Maar echte winnaars zijn we niet. Daarvoor hebben we teveel problemen.

Je krijgt voor de tweede keer een kwaadaardige tumor. Deze keer is er niets meer aan te doen. Je moet gaan sterven. Wat kun je je bij zulke berichten een verliezer voelen. Arts en patiënt. ’We kunnen niets meer doen’. En dat is maar één voorbeeld. Gelovige mensen krijgen ook kanker. Gelovige mensen zitten ook in de put. Gelovige mensen hebben het vaak ook moeilijk. Waarom worden zij dan overwinnaars genoemd?

Misschien kan dat beeld van de oorlogstijd ons helpen. Heel Nederland was toen bezet. Iedereen had daar mee te maken. Alleen niet iedereen was er op dezelfde manier mee bezig. Zo kwamen sommigen in verzet, anderen niet. Verreweg het overgrote deel had zijn hoop gevestigd op de geallieerden. Maar er waren er ook die sympathiseerden met de Duitsers. Dat bleek na de oorlog wel. Velen deelden toen in de overwinning. Maar er gingen ook mensen de kampen in… Het lag er maar aan bij wie je hoorde. Vooral bij wie je hoorde in oorlogstijd…

Christenen willen behoren bij Jezus Christus. Jezus Christus, die overwinnaar is. Hij overwon dood en graf. En Hij heeft gezegd dat wie Hem volgen, in Zijn woorden geloven, ook eens in die overwinning zullen delen. Daarom heten christenen ook overwinnaars. Ze hebben zelf niet gewonnen. Maar geloven in Zijn overwinning. Ze zijn ervan overtuigd dat Zijn overwinning de rest van de geschiedenis van deze wereld bepaald. Het resultaat staat vast. De einduitslag is al bekend. Daar geloven zij in.

Overwinnaar zijn is daarom geen kwestie van voelen. Maar van geloven. Wat je voelt is pijn. Wat je voelt is aanvechting. Wat je gelooft is Zijn overwinning. Daarin zal je delen. En dat te weten, bepaalt nu al je leven. Is het niet van buiten, dan zeker van binnen.

Lezen: Romeinen 8:35-37

Ds. Arie van der Veer

Huilen en schuilen

Bij schuilen moet ik altijd denken aan de profeet Elia die vluchtte voor de doodsbedreiging van koningin Izebel. Vluchten is wijs en moedig als er een ongelijke strijd geleverd moet worden. De tegenkrachten kunnen gewoon te sterk zijn en je trekt je terecht terug. De vraag is: waar vlucht je naar toe?

Elia vlucht naar de bron waar alles ooit begon. De berg Horeb waar Mozes God had ontmoet. Elia vluchtte, sliep doodmoe onder een braamstruik, werd door een engel gelaafd en gevoed. Hij moet op adem komen. En dan gebeurt het wonder: de vluchteling wordt pelgrim. Hij kijkt niet meer angstig over zijn schouder of hij achtervolgd wordt door de doodsbedreiging, maar richt zich op de Bron. De oorsprong wordt zijn doel. Eenmaal aangekomen bij die schuilplaats stortte hij tranen. Alles leek voor niets en voorbij. De Eeuwige kwam bij hem, maar vreemd genoeg, Hij ging niet in op Elia’s tranen, maar zei: ‘Kom naar buiten. Kom bij mij. Kom voor Abba, Vader, staan en zeg: ‘ Hier ben ik’.

Toen ging het niet meer over terechte angst en verdriet, maar over samen zijn met Hem. Weten: Hij is hier, bij mij, en ik bij Hem. Wat er dan gebeurt, is open. Is er een gezamenlijke stilte? Luisteren naar elkaars hart? Hoor je een woord? Droogt Hij jouw tranen? Spreek jij over jouw tranen? Alles kan…maar je bent nu bij de Bron, de beste schuilplaats. Misschien is het de plek waar je terugdenkt aan hoe alles tussen jou en Hem begonnen is. Hoe Hij trouw geweest is en jouw leven heeft gedragen. Misschien is het even zoeken, maar bij de Bron ontstaat ook dankbaar terugzien en opzien. Dan gaat Elia de berg af. Niet meer als zoeker naar de Bron, maar als volgeling de nieuwe dag in.

Otto de Bruijne

Kwade dagen

‘Gedenk daarom je schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer’
Prediker 12:1

Kwade dagen. Zo noemt Prediker de ouderdom. Omdat je lichaam in die periode van je leven steeds meer gebreken gaat vertonen. In het laatste hoofdstuk van zijn boek beschrijft Prediker dat op een buitengewoon beeldende manier. Benen als wachters die zich krommen. Het gebit als maalsters die langzaam verdwijnen. Het gehoor als deuren die naar de straat worden gesloten. De hoger wordende stem. Trappen lopen wordt alsmaar moeilijker. Het grijze haar noemt hij een bloeiende amandelboom. Dat laatste kan een sierlijke kroon zijn, maar het geheel wordt niet verheerlijkt.

Oud worden is kwade dagen gaan meemaken. Maar zo’n proces kan al veel eerder beginnen. Bijvoorbeeld als je ziek bent. Wat kan bijvoorbeeld een ziekte als kanker een prachtig lichaam veranderen. Operaties laten hun littekens achter. De chemokuren laten ook hun sporen na. Wat kun je je moe voelen. Je lichaam weigert. Het voelt als lood.

Dat zijn ook kwade dagen. Voor de zieke, maar ook voor de familie. De ander is soms nauwelijks te herkennen. Natuurlijk kan en mag er herstel zijn. Er zijn mensen die zich herboren voelen. Familie en vrienden zeggen: ‘Je ziet er weer goed uit!’ Maar als dat niet zo is?

Natuurlijk is een mens meer dan een lichaam. Mensen kunnen geestelijk heel sterk zijn als ze lichamelijk niets meer kunnen. Maar ook de afbraak van ons lichaam doet niet alleen letterlijk veel pijn, maar ook figuurlijk. Want ons lichaam is veel meer dan een kooi, waarin een vogel huist. Zo zag men dat vroeger. Het ging om de ziel en veel minder om het lichaam. Daar denken we nu gelukkig anders over. Ook dat lichaam ben jij.

Ik hoop dat de kwade dagen pas heel laat in je leven komen. Dat woord van Prediker over de kwade dagen bevat trouwens ook een uitspraak over hoe God ons lichamelijk leven ziet. Prediker noemt God juist in dit verband De Schepper.

God is je Schepper.

Dat wil zeggen: Hij heeft je het leven gegeven. Hij wil dat je er bent. De grond van je bestaan is de wil van je Schepper. Je bent een schepping van God. Jouw lichaam is een geschenk van Hem. Je ouders hebben Hem daarvoor gedankt toen ze jou voor het eerst zagen. God wil ons innerlijk vernieuwen, maar ook ons uiterlijk. Hij geeft een nieuw hart en een nieuw leven.

Jezus is aan het kruis gestorven voor onze zonden, maar is ook na drie dagen weer opgestaan uit de doden. In een nieuw lichaam! Wie gelooft, heeft niet alleen uitzicht op een leven zonder zonden, maar ook op een leven zonder pijn. Op een nieuw hart, maar ook op een nieuw lichaam. Vergeet dat niet, als je lichaam wordt afgebroken.

God is en blijft je Schepper. Hij schept en herschept.

Ds. Arie van der Veer

Vrees niet

Als we leven in angst, betekent dit dat we niet echt geloven in God? Mag je dat zeggen? Ik las het op een site van een kerk en dacht: ‘Dan hebben we in de Bijbel te maken met heel veel ongelovigen’. Vrees niet. Ik heb het nooit geteld, maar men zegt dat die uitdrukking 365 keer in de Bijbel staat. Je kunt er een heel jaar over lezen. Ze zeggen ook wel dat ‘Vrees niet’ het Elfde gebod is.

Is het wel een gebod? Of is het een geruststelling? Zoals een moeder dat ook kan doen als haar kind bang is en zegt: ’Je hoeft niet bang te zijn’. Angst behoort bij het leven. Angst als reactie op het gevaar dat dreigt. Een soort wapen dat elk mens heeft.

Ik zou onderscheid willen maken tussen gezonde en ongezonde angst. Normaal en abnormaal reageren. Voor het tweede heb je hulp nodig. Het eerste kent elk mens op zijn tijd. Als ik weer eens voor controle naar de dokter moet en hij mij zal gaan vertellen hoe het met de bloedwaarden staat, klopt mijn hart echt sneller. Het blijft spannend. Als je een paar keer een slechte uitslag gehad hebt in je leven ben je extra alert.

Wat mij helpt is het aanvaarden dat die angst ‘gewoon’ is. Ook voor gelovige mensen. Ik hoef me niet te verwijten dat ik in zo’n situatie te weinig of zelfs niet geloof. Ook al weet en geloof ik dat God met mij meegaat, toch kan ik wakker liggen om een uitslag die komt.

Gelukkig dat God elke dag, ook bij ‘gewone’ angst, tegen me zegt: ’Vrees niet’. Niet als een verwijt, maar als een bemoediging. Voor elke dag. En in elke situatie.

Ds. Arie van der Veer

Over de route en het doel…

Wie op vakantie gaat, praat liever over het doel, de plek waar je naar toegaat, dan over de soms lange weg er naar toe. Ga je bijvoorbeeld naar Zuid Europa, naar Spanje of Italië, dan is dat best een eind rijden. Lange files onderweg zijn geen uitzondering. Ga je met het vliegtuig, dan vertel je je kinderen van het mooie uitzicht onderweg en praat je niet alleen over hoe spannend soms het stijgen en dalen is en over zo’n luchtzak waarin het vliegtuig soms terecht kan komen. Of, als je ergens naar toe moet varen met een schip, dan praat je over de mooie dingen waar je onderweg van kunt genieten en niet alleen over eventuele golven als het plotseling toch gaat waaien en stormen. We hebben al die eventuele negatieve dingen er voor over en zien ze in het perspectief van het gewenste doel.

Zo is het ook met een operatie.

Als je daarover praat, ga je het natuurlijk vooral hebben over het gewenste resultaat. Je laat je opereren om geen pijn meer te hebben. Om een ziekte een halt toe te roepen. Daarover praat je en niet alleen over de pijn, de moeilijke dagen er voor en er na. Je weet het wel, maar het is niet verstandig om dat te beklemtonen of het alleen daarover te hebben.

Het gaat om het doel. Om het resultaat.

Zo kun je ook verschillend over het leven praten. Je kunt zuchten en steunen en blijven zeuren over alles wat mis ging, maar je kunt ook praten over alles wat goed is gegaan. Je kunt klagen over de opvoeding van de kinderen die heel zwaar is, maar ook vertellen hoe leuk het is om kinderen te hebben. Je kunt zeggen als je oud bent wat je allemaal niet meer kunt, maar je kunt ook aan een ander vertellen en jezelf voorhouden dat oud worden en oud zijn ook heel mooie kanten heeft.

En zo is het ook met het sterven.

Sterven is en blijft een vijand. Maar sterven is ook de doorgang tot een nieuw en een ander leven. Zonder pijn. Zonder strijd.

Weet je wat Jezus deed toen Hij begon aan Zijn laatste reis? De discipelen en volgelingen konden Zijn (in hun ogen) sombere gepraat nauwelijks meer aanhoren. Je leest in Marcus 10 dat ze onderweg achterop raakten. Jezus had de pas er goed in, maar zij liepen er een eind achteraan. Symbolisch voor hun gevoel. Ze moesten wel. En dan houdt Jezus even stil en vertelt van de route van Zijn leven.

Marcus: ‘Ze waren onderweg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit; de leerlingen waren ongerust en ook de mensen die hen volgden, waren bang. Hij nam de twaalf weer apart en vertelde hun wat hem zou overkomen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de Schriftgeleerden die Hem ter dood zullen veroordelen en Hem zullen uitleveren aan de heidenen. Ze zullen de spot met Hem drijven en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, maar na drie dagen zal Hij opstaan.’

Marcus 10:32-34

Hij was realistisch over de route, maar ook heel duidelijk over de bestemming. Na drie dagen zal Hij opstaan. Leven is moeten sterven, maar voor wie gelooft ook met God leven en opstaan.

Ds. Arie van der Veer

Ik zal er zijn

Naar aanleiding van de overdenking van Ds. Arie van der Veer willen wij je graag onderstaand lied meegeven. Het is getiteld ‘Ik zal er zijn’ en is van de Christelijke band ‘Sela’. Het verwoordt de belofte van God, dat Hij er altijd voor ons is, in welke omstandigheden wij ook verkeren.

Ik zal er zijn

Hoe wonderlijk mooi is Uw eeuwige Naam,
verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim,
Uw naam is: ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed,
als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet.
Dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam,
U blijft bij mij, Jezus, laat mij niet gaan.

‘Ik ben die Ik ben’ is Uw eeuwige naam,
onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij,
Uw naam is: ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

O Naam aller namen, aan U alle eer,
niets kan mij ooit scheiden van Jezus, mijn Heer.
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn,
ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

2016

Ik wil u een soort visitekaartje afgeven. Het visitekaartje van God. Voor het jaar 2016. Voor alle situaties van het leven. Dit is God, dit is Zijn Naam, bij Hem kunt u altijd terecht. Ooit maakte God Zijn Naam aan Mozes bekend. Mozes kreeg de opdracht om die Naam aan de Israëlieten bekend te maken en daarmee ook indirect aan de Farao van Egypte.

Ik ben de HERE.

Mozes, de gevluchte prins van Egypte, leefde alweer bijna 40 jaar in de woestijn. De prins had een nieuw leven opgebouwd. Hij was herder geworden en getrouwd met een niet-Joodse vrouw. Mozes was inmiddels 80 jaar. Zijn verleden lag ver achter hem. U weet dat dat een heel bijzonder verleden was. Hij was geboren als kind van Joodse ouders. Dwangarbeiders waren ze. Ze waren niet in staat hun zoon te houden. Hij werd te vondeling gelegd. Wonder boven wonder werd hij door een Egyptische prinses gevonden en geadopteerd.

Een geweldige toekomst lag voor hem. Maar het liep allemaal heel anders. Een buitenstaander zou zeggen dat hij zijn toekomst vergooid had, toen hij een woedeaanval kreeg en een Egyptenaar vermoordde. Hij kon het niet langer aanzien dat de Egyptenaren zo omgingen met zijn eigen volk. Hij moest vluchten. Maar dat was dus alweer 40 jaar geleden. Wat zal Mozes nog precies geweten hebben van het donkere lot van zijn volk?

Maar God wist dat wel. God zag en hoorde de ellende van dat volk. Daarom besloot Hij de nakomelingen van Abraham, Isaak en Jakob, te verlossen uit de slavernij. Namens Hem zou Mozes dat gaan doen. Hij had er de opleiding en bekwaamheid voor. Bij de berg Sinaï verscheen God aan Mozes. God stelde Zich aan Mozes voor als de God van zijn vader (Amram), de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. Toen vertelde God over Zijn plan en de rol van Mozes daarin. Mozes had grote twijfels. Zouden zijn volksgenoten hem wel geloven? Wat was de invloed geweest van het schrikbewind dat de farao’s de afgelopen 40 jaar hadden gevoerd? Zou zijn volk God nog wel kennen en dienen? Hoe diep kan de duisternis van geestelijke slavernij zijn!

Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft en ze vragen: ‘Wat is de naam van die God?’. Wat moet ik dan zeggen?’ Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’ (Exodus 3:13-14). Daarmee gaf God dus Zijn visitekaartje af. Toen maakte God Zijn Naam bekend. Een heel bijzondere Naam. Een Naam die wij in het Nederlands weergegeven hebben met ‘HERE’. De Hebreeuwse Naam was ‘Jahwe’.

Een wonderlijke Naam. Want eigenlijk is het geen Naam. Het is meer een werkwoordsvorm. Het betekent zoveel als: IK ZAL ER ZIJN. Maar daarom is het een heel diepzinnige naam. Het is meer een garantie. Het volk mag voor nu en voor altijd op God rekenen: IK ZAL ER ZIJN. God is niet alleen een God van het verleden, van hun voorouders, maar ook van het heden. Nu zij slaven zijn geworden. Nu God hen oproept zich te bevrijden en te ontsnappen uit de slavernij. Ze staan er in hun ellende niet alleen voor. Nu niet. Nooit niet.

God heeft geen roepnaam, maar een ‘doe-naam’. Niet wat wij van God denken, laat Hij in Zijn naam naar voren komen, maar wat Hij gedaan heeft en wat Hij doet en gaat doen. Gods naam is een soort eigennaam. De Naam die niet wij, maar Hij aan Zichzelf heeft gegeven. God maakt Zich bekend met een Naam die een altijd geldende boodschap namens God is. Dit is Zijn Naam. Zo wil Hij bekendstaan. Dat is wat Hij belooft. Mozes staat er niet alleen voor. Israël staat er niet alleen voor als zij geroepen worden om te breken met de slavernij en op weg te gaan naar Kanaän.

Het is de boodschap ook voor ons aan het begin van het nieuwe jaar: ‘Ik zal er zijn.’ Omdat God altijd dezelfde blijft.

Ds. Arie van der Veer

Gebed voor onderweg

Beschermende handen

Schriftgedeelte:
‘Niemand zal ze uit mijn hand roven.’
Johannes 10:29

Jezus vergelijkt Zijn discipelen en ieder die in Hem gelooft met een kudde schapen waarvan Hij de herder is. De herder en de schapen zijn alle dagen bij elkaar. De herder brengt zijn kudde naar allerlei plekken. Is het voedsel op, dan trekken ze verder. Op bevel van de herder zorgen zijn honden er voor dat de schapen niet afdwalen. Elke avond brengt de herder de kudde weer terug naar de stal.

Jezus noemt zichzelf de goede herder. Een herder, die van zijn schapen houdt. Hij kent ze allemaal. Deze herder zorgt er voor dat de wolven op een afstand blijven. Bij hem krijgen de dieven geen kans. Dag en nacht bewaakt hij zijn kudde. Hij is zo’n goede herder, dat Hij zelfs bereid is zijn leven voor zijn schapen te geven.

Een probleem blijven de schapen zelf. Helaas luisteren zij niet altijd. Er wil er nog wel eens één afdwalen. Meestal komt dat wel weer goed, maar soms is het te laat. Een wolf slaat plotseling toe. Ook andere gevaren blijven op de loer liggen. Er kan verkeerd voedsel worden gegeten. Of vervuild water worden gedronken. Daarom moet ook de goede herder altijd op zijn hoede blijven.

Jezus wil dat zeker. In een toespraak zei Hij: ‘Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft, gaat alles te boven. Niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven en de `Vader en Ik zijn één.’ Niet alleen Hij, maar ook zijn Vader staat voor de bescherming van de schapen in!!

Hoe belangrijk is het dat een gelovige weet dat zijn leven in Gods handen ligt. Dat er handen zijn die je beschermen. Dat er een God is die wil bewaren. Huurlingen, verkeerde leiders, zijn er namelijk in alle tijden. Dieven zijn niet uitgestorven. En wolven duiken altijd weer op. Zelfs in schaapskleren.

Jezus is de Heiland die voor ons bidt en ons beschermt.

Vader en Zoon slaan de handen ineen om ons te beschermen.

Kan het beter?!

Ds. Arie van der Veer

Geloven als het stormt – Handelingen 27

Velen van ons zijn groot geworden met het toen beroemde liedje ‘Scheepke onder Jezus hoede’. Gelovigen putten er troost uit. De storm in dat liedje is voor hen veel meer dan harde wind. De storm staat voor wat ook maar in je leven tegen zit. En dat kan van alles zijn. Als je je hypotheek in deze tijd niet kan betalen is dat tegenwind. Word je ernstig ziek: je zou het een storm kunnen noemen. De crisis waar we allemaal steeds meer de nadelen van ondervinden, is ook een soort storm die de wereld treft.

Alleen…
Niet altijd gaat in ons leven de storm liggen. Niet iedereen komt ongeschonden door de storm heen. Er zijn ‘scheepjes’ die vastlopen. Zelfs vergaan.
Zo maakte de bekende apostel Paulus een aantal keren een schipbreuk mee. Bidden (dat zal de man toch gedaan hebben) of de storm mag gaan liggen, helpt niet altijd. Soms – er zijn mensen die zeggen: heel vaak – blijft het waaien.

Helpt bidden eigenlijk wel?
Wat doe je als het blijft stormen? Wat doe je als je (levens)schip vergaat?

Paulus kapte niet met het geloof. Niet in de echte stormen die hij meemaakte, maar ook niet onder de geweldige tegenslagen die hij kreeg. Op reis naar Rome verging zijn schip. En ‘de doorn in het vlees’ waaronder hij vreselijk leed, ging nooit weg. Daarom zijn de verhalen over hem heel leerzaam. Over wat Paulus zei en over wat hij deed. ‘De doorn in het vlees’ (wat het ook geweest mag zijn) kon hij aan dankzij zijn geloof in de kracht van Gods genade. Paulus geloofde, bleef geloven ook toen het bleef stormen en zijn schip verging.

Weet je wat ik heel indrukwekkend vind? Paulus brak middenin de storm brood en moedigde iedereen aan om te eten. Er staat niet dat hij avondmaal vierde. Maar het doet mij er wel aan denken. Het is zoiets als op je ziekenhuisbed avondmaal vieren, na een slechte uitslag. Geloven dat midden in de storm Hij er is, met Zijn gebroken lichaam en vergoten bloed.

Paulus in de storm is een man van diepe innerlijke vrede. Hij getuigde in de storm van zijn geloof. Hij sprak over God, ‘die ik dien en aan Wie ik toebehoor’. Korter kan het haast niet. Maar het is wel de kern van geloven als het stormt. Ook in de storm ben ik van Hem.

 

De puzzel

Kon je het leven maar overzien! Nu voelt het leven vaak als een puzzel van zoveel duizend stukjes. Een puzzel die je niet kunt maken. Er ontbreken ook een heleboel stukjes. En de afbeelding heb je ook niet. Daarom is het best fijn, dat de Bijbel ons van tijd tot tijd een overzicht van iemands leven laat zien. Vanuit het geheel zie je dan hoe stukjes uiteindelijk op hun plaats vallen. Hoe betekenisvol iemands leven kan zijn. Zonder dat totaalplaatje had je dat niet ontdekt.

Het levensverhaal van Jozef is daarvan een heel goed voorbeeld. Dertien jaar zat Jozef in de gevangenis. Je zou die dertien jaar als verloren jaren beschouwen als je het hele verhaal niet kende. Van zijn zeventiende tot zijn dertigste jaar, de mooiste tijd van het leven, zat Jozef in de gevangenis. En ook nog in een vreemd land. Toch waren het geen verloren jaren. Wij kennen immers het hele verhaal. We weten, dat hij via die weg onderkoning van Egypte is geworden. En dat hij zo een instrument in de handen van God is geworden om zijn eigen familie te redden.

Moeilijke jaren zijn niet per se verloren jaren. Moeilijke jaren kunnen je als mens zelfs tot een mooier mens maken. En nog geschikter voor de taak die je wacht. Maar daarom blijven het wel moeilijke jaren. Je weet immers op dat moment niet wat er nog komt. In moeilijke jaren kunnen, zoals bij Jozef, je dromen in scherven liggen. En het kwaad dat je overkomt, lijkt het gewoon van alles te winnen.

Het verhaal van Jozef vertelt, dat hij mocht meemaken dat God het kwade in zijn leven goed maakte. De haat van zijn broers won het niet. God vergat Jozef niet. Ook al werd hij in Egypte opnieuw verraden en door mensen vergeten. Zo werd Jozef langs onbegrijpelijke omwegen en doodlopende zijwegen onderkoning van Egypte en redder van zijn familie. Het plaatje van de puzzel werd zichtbaar. Duidelijk zag hij daarin Gods hand.

Was dat maar altijd zo!
Niet bij ieders levensverhaal kun je als het einde komt, vaststellen hoe mooi het plaatje van de puzzel uiteindelijk is geworden.

Er blijven puzzels waar je niet uitkomt.
Puzzels, die in onze ogen niet af zijn.
Plaatjes die alleen God kent.

Prediker schrijft later: ‘De mens heeft wel inzicht maar geen overzicht. Dat laatste heeft God.’

De geschiedenis van Jozef is voor ons een steuntje in de rug.
Blijven vertrouwen.
Ook al kom je een heleboel stukjes tekort.

Ds. Arie van der Veer